thumb|Zeventiende-eeuws dolhuis te Delft Dit artikel geeft een overzicht van de geschiedenis van de psychiatrie.
Primitieve culturen In de vroegste culturen werden "gedragsgestoorden" beschouwd als bezeten door een oergeest, natuurgeest of demon. Ook kon er sprake zijn van een overleden voorouder die uit wraak bezit had genomen van de zieke. Remedie kon zijn een schedelboring (schedeltrepanatie) zodat de geest uit het hoofd kon ontsnappen, of zich besmeren met uitwerpselen. Toch werden geesteszieken ook met ontzag behandeld. Zij waren immers in staat met de goden te communiceren. Vaker echter werden geestelijk zieken gemarteld of uitgebannen om de demonen te verdrijven.
Griekenland In Sparta werden gehandicapte kinderen onmiddellijk bij de geboorte gedood. De samenleving was gericht op het produceren van goede soldaten. Gehandicapten werden beschouwd als waardeloos.Verplegen van verstandelijk gehandicapten (Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum, 1999), drs. G.T.M. Burger
De invloed van slechte goden (bijvoorbeeld de godin Mania) werden beschouwd als de voornaamste oorzaak. De invloed van de goden blijkt ook uit het feit dat de Grieken epilepsie beschouwde als een 'heilige' ziekte. Belangrijkste therapie was het verblijf in een tempel gewijd aan bijvoorbeeld Asklepios. De god openbaarde zich tijdens het verblijf in dromen die werden geduid door arts-priesters.
Later, bij de opkomst van de antieke medische wetenschap (ca. 800 v Chr.), werd door Hippocrates de oorzaak gezocht in een onjuiste verhouding van de vier lichaamsvochten (Humores) bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Op basis hiervan kwam hij tot een viertal temperamenten: sanguin, flegmatisch, cholerisch en melancholisch. Hij tracht de juiste verhouding tussen de lichaamsvochten te herstellen door aderlaten en braaktherapieën, door het afzuigen van gal en slijmen door ontlastende of waterafdrijvende kruiden. De oorzaak voor krankzinnigheid werd door Hippocrates gezocht in het hoofd en bestreden met koude of warme baden, rust, dieet. Zang en muziek werden gebruikt als afleiding. Hippocrates koos voor een indeling van geesteszieken op basis van empirische waarnemingen. Zes vormen van geestesziekte werden door hem beschreven: phrenitis, manie, melancholie, epilepsie, hysterie en scytische ziekte.
Plato koos voor een etiologische/rationalistische benadering. Hij stelde dat geestesziekten een goddelijke oorzaak hadden: Profetische krankzinnigheid (afkomstig van Apollo) Religieuze krankzinnigheid (afkomstig van Dionysos) Poetische krankzinnigheid (afkomstig van de muzen) Erotische krankzinnigheid (afkomstig van zowel Aphrodite als Eros)
Asclepiades van Bithynië (124 - circa 40) maakte onderscheid tussen waandenkbeelden en hallucinaties en beschreef enkele vormen van geestesstoornissen. De oorzaak hiervan kon volgens hem zowel lichamelijk als geestelijk zijn.
Rome In de Romeinse cultuur was de omgang met geesteszieken te verklaren vanuit twee visies: repressie en therapie.
Repressie: geestesziekte werd beschouwd als een poging te ontkomen aan maatschappelijke verplichtingen. De reactie van de maatschappij was opsluiting of marteling. Therapie: hierbij werd geestesziekte beschouwd als een symptoom van stress als een reactie op de omgeving. Voorschreven werd rust en regelmaat, muziek en aangenaam gezelschap. Maar ook andere vreemde geneeswijzen kwamen in opkomst, zoals het drinken van schildpaddenbloed, het eten van muizendrek en het gebruik van amuletten.
Zowel bij de Grieken als de Romeinen werd de geestesziekte aanvankelijk vastgesteld door de familie, later door rechters. Een wettelijke basis was er echter niet. Geesteszieken hadden geen rechten en werden beschouwd als wilsonbekwaam. Verzorging was voornamelijk in handen van de familie.
Soms werden geesteszieken gebruikt als nar aan het hof van de keizer. Deze hofnarren of 'natuurlijke narren' kregen een goede verzorging. Ze werden beschouwd als curiosa en dienden als statussymbool.Zorg voor mensen met een verstandelijke handicap (Leiden: Spruyt, Van Mantgem & De Does, 1997), Mirjam Beijers
Claudius Galenus van Pergamon (130 n Chr. - 200 n Chr.) werkte de theorie van Hippocrates verder uit tot de beschrijving van vier persoonlijkheidstypen (temperamentenleer). Volgens hem stond de psychische gesteldheid van een mens in verhouding tot de lichamelijke gezondheid. Als therapieën gebruikte Galenus baden, lichaamsoefeningen, rustkuren, muziek en aderlatingen.
Noord-Afrika Belangrijkste therapie: rust, massage, dieet, baden, plantenextracten en muziektherapie. In de zevende eeuw bestond er in Fez in Marokko een krankzinnigengesticht.
Vroege christelijke periode Tot het begin van de westerse jaartelling werden alle afwijkende mensen buiten de samenleving geplaatst of gedood. Hierbij dient opgemerkt te worden dat veel geesteszieken gewoon een plaats binnen de maatschappij hadden. Veel mensen waren onderontwikkeld (analfabeet) en er waren nog geen algemene omgangsvormen zoals in de daaropvolgende eeuwen. Zolang je productief was binnen de gemeenschap werd je geaccepteerd.
Tussen de verschillende vormen van geesteszieken werd nog geen onderscheid gemaakt. De opvatting van Hippocrates dat geesteszieken een medische behandeling nodig hebben raakten in de middeleeuwen op de achtergrond door het geloof in exorcisme en hekserij. Geesteszieken werden gezien als bezeten door de duivel. Verstoten worden door de maatschappij en te gaan zwerven was de enige optie om te ontkomen aan de brandstapel of als rariteit te verschijnen op de kermis. Om die reden werden geesteszieken aanvankelijk ook niet opgenomen in de kerkelijke of kloosterlijke zorg. Men was bang de duivel binnen te halen. Mensen werden dan ook in die tijden gesloten in een dolkamer.
Middeleeuwen 1100 - 1500 thumb|Keisnijding ter verlichting van krankzinnigheid. (Schilderij door Hieronymus Bosch uit circa 1500) Met de opkomst van de kerk kregen geesteszieken "het recht op leven". De eerste vormen van zorg voor deze categorie patiënten ontstonden. Binnen de christelijke gemeenschