thumb|Van Blasfemie, uit Het Narrenschip, houtsnede, toegeschreven aan Albrecht Dürer thumb|De verzoeking van de Heilige Antonius door Félicien Rops. Een voorbeeld van een godslasterlijk bedoelde pasteltekening uit het einde van de 19e eeuw.
Godslastering of blasfemie (uit het Oudgrieks: βλασφημία, van βλάπτειν, bláptein, "beledigen" en φήμη, phḕmē, "reputatie", waarvan het Latijnse blasphemia is afgeleid, letterlijk: "smaad") is het kwaadspreken van een godheid of van aan de goden gewijde zaken. Dit kan het bespotten van een god of opperwezen zijn of van godsdienstige tradities, door gesproken woord, geschrift of door andere uitingen. Ook iets zeggen of doen wat geacht wordt aan de godheid te zijn voorbehouden kan als godslastering aangemerkt worden.
Religie en godslastering Alle theïstische religies worden gekenmerkt door een diepe verering voor een opperwezen of voor een aantal godheden of goddelijke principes. Binnen de normen en waarden van een religie geldt de aantasting van de eer van diegene of datgene dat vereerd wordt derhalve als een zeer zwaar vergrijp. Bijvoorbeeld het antieke jodendom stelde de dood door steniging als straf op het lasteren van de naam van God.Leviticus 24:16. Gearchiveerd op 17 maart 2022. In de islam is de traditionele straf voor godslastering de doodstraf.Blasphemy and Defamation of Religions in a Polarized World: How Religious Fundamentalism is Challenging Fundamental Human Rights, Darara Gubo: Lexington Books, 2014, , pp. 60-61.
Daar wordt soms tegenin gebracht dat een eeuwig, almachtig en onvoorwaardelijk liefhebbend opperwezen niet door mensen tegen godslastering verdedigd hoeft te worden. Een almachtige god kan - per definitie - goed voor zichzelf opkomen. De meeste definities van god (die er in essentie op neerkomen dat god het grootste almachtigste onvoorwaardelijk liefhebbendste wezen is) houden impliciet in dat dit wezen, vanwege zijn aard, niet beledigd kán worden. Als iemand een almachtige god wil beledigen, maar daarvan wordt weerhouden door een menselijke wet, zal de almachtige god toch zijn bedoeling kennen; het wel-willen-maar-niet-uitspreken betekent dus niets, voor een almachtige god. Sommigen stellen dat de werkelijke godslastering niet wordt gepleegd door mensen die niet in (een) god geloven, maar juist door hen die zeggen god te dienen en tegelijkertijd dingen zeggen of doen, die met het eigen godsbesef in tegenspraak zijn.
Geschiedenis In de wet van Mozes stond op godslastering de doodstraf door steniging (Leviticus 24:13-16). Ook in het Byzantijnse Rijk en in de middeleeuwen werd godslastering met de dood gestraft. Met de Verlichting kwamen de straffen voor de godslastering als zodanig te vervallen. Wel is in sommige christelijke landen godslastering strafbaar gesteld in zover de godsdienstige gevoelens van anderen worden gekwetst.
Strafrecht en godslastering thumb|Landen met wetgeving tegen godslastering. Volgens een rapport van de Commissie voor de Godsdienstvrijheid Wereldwijd van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zakenuscirf.gov. Gearchiveerd op 9 juli 2023. zouden in 2017 nog in 71 landen wetten tegen godslastering gelden. Een dergelijk verbod kan vanwege verschillende gronden in de nationale wetgeving zijn opgenomen: vanuit de gedachte dat de staat de christelijke (of de islamitische) moraal behoort te verdedigen; die gedachte kan voortkomen uit: een afwijzing van de scheiding van kerk en staat, waarbij de overheid wordt gezien als hoedster van de Kerk of beschermer van het ware geloof, of een situatie waarbij vrijwel de gehele bevolking een bepaalde godsdienst aanhangt. ter bescherming van de openbare orde, die in gevaar kan komen door godsdienstige onlustgevoelens en polarisatie, om de bevolking te vrijwaren van uitingen die als pijnlijk en krenkend worden ervaren.
De Raad van Europa, de Commissie van Venetië en het Europees Parlement hebben allemaal kritiek geuit op wetgeving tegen godslastering, en steunen de decriminalisering van dergelijke wetten.
In de westerse wereld bestaat de laatste halve eeuw de tendens om wetten tegen godslastering af te schaffen of te hervormen. De verhouding tussen deze wetten en de vrijheid van meningsuiting is regelmatig een bron van discussie. In landen waar deze wetten bestaan, wordt godslastering zelden nog door een rechter bestraft. In civiele procedures wordt soms compensatie afgedwongen voor belediging van bepaalde religieuze groeperingen.
Er bestaan anti-godslasteringwetten in diverse landen, waaronder: diverse staten in de Verenigde Staten (het Amerikaanse Supreme Court heeft echter bepaald dat zulke wetten ongrondwettelijk zijn) Tot juli 2008 in het Verenigd Koninkrijk Duitsland, Strafgesetzbuch Artikel 166 Oostenrijk, Artikel 188 en 189 van het wetboek van strafrecht Finland, Sectie 10 van hoofdstuk 17 van het wetboek van strafrecht Italië eerste lid, wetboek van strafrecht Spanje, Artikel 525 van het wetboek van strafrecht.
België In België is godslastering niet strafbaar. In de 19e eeuw zijn nog enkele processen gevoerd voor het belachelijk maken van de godsdienst, tot het Hof van Cassatie in 1863 in de zaak-Edward Keym oordeelde dat de rechtsgrond daarvoor niet meer bestond. Het Besluit van de Souvereine Vorst van 23 september 1814 werd beschouwd als opgeheven.Hof van Cassatie, 3 november 1863, Pasinomie 1864, I, p. 7
In november 2017 zorgde een kunstwerk voor controverse. De “Heilige Koe” van Tom Herck, een beeld van een gekruisigde koe boven een melkbad, opgehangen in de (ontwijde) kerk van Kuttekoven, kwam in katholieke kringen over als kwetsend, zelfs “satanisch” en “godslasterlijk”. Voor de kunstenaar ging het echter om een “verwijzing naar de verspilling in onze maatschappij”.
Nederland Nederland kende tot 1 maart 2014 wettelijke verboden op godslastering.Bepalingen in het WvS tot 1 maart 2014 over godslastering De strafbepalingen met betrekking tot godslastering gelden nog wel in Caribisch Nederland.Art. 153 e.v. Sr BES.
Misdrijf tegen de openbare orde (1886) Van 1 september 1886 tot 1 maart 2014 was het in Nederland wettelijk verboden godsdienstige gevoelens te krenken. Bij Wet van 4 november 1932Stb. 1932, 524. werd een nieuw eerste lid toegevoegd dat 'smalende Godslasteringen' strafbaar stelde.
Wet inzake smalende godslastering (1932) Achtergrond In de marxistische (communistische) ideologie wordt godsdienst beschouwd als een roesmiddel waarmee de arbeidersklasse haar uitzichtloze situatie kan vergeten (de 'opium van het volk'). Lenin zag het tevens als een middel waarmee de kapitalistische machthebbers het proletariaat zoet houden met een belofte van een zalig hiernamaals. Deze 'opium voor het volk' zou de arbeiders afhouden van de revolutie die de communistische heilstaat zou vestigen. Het Nederlandse communistische dagblad De Tribune publiceerde tegen die achtergrond artikelen en spotprenten tegen de godsdienst, met daarin teksten als 'God beteekent imperialistische oorlog. Christus.' en 'Opium is goedkoop in deze dagen [= de kerstdagen].' Vlak voor Kerstmis 1930 publiceerde het blad een artikel dat opriep het kerstfeest af te schaffen ('Weg met het kerstfeest!'). Twee jaar later toonde het blad een spotprent waarin twee arbeiders de bijl aan het Kruis van Christus zetten.Goede Vrijdag — de oude en de nieuwe wereld, De Tribune: dagblad der Communistische Partij - Holland, 25 maart 1932, p. 4
Voor minister van Justitie Jan Donner was dit de aanleiding voor de Wet inzake smalende godslastering — die daarom ook wel de Lex Donner ('wet-Donner') werd genoemd. Op openbare godslastering in woord of beeld werd een gevangenisstraf (respectievelijk maximaal 1 en 3 maanden) of een geldboete (maximaal ƒ 100,- en ƒ 150,-) gesteld.
