De luchtvaart, ook wel aviatiek of vliegverkeer genoemd, omvat het door de atmosfeer verplaatsen van luchtvaartuigen en de daarbij behorende diensten en infrastructuur. Daarbij gaat het tevens om de industrie die te maken heeft met luchtvaartuigen, zowel het produceren als het onderhouden ervan. Onder luchtvaartuig verstaat men vliegtuigen, helikopters, autogiro's, en voertuigen die lichter zijn dan lucht, zoals de heteluchtballon en het luchtschip. Een belangrijk doel van de luchtvaart is het vervoer van passagiers en het transport van goederen. De luchtvaart speelt een cruciale rol in de moderne wereldeconomie.
De opkomst van civiele luchtvaart in de 20e eeuw heeft de mens in staat gesteld om lange afstanden zeer snel en efficiënt te overbruggen, wat heeft bijgedragen aan globalisering, de groei van toerisme en een versnelling van culturele uitwisseling. Ook vervult de luchtvaart een rol op militair gebied, zoals het vervoeren van goederen en voorraden naar oorlogsgebieden, of het uitvoeren van gevechtsmissies met bewapende helikopters en jachtvliegtuigen. Het ontwikkelen van vliegtuigen voor de luchtmachten was een belangrijke technologische aandrijver voor de luchtvaartindustrie.
De luchtvaartsector staat onder complexe wet- en regelgeving om veiligheid te waarborgen en milieu-impact van vliegen te verkleinen. Innovatie in de luchtvaart, zoals het gebruik van duurzame brandstoffen, verbeterde aerodynamica of zuinigere motoren, kunnen hier een belangrijk verschil in maken. Grote luchtvaartmaatschappijen en luchthavens zijn uitgegroeid tot knooppunten in reizigersnetwerken en internationale handel.
Geschiedenis
De geschiedenis van de luchtvaart begint op het moment dat Leonardo da Vinci in de 15e eeuw iets ontwerpt dat op een luchtvaartuig lijkt, maar omdat hij niets publiceerde, beïnvloedde hij de ontwikkeling niet.
In 1783 vond de eerste ballonvlucht plaats met een heteluchtballon door de gebroeders Montgolfier. Otto Lilienthal lukte het in 1894 voor het eerst te glijden op de lucht, en hij vond zo het zweefvliegen uit. Ferdinand von Zeppelin bouwde in 1900 zijn eerste zeppelin, een luchtschip gevuld met gas.
De eerste vlucht met een gemotoriseerd vliegtuig werd geclaimd door Gustave Whitehead (geboren als Gustav Weißkopf) uit Duitsland, die beweerde dat hij op 14 augustus 1901 in Fairfield (Connecticut) met zijn vliegtuig Number 21 (20 PK-motor, die draaide op acetyleen en perslucht) 800 meter ver vloog op 15 meter hoogte en vervolgens veilig landde. Zijn vlucht werd verslagen door een journalist van het dagblad Bridgeport Herald, die echter geen foto's maakte. Whitehead zelf heeft zijn vlucht niet schriftelijk vastgelegd, zodat voor deze bewering geen sluitend bewijs is. De Duitser Karl Jatho beweerde op 18 augustus 1903 in Hannover, Duitsland te hebben "gevlogen" over een afstand van 20 meter, op 30 centimeter hoogte, en hiervoor 4 ooggetuigen te hebben. In november van datzelfde jaar verbeterde hij dit tot een afstand van circa 60 meter, op 3 meter hoogte. Deze vlucht wordt echter beschouwd als "ongecontroleerd" (geen controle hebbend over de besturingsorganen).
De gebroeders Wright uit de Verenigde Staten waren de eersten die een gecontroleerde vlucht maakten. Hun Wright Flyer was een gemotoriseerd vliegtuig dat een vlucht maakt, in december 1903. De Fransman Louis Blériot was in 1909 de eerste die het Kanaal door de lucht bedwong. De Amerikaan Charles Lindbergh was de eerste piloot die, in 1927, solo en non-stop over de Atlantische Oceaan vloog.
De Heinkel He 178 uit 1939 was 's werelds eerste vliegtuig aangedreven door een turbojetmotor en het eerste praktische straalvliegtuig. Het was een zelfstandig project van de Duitse vliegtuigproducent Heinkel.
Vanaf 1944 kwamen de eerste militaire straalvliegtuigen, die ervoor zorgden dat veel hogere snelheden bereikt konden worden dan het tot dan toe gebruikelijke maximum van 500 tot 600 km per uur. De Messerschmitt Me 262, bijgenaamd Schwalbe (zwaluw), was het eerste operationele jachtvliegtuig aangedreven door straalmotoren.
Het allereerste straalvliegtuig voor het vervoer van personen was de De Havilland DH.106 Comet in 1951. De eerste lijnvlucht werd uitgevoerd in 1952.
Onderverdeling De luchtvaart is verdeeld in een civiele sector, de burgerluchtvaart, en een niet-civiele sector. Tot deze laatste sector wordt het luchtverkeer gerekend dat voor militaire, politiële en douanetaken wordt ingezet.
Burgerluchtvaart thumb|300px|Verkeersvliegtuig (Boeing 767) van British Airways met beschildering in Delfts blauw op de staart De burgerluchtvaart bestaat uit: Commerciële luchtvaart - lijndiensten of charterdiensten voor het vervoeren van passagiers en/of vracht met het doel deze diensten aan anderen aan te bieden om winst te maken. Vliegtuigen, die in de commerciële luchtvaart worden gebruikt, worden verkeersvliegtuigen genoemd. Particuliere luchtvaart - het gebruik van eigen vliegtuigen voor het vervoer van personen en/of vracht.
Hoewel het grote publiek hoofdzakelijk te maken heeft met de commerciële luchtvaart, zijn er in veel landen meer particuliere dan commerciële vluchten.
Luchtvaartwetgeving en -autoriteiten De eerste vlucht met een vliegtuig boven Nederland vond plaats in 1909. Al in oktober 1911 werd door de regering een voorlopige regeling van het verkeer met vliegtuigen en luchtschepen, de "Vlieg- en Luchtvaartwet" bij de Tweede Kamer ingediend. Mede door de Eerste Wereldoorlog werd de behandeling vertraagd, terwijl bovendien de luchtvaart zich vooral in militaire zin ontwikkelde. Pas na die oorlog kwam de burgerluchtvaart goed van de grond. In 1919 werden zowel de KLM als de vliegtuigenfabriek Fokker en de Rijksstudiedienst voor de Luchtvaart (RSL), de voorloper van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, opgericht.
In oktober 1919 werd op de conventie van Parijs de International Commission for Air Navigation opgericht, ICAN, waar Nederland zich ook bij aansloot. De conventie van Parijs werd gehouden op initiatief van de oorlogvoerende landen van de Eerste Wereldoorlog en leidde uiteindelijk tot het Vredesverdrag van Versailles. ICAN is de voorloper van de ICAO.
Het overheidstoezicht op de burgerluchtvaart kreeg verder gestalte met de instelling van het Bureau Luchtvaart in 1920 bij het ministerie van Waterstaat. Dit bureau had tot taak toezicht uit te oefenen en het register van luchtvaartuigen te beheren. Eerst was één ambtenaar (Th. de Veer) hiermee belast, maar met ingang van 1921 kwamen er meer. Vanaf juli 1926 werd er aan een luchtvaartwet gewerkt, deze werd in november 1928 voor het eerst aan de Tweede Kamer aangeboden. Op 1 februari 1929 werd hij in de praktijk al ingevoerd, terwijl hij pas in 1930 door het parlement werd goedgekeurd en kracht van wet kreeg.
Dat betekende ook de instelling van een Luchtvaartdienst onder leiding van Th. de Veer. In 1945 werd de naam gewijzigd in Rijksluchtvaartdienst (RLD). Deze dienst bleef tot het jaar 2000 bestaan toen de Nederlandse Luchtvaart Autoriteit werd opgericht in de nasleep van de Bijlmerramp. Op 1 juli 2001 ging de NLA op in de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) en de laatste naamswijziging was op 1 januari 2012 met de nieuwe naam Inspectie Leefomgeving en Transport (ILENT).
In België is dat het Directoraat-generaal Luchtvaart/Direction générale Transport aérien.
Luchtvaartmaatschappij Een luchtvaartmaatschappij is een onderneming die vervoer door de lucht aanbiedt. In de regel verstaat men hieronder passagiers- en/of goederenvervoer per vliegtuig.
Luchtvaartmaatschappijen fungeren vaak als nationaal symbool, wat onderstreept wordt door hun kleurvoering en naam, en kunnen daarom doorgaans op sympathie van het publiek en - in geval van (financiële) problemen - op steun van de overheid rekenen. Zo waren de Amerikaanse en Nederlandse regering nodig voor het sluiten van een zogenaamde open skies-overeenkomst om te voorkomen dat de verregaande samenwerking tussen KLM en Northwest gedwarsboomd zou worden door beperkingen die beide landen aan buitenlandse firma's oplegden.
