Lodewijk II van Nassau-Weilburg, ook bekend als Lodewijk II van Nassau-Saarbrücken, Duitse voornaam Ludwig, (Weilburg, 9 augustus 1565Huberty et al. (1981). Medieval Lands - Nassau. Gearchiveerd op 30 juli 2023. Saarland Biografien - Ludwig II. gen. Felix von Nassau-Saarbrücken. Gearchiveerd op 7 april 2022. - Saarbrücken, 8 november 1627Jul.)Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeld: “Zie Knetsch en zie kennisgeving van overlijden d.d. Saarbrücken 8-11-1627 ‘heute Donnerstag, den 8. Dieses umb 4 Uhr vormittags’ (dus oude stijl).” Medieval Lands - Nassau vermeldt Saarbrücken 8/18 november 1627. Saarland Biografien - Ludwig II. gen. Felix von Nassau-Saarbrücken, Dek (1970) en Van der Venne/Stols (1937) vermelden Saarbrücken 8 november 1627. Becker (1989) en Vorsterman van Oyen (1882) vermelden de datum 8 november 1627. Schwennicke vermeldt de datum 18 november 1627. Gearchiveerd op 30 juli 2023. was graaf van Nassau-Ottweiler (een deel van het graafschap Saarbrücken), graaf van Nassau-Weilburg (een deel van het graafschap Nassau), en sinds 1602 graaf van Saarbrücken en Saarwerden. Hij stamt uit de Walramse Linie van het Huis Nassau. In 1605 verenigde hij alle bezittingen van de Walramse Linie in zijn hand. Hij regeerde over een groter gebied dan al zijn voorgangers en al zijn opvolgers.

Biografie thumb|left|Slot Ottweiler, tekening uit 1617 Jeugd en opleiding Lodewijk was de oudste zoon van graaf Albrecht van Nassau-Weilburg en Anna van Nassau-Siegen,Dek (1970).Van der Venne & Stols (1937).Vorsterman van Oyen (1882). dochter van graaf Willem I "de Rijke" van Nassau-Siegen en Juliana van Stolberg-Wernigerode.Schwennicke. Zijn familie verhuisde in 1575 van Weilburg naar Ottweiler. Lodewijk kreeg een gedegen opvoeding en studeerde Frans, Latijn en theologie. Na het bereiken van de leeftijd van 20 jaar maakte Lodewijk ter voltooiing van zijn opleiding een Grand Tour naar Genève, Lyon en Parijs. Na zijn terugkeer in Duitsland reisde Lodewijk langs de hoven van Marburg en Kassel. In Kassel leerde hij Anna Maria kennen, de oudste dochter van landgraaf Willem IV van Hessen-Kassel. Op 8 juni 1589 huwden Lodewijk en Anna Maria.

Graaf van Nassau-Ottweiler, Nassau-Weilburg, Saarbrücken en Saarwerden Na het overlijden van zijn vader op 11 november 1593, volgde Lodewijk hem op samen met zijn broers Willem en Johan Casimir. Hun oom graaf Filips III van Nassau-Saarbrücken werd tot voogd voor de jongste broer benoemd. Reeds op 6 maart 1594 verdeelden de drie broers de erfenis. Hun oom was hun daarbij behulpzaam. Lodewijk verkreeg de gebieden links van de Rijn, de heerlijkheid Ottweiler met Homburg, Kirchheim en Lahr, Willem verkreeg Weilburg en Burgschwalbach, en Johan Casimir verkreeg Gleiberg. De gravin-weduwe en moeder Anna verkreeg het ambt Wehen als weduwengoed.

Aangezien de residentie Burcht Gleiberg niet zo comfortabel was als de andere twee, ontving Johan Casimir 4.000 gulden van zijn broer Willem en 2.000 gulden van zijn broer Lodewijk om zijn residentie passend uit te kunnen bouwen. In de verdeling werd ook bepaald dat de burchten Homburg, Blieskastel, Lahr, Bensdorf en Helflingen gezamenlijk zouden worden beheerd. Vervreemdbare en onvervreemdbare schulden werden volgens een vastgelegde verdeelsleutel over de drie broers verdeeld.

Filips III van Nassau-Saarbrücken sloot op 12 augustus 1594 met zijn neven een erfverdrag, aangezien hij zelf geen mannelijke nakomelingen had. De drie broers zouden na zijn overlijden alle landen onder elkaar moeten verdelen. Zijn dochter Anna Amalia, die met graaf George van Nassau-Dillenburg getrouwd was, zou een bedrag van 20.000 gulden, dat haar volgens het op 13 maart 1574 tot stand gekomen verdrag toekwam, alsook nog eens 20.000 gulden als vergoeding voor fruit, wijn, kleding, keuken- en huisgerei, moeten ontvangen.