Donner wilde uitingen bestraffen die in haar uitdrukkingswijze zelf een honen van de persoon Gods bevatten. Kritiek leveren op God en het geloof werd door de nieuwe wet niet verboden.Ook kleinzoon Donner strijdt tegen 'uitbraakselen der hel', Trouw 17 november 2004
Inhoud De bepalingen zijn als volgt in het wetboek van strafrecht terechtgekomen: Onder de "Misdrijven tegen de openbare orde": Artikel 147 sub 1 verbiedt 'smalende godslasteringen' als die in het openbaar geuit worden en krenkend zijn voor godsdienstige gevoelens. Dit geldt zowel voor gesproken als voor geschreven teksten en voor afbeeldingen. (maximumstraf: 3 maanden gevangenis)Artikel 147 WvS. Gearchiveerd op 3 mei 2015. Artikel 147 sub 2 verbiedt bespotting van predikanten, priesters en dergelijke '"in de waarneming van hun bediening". Artikel 147 sub 3 verbiedt beschimping van aan de eredienst gewijde voorwerpen. Artikel 147a lid 1 en 2 betreft het uitgeven of ten gehore brengen van godslasterlijke publicaties. Daarop staat maximaal twee maanden gevangenis. Artikel 147a lid 3 bepaalt dat iemand die binnen twee jaar herhaaldelijk wordt veroordeeld voor een dergelijke publicatie uit zijn beroep (van uitgever) gezet kan worden. Onder de "Overtredingen betreffende de openbare orde": Artikel 429bis stelt een maand gevangenisstraf op het aan de openbare weg tonen van krenkende, godslasterlijke leuzen en afbeeldingen.Artikel 429bis WvS. Gearchiveerd op 3 mei 2015.
Gerard Reve In 1966 (het jaar van zijn toetreding tot de Katholieke Kerk) moest de auteur Gerard Reve voor de rechtbank in Amsterdam verschijnen na een aanklacht wegens godslastering, wegens een passage in Nader tot U waarin Reve beschrijft hoe hij gemeenschap heeft met een als ezel geïncarneerde God.Het Spoor terug: Het Ezelproces, OVT - 6 en 13 mei 2012. Gearchiveerd op 2 november 2013. In dit zogeheten Ezel(s)proces werd Reve uiteindelijk ontslagen van rechtsvervolging. In hoger beroep en cassatie werd hij vrijgesproken.
Theo van Gogh De Bond tegen het vloeken heeft in 1995 tevergeefs geprobeerd de regisseur Theo van Gogh op basis van artikel 147 veroordeeld te krijgen, nadat hij 'christenhonden' voor 'supportersvereniging van die rotte vis van Nazareth' had uitgemaakt.
Dierenbescherming Voor de kerstperiode van 2002 zette de Dierenbescherming een campagne op tegen het eten van wilde dieren. Voor deze campagne verspreidde ze posters en ansichtkaarten waarop Maria, de moeder van Jezus, met een dood konijn werd afgebeeld, met de tekst "Zalig Kerstmis" en "Maak het niet te wild". Een aantal reclamemedia, zoals de NS en het weekblad HP/De Tijd weigerden de afbeelding te verspreiden en er werden Kamervragen over gesteld.
De Stichting Contact Rooms Katholieken diende een strafklacht in op basis van artikel 147 en 147a. In de aangifte werd opgeroepen om terug te komen van het beleid van de jaren zestig, waarin alles kon:
Actie SHIVA In 2001 was er grote opschudding ontstaan in de Hindoestaanse gemeenschap over een bedrijf dat onder de naam "Shiva Entertainment CV" pornografische video's verkocht. Binnen de Hindoe-filosofie wordt met de naam "Shiva" aangeduid "Het Opperwezen"; Shiva staat synoniem voor God bij aanhangers van de Hindoe-religie. De werkgroep Agni had handtekeningen verzameld van ongeveer 28.000 personen en eiste in kort geding dat het bedrijf zijn naam zou veranderen of ophouden onder die naam porno te verspreiden. Volgens de eisers was er sprake van godslastering, van belediging en van schending van de normen ter handhaving van de openbare orde. Deze, op godsdienstige gevoelens krenkende manier van uitlaten zou in strijd zijn met de openbare orde of goede zeden. Het bedrijf voerde aan dat Shiva ook een gewone meisjesnaam is, en dat er meer bedrijven bestaan met het woord 'shiva' in de naam.
Op 2 augustus 2001 deed de Amsterdamse rechtbank uitspraak. Daarbij werd de eis afgewezen, omdat niet gebleken was dat het bedrijf de bedoeling had gehad de naam van God te gebruiken of te misbruiken.
Politieke discussie in november 2004 Brief aan de Kamer