Roeselare (Frans: Roulers) is een centrumstad in de Belgische provincie West-Vlaanderen. De stad telt ruim 67.000 inwonersBevolking per gemeente op 1 januari 2024 en ligt centraal in de provincie. De stad is van oudsher een handelsstad en staat ook wel bekend als de Rodenbachstad. De belforttoren en het Klein Seminarie zijn belangrijke bezienswaardigheden.

Geschiedenis Roeselare werd al vermeld in 847: in territorio Menap quod nunc Mempiscum appellant ... RollareRecueil des actes de Charles II le Chauve, roi de France, red. Ferdinand Lot, 1943, nr. 92 en was vanaf de 10e eeuw een belangrijke nijverheids- en handelsplaats, die in 1250 stadsrechten en privileges kreeg.

Rond 1260 werd op de markt een belfort en halle gebouwd. Omdat er geen verdedigingswerken rond de stad waren opgetrokken, was de stad een gemakkelijk doelwit voor plunderaars. Om de veiligheid te garanderen, werden in Roeselare al snel enkele schuttersgilden opgericht. Die konden uiteraard weinig verrichten tegen oorlogsgeweld. In 1488 en 1492 werd de stad verwoest door het leger van Maximiliaan van Oostenrijk. Zo goed als alle vroegmiddeleeuwse bouwwerken waren met de grond gelijk gemaakt. De stad werd rond 1500 opnieuw opgebouwd, in een andere bouwstijl dan voorheen.

Het centrum van Roeselare behoorde steeds tot de heerlijkheid Wijnendale.

Enige tijd was er vrede in Roeselare, maar dit was slechts stilte voor de storm. Op 26 augustus 1566 trok de beeldenstorm door de stad. Verschillende beelden uit de Sint-Michielskerk en uit de halle sneuvelden. Na het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog verdween de ooit bloeiende lakenindustrie volledig uit Roeselare en volgde een periode van economisch verval. Deze donkere periode kende echter een lichtpuntje: in Venetië werd Roeselarenaar Adriaan Willaert een gevierd componist van meerstemmige muziek.

In 1609 werd het Twaalfjarig Bestand afgeroepen. Roeselare herrees, maar niet voor lang, want vanaf 1640 begon de oorlog opnieuw.

Door de vrede van Nijmegen in 1678 werd Roeselare een deel van Frankrijk en zo ook een grensstad, met alle gevolgen van dien. Roeselare werd een beruchte smokkelroute. De stadskas was leeg en er was dus geen geld om het belfort en de halle te herstellen. Dit had tot gevolg dat op 30 oktober 1704 het belfort instortte. In zijn val vernielde de toren het grootste deel van de halle zelf. Met het puin werd een nieuwe, kleinere opgetrokken, die echter afbrandde in 1749. De kelders van het vroegere belfort bevinden zich nog steeds onder het marktplein.

Ondanks de vele verwoestingen en rampen die Roeselare tijdens haar geschiedenis gekend heeft, bleef de Sint-Michielskerk in redelijk goede staat. Toch is de toren als gevolg van een hevige storm op 19 januari 1735 ingestort. De toren werd herbouwd; enkele tientallen meters korter. De drie grote rampen verklaren grotendeels, dat de kerk drie bouwstijlen kent. Rond 1770 werd het stadhuis in rococostijl gebouwd.

Na de slag bij Waterloo werd Roeselare weer Nederlands, tot de onafhankelijkheid van België. De onafhankelijkheid bracht ook armoede mee. Gelukkig verbeterde de situatie aanzienlijk na de aanleg van de spoorweg Kortrijk-Brugge (1838) en na de uitvinding van de stoommachine.

Van 1862 tot 1872 werd het kanaal naar de Leie gegraven. Ook dit zorgde voor een heropleving van de economie. Nadat het kanaal gegraven was werden aanlegsteigers gebouwd en groeide de industrie in Roeselare, wat tot een bevolkingstoename leidde. Roeselare stond bekend als het Manchester van België. miniatuur|Fragment uit het Rodenbachsblad uit 1909. Bewaard in de Universiteitsbibliotheek Gent Op 28 juli 1875 vond de Groote Stooringe plaats, een studentenopstand tegen het gebruik van Frans in het onderwijs, geleid door Albrecht Rodenbach. Rodenbach stichtte tal van studentenverenigingen en was ook schrijver. Rodenbach was in Roeselare zo populair dat er na zijn dood een krant naar hem werd vernoemd, het Rodenbachsblad.

De stad had tijdens de Eerste Wereldoorlog veel te lijden van het geallieerde artillerievuur. Tijdens Schuwe Maandag op 19 oktober 1914 volgde een vergelding voor de geboden tegenstand tegen de Duitse bezetter in het begin van de oorlog. Duitse soldaten trokken een spoor van moord en vernieling doorheen Roeselare, staken 252 huizen in brand en vermoordden zo'n 240 burgers. De Duitse bezetter dacht dat de Roeselaarse bevolking op hen geschoten had. Er was weerstand geweest, maar die kwam van een compagnie Franse Dragonders die de aftocht van hun kameraden moest dekken.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de stad heropgebouwd, maar was pas volledig klaar toen de Tweede Wereldoorlog begon. De stad heeft niet veel geleden onder de Tweede Wereldoorlog en werd door de Polen bevrijd. Getuige hiervan is het Polenplein, voordien de Houtmarkt, de gedenkstenen voor de gesneuvelde Poolse soldaten en het Pools Monument op de Onze-Lieve-Vrouwemarkt.

Roeselare stond, vooral in de 19e en 20e eeuw, ook bekend om zijn nieuwmarkters. Nieuwmarkters waren handelaars van de nieuwe markt en vormden rond die markt een eigen getto. Nieuwmarkters hadden onder elkaar een eigen taal, zoals het Bargoens, en stonden er om bekend dat ze alles aan iedereen konden verkopen. Hoewel de meeste nieuwmarkters bijna geen Frans, Duits of Engels spraken, slaagden ze er toch in om in Wallonië of aan buitenlanders in Roeselare (bijvoorbeeld tijdens de wereldoorlogen) goederen te verkopen met grote winsten. De kleine, goedkope huisjes waarin de nieuwmarkters leefden bestaan nog altijd rond de Blekerijstraat en de omgeving van het oude begraafplaats in Roeselare.

Eind jaren 1940 werd de REO-groenten- en fruitveiling in gebruik genomen. Deze is nog steeds de grootste groenten- en fruitveiling van Vlaanderen. In 1965 werd Beveren bij Roeselare gevoegd, in 1977 Oekene en Rumbeke.

Naamgeving De naam Roeselare heeft in de loop der tijden talrijke spellingvarianten gekend. Vooral het eerste deel van de naam is veelvuldig gewijzigd. Tot het einde van de 11e eeuw was dit bijna haast altijd Ros. Daarna werd de o gaandeweg en ten slotte definitief vervangen door de oe-klank, aanvankelijk en korte tijd nog als u geschreven, maar daarna tot omstreeks het einde van de 15e eeuw oe. Onder invloed van het Frans (Roulers) werd de oe-klank vanaf dan als ou geschreven. Pas vanaf 1937, toen de moderne plaatsnamenspelling werd aangenomen, werd teruggegrepen naar de oe en werd Roeselare de officiële naam. De schrijfwijze Roeselare (teruggevonden in documenten van de periode 1302-1520) is dus veel ouder dan bijvoorbeeld Roussellaere (16e eeuw en later).

De betekenis van de naam is in de loop der eeuwen felomstreden. De nieuwste linguïstische bevindingen geven volgende uitleg: roes zou terug te leiden zijn op de Gotische wortel raus (riet). Afgaande op de oudste vormen die van laar bekend zijn, gaat dit woord terug op het Germaanse hlaeris, een open plaats in het bos. Deze taalkundige bevindingen worden bevestigd door de ligging van Roeselare. In de vroegste tijden lag Roeselare helemaal in het Vlaamse Woud – tientallen bostoponiemen herinneren daar nog aan. Een daarin liggend laar, dus een open plaats, was de beginkern van het huidige Roeselare. Gelet op het feit dat een tiental waterlopen in het Roeselaarse laar samenvloeien, was dit waarschijnlijk een drassig en moerasachtig gebied waar riet goed gedijt. Samengevat is Roeselare dus een drassige, met riet begroeide open plaats in een bos.

Kernen thumb|Roeselare, deelgemeenten en buurgemeenten. De gele gebieden zijn bebouwde kernen Naast het centrum van Roeselare zelf telt de gemeente nog de deelgemeenten Beveren, Oekene en Rumbeke.

De kernen Beveren en Rumbeke zijn door nieuwe bebouwing en bedrijventerreinen vergroeid geraakt met het stadscentrum van Roeselare. De kleine kern van Oekene ligt op de grens van het landelijke open gebied ten zuiden van de stad en de verstedelijking bij Rumbeke. De agglomeratie van de stad strekt zich uit langs het kanaal Roeselare-Leie, bijna tot aan de agglomeratie van de nabijgelegen kleinere stad Izegem.

In de gemeente Roeselare liggen nog enkele kleinere gehuchten, in deelgemeente Roeselare zelf De Ruiter, in deelgemeente Beveren Kapelhoek. Op het grondgebied Rumbeke ligt langs de steenweg naar Menen (N32) op minder dan een kilometer ten zuiden van de grote ring, circa 3 km van het stadscentrum, het dorp Zilverberg (V). Het dorpje Beitem (VI) ligt ongeveer drie kilometer meer zuidelijker langs dezelfde weg.

De stad zelf telt verscheidene katholieke parochies, namelijk Sint-Michiel, Sint-Amand, Heilig-Hart, Sint-Jozef, Heilige-Godelieve en Onze-Lieve-Vrouw (de wijk Krottegem) en er is een protestantse kerk.

Naam Opp.(km²)https://statbel.fgov.be/fr/open-data/population-par-secteur-statistique-10 Inwoners(2025) Inwonersper km² NIS-code 1 Roeselare (I) 24,19 43.714 1.807 35015A 2 Beveren (II) 10,44 6.168 591 35015A7 3 Oekene (IV) 5,39 1.759 326 35015B 4 Rumbeke (III) 20,38 15.247 748 35015C

De gemeente Roeselare grenst aan de volgende gemeenten en dorpen:

Wijken Schiervelde Krottegem Beekkwartier Rodenbachkwartier Sint-Jozef Havenbuurt Groenpark Ruiter Prinsenhof Barnumerf Biezenhof Zuidmolen Siberië Klokkeput gecentreerd|982x982px Bezienswaardigheden thumb|Grote Markt van Roeselare met het belfort en het stadhuis

Kerken en kloosters De Sint-Michielskerk is de decanale kerk. Het is een laatgotische kerk uit 1504. De Sint-Amandskerk is een neoromaanse kerk uit 1869-1872, hoofdzakelijk in baksteen opgetrokken. De Heilig Hartkerk is een kerk uit 1933. Het is een relatief moderne kerk met art deco kenmerken, die werd gebouwd toen bij zuidelijke stadsuitbreiding een afzonderlijke Heilige Hartparochie werd opgericht. De protestantse kerk, ook wel "De Geuzentempel" genoemd, is een klein kerkje uit 1877. De Onze-Lieve-Vrouwekerk van 1867. Het Klein Seminarie is een gebouwencomplex met delen van de 17e tot 20e eeuw. Het was oorspronkelijk een klooster. In 1806 kwam er de schoolinstelling Klein Seminarie, waar Albrecht Rodenbach school liep en waar ooit Guido Gezelle en Hugo Verriest doceerden. De bijhorende kerk werd in de eerste helft van de 18e eeuw gebouwd. Het Klooster van de Zusters der Arme Klaren werd gesticht in 1867. Rond 1871 werd er ook een kerkje bij gebouwd. In 1868-1871 bouwden de paters redemptoristen een klooster, met in 1872-1874 een neogotische kerk, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand. Het Klooster van de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid De Sint-Godelievekerk van 1981. De Sint-Jozefskerk van 1951.

Overige bouwwerken De Grote Markt. De Bonte Os Hotel & Tower Het stadhuis bestaat uit twee delen. Het oude deel dateert in uit 1770-71 en is gedeeltelijk in rococostijl opgetrokken. In 1924 werd een modern gedeelte toegevoegd, met op de hoek een belforttoren. Onder de Grote Markt liggen de resten van de stadshallen en het oorspronkelijke belfort (bouwjaar: ca. 1260). Dit stortte op 30 oktober 1704 in en werd slechts een tiental jaren geleden opnieuw ontdekt bij de heraanleg van de Grote Markt. De Brouwerij Rodenbach De Duitse communicatiebunker in de Sint-Hubrechtsstraat, te midden van de huizen. Net buiten het stadscentrum, in de deelgemeente Rumbeke, ligt het kasteel van Rumbeke op het Domein Sterrebos. De oude stedelijke begraafplaats. miniatuur|Onze-Lieve-Vrouwemarkt met gelijknamige kerk op de achtergrond. Dit is het voornaamste plein in het stadsdeel Krottegem. (anno 2017)

Beelden en monumenten Het Standbeeld van Albrecht Rodenbach, op het De Coninckplein. Sierlijkheid, in het Park van de Walle langs de Meensesteenweg. Koning Boudewijnmonument op het Astridplein ter ere van Koning Boudewijn. Gedenkteken voor beeldhouwer Jules Lagae en beeldengroep Spelende Kinderen, nabij Stationsplein. De Drie Blauwvoeten, bij de Botermarkt, herinnert aan de Groote Stooringhe. Monument voor Guido Gezelle en voor Constant Lievens, in het Klein Seminarie. Borstbeeld van Hugo Verriest in de Hugo Verrieststraat.