Krabben (Brachyura) zijn een groep van kreeftachtige dieren die behoren tot de orde tienpotigen (Decapoda). De wetenschappelijke naam Brachyura betekent letterlijk korte staart en verwijst naar het onder het buikschild geklapte achterlijf, waardoor krabben in tegenstelling tot andere kreeftachtigen geen zichtbare staart hebben.Krabben worden ook wel kortstaartigen of kortstaartkreeften genoemd vanwege hun gereduceerde achterlijf. De onderzijde van een krab is eigenlijk zijn staart en dit is een belangrijk verschil met alle andere kreeftachtigen.
Krabben worden verder gekenmerkt door een afgeplat lichaam dat breder is dan lang en omgeven wordt door een rugpantser (carapax), de ogen die duidelijk op steeltjes staan en het tot grijpscharen omgebouwde voorste paar poten. Andere opmerkelijke eigenschappen zijn de zijwaartse manier van voortbeweging en het vermogen zich snel in te graven.
De meeste krabben leven in zee en zijn te vinden van de diepzee tot in de getijdenzone. Een aantal soorten heeft de zee verlaten en heeft zich aangepast aan het leven in zoet water. Sommige soorten worden op het land aangetroffen, meestal in vochtige bossen. Voor de voortplanting zijn alle krabben echter afhankelijk van oppervlaktewater. Veel soorten die niet in zee leven moeten jaarlijks naar de zee trekken om de eitjes af te zetten. De larven van krabben zijn microscopisch klein en leven als plankton op open zee.
Er zijn ongeveer 8600 beschreven soorten, die verspreid over de hele wereld voorkomen. In België en Nederland zijn 38 soorten bekend die inheems zijn of meer sporadisch worden aangetroffen, zie hiervoor de lijst van krabben in België en Nederland.
Naamgeving De benaming 'krab' wordt soms gegeven aan kreeftachtigen die strikt genomen niet tot de krabben horen maar hier wel sterk op lijken, zie ook onder onderscheid met andere dieren. Er zijn echter ook dieren en zelfs planten die de naam 'krab' dragen maar niet op krabben lijken. De naam krab slaat dan op een kenmerk dat aan krabben doet denken. Een voorbeeld is de krabbenscheer (Stratiotes aloides), waarvan de schutbladeren van de bloemstelen doen denken aan de scharen van een krab.De Heimanshof - Krabbenscheer - Website Iemand die krabben bestudeert wordt een carcinoloog genoemd.
De Nederlandse naam krabben wordt al sinds lange tijd gebruikt en stamt van het Middelnederlandse woord crabbe. De naam slaat op de voortbeweging en is afgeleid van krabbelen, dat kruipen betekent.Jan de Vries, F. “de” Tollenaere, Maaike Hogenhout-Mulder - Nederlands etymologisch woordenboek - Website (directe link) In het Duits wordt de krab een 'Krabbe' genoemd, in het Engels een 'crab'.
Verschillende verschijnselen in de natuur zijn naar de krab genoemd. Een van de bekendere is de krabnevel, die zijn naam dankt aan de schets die van de nevel gemaakt werd en lijkt op een krab. De namen die men in verschillende talen aan bepaalde dieren of objecten geeft worden nogal eens door elkaar gebruikt. Zo wordt het sterrenbeeld Kreeft in andere talen wel met 'krab' aangeduid, en vaak ook als een krab afgebeeld. In het Nederlands en Duits wordt gesproken over heremietkreeften, maar in het Engels heten de dieren hermit crabs. De degenkrabben behoren tot een geheel andere groep van geleedpotigen en zijn meer verwant aan de spinnen dan aan de krabben. De krabspinnen (Thomisidae) zijn een familie van vaak goed gecamoufleerde spinnen. Krabspinnen hebben de gewoonte zich zijwaarts voort te bewegen en de verlengde voorste poten voor zich uit te houden, net als een krab.
De naam "krab" komt daarnaast voor in verschillende Nederlandstalige toponiemen. Voorbeelden zijn de recreatieplas Krabbeplas, de buurtschap Krabbenhoek in de gemeente Hulst. De dorpen Krabbendam in de gemeente Schagen en Krabbendijke in de gemeente Reimerswaal hebben daarentegen hoogstwaarschijnlijk niets met deze kreeftachtigen te maken, maar met de houten paaltjes (krabben!) die ter bescherming van een dam of dijk werden geplaatst. Zie in dezen ook de site van de etymologiebank.
