Het bisdom Brandenburg was een bisdom binnen het aartsbisdom Mainz. Het bisdom bestond van 955 tot 1555 toen het bisdom geseculariseerd werd en de bezittingen gingen naar de Mark Brandenburg.
Op 1 oktober 948 stichtte keizer Otto I het bisdom Brandenburg. Het bisdom maakte toen deel uit van de kerkprovincie Mainz. Na de stichting van het nieuwe aartsbisdom Maagdenburg in 968 ging het bisdom Brandenburg deel uitmaken van de kerkprovincie Maagdenburg.
Na de Slavische opstand van 983 hield het bisdom op te functioneren en leefden de bisschoppen in ballingschap. Nadat markgraaf Albrecht de Beer het domeiland in 1157 had heroverd kon het bisdom hersticht worden. De opbouw vond plaats vanuit het in 1128/9 gestichte praemonstratenzer klooster Leitzkau, dat provisorisch als domkapittel functioneerde. In 1161 werd er een nieuw domkapittel in Brandenburg gesticht.
Bisschop Lodewijk van Neindorf (1327-1347) verlegde de residentie naar Ziesar. Na 1373 verloren de bisschoppen hun rijksvrijheid aan het markgraafschap Brandenburg. In 1539 werd de Reformatie ingevoerd en in 1544 werd het bisdom de facto bij Brandenburg ingelijfd. De leden van het domkapittel, dat nog van gemengde confessie was gaven hun verzet tegen opheffing in 1555 tegen de mark Brandenburg definitief op. Het bisdom werd in 1598 formeel opgeheven. Het domkapittel bleef echter als evangelische instelling bestaan.
Bezittingen de ambten Ziesar Brandenburg Ketzin Teltow
Regenten 949- 967: Thietmar 983-1138: ballingschap 1138-1161: Wigger 1161-1173: Wilmar 1173-1180: Siegfried I, markgraaf van Brandenburg (1179-1184: aartsbisschop van Bremen) 1180-1190: Baldram 1190/1-1192: Alexius 1192/3-1205: Norbert 1205-1216: Boudewijn 1216-1220/1: Siegfried 1222-1241: Gernand 1241-1251: Ruotger van Kerkow 1251-1261: Otto van Mehringen 1261-1263: (Albrecht van Arnstein) 1261-1278: Hendrik van Ostheeren 1278-1287: Gebhard (van Arnstein?) 1287-1291: Heidenreich 1291-1302: Volrad van Krempa 1303-1316: Frederik van Plötzke 1316-1324: Johan van Tuchen 1324-1327: (Hendrik van Barby) 1327-1347: Lodewijk Schenk van Neindorf 1347-1365: Diederik van Kothe 1365-1393: Diededrik van Schulenberg 1393-1406: Hendrik van Bodendieck 1406-1414: Henning van Bredow 1414-1415: (Frederik van Grafeneck) 1414-1415: (Nikolaas van Burgsdorff) 1415-1420: Johan van Waldow (1420-1423: bisschop van Lebus) 1421-1459: Stephan Bodeker 1459-1472: Diederik van Stechow 1472-1485: Arnold van Burgsdorff 1485-1507: Joachim van Bredow 1507-1521: Hieronymus Schultz (1520-1522: bisschop van Havelberg) 1521-1526: Diederik van Hardenberg 1526-1544: Matthias van Jagow 1545-1560: Joachim, hertog van Münsterberg-Öls (evangelisch) 1560-1598: Joachim Frederik van Brandenburg (evangelisch)
Categorie:Voormalig bisdom in Duitsland Categorie:Geschiedenis van Brandenburg