thumb|Maria Frederica van Reede 1748-1807 door Jean-Étienne Liotard in 1755 Sigismund Pieter Alexander van Heiden Reinestein (Breda, 25 november 1740 – Zuidlaren, 9 maart 1806)Ook Sigismond Pierre of Sigismond Pieter geschreven, was een Drents edelman, wonend op de havezate Laarwoud in Zuidlaren.

Van Heiden Reinestein was een zoon van Alexander Carel van Heiden en Esther Susanne Marie de Jaussaud. Zijn vader was drost van Coevorden en de Landschap Drenthe. De familie behoorde tot de Duitse adel en hij was sinds 1769 rijksgraaf van Heiden en heer van Laarwoudt, eerder van Entingen en daarvóór van Rijnestein. De Oranjegezinde aristocraat was kamerheer, vanaf 1791 opperkamerheer, van stadhouder Willem V, kamerheer van de Prinses van Oranje-Nassau, en op zijn beurt Drost van de Landschap Drenthe van 1776 tot 1795 en van 1802 tot zijn dood in 1806.

Sigismund verwierf de Utrechtse ridderhofstad Rijnestein en noemde zich daarna Van Heiden Rijnestein, later als "Reinestein" in de familienaam bewaard gebleven. Het in Assen door zijn vader gebouwde Drostenhuis heeft deze drost van Drenthe nooit betrokken. Voor zover hij in Drenthe aanwezig was, was Laarwoud in Zuidlaren zijn onderkomen. Omdat hij zijn macht en invloed aan de Prins van Oranje ontleende en Drenthe een overzichtelijke hoeveelheid werkzaamheden vergde verbleef Sigismond Pierre vooral in 's-Gravenhage. Niettemin vertoefde hij in bepaalde jaren aanzienlijke perioden in Drenthe. Zo besteedde hij in de jaren 1783-1785 ongeveer veertig procent van zijn tijd in 'de Oude Landschap'. Zijn werkzaamheden werden overigens vorstelijk beloond met ƒ 4.500 's jaars exclusief de emolumenten die uit zijn ambt voortvloeiden.De opbrengsten van het drostschap konden oplopen tot ƒ 12.000,- à ƒ 14.000,- (Hardenbroek, Gedenkschriften I, 388). In die jaren mocht ƒ 750 als een modaal jaarsalaris worden beschouwd

Sinds 1769 was zijn echtgenote Maria Frederica van Reede ('s-Gravenhage, 14 augustus 1748 - Zuidlaren, 14 oktober 1807). In hetzelfde jaar was hij tot Rijksgraaf verheven, wat hem tevens toegang verleende tot de Utrechtse Ridderschap, na 1776 'ingeruild' voor de Drentse Ridderschap.

Zijn taak aan het stadhouderlijk hof betrof vooraf ceremoniële en protocollaire zaken, maar ook het vermaak aan het hof rekende hij tot zijn werk. Op den duur wist hij zich op te werken tot de voornaamste raadgever van de stadhouder.<ref>Zie hierover onder andere: A.C.J.M. Gabriëls, De Heren als dienaren en de dienaar als Heer. Het stadhouderlijk stelsel in de tweede helft van de achttiende eeuw, '''s Gravenhage 1990, 132-135.</ref> Daarmee had hij zich op de plek gemanoeuvreerd van Willems mentor, Ernst Lodewijk van Brunswijk-Wolfenbüttel. Onder toenemende druk van de patriottenbeweging was deze van het hof verwijderd. Niettemin liep een diplomatieke zending naar het Franse hof in 1783 uit op een blamage. Daarna hield Van Heiden zich enige tijd schuil in Drenthe.Jan K.H. van der Meer, ‘Werk in uitvoering', de vertaling van de dagboeken van Sigismund Pieter Alexander van Heiden Reinestein (1740-1806)’, (Nieuwe Drentse Volksalmanak 2005, tabel 3).

Later, toen de patriottenbeweging door het ingrijpen van Pruisen effectief was gesmoord, werd hij meer dan ooit zichtbaar. Bevorderd tot opperkamerheer kreeg hij de opdracht om in Berlijn mede het huwelijkscontract tussen erfprins Willem Lodewijk en prinses Wilhelmina van Pruisen, de jongere, op te stellen. Op dat moment was in Frankrijk het revolutionaire proces al enige jaren gaande wat ook de oude orde elders in Europa zou aantasten. Zo kregen de Patriotten met Franse hulp in 1795 een herkansing. De Republiek der Verenigde Nederlanden werd opgeheven, ze werd vervangen door een democratischer model: de Bataafse Republiek.

De Prins van Oranje vluchtte met zijn gevolg naar Engeland waarmee Van Heiden zowel zijn positie in Den Haag kwijtraakte als die in Drenthe. Zijn tweede zoon, Lodewijk van Heiden, was een van de getrouwen die zich in Scheveningen met de prins inscheepten voor Engeland. Hij keerde al snel weer terug en ging in Russische dienst. Vader Sigismund werd pas onder Schimmelpenninck, toen er een conservatiever regime heerste, herbenoemd als provinciaal bestuurder, zoals boven aangegeven. Vanwege zijn tanende gezondheid moest hij de laatste jaren zijn taken overlaten aan zijn zoons Sigismund Jacques en Willem Jacques.

Sigismund en zijn echtgenote werden in het koor van de Nederlands-hervormde kerk in Zuidlaren begraven. Op hun grafzerken de tekst:Belonje, mr J. en J. Westra van Holthe Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe blz. 164, uitg. Van Gorcum & Comp., Assen, 1937

De Van der Heidens en na hun uitsterven de Jonkheren de Milly van der Heiden-ReinesteinZij voegden de naam bij de hunne en resideerden op Laarwoud. speelden tot in de 20e eeuw een grote rol in de Drentse politiek. Van Heiden-Reinestein was onder andere, zoals hierboven vermeld, de vader van de Russische admiraal Lodewijk van Heiden; verder van Sigismund Jacques graaf van Heiden Reinestein. Hij was de grootvader van het Tweede Kamerlid Louis van Heiden Reinestein.

Sigismunds in het Frans geschreven memoires verschenen pas in 2007 bij Van Gorcum in Assen in het Nederlands onder de titel "Van de prins geen kwaad, De dagboeken van S.P.A. van Heiden Reinestein kamerheer en drost 1777-1785"''.De dagboeken zijn vertaald en geannoteerd door Jan K.H. van der Meer, met uitgebreide inleidingen van hem en van Lotte C. van de Pol. Het boek is opgenomen in de literatuurlijst bij het venster Patriotten in de Canon van Nederland Zijn reisverslagen verschenen in 2013.Jan K.H. van der Meer, Vanuit de koets bekeken. Sigismund van Heiden Reinestein en zijn reisverslagen, Assen 2013. De reisverslagen. merendeels vertaald uit het Frans, vormen met de verbindende teksten een biografische schets.

Categorie:Drost van Drenthe Sigismund Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw