Sint-Winoksbergen of Bergen (Frans: Bergues) is een vestingstadje en kantonhoofdplaats in het noorden van Frankrijk (in Frans-Vlaanderen) en maakt deel uit van het arrondissement Duinkerke (Franse Westhoek) in het Noorderdepartement. De gemeente telde op inwoners en heeft een totale oppervlakte van 132 ha. Het Kolme-kanaal verbindt de stad met Veurne en met de Aa bij Waten. In de dertiende eeuw maakte Sint-Winoksbergen als bloeiende handelsstad deel uit van de Vlaamse Hanze van Londen. Op de 22 meter hoge Groenberg bevond zich van 1022 tot de Franse Revolutie (1789) de voor het graafschap Vlaanderen en het bisdom Terwaan belangrijke Abdij van Sint-Winoksbergen.
Naam De plaatsnaam van het dorp heeft een Oudnederlandse herkomst. De oudste vermelding is van ca. 1037, als Berga. Het betreft een zelfstandig naamwoord (enkelvoud) met als betekenis berg -berg - Oudnederlands Woordenboek Instituut voor de Nederlandse taal.. Op een kaart van Malbrancq, rond het jaar 800, is de plaats aangegeven als Grunberga (Groenberg).
Geschiedenis
De primitieve nederzetting ontstond in het zadel tussen de twee hoogtes van de Groenenberg-heuvel. Op de ene hoogte lag de versterking van de Vlaamse graven, op de andere de Abdij van Sint-Winoksbergen.
Sint-Winoksbergen ontstond in 891 als het castrum Bergense, een primitieve versterking die deel uitmaakte van de verdedigingsgordel die graaf Boudewijn II de Kale opwierp om invallen van de Noormannen af te slaan. Andere castra (burchten) die in deze periode langs de kust van het graafschap Vlaanderen werden opgericht, zijn onder meer Sithiu (het latere Sint-Omaars), Broekburg, Veurne, Gistel, Oudenburg, Aardenburg, Oostburg, Gent, Kortrijk, Ariën-aan-de-Leie en Sint-Vaast (Atrecht).
De plek, gelegen op de twee heuvels van de Groenberg, wordt echter al voor die tijd bewoond. Vermoedelijk bestond er al een nederzetting met een eigen parochiekerk, gewijd aan de heiligen Petrus en Martinus. Deze namen suggereren een relatief hoge ouderdom, die mogelijk opklimt naar de Merovingische tijden. Nieuw gebouwde kerken in dergelijke negende-eeuwse castra werden immers vaak aan Onze-Lieve-Vrouw toegewijd.
Na de bouw van de omwalling kreeg deze kerk een nieuwe rol als burchtkapel en werd omgevormd tot een collegiale kerk, bediend door een kapittel (bestuurscollege) van seculiere kanunniken. Om deze gemeenschap van relikwieën te voorzien, liet graaf Boudewijn II op 30 december 899 of 900 tijdens de plechtige translatio het stoffelijk overschot van de heilige Winok overbrengen vanuit Sint-Omaars. Sindsdien draagt de stad diens naam.
In het jaar 1000 gaf graaf Boudewijn IV met de Baard de aanzet voor de bouw van de Sint-Winokskerk op de heuvel tegenover het castrum. Samen met de kanunniken verhuisden de relieken naar de plaats waar ze tot de Franse Revolutie vereerd zouden worden. Het seculier kapittel werd in 1022 omgevormd tot een benedictijnerabdij, bevolkt door monniken uit de naburige Sint-Bertijnsabdij. Vandaag de dag is de Sint-Winoksabdij een ruïne, op twee torens na, die werden herbouwd om te dienen als baken voor zeelui.
De voor de handel zeer gunstige ligging aan zee en de aanwezigheid van een belangrijk geestelijk centrum als de abdij betekenden een sterke stimulans voor de jonge nederzetting, zeker toen de graven van Vlaanderen er in 1028 een echte burcht bouwden. In 1240 verleende gravin Johanna van Constantinopel Sint-Winoksbergen een eerste keure als vrije, autonome stad die daardoor een nog snellere topografische ontwikkeling kende. De bestuurlijke onafhankelijkheid vond haar uitdrukking in het belfort, waarvan de bouw in 1240 door de gravin werd toegestaan. Bergen werd een haven en een textielcentrum van regionale betekenis, met sedert 1276 een eigen wolmarkt en in de volgende eeuwen ook twee druk bezochte laken- en doekmarkten. De Vlaamse graven gaven de nederzetting een van torens voorziene vestingmuur.
Haar strategische ligging en haar welvaart als bloeiende laken- en linnenstad maakte van Sint-Winoksbergen vaak het strijdtoneel van diverse veldslagen en aanvallen. Met name haar lidmaatschap van de Vlaamse Hanze van Londen was een doorn in het oog van erfvijand Frankrijk. Tijdens de Vlaamse Opstand (1297-1305), begin augustus 1297, veroverde Robert II van Artesië in opdracht van de Franse koning Filips de Schone zonder bloedvergieten de stad, die hij echter reeds op 6 juni 1301 weer moest afstaan aan Willem Van Gulik.
De weversgilden, die in de Vlaamse steden de feitelijke macht in handen hadden, dwongen Lodewijk van Male ertoe de koning Eduard III van Engeland als suzerein te erkennen. Lodewijk verloofde zich in Sint-Winoksbergen met diens dochter Isabella.
Karel VI van Frankrijk nam het plaatsje in op 3 september 1383 en brandde het plat. In 1494 woedde er opnieuw brand, en in 1558 volgden plunderingen door de troepen van de Franse maarschalk de Thermes.
In het begin van de Nederlandse Opstand kreeg Bergen tweemaal bezoek van beeldenstormers. Sint-Winoksbergen steunde net als de andere Vlaamse steden de Nederlandse Opstand. In 1583 werd de stad na een belegering door Alexander Farnese ingenomen en in puin gelegd. De Spaanse koning Filips II, liet Sint-Winoksbergen echter volledig heropbouwen, een daad die nog tot op heden sterk het uitzicht van de stad bepaalt. Sint-Winoksbergen had nog steeds een bestuurlijke en juridische functie, was een bloeiend geestelijk centrum en huisvestte een garnizoen. De vestiging van talrijke gegoede families in prachtige herenhuizen was er een gevolg van. De haven aan de Kolme kon toen veertig à vijftig schepen herbergen.
In 1658 veroverde Lodewijk XIV de stad, die na de Vrede van Aken in 1668, definitief bij Frankrijk werd gevoegd. De stad werd door de Fransen versterkt en in twee gebouwen werd een hospitaal ingericht met een capaciteit van 230 bedden.Armand Legaumais, De hedendaagse chirurgie, een gesprek met Pierre Dionis, Speciaal Semper 1695, juli 1995, p. 23 Onder Lodewijk XIV werd vervolgens Duinkerke uitgebouwd tot een grote marinebasis en havenstad, die Bergen in de komende eeuwen volledig zou overvleugelen.
De Franse Revolutie markeerde het begin van een economische ineenstorting, een voortdurende achteruitgang en een blijvende verarming. Alle kerkelijke instellingen werden afgeschaft en de meeste ervan gesloopt; buiten de graanhandel verdween er elke activiteit en in de door Duinkerke overschaduwde haven meerden nog nauwelijks schepen aan. Door de nabijheid van de Duinkerkse veste verloor het bovendien zijn eeuwenoud militair belang, waardoor de daarmee samenhangende functies een na een overbodig en dus afgeschaft werden.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog teisterden langeafstandsgeschut en luchtbombardementen de gemeente. In het kader van de verdediging van haar grote concurrent Duinkerke was Bergen in 1940 het toneel van felle gevechten, artilleriebeschietingen en bombardementen die haar in het hart troffen. Toen op 2 juni van dat jaar een bres in de verdediging werd geslagen, was het stadje voor 60% verwoest. Het belfort, dat algemeen als het mooiste van Frankrijk beschouwd werd, werd op 16 september 1944 opgeblazen; pas in 1961 werd het herbouwd. De stad werd geëerd met het Franse Oorlogskruis 1914-1918 en 1939-1945.
Heraldiek Gedeeld: 1. in zilver een omgewende leeuw van sabel getongd van keel, wat de stad is; 2. in zilver een dwarsbalk van sabel, het vrijkwartier van goud met een leeuw van sabel en een zoom van keel, wat de kasselrij is.
