thumb|upright=2.2|Gezicht op 's-Gravenhage vanuit het Zuid Oosten (1650) door Jan van Goyen In dit artikel wordt de geschiedenis van Den Haag beschreven.
Oudheid en Romeinse tijd thumb|Situatie in de 2e eeuw na Chr. in het gebied tussen de Rijn en Maasmonding. thumb|Romeins fort bij Ockenburgh, 3D modeltekening
In het Haagse gebied woonden al vroeg mensen, lang voordat er sprake was van een dorp met de naam Den Haag. De oudste archeologische vondsten gedaan in de omgeving van het Binnenhof dateren uit het Neolithicum, circa 3000 v.Chr.; zo werd in 1912 bij een verbouwing van Grand Hotel Central aan de Lange Poten, nu onderdeel van het Tweede-Kamercomplex, een gave vuurstenen vuistbijl gevonden, waarvan de gebruikers ingedeeld kunnen worden bij de Vlaardingencultuur.Anne de Hingh en Evert van Ginkel, De archeologie van Den Haag, Utrecht 2009, p. 31 In de omgeving van de Grote of Sint-Jacobskerk en op het Lange Voorhout, zijn akkerlagen gevonden die dateren uit de Bronstijd.Gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer, Afdeling Archeologie: Scheveningseweg; Archeologische begeleiding rioolvervanging (HAR-reeks 2011, nummer 1116) Ook aan de Van Hogenhoucklaan in de wijk Benoordenhout werden sporen gevonden uit de Bronstijd en de periode die daarop volgde, de IJzertijd. Er werden op die plek aardewerkscherven aangetroffen uit de Hilversumcultuur en akkersporen uit de IJzertijd.Gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer, Afdeling Archeologie: Bronovo, een Hilversumvindplaats aan zee; Bronstijd en ijzertijdbewoning in de Haagse duinen (HOP-reeks 2013, nummer 16)
Rond het begin van de jaartelling werd het kustgebied bij Den Haag bewoond door de Germaanse stam der Cananefaten; het gebied tussen de monding van Maas en Rijn was toen een deel van Germania Inferior, het noordelijkste deel van het Romeinse Rijk op het Europese vasteland. In de 2e eeuw na Chr. lag er in de duinen aan de zuidrand van het (huidige) Den Haag een klein Romeins fort met een bijbehorende nederzetting, de zgn. Vicus van Ockenburgh. Dit fort lijkt te zijn gebruikt van het jaar 150 tot ca. 180 na Chr. en had een rol in de verdediging van de kust tegen invallen van plunderaars vanuit zee. Ockenburgh is de grootste vindplaats van Romeinse resten in Den Haag; er werd al in de late jaren 1920 archeologisch onderzoek verricht. Ook bij de Scheveningseweg heeft mogelijk een Romeins fort gestaan. Bij opgravingen langs die weg in de jaren negentig werden sporen van bewoning gevonden, die dateerden uit de periode tussen het einde van de 2de eeuw na Chr. en 240 na Chr. De vondsten kwamen overeen met die van een vicus in de nabijheid van een (bescheiden) fort. Het fort zelf werd op die plek niet aangetroffen.Gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer, Afdeling Archeologie: Van Romeinse Soldaten en Cananefaten; Gebruiksvoorwerpen van de Scheveningseweg (VOM-reeks 1999, nummer 2). Gearchiveerd op 6 juni 2023. Dit fort stond waarschijnlijk via een weg in verbinding met het Forum Hadriani, de grootste Romeinse stad in deze regio, gelegen in het huidige Voorburg.
In de Haagse binnenstad zijn op meerdere locaties tijdens opgravingen resten van de lange voorgeschiedenis van Den Haag aangetroffen. Aan de Dagelijkse Groenmarkt (1979), in de Annastraat (1991) en Nobelstraat (1995) bevinden zich sporen die aantonen dat er zowel in de late ijzertijd als de Romeinse tijd werd gewoond en gewerkt op de plek waar later het dorp Den Haghe zou ontstaan.Gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer, Afdeling Archeologie: Achter kerk en klooster; Opgraven aan de Nobelstraat en de Zuilingstraat (VOM-reeks 1995, nummer 2). Gearchiveerd op 6 juni 2023.
In 1997 werden in de wijk Wateringse Veld vier Romeinse mijlpalen aangetroffen en de sporen van een Romeinse weg. De palen zijn gewijd aan vier verschillende keizers en beslaan gezamenlijk een periode van iets minder dan honderd jaar. De oudste paal dateert uit 151 na Chr. en is gewijd aan Antoninus Pius en de meest recente paal, gewijd aan Gaius Decius, is geplaatst in 250 na Chr. De vondst geeft aan dat in elk geval in 250 na Chr. de Haagse regio nog steeds bevolkt was en onder invloed van de Romeinen stond.Gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer, Afdeling Archeologie: IIII M.P. naar M.A.C., Romeinse mijlpalen en wegen (HOP-reeks 2003, nummer 8) Aan de Lozerlaan, ter hoogte van de Erasmusweg in zuidoost Den Haag, was vanaf het eind van de 1ste eeuw tot in de 3de eeuw een inheems-Romeinse nederzetting. Daar bevond zich tevens een cultusplaats.Gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer, Afdeling Archeologie: Een Cananefaatse cultusplaats, Inheems-Romeinse bewoning aan de Lozerlaan (HOP-reeks 2010, nummer 12)
Middeleeuwen Vroege middeleeuwen Over de geschiedenis van Den Haag in de vroege middeleeuwen zijn bijna geen gegevens voorhanden. Door archeologisch onderzoek is duidelijk geworden dat er in de 6e eeuw mensen in het gebied leefden. In de Solleveld duinen en Ockenrode in het zuiden van Den Haag werd een Merovingisch grafveld aangetroffen dat gedateerd wordt tussen 550 en 650, met daarin onder meer een wapengraf met een uitgebreide wapenset en een graf in de vorm van een boot, waarvan de wanden met scheepshout bekleed waren, bevestigd met klinknagels. In de buurt van het grafveld is de nederzetting Ockenburgh uit dezelfde tijd bekend, in de omgeving van de Johan van Oldenbarneveltlaan en de Frankenslag. Het maakte deel uit van Frisia, een reeks gewesten dat zich langs de kust uitstrekte van de Scheldemonding in het zuiden tot Denemarken in het noorden. Het is een gebied waar Angelsaksische invloed merkbaar is. Ook zijn sporen gevonden van een nederzetting uit de 9e-10e eeuw aan de Ereprijsweg ter hoogte van natuurgebied Wapendal.Gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer, Afdeling Archeologie: Archeologische-geologische kaart van Den Haag (HOP-reeks 2000, nummer 5)
Hoge middeleeuwen thumb|Het grafelijk kasteel met ridderzaal en hofkapel, te Den Haag, in ca. 1280. Reconstructie door Cornelis Peters. Ten tijde van de hoge middeleeuwen werden de fundamenten voor de huidige stad gelegd. Over het ontstaan zelf is niet veel bekend. Graaf Floris IV van Holland kocht even vóór 1230 een zogenaamd 'Hof' welke had toebehoord aan een zekere vrouwe Meilendis. De koopakte is niet bewaard gebleven, maar wel een akte van 15 november 1229, waarin heer Dirk van Wassenaer zijn bezit van de rechtspraak over het hof van wijlen vrouwe Meilendis, verkoopt aan graaf Floris IV, inclusief alle aanwezige “mannen en hoevenaars”.Dr. J.G. Kruisheer; Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299; Deel II, 1222 tot 1256; Pagina 90; Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen; Uitgeverij Van Gorcum, Assen/Maastricht, 1986; Overigens wordt in de akte niet over een specifieke locatie gesproken. Dat het hier om het gebied rondom het huidige Binnenhof moet gaan, is door historici afgeleid uit de combinatie met andere gegevens uit die tijd. Zo wordt geconcludeerd dat vrouwe Meilendis directe familie van Dirk van Wassenaer moet zijn geweest, aangezien het om haar nalatenschap ging, welke logischerwijs door haar erfgenaam werd verkocht. Meest waarschijnlijk was zij de weduwe van de vader van heer Dirk, Filips van Wassenaer.Dr. J.C. Kort; Meilendis en de hof van Den Haag; Jaarboek Die Haghe, Pagina 13 e.v.; Den Haag, 2002Dr. J.C. Kort; Archief Familie Van Wassenaer van Duvenvoorde, 1226-1996; (Nationaal Archief: NL-HaNA, Wassenaer van Duvenvoorde, van, 3.20.87); Den Haag, 2002Dr. A. Janse; Ridderschap in Holland: Portret van een adellijke elite in de late Middeleeuwen; Pagina 141; Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2001; . Gearchiveerd op 7 oktober 2022.Dr. E.H. ter Kuile; De bouwgeschiedenis van het grafelijk paleis op het Binnenhof; Pagina 316/317 van: Tijdschrift Holland; 10de jaargang, december 1978 In opdracht van Floris IV wordt in de navolgende jaren (1230-1234) zijn hof in Loosduinen omgebouwd tot abdij met daarbij een nieuw gebouwde abdijkerk, welke verrijst in een bouwstijl die is geïdentificeerd als een vroege fase van de Scheldegotiek. Deze stijl is eveneens toegepast op het nieuwe grafelijke kasteel ter plaatse van wat later het Binnenhof zal gaan heten.Dr. L.Ph.C. van den Bergh, Oorkondenboek van Holland en Zeeland, Deel I.; no.351 en 353; Uitgeverij Frederik Muller, Amsterdam en Uitgeverij Martinus Nijhoff, Den Haag, 1866. Gearchiveerd op 25 september 2020.
In 1948 werd het 700-jarig bestaan van Den Haag gevierd omdat Floris' opvolger, graaf Willem II, in 1248 zou zijn begonnen om dat eerste grafelijke verblijf om te bouwen tot een als bestuurscentrum bruikbaar kasteel, het Binnenhof. Kroniekschrijver Johannes de Beke beschreef het in de eerste helft van de veertiende eeuw als ...een coninclic palaes, daer hi van hoghen saken des rijcs te richten plach.Johannes de Beke: Chronographia Johannis de Beke, Uitgegeven door H. Bruch, 1973-1982. Gearchiveerd op 12 maart 2023. Willem overleed in 1256, voordat zijn residentie voltooid was, maar zijn zoon Floris V zorgde ervoor dat de Ridderzaal voltooid werd, en voorzien van een verguld dak en torenspitsen. Rond het Binnenhof is later het dorp Den Haag ontstaan. De naam 'Haga' komt voor het eerst voor in een oorkonde van de graaf uit 1242.Noot: Op 6 september 1242. Er staat: "Dese letteren waren gemaket in die Haga"Dr. J.G. Kruisheer; Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299; Deel II, 1222 tot 1256; Pagina 220/221 nr. 626; Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen; Uitgeverij Van Gorcum, Assen/Maastricht, 1986;
Haagambacht De Ridderzaal en het Binnenhof werden versterkt, maar het dorp eromheen kreeg geen volledige stadsrechten, al bleef Den Haag residentie van de graven van Holland en hun opvolgers. Den Haag kon groeien als compromis tussen de Hollandse steden, maar diezelfde steden zorgden ervoor dat Den Haag geen vestingstad werd. Graaf Floris V vestigde het begin van Den Haag als bestuurseenheid, genaamd Haagambacht.Het Haags Gemeentearchief presenteert de tentoonstelling ‘Verjaardag van de stad’ in De Galerij., geraadpleegd op 2026-01-31. De oppervlakte van Haagambacht was aanzienlijk en omvatte behalve het dorp Die Haghe ook het vissersdorp Scheveningen, het Maria-bedevaartsoord Eikenduinen (thans begraafplaats Oud Eik en Duinen), LoosduinenDossier: Late middeleeuwen, geraadpleegd op 2026-01-31. (Half-Loosduinen) en de heerlijkheid Nieuwveen, dat thans Nootdorps grondgebied is.
Late middeleeuwen thumb|“De Vispartij”, een tekening uit ca. 1420, wordt tegenwoordig toegeschreven aan Jan van Eyck. Het werk geeft op de achtergrond waarschijnlijk het Binnenhof weer. Indien dit waar is, is het de oudste afbeelding van Den Haag. (Collectie Louvre, Parijs) Ten tijde van de late middeleeuwen begint dankzij de aanwezigheid van het grafelijke hof een gestage groei van de bevolking van Den Haag. Al zeker omstreeks 1400 telde Den Haag enkele duizenden inwoners, waardoor het in feite eerder een stad dan een dorp was. Na een aanvankelijk houten dorpskerk, die werd gebouwd in de dertiende eeuw, volgde in de veertiende eeuw een grote stenen kerk, die in de vijftiende eeuw verder werd vergroot, waardoor deze de omvang van een stadskerk kreeg, met een 92,5 meter hoge kerktoren.
Graaf Willem III van Holland gaf Den Haag in 1334 toestemming voor een eigen jaarmarkt. In 1344-1345 werd het Spui in opdracht van Willem IV van Holland, door het graven van het kanaal de Haagse Trekvliet, verbonden met de Vliet, hetgeen zorgde voor een waterverbinding met Delft en Leiden. Hierdoor kon de handel verder groeien. Onder de regering van hertog Albrecht van Beieren, als graaf van Holland, kreeg Den Haag een aantal belangrijke stedelijke rechten. Zo mocht het dorp vanaf 1370 een eigen rechtbank hebben en voortaan haar eigen keuren (verordeningen) vaststellen. Tevens mochten de inwoners zich vanaf dat jaar burgers noemen, een typisch stedelijk voorrecht. In 1391 verleende de graaf toestemming om een eigen vroedschap te kiezen en er mocht een lokaal bestuur worden gevormd, onder voorzitterschap van de baljuw.