Kenmerken thumb|260px|Krabben kunnen alle kleuren hebben; deze Geosesarma-soort is paars en heeft oranje ogen.
Krabben hebben net als alle kreeftachtigen een gesegmenteerd lichaam en poten. De lichaamsbouw van krabben is karakteristiek omdat het lichaam breed en plat is en een achterlijf lijkt te ontbreken. Krabben worden door hun afwijkende lichaamsvorm zelfs op een andere manier gemeten in vergelijking met andere dieren; niet de lengte van kop tot staart wordt als maat gebruikt, maar de breedte van het rugschild. De meeste krabben worden middelgroot, ongeveer 5 tot 15 centimeter. Veel soorten blijven kleiner en andere soorten kunnen behoorlijk groot worden. Reuzenkrabben worden qua schildlengte vaak niet groter dan de noordzeekrab (40 centimeter), maar de enorme, hooiwagenachtige poten maken dat de dieren er vervaarlijk uitzien. De scharen zijn vaak zeer krachtig.
De allergrootste krab is de Japanse reuzen- of spinkrab (Macrocheira kaempferi), die in de Grote Oceaan rond Japan voorkomt tot dieptes van 300 meter. De krabben hebben een schildbreedte van ongeveer 35 centimeter maar door de enorme poten kan de spanwijdte zo'n vier meter bedragen en een 'schofthoogte' van anderhalve meter worden bereikt.De kleinste krabben behoren tot de erwtenkrabbetjes (Pinnotheridae), ze worden ongeveer anderhalve centimeter lang. Ook het nagelkrabje (Thia scutellata, familie Thiidae) is een kleine soort die een carapaxlengte van maximaal 22 millimeter bereikt. Bij krabben worden de mannetjes gemiddeld iets groter dan de vrouwtjes.
Krabben kunnen de meest uiteenlopende kleuren hebben, zo zijn er soorten die geheel wit van kleur zijn maar ook zwarte soorten komen voor. Een aantal soorten heeft bonte kleuren, zoals rood, blauw en paars. Een voorbeeld is de Zuid-Amerikaanse soort Grapsus grapsus, die een blauw lichaam heeft met een gele bovenzijde en helderrode poten.Encyclopedia of Life - Grapsus grapsus - Website De meeste krabben echter zijn goed gecamoufleerd en hebben een kleur die ze doet wegvallen tegen de achtergrond van het natuurlijke leefgebied. Veel krabben zijn zandkleurig, of hebben ronde vlekken zodat ze moeilijk zichtbaar zijn tegen een kiezelige bodem waarop ze leven.
Kop miniatuur|Onderdelen van de kop
De kop van krabben is samengegroeid met het borststuk maar is te herkennen aan de uitsteeksels. De bovenzijde van het rugschild aan de voorzijde wordt het rostrum (1) genoemd en is vaak getand. Krabben hebben zogenaamde samengestelde ogen (2) op foto, (3) op figuur; het oog is opgebouwd uit vele honderden staafvormige oogjes die ieder een eigen lens hebben, net als bij de ogen van insecten. De oogjes worden de ommatidia genoemd, het aantal kan sterk variëren per soort. Krabben die een goed ontwikkeld gezichtsvermogen hebben, zoals de wenkkrabben, kunnen tot 30.000 verschillende ommatidiën hebben per oog, de strandkrab (Carcinus maenas) heeft er ongeveer 7000.
Het gezichtsvermogen stelt krabben niet alleen in staat prooien en vijanden waar te nemen, ze kunnen navigeren door de stand van de zon als kompas te gebruiken en ook kan gepolariseerd licht worden waargenomen. Hierdoor kunnen krabben na een foerageertocht weer naar het eigen hol terugkeren. Ook krabben die over het land trekken naar de zee gebruiken dit trucje hoewel ze daarnaast landschapskenmerken kunnen herkennen. Het goede gezichtsvermogen van veel landbetredende soorten stelt ze in staat van relatief grote afstand potentiële partners en vijanden te herkennen, zoals aanvliegende vogels. Van de ook in Europa voorkomende wenkkrab Uca tangeri is bekend dat een mens kan worden waargenomen op een afstand van 19 meter.
