Europa is het werelddeel dat zich bevindt ten westen van het werelddeel Azië en ten noorden van het werelddeel Afrika. Het wordt eveneens begrensd door de Middellandse Zee, de Noordelijke IJszee en de Atlantische Oceaan. Het werelddeel Europa telde midden 2019 ongeveer 746 miljoen inwoners:Cijfers 2019 van de Deutschen Stiftung Weltbevölkerung (; 0,6 MB). Gearchiveerd op 30 juni 2023. circa 11% van de totale wereldbevolking. Daarmee is het wat bevolking betreft het op twee na grootste werelddeel (na achtereenvolgens Azië en Afrika). Qua landoppervlakte is het het op een na kleinste werelddeel (circa 6,8 procent).

Europa heeft sinds eeuwen eigen culturele kenmerken en heeft daarvoor heel wat te danken aan contact met andere culturen en invloeden uit het Midden-Oosten en Azië, alsook uit de voormalige koloniale gebieden elders in de wereld. De basis van de Europese cultuur wordt onder andere gevormd door de culturele en religieuze erfenis afkomstig van de Grieks-Romeinse tijd – deels indirect via de Arabische Wereld en Perzië – het christendom, de renaissance, het 16e-eeuwse humanisme, het politieke en wetenschappelijke denken van de Verlichting en de Franse Revolutie. Europa's rijke en dynamische materiële cultuur komt onder meer tot uiting in de bloei van muziek, beeldhouwkunst en schilderkunst maar blijkt ook uit de vele hogescholen, universiteiten, archieven en musea.

Geografie

thumb|Ontbossing in Europa

Omvang Wat betreft oppervlakte is Europa het op een na kleinste werelddeel (na Australië). In totaal beslaat het een gebied van 10.400.000 km². In oost-westrichting zijn de uitersten IJsland en Nova Zembla, in noord-zuidrichting zijn dat Frans Jozefland en Kreta, of het iets zuidelijker gelegen eilandje Gavdos, dat onder de bestuursregio Kreta valt. Het werelddeel kan worden verdeeld in drie hoofddelen: een romp die ruwweg bestaat uit Oekraïne, Wit-Rusland en de Baltische staten en het Russisch gebied ten westen van de Oeral, een Scandinavisch schiereiland en een Europees schiereiland. Het schiereiland Europa, dat in het oosten begrensd wordt door de kortste verbindingslijn (van Kaliningrad tot Odessa) tussen de Oostzee en de Zwarte Zee, is iets groter dan het Arabisch Schiereiland, en vertakt op zijn beurt weer in kleinere schiereilanden zoals het Iberische (Spanje en Portugal), het Apennijnse (de 'laars' van Italië), de Balkan (Griekenland) en Jutland (Denemarken).

Europa wordt in dit artikel gedefinieerd als: het Europese vasteland; de eilanden op het Europees continentaal plat (de Britse Eilanden worden tot Europa gerekend); eilanden die niet op het Europees continentaal plat liggen, maar om bijvoorbeeld culturele redenen beschouwd worden als behorend tot Europa.

De waterscheiding in het gebergte de Oeral, de rivier de Oeral, de Kaspische Zee, de waterscheiding in het gebergte de Grote Kaukasus, de Zwarte Zee, de Bosporus, de Zee van Marmara, de Dardanellen en de Egeïsche Zee worden meestal gezien als de Europees-Aziatische grens.

Soms worden landen of gebieden buiten deze grens om politieke of culturele reden ook tot Europa gerekend, zoals de Griekse eilanden voor de Turkse kust, het Aziatische eiland Cyprus, de landen van de Zuidelijke Kaukasus (Armenië, Azerbeidzjan en Georgië), het Noord-Amerikaanse eiland Groenland en de Canarische Eilanden voor de Afrikaanse kust.

