Aftrekken kan de volgende betekenissen hebben: een getal of een algebraïsche vorm in mindering brengen op een andere, zie Aftrekken (wiskunde) korten, inhouden belastingaftrek: vermindering van het belastbaar bedrag verwijderen door te trekken Aftrekken (seksuele handeling), het met de hand stimuleren van de eigen penis (masturbatie) of die van de partner villen vocht aftrekken, een aftreksel (afkooksel), verkregen door het koken van vis, vlees of groenten, gebruikt voor de basis van sauzen (in Vlaanderen) uitdoen, bijvoorbeeld broek aftrekken (in Vlaanderen) (bloed) aftappen (in Vlaanderen) om met een flesopener (aftrekker) een kroonkurk van een fles te verwijderen (in Vlaanderen) om met een trekker (aftrekker) water weg te trekken om de vloer droog te krijgen (in Vlaanderen) vruchten plukken uit een boom (bijvoorbeeld appels aftrekken) (in Vlaanderen) doorspoelen, de sas, sjas of chasse (doortrekker) van de wc aftrekken In het Limburgs betekent aftrekken of aoftrèkke fotograferen.