Geografie De oppervlakte van Sint-Winoksbergen bedroeg op ; de bevolkingsdichtheid was toen inwoners per km².
thumb|left|350px|Kaart van de gemeente met belangrijkste infrastructuur, bodemgebruik en omliggende gemeenten
Natuur en landschap Sint-Winoksbergen ligt in het Blootland op een hoogte van 6 meter. De hoogte in de gemeente varieert van 0-22 meter. Sint-Winoksbergen ligt aan de Kolme, die hier overgaat van de Lage Kolme (Canal de la Basse Colme) in de Hoge Kolme (Canal de la Haute Colme). Bovendien splitst zich naar het noorden de Havendijk (Canal de Bergues) af, dat naar Duinkerke leidt.
Demografie Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).
Economie en infrastructuur Tegenwoordig heeft Bergen slechts een geringe regionale betekenis, onder meer op gebied van onderwijs. In de nabijheid van de industrie-reus Duinkerke leeft men er tussen de talrijke monumenten, resten van een rijk verleden. De roeping van de stad ligt dan ook bij het toerisme, dat zich in de laatste jaren sterk ontwikkeld heeft. Het stadje ligt aan de A25 tussen Duinkerke en Rijsel. Sinds 1862 beschikt de stad over een spoorwegstation Bergues, in 2015 een station van regionaal belang met jaarlijks meer dan honderdduizend reizigers.
Burgerlijk erfgoed thumb|250px|Het stadhuis van Sint-Winoksbergen thumb|250px|Deel van de verdedigingsgordel rond de stad
Stadhuis Tussen 1863 en 1871 bouwde de Bergense architect A. Outters het stadhuis, een min of meer getrouwe kopie van het Landhuis uit 1665, maar met een centrale ingang en een vierkante plattegrond, een voor Vlaanderen ongewone verhouding. De blauwmarmeren gevel staat enkele meters verder dan zijn in 1882 gesloopte voorganger en incorporeert er enkele oude bouwelementen van, waaronder het jaartal 1665 en het wapenschild van Filips IV van Spanje (1663).
Rechts bevindt zich onder het middelste benedenvenster het borstbeeld van de dichter Alphonse de Lamartine, volksvertegenwoordiger voor de Westhoek (Flandre maritime of Zee-Vlaanderen) in 1838 en 1839, na een eerdere mislukking in 1831. Het is overigens vooral dankzij zijn verwantschap met de invloedrijke handelaarsfamilie Coppens uit Hondschote dat hij verkozen raakte. Rechts van het stadhuis herinnert een gedenkplaat in de gevel van het "hôtel de la Tête d'Or" dat Lamartine er verbleef en er op 6 juli 1831 zijn Réponse à Némésis dichtte.
Belfort Tegenover het stadhuis staat het Belfort van Sint-Winoksbergen.
Berg van Barmhartigheid Nabij de Sint-Maartenskerk verrijst de indrukwekkende 'Mons Piétatis' of Berg van barmhartigheid die tussen 1629 en 1633 werd gebouwd door Wenceslas Coeberger. De "Berg van Charitate" was destijds een van de eerste vijftien openbare pandjeshuizen die in de Zuidelijke Nederlanden door de ingenieur-architect werden opgericht. Coeberger was ook verantwoordelijk voor de drooglegging en inpoldering van het oostelijk gelegen moerasgebied De Moeren. Heden herbergt het voormalige pandjeshuis het stadsarchief met de rijke bibliotheek van de Sint-Winoksabdij en sinds 1956 ook het Stedelijk Museum. Het eerste omvat heel wat verluchte manuscripten, waaronder de hagiografieën van de heiligen Winok, Oswald en Lewinna door de 11e-eeuwse monnik Drogo van Terwaan; het tweede is vooral een schilderijenmuseum, met werken van bekende en minder bekende Vlaamse, Franse en Italiaanse meesters, maar ook met kunstschatten uit de abdij, souvenirs uit de lokale historie en een ornithologische collectie.
Vlaamse bouwkunst Tot de traditionele Vlaamse bouwkunst behoren 13 gevels van de 16e en de 17e eeuw. thumb|250px|Binnenstad langs de Kolme. Het gebouw met de blauw geschilderde luiken is een taverne uit de 16e eeuw De oudste bevinden zich aan de rue des Dames (1599), de rue des Pompes (1596) en de marché aux Fromages (1597). In hun bakstenen gevels zijn de deur- en vensteropeningen in nissen geplaatst, ze tellen een of twee bouwlagen en hun zadeldaken zijn gevat tussen zijgevels eindigend op trappen of vlechtingen.