Lodewijks broer Willem overleed op 19 november 1597. De overlevende broers Lodewijk en Johan Casimir verklaarden de erfenis tot gemeenschappelijk bezit en regeerden dit samen. In 1599 werd Johan Casimir meerderjarig verklaard.

Filips III van Nassau-Saarbrücken stelde op 22 juli 1601 een nieuw verdrag op ten gunste van zijn neven. Hij overleed op 12 maart 1602, waarbij de broers de vastgelegde erfenis verkregen. Voordat de erfenis aanvaard kon worden, overleed Johan Casimir op 29 maart 1602. Met zijn dood stierf de tak Nassau-Gleiberg uit en zijn hele erfenis viel aan de enige overlevende broer, Lodewijk.

In 1605 overleed Johan Lodewijk II van Nassau-Idstein, de laatste van het Huis Nassau-Wiesbaden-Idstein. Lodewijk volgde hem op, en verenigde zo alle bezittingen van de Walramse Linie in zijn hand.

Bestuur van het graafschap thumb|left|Gravure van Slot Saarbrücken door Matthäus Merian de Oude Lodewijk verplaatste in 1602 zijn regeringszetel naar het Slot Saarbrücken. In hetzelfde jaar schonk hij een jaarrente aan het ziekenhuis van Saarbrücken. Hij zorgde voor een betere opleiding van de bevolking. De Latijnse school van het Klooster Sint-Arnual bouwde hij in 1604 om tot een gymnasium, dat heden ten dage nog steeds zijn naam draagt. Zijn inspanningen om het lager onderwijs te verbeteren brachten weliswaar een voorsprong ten opzichte van Keur-Trier en Lotharingen, maar bereikten niet het niveau van Palts-Zweibrücken. Hij sloot een verdrag met hertog Hendrik II van Lotharingen en aartsbisschop Lothar von Metternich van Trier voor het bevaarbaar maken van de Saar. Onder zijn bewind steeg de welvaart van het land, zo startte de kolenhandel uit de mijnen Dudweiler en Sulzbach en werden de ijzermijnen in de buurt van Schiffweiler, Wiebelskirchen en in het Sinnerthal geopend. Anderzijds greep in het landsbestuur onder hem zorgeloosheid in financieel beheer en corruptie in het ambtenarenapparaat om zich heen.

thumb|Gedenksteen voor de restauratie van het Koningskruis in Göllheim, 1611 Lodewijk droeg zijn archivaris Johann Andreae op om het archief van Saarbrücken te ordenen, en de schilder Henrich Dors uit Altweilnau om alle grafmonumenten van de familie te tekenen, waaruit in 1632 het belangrijke Epitaphienbuch ontstond. In 1611 liet hij in Göllheim, op de plaats van het overlijden van koning Adolf van Nassau († 1298), het oude Koningskruis renoveren. Daar herinnert een uit die tijd stammende gedenkplaat aan.

Buitenlandse politiek De accumulatie van bezittingen - hij regeerde over een groter gebied dan al zijn voorgangers, en al zijn opvolgers - kwam niet overeen met het politieke gewicht van Lodewijk. Zowel in de Gulik-Kleefse Successieoorlog (1609-1614) als in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) handhaafde hij een voorzichtige neutraliteit, die knellende inkwartieringen in zijn bezittingen echter niet voorkomen kon. Contacten met koning Hendrik IV van Frankrijk ontwikkelden zich niet tot een alliantie. De reeds door zijn voorgangers ingezette schepping van een afgesloten territorium zette hij met succes voort. Mijlpalen daarbij waren de grenscorrectieverdragen met Palts-Zweibrücken in 1604 en Lotharingen in 1621.

Kerkpolitiek In de kerkpolitiek naderde Lodewijk aan de ene kant de lutherse orthodoxie, doordat hij in de gereviseerde kerkordening uit 1617 de Augsburgse Confessie vastlegde, aan de andere kant tolereerde hij het voortbestaan van Waalse gemeenten in het graafschap Saarwerden, en bracht, waarschijnlijk om mercantilistische redenen, hugenootse glasblazers uit de Argonne onder in de Warndt (Ludweiler), links van de Saar. Door een conformiteitsbevel probeerde hij, de Nassau-Saarbrückense landskerk een uniforme vorm te geven. Het nonnenklooster Klarenthal bij Wiesbaden zette hij in 1607 om in een ziekenhuis.

Bouwheer Lodewijk was architectuur en beeldhouwkunst toegedaan. Slechts een paar maanden na de erfenis van het graafschap Saarbrücken in 1602 liet hij het plaatselijke kasteel met behoud van de middeleeuwse delen door Heinrich Kempter von Vic tot een modern renaissancegebouw ombouwen, dat ook opmerkelijke muurschilderingen en stucwerk ontving. Ook de burchten in Idstein en Kirchheim liet Lodewijk uitbreiden.

Overlijden, begrafenis en opvolging Lodewijk overleed in Saarbrücken op 8 november 1627Jul.. Hij werd begraven in de Stiftskirche Sankt Arnual op 12 december 1627. Omdat een eerstgeboorterechtregeling ontbrak, werden zijn landen na Lodewijks dood onder zijn zonen verdeeld.

Huwelijk en kinderen thumb|Grafmonument voor Anna Maria van Hessen-Kassel en haar kinderen Filips, Louise Juliana en Dorothea in de Stiftskirche Sankt Arnual Lodewijk huwde te Kassel op 8 juni 1589Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Wij vonden een brief in het Staatsarchiv te Wiesbaden d.d. Berleburg 3-4-1589 waarin het huwelijk aangekondigd wordt op 4-6. Köllner (1841) schrijft dat het huwelijk gesloten is te Kassel op 4-6-1589 (Heimführung Weilburg 11-7-1590) gebaseerd op voornoemde brief. Knetsch schrijft dat het huwelijk gesloten is Cassel 8-6-1589 (Heimführung Weilburg 12-7-1590) bevestigd door verscheidene brieven in het Staatsarchiv te Wiesbaden waarin de ouders de gebeurtenis aankondigen voor Kassel 8-6-1589. Een brief ten slotte van landgraaf George van Hessen, oom van de bruid, van 6-6-1589 verzoekt aan graaf Albrecht van Nassau, vader van de bruidegom, om zich op 8-6-1589 naar Kassel te begeven voor de huwelijkssluiting, zodat het huwelijk dus niet op 4-6 gesloten kan zijn.” Medieval Lands - Nassau en Dek (1970) vermelden eveneens Kassel 8 juni 1589. Saarland Biografien - Ludwig II. gen. Felix von Nassau-Saarbrücken vermeldt Rotenburg/Fulda 4 juni 1589, Saarland Biografien - Anna Maria von Nassau-Saarbrücken daarentegen vermeldt Kassel 4 juni 1589. Schwennicke vermeldt de datum 8 juni 1589. Gearchiveerd op 30 juli 2023. met Anna Maria van Hessen-Kassel (Kassel, 27 januari 1567 Saarland Biografien - Anna Maria von Nassau-Saarbrücken. Gearchiveerd op 7 april 2022. - Neunkirchen, 21 november 1626Jul.),Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Knetsch vermeldt dat ze is overleden te Neunkirchen op 21-11-1626 en begraven in de Sankt Arnual bij Saarbrücken op 12-12. Volgens Hagelgans (1753) en Vorsterman van Oyen (1882) daarentegen overleed ze op 8-11 (volgens de inscriptie op het grafmonument). Die datum is onjuist, want gevonden in het Staatsarchiv te Wiesbaden: de lijkrede die op alle punten de vermeldingen van Knetsch bevestigd en een ontwerp van de kennisgeving van het overlijden geredigeerd te Neunkirchen 21-11-1626 die vermeldt dat het overlijden plaatsvond ‘aujord’hui, mardi, à heures du matin’ die het mogelijk maakt niet alleen op onweerlegbare wijze de overlijdensdatum maar ook de stijl volgens welke deze is berekend (oude stijl) vast te stellen.” Medieval Lands - Nassau vermeldt Neunkirchen 21 november 1626. Schwennicke vermeldt de datum 21 november 1626. Saarland Biografien - Anna Maria von Nassau-Saarbrücken, Dek (1970) en Van der Venne & Stols (1937) vermelden Neunkirchen 8 november 1626. Gearchiveerd op 30 juli 2023. dochter van landgraaf Willem IV van Hessen-Kassel en Sabina van Württemberg. Anna Maria overleed aan de pest. Ze werd op 12 december 1626 begraven in de Stiftskirche Sankt Arnual. Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren: Willem Lodewijk (Ottweiler, 18 december 1590 - Metz, 22 augustus 1640), volgde zijn vader op.