De samengestelde ogen van krabben staan op steeltjes en kunnen worden ingeklapt in brede groeven in de kop. Bij de meeste soorten zijn deze steeltjes niet opvallend lang, maar er zijn uitzonderingen die juist zeer langgesteelde ogen hebben. Een aantal soorten heeft een puntige vergroeiing boven het oog, wat de krab een opvallende verschijning maakt. Deze 'hoorntjes' spelen waarschijnlijk een rol bij de balts, zie onder communicatie. Een aantal krabben hebben weinig ontwikkelde ogen en sommige soorten zijn nagenoeg blind, zoals soorten die in de diepzee leven. Dergelijke soorten zijn afhankelijker van tastzintuigen. Deze bestaan uit kleine tasthaartjes die over het gehele lichaam verspreid zijn. Krabben hebben in de regel ook tasthaartjes in de pootgewrichten zodat de stand en positie hiervan steeds bekend is. Dergelijke tastzintuigen worden wel proprioreceptoren genoemd, proprius betekent 'eigen' en verwijst naar het feit dat de receptoren alleen de eigen bewegingen waarnemen.
Aan de voorzijde van het schild, tussen de ogen, zijn de antennes gelegen (3) op foto, (2) op figuur. Dit in tegenstelling tot andere kreeftachtigen zoals de heremietkreeften, waarbij de antennebasis achter de ogen gepositioneerd is. Een krab heeft twee paar antennes die niet opvallend groot worden in vergelijking met andere geleedpotigen. Met de antennes kan de krab geuren waarnemen en zo voedsel opsporen. De antennes spelen een rol bij het aftasten van de directe omgeving, zoals rotsspleten. Aan de binnenzijde zijn twee korte antennes aanwezig die de antennules worden genoemd, aan de buitenzijde zijn twee langere antennes gelegen die gesegmenteerd zijn en een zweepachtig uiteinde hebben, dit wordt het flagellum genoemd.
De monddelen van krabben bestaan uit zes paar gelede aanhangsels, waarvan er drie uit de kop zijn ontsproten en drie paar zijn geëvolueerd uit looppoten, ze zijn als zodanig herkenbaar vanwege de duidelijke segmentatie. De buitenste monddelen zijn aan de voorzijde gelegen en worden maxillipeden genoemd, het eerste paar is gelegen voor de mondopening en is vanaf de buitenzijde goed zichtbaar, de andere maxillipeden zijn aan de binnenzijde gelegen. Met het eerste paar maxillipeden worden ook de ogen gereinigd. De binnenste drie paar monddelen zijn aanhangsels van de kop. Ze bestaan uit één paar mandibels en twee paar maxillae. De monddelen bevatten smaakreceptoren, ze verkleinen het voedsel en brengen het in het spijsverteringskanaal.
Lichaam miniatuur|Onderdelen van de krab
Krabben lijken door hun grote pantser of carapax uit één geheel te bestaan, maar net als alle geleedpotigen hebben ze een gesegmenteerd lichaam. De krab heeft een lichaam dat bestaat uit twee delen; een cephalothorax of kopborststuk en een achterlijf, het achterlijf wordt bij krabben wel pleon genoemd. Het kopborststuk wordt beschermd door een groot en hard schild dat de kop en het middendeel van het lichaam herbergt zodat alleen de poten uitsteken. Het schild is met de kop vergroeid zodat deze niet is afgesnoerd zoals bij de meeste dieren. Net als alle kreeftachtigen hebben krabben ook een gesegmenteerd achterlijf, dit is echter altijd onder het rugschild gekromd en dit is het belangrijkste verschil met alle andere kreeftachtigen. Een uitzondering vormen de soorten uit de kleine familie Raninidae, die hierdoor als primitief worden beschouwd. Bij sommige krabben is het kopborststuk anders van vorm, zoals de gestekelde sponspootkrab (Inachus dorsettensis), die een peervormig lichaam heeft. De gewone hooiwagenkrab (Macropodia rostrata) heeft een zeer klein kopborststuk en lijkt hierdoor op een hooiwagen.