Tibetaanse cultuur verwijst naar cultuur die voortkomt uit de regio Tibet, inclusief omliggende streken in het Himalayagebergte. Deze blijft sinds de jaren vijftig van de 20e eeuw ook bewaard in de Tibetaanse diaspora.
De Tibetaanse cultuur heeft zich ontwikkeld binnen de specifieke geografische en klimatologische omstandigheden van Tibet, zoals de grote hoogte, korte vegetatieperiode en lage temperatuur.
Hoewel de cultuur in Tibet invloeden heeft ondergaan van de omliggende regio's in India, China en Mongolië, heeft er zich door de afgelegenheid en ontoegankelijkheid een duidelijk onderscheiden lokale cultuur opgebouwd. Van grote invloed is de introductie van het Tibetaans boeddhisme geweest aan het eind van het 1e millennium, dat doorwerkt in de kunst, literatuur en muziek. Een andere belangrijke factor van invloed was de traditionele bönreligie. Verder is er in Tibet altijd sprake geweest van een omvangrijke nomadencultuur.
Tibetaanse kunst thumb|Tibetaans wierookvat
Tibetaanse kunst verwijst naar kunst uit Tibet en andere omringende voormalige koninkrijken in het Himalaya-gebergte, zoals Bhutan, Ladakh, Nepal en Sikkim.
thumb|left|Boeddhabeeld
De veroveringen van Alexander de Grote exporteerden artistieke Griekse invloeden naar India in de 4e eeuw v.Chr.. Via India bereikten deze invloeden eveneens Tibet. Verder bestaat Tibetaanse kunst vooral uit religieuze kunst en is ze voornamelijk beïnvloed door het Tibetaans boeddhisme. Tibetaanse kunst laat zich om die reden indelen naar de invloeden van verschillende religies, zoals van het mahayana- en Vajrayana-boeddhisme en de Tibetaanse religie bön.
Toen het Mahayana-boeddhisme opkwam als een afzonderlijke school in de 4e eeuw v.Chr., legde de kunst in Tibet de nadruk op de rol van de bodhisattva's. In eerdere tijden waren de verschillende bodhisattva's al onderwerp van beeldhouwkunst. Tibetaans boeddhisme is een aftakking van het Mahayana-boeddhisme en erfde deze traditie als zodanig mee.
Het tantrisch boeddhisme wordt ook Vajrayana genoemd, vanwege algemeen gebruik van de symbolen van de vajra, de diamant of bliksemschicht die in het Tibetaans dorje heet. Het grootste deel van de Tibetaans boeddhistische kunst wordt gezien als onderdeel van de beoefening van tantra.
De inheemse sjamanistische religie van de Himalaya is bön. Bön droeg een pantheon aan beschermende goden bij aan de Tibetaanse kunst. In Tibetaanse tempels (bekend onder de naam lhakhang) komen beelden van Boeddha of Padmasambhava vaak in paren voor met standbeelden van de beschermende god van het district, die vaak boos of donker wordt voorgesteld.
Thangka's en mandala's
thumb|Mandala die de Vairocana-boeddha weergeeft met acht verlichte boeddha's en bodhisattva's thumb|left|Een thangkaschildering in Sikkim
Thangka's en mandala's zijn artistieke vertoningen die deel uitmaken van het Tibetaans boeddhisme.
Een thangka is een geschilderde of geborduurde banier die oorspronkelijk in een klooster of boven een familiealtaar hing en tijdens ceremoniële processies werd gedragen door monniken. Het Tibetaanse woord thang betekent vlak en geeft weer dat een thanka een schildering is op een plat oppervlak. Deze kan opgerold worden wanneer er geen vertoning nodig is. Aanvankelijk raakte een thangkaschildering in gebruik onder reizende monniken, omdat ze gemakkelijk op te rollen en vervoerd konden worden van klooster naar klooster.
De mandala is van hindoeïstische oorsprong, maar wordt ook in het Tibetaans boeddhisme gebruikt. Het is een generieke term voor een plan, kaart of geometrisch patroon die metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt.
Hedendaagse Tibetaanse kunst
Hedendaagse Tibetaanse kunst is een kunststroming die voornamelijk is voortgebracht door Tibetanen in ballingschap. Deze kunststroming onderscheidt zich van traditionele Tibetaanse kunst doordat de religieuze invloed minder sterk of geheel verdwenen is. Invloeden van andere kunststijlen zijn waarneembaar. thumb|Tibetologie-instituut Namgyal
Musea
In Lhasa bevindt zich ten zuidoosten van het Norbulingka-paleis het Tibet Museum met sinds 1999 prehistorische kunst, ondeelbare politieke geschiedenis, cultuur en kunst en volksgebruiken.Tibet Museum, in Lhasa In Peking opende het Museum van de Tibetaanse cultuur in 2010 zijn deuren in het gebouw van de China Tibetology Research Center nabij het Vogelneststadion.Der Spiegel, Stephan Orth (2 mei 2008) Pekings Tibet-Museum: "Der Dalai Lama ist kein Thema"
Een ander Tibet Museum staat in het Indiase Dharamsala, waar zich veel ballingen hebben gevestigd. Dit museum werd opgericht in 1998 ter herdenking aan het verlies van veel Tibetaanse cultuur en levens, met een verzameling foto's en levensverhalen.Tibet Museum, in Dharamsala
Muziek
| thumb|left|Straatmuzikant, Shigatse |- | thumb|left|Tibetaanse tamboer
Tibetaanse muziek is muziek die afkomstig is van Tibetaanse artiesten in Tibet en de omringende Himalaya-regio, maar ook van Tibetaanse ballingen in onder meer India, Bhutan, Nepal. Tibet kent verschillende oorspronkelijke muziekinstrumenten, waaronder de dramyen, dungchen en de gyaling.
Historisch
| thumb|Tibetaanse monniken |- | thumb|De Tibetaanse zangeres Yunchen Lhamo in Seattle
De Lama Maní-traditie - de vertelling van boeddhistische parabelen door middel van zang - dateert terug tot de 12e eeuw. De liederen werden uitgevoerd door wandelende verhalenvertellers die van dorp naar dorp reisden, puttend uit hun eigen, vaak bescheiden herkomst.
Tibetaanse straatliederen waren een traditionele vorm van expressie die vooral een populair middel waren voor politieke en ander commentaar, in een land waar vroeger geen kranten of andere vormen van massacommunicatie voorkwamen.Goldstein, Melvyn C. (1982). Lhasa Street Songs: Political and Social Satire in Traditional Tibet, The Tibet Journal. Vol. VII, nrs. 1 & 2. 1982
Een andere vorm van klassieke muziek die nog steeds bij speciale rituelen en ceremonies wordt opgevoerd is gar. Verder is de a capellastijl lu in zwang en zijn er epische troubadours die het beroemde Epos van koning Gesar voordragen.
Traditionele Tibetaanse muziek is in het algemeen sterk religieus getint. Er wordt vaak gechant in het Tibetaans in relatie tot het Tibetaans boeddhisme of bön. Deze chanten zijn complex en bestaan vaak uit recitaties van heilige teksten of in vieringen van verschillende festivals. Er bestaan verschillende stijlen, zoals yang-chant die wordt uitgevoerd zonder muziekmaat en wordt begeleid door drums en lage, aangehouden lettergrepen.
Tot andere stijlen behoren de gelugschool en de romantische muziek van de scholen nyingma, sakya en kagyü.Crossley-Holland, Peter (1976) The Ritual Music of Tibet, The Tibet Journal. Vol. 1, nrs. 3 & 4, 1976
Populair en modern Tibetaanse muziek heeft een groot effect gehad op westerse muziek, in het bijzonder op new age. De eerste mengeling hiervan was Tibetan Bells, een release uit 1971 van Nancy Hennings en Henry Wolff. Verder hielp de soundtrack van Kundun van Philip Glass Tibetaanse muziek een betere bekendheid buiten Tibet te geven. Voor deze filmmuziek werd Glass in 1997 genomineerd voor een Academy Award.
Buitenlandse stijlen van popmuziek hebben in wisselwerking een grote impact gehad in de Tibetaanse populaire muziek. Het Indische ghazal en filmi zijn erg populair, net als rock-'n-roll die Tibetaanse muzikanten als Rangzen Shonu voortbracht.
Sinds de ontspanning van enkele wetten in de jaren 80, werd de Tibetaanse taal geïntroduceerd in rap door Tibetaanse artiesten als Yadong, Dadon (nu in de VS) en Jampa Tsering. Alan Dawazhuoma is de eerste en tegenwoordig nog enige Tibetaanse artiest die doorbreekt in het Japanse J-pop.
Podiumkunsten thumb|Tibetaanse dans- en muziekgroep in Seattle
Naast muziek wordt er op Tibetaanse podia voornamelijk toneel, en lhamo, de traditionele Tibetaanse operastijl.
Op Tibetaanse podia wordt toneel voornamelijk opgevoerd op een houten podium. Dans, chant en muziek wordt vaak opgevoerd in combinatie met gekleurde maskers, waarmee soms een karakter wordt uitgebeeld. Hierbij symboliseert de kleur rood een koning en geel een godheid of lama. Een optreden begint vaak met een zuivering en zegening van het podium. Een verteller zingt dan een samenvatting van een verhaal, waarna vervolgens het optreden begint. Een ander ritueel van zegening wordt uitgevoerd aan het eind van het optreden.
De Tibetaanse opera werd opgericht in de 14e eeuw door Thangtong Gyalpo, een lama en bruggenbouwer. Gyalpo rekruteerde zeven meisjes en organiseerde het eerste optreden om fondsen te werven om bruggen te bouwen die moesten zorgen voor betere verbindingen in het Tibet. De traditie zette zich voort en lhamo wordt nog steeds gehouden op feestelijke gebeurtenissen zoals het Linka en Shoton festival.
Buiten de Tibetaanse Autonome Regio worden de podiumkunsten en in het bijzonder de lhamo in stand gehouden door vooral het Tibetaans Instituut voor Podiumkunsten. Lhamo is een combinatie van dans, chant en dansmuziek zoals toeshey en nangma. Nangma is tegenwoordig nog steeds populair in karaokebars in Lhasa. Het instituut werd in verbanning opgericht door dalai lama Tenzin Gyatso, in McLeod Ganj, nabij Dharamsala, India in augustus 1959 en is gericht is op de bevordering en instandhouding van Tibetaanse podiumkunsten en Tibets artistieke nalatenschap.
Festivals thumb|Yoghurtfestival
Festivals, zoals losar met Nieuwjaar, het jaarlijkse Yoghurtfestival in het Juweelpark van het Norbulingka-paleis in Lhasa of het badfestival in de rivieren met picknick zijn diep geworteld in de inheemse religieuze cultuur in Tibet, maar kent ook buitenlandse invloeden.
Elke Tibetaan neemt drie keer deel aan een badfestival: bij de geboorte, het huwelijk en bij de dood. Traditioneel wordt geloofd dat mensen niet terloops moeten baden, maar alleen tijdens belangrijke gebeurtenissen.
Tibetaanse festivals kennen een grote mate aan entertainment, waaronder veel sporten zoals jakraces.
Andere festivals in Tibet zijn het Boterkaarsfestival, Yoghurtfestival, Gouden Ster-festival, Lhabab Düchen, Dajyur en Mönlam.
Kalender thumb|De twee cycli van het Vijf Fasenmodel uit de Chinese astrologie dat grote overeenkomsten heeft met de Tibetaanse astrologie thumb|Draakschildering, Field Museum
De Tibetaanse kalender' is een lunisolaire kalender. Dat betekent dat een jaar bestaat uit 12 of 13 maanmaanden die elk beginnen en eindigen met nieuwe maan. Een dertiende maand wordt ongeveer elke drie jaar toegevoegd, zodat een gemiddeld Tibetaans jaar gelijk is aan een zonnejaar. Elk jaar wordt geassocieerd met een dier en een element, vergelijkbaar met de Chinese dierenriem. De dieren wisselen elkaar af in de volgende volgorde:
{| class="wikitable" |Muisbyi||Rundglang||Tijgerstag||Haasyos||Draak'brug||Slangsbrul||Paardrta||Schaaplug||Aapspre'u||Vogelbya||Hondkhyi||Varkenphag
De elementen wisselen elkaar als volgt op:
VuurAardeIJzerWaterHout
Elk element is geassocieerd met twee opeenvolgende jaren, eerst in zijn mannelijke en dan in zijn vrouwelijk aspect. Het geslacht kan achterwege blijven wanneer het uit de aanduiding van het dier herleid kan worden.
Jaar (Gregoriaans)Jaar (Tibetaans)ElementDierGeslacht20082135AardeMuismannelijk20092136AardeKoevrouwelijk20102137IJzerTijgermannelijk20112138IJzerHaasvrouwelijk
De dagen van de week zijn genoemd naar de hemellichamen. De namen van de objecten worden ook vaak gebruikt als voornamen, zoals Nyima (Zon) voor iemand die op zondag is geboren, Lhagpa ("Mercurius") voor iemand die op woensdag is geboren, enz.
Dag Tibetaans (Wylie) Uitspraak Object Zondag གཟའ་ཉི་མ་ (gza' nyi ma) Sa nyi-ma Zon Maandag གཟའ་ཟླ་བ་ (gza' zla ba) Sa da-wa Maan Dinsdag གཟའ་མིག་དབར་ (gza' mig dmar) Sa Mik-mar Mars Woensdag གཟའ་ལྷག་པ་ (gza' lhak pa) Sa Lhak-ba Mercurius Donderdag གཟའ་ཕུར་པུ་ (gza' phur bu) Sa Phur-bu Jupiter Vrijdag གཟའ་པ་སངས་ (gza' pa sangs) Sa Ba-sang Venus Zaterdag གཟའ་སྤེན་པ་ (gza' spen pa) Sa ben-ba Saturnus
Nieuwjaar