Kenmerken Europa heeft meerdere berggebieden, waaronder de Pyreneeën, de Alpen, de Karpaten, de Balkan en een deel van de Kaukasus. Al deze gebergtes maken deel uit van een keten van Tibet tot aan Noord-Afrika, die ontstond tijdens de Alpiene orogenese, toen de Afrikaanse Plaat en de Indische Plaat op de Euraziatische Plaat botsten. Het ontbrekende deel van de keten, tussen de Kaukasus en het Balkangebergte, is het Pontisch Gebergte in Noord-Anatolië. De enige huidige berggebieden in Europa die niet tijdens de Alpiene orogenese zijn ontstaan zijn het Scandinavisch Hoogland en de Oeral, op de oostgrens in Rusland. Het hoogste punt is de Elbroes (5642 m), nabij de grens van Georgië en Rusland in de Kaukasus. De Kaspische Zee ligt op 28 meter onder zeeniveau; het laagste bovengrondse punt van Europa bevindt zich in de Duitse bruinkoolafgraving Hambach, 299 meter onder NAP. Tussen het bergachtige Scandinavisch Schiereiland in het noorden en de Alpen in het zuiden ligt het Midden-Europese Hoogland dat door de grote Europese Vlakte wordt omringd, zich uitstrekkend van de Atlantische kust van Frankrijk tot aan de Oeral.

Een groot deel van deze vlakte, die door minder prominente berggroepen en heuvels wordt onderbroken, heeft vruchtbare landbouwgrond; in het oosten en het noorden zijn er enorme steppen, bos, meren en toendragebieden.

Indeling Europa kan in de volgende geografische gebieden worden onderverdeeld: Centraal-Europa (de Alpenlanden en de Visegrádgroep) Noord-Europa (Scandinavië en de Baltische Staten of Balticum) Oost-Europa (Rusland en andere (deels) Russischtalige landen) Zuidoost-Europa (de Balkan en de Kaukasus) Zuid-Europa (het Iberisch Schiereiland, het Apennijns Schiereiland en de eilanden van de Middellandse Zee) West-Europa (Frankrijk, de Benelux en de Britse Eilanden)

Dit is echter geen universele onderverdeling en verschillende bronnen hanteren (soms sterk) verschillende indelingen.

thumb|300px|Kaart uit 2007 van de klimaatclassificatie van Köppen-Geiger

Klimaat Het klimaat van Europa loopt uiteen van subtropisch tot een poolklimaat. Het mediterraan klimaat in het zuiden is droog en warm. De westelijke en noordwestelijke delen hebben een mild, over het algemeen vochtig klimaat, dat door de wind vanuit de Atlantische Oceaan wordt beïnvloed. In Midden- en Oost-Europa is het klimaat van een vochtig continentaal type, met koele zomers. Het klimaat is milder in vergelijking met andere gebieden op dezelfde breedtegraad door de invloed van de Golfstroom. De Golfstroom zorgt niet alleen voor warmer water langs de kusten van Europa, maar zorgt er ook voor dat de heersende westenwind wordt opgewarmd. Daardoor is de gemiddelde jaartemperatuur in Napels 16 °C, terwijl die slechts 12 °C is in New York dat op nagenoeg dezelfde breedtegraad ligt. Berlijn, Calgary en Irkoetsk liggen globaal op eenzelfde breedtegraad. De gemiddelde temperatuur in januari is daarentegen in Berlijn ongeveer 8 °C dan die in Calgary en bijna 22 °C hoger dan die in Irkoetsk.

Biodiversiteit thumb|Biogeografische kaart van Europa De aanwezigheid en activiteiten van de mens gedurende duizenden jaren hebben de Europese dieren en planten sterk beïnvloed. Met uitzondering van Fennoscandinavië, Noord-Rusland en diverse nationale parken zijn er maar weinig gebieden van ongerepte wildernis in Europa.

Waarschijnlijk was 80 tot 90 procent van Europa ooit bedekt door bos. Het strekte zich uit van de Middellandse Zee naar de Noordelijke IJszee. Hoewel meer dan de helft van de oorspronkelijke bossen in Europa door ontbossing door de eeuwen is verdwenen, heeft Europa nog steeds meer dan een kwart van zijn grondgebied bedekt met bos, zoals de taiga van Scandinavië en Rusland, gemengde regenwouden van de Kaukasus en de kurkeikbossen in het westen van het Middellandse Zeegebied. In veel gevallen betreft het monocultuur plantages van naaldbomen die het van oorsprong gemengde bos vervangen, omdat deze sneller groeien. De plantages bedekken nu uitgestrekte gebieden van het land, maar bieden een minder goede leefomgeving voor een groot aantal in Europese bossen levende organismen, die een mengsel van boomsoorten en gevarieerde bosstructuur vereisen. De hoeveelheid natuurlijke bossen in West-Europa is slechts 2 tot 3% of minder en in Europees Rusland 5 tot 10%. Het land met het kleinste percentage bebost gebied is IJsland (1%), terwijl het meest beboste land Finland (77%) is.

Geologie thumb|Gedetailleerde geologische kaart van Europa thumb|Reliëfkaart van Europa

Opbouw van Europa De continentale korst onder Europa bestaat uit in de loop van de geologische geschiedenis bij elkaar gekomen delen. In het noordoosten ligt het Baltisch Schild, een kraton (= een stabiel, oud stuk korst) dat uit het Archeïcum stamt (minstens 2,5 miljard jaar geleden). Dit kraton beslaat het noorden van Scandinavië, Karelië en Finland. Tijdens het Proterozoïcum (2,5-0,55 miljard jaar geleden) groeide dit kraton uit tot het continent Baltica. Baltica vormde de kern waar andere terreinen aan vast zouden komen te liggen dankzij de platentektoniek.

Na de vorming van Baltica zijn er in Europa drie belangrijke perioden van gebergtevorming geweest:

De Caledonische orogenese (500-390 miljoen jaar geleden) zorgde voor het samenkomen van Baltica met Laurentia (nu bekend als Noord-Amerika) en het kleine continent Avalonia, en is vooral in Scandinavië en op de Britse Eilanden terug te vinden. Tegelijkertijd kwam Europa aan Siberia vast te liggen door de vorming van de Oeral. De Hercynische orogenese (380-300 miljoen jaar geleden) zorgde ervoor dat een groot aantal kleine stukken continent, die het midden van Europa zijn gaan vormen, aan het continent vast kwamen te liggen. Deze orogenese is in de Ardennen en veel andere middelgebergtes van Midden-Europa en op het Iberisch Schiereiland terug te vinden. Aan het einde van de Hercynische orogenese lagen alle continenten aan elkaar vast, verenigd in het supercontinent Pangea. Vanaf 250 miljoen jaar geleden bewegen de continenten weer uit elkaar. De Atlantische Oceaan ten westen van Europa is sindsdien ontstaan. Van de gebergtes die tijdens deze twee fasen gevormd werden, is door erosie niets meer overgebleven. Het reliëf in Noord- en Centraal-Europa is van later datum. De derde grote fase van gebergtevorming is de Alpiene orogenese (vanaf 80 miljoen jaar geleden), die veroorzaakt wordt door het noordwaarts bewegen van de Afrikaanse Plaat. De Alpiene orogenese heeft de grote gebergten van Zuid-Europa gevormd: de Pyreneeën, de Betische Cordillera, de Alpen, de Karpaten, de Apennijnen, de Dinarische Alpen, de Helleniden en de Rhodopen. Tijdens deze fase ontstonden de Balkan en het Apennijns Schiereiland, ook kwam het Iberisch Schiereiland op zijn huidige plek te liggen. Tegelijkertijd werden er ook bekkens gevormd: het westelijk deel van de Middellandse Zee en de Grote Hongaarse Laagvlakte zijn bijvoorbeeld intramontane bekkens. De Zwarte Zee en de oostelijke Middellandse Zee zijn overblijfselen van de oceaan die zich eerder tussen Europa en Afrika bevond.

Tektoniek en vulkanisme De platentektoniek zorgt nog steeds voor geologische activiteit. Europa is onderdeel van de Euraziatische Plaat, die in het zuiden grenst aan de Afrikaanse Plaat. De bewegingen van deze twee platen ten opzichte van elkaar zorgen voor vulkanisme en aardbevingen in Italië en op de Balkan. De Anatolische Plaat beweegt op het vasteland van Griekenland in, wat voor aardbevingen in de Balkan en Turkije zorgt.

De Euraziatische Plaat grenst in de Atlantische Oceaan aan de Noord-Amerikaanse Plaat bij de Mid-Atlantische Rug. Ook hier komen aardbevingen en vulkanisme voor, maar dit blijft ver verwijderd van het vasteland van Europa, op één uitzondering na: het eiland IJsland, dat precies op de plaatgrens ligt. IJsland bestaat vanwege deze bijzondere geologische situatie vrijwel uitsluitend uit vulkanisch gesteente.

Ook binnen het continent Europa bevinden zich tektonisch actieve structuren waarlangs aardbevingen voorkomen. Een voorbeeld daarvan is de Roerdalslenk.

Economie