In de Europese Unie worden de luchtvaartmaatschappijen sinds enkele jaren steeds meer geacht op eigen benen te staan, wat onder andere tot gevolg heeft gehad dat bijvoorbeeld Sabena (België) failliet ging (evenals het Zwitserse Swissair), maar ook dat Air France en KLM konden fuseren tot Air France-KLM. Daarmee verloor KLM zijn status van 's werelds oudste zelfstandige maatschappij. Rijksoverheden hebben nog wel een grote invloed op het internationale luchtverkeer. Vliegtuigen mogen alleen van het ene naar het andere land vliegen als de overheden een luchtvaartovereenkomst hebben gesloten. De OpenSkies overeenkomsten die de Europese Unie momenteel namens alle Europese landen afsluit, geven de luchtvaartmaatschappijen veel meer vrijheid. Ze mogen nu zelf bepalen tussen welke steden in de EU en de VS ze gaan vliegen.
Alliantie Een alliantie is een verdrag tussen maatschappijen omwille van een gemeenschappelijk voordeel. In de commerciële luchtvaart komen die veel voor, omdat dit veel voordelen oplevert, namelijk: Het is voor de luchtvaartmaatschappijen mogelijk om vluchten te verkopen die ze niet zelf uitvoeren. (meer omzet). Het aantal te vliegen routes neemt dermate toe dat het vertrouwen in de naam van de luchtvaartmaatschappij toeneemt. Voor de luchtvaartmaatschappij die de route vliegt is er een hogere bezetting van de stoelen door toelevering van passagiers door andere maatschappijen. (meer winst). Door niet of minder op routes te vliegen van collega's in de alliantie is er minder concurrentie op de routes, dit heeft een prijsverhogend effect per ticket. Noot: Door de hogere efficiëntie zijn er minder slots nodig en dit heeft een prijsverlagend effect.
Voorbeelden van allianties: Oneworld Open Travel Alliance SkyTeam Star Alliance Wings
IATA/ICAO De International Air Transport Association (IATA), gevestigd in Genève, werd opgericht in 1945 als handelsorganisatie met als doel om te functioneren als een samenwerkingsorgaan tussen alle aangesloten luchtvaartmaatschappijen. De samenwerking moest zorgen voor veilige, betrouwbare luchtvaartdiensten en economische voordelen.
De op 4 april 1947 opgerichte International Civil Aviation Organization (ICAO) is een onderdeel van de Verenigde Naties, dat als doel heeft principes en standaarden voor de internationale burgerluchtvaart op te stellen, zodat het luchtverkeer zich op een veilige en ordelijke wijze kan ontwikkelen.
De IATA introduceerde de tweelettercodes (IATA airline codes) en de drielettercodes (IATA airport codes ofwel Luchthavenidentificatiecodes) die wereldwijd gebruikt worden. Een van de door de ICAO uitgegeven standaarden zijn de ICAO-codes. Deze vierletterige codes duiden luchthavens, luchtruimen en weerstations aan en worden gebruikt bij het opstellen van vluchtplannen en in informatie aan piloten.
Luchtvaartuigregister (Nationaliteitsregister) Op de Convention portant réglementation de la Navigation Aérienne op 13 oktober 1919 in Parijs werd vastgelegd dat Nederlandse vliegtuigen geïdentificeerd zouden worden door een H (Holland) gevolgd door N en een 3-letterige codeWaarom staat op Nederlandse vliegtuigen 'PH' en geen 'NL, Jan van der Pijl, Quest, september 2006. Belgische vliegtuigen voerde met de letter O. Met het Telegraafverdrag van Washington in 1927 kregen Nederlandse 'luchtvaartuigstations' (dit zijn de radio-installaties in de luchtvaartuigen) roepletters toegewezen die konden worden gebruikt voor identificatie. PA, PB, PC, PD, PE, PG, PH en PI werden toegewezen waarvan PA werd gereserveerd voor de Marine, PB voor de Landmacht (later Luchtmacht) en de burgerlijke luchtvaart kreeg PH. Met de Commission Internationale de Navigation Aérienne (CINA) in juni 1928 werd bepaald dat niet alleen 'luchtvaartuigstations' maar ook luchtvaartuigen deze roepnamen (call signs) moesten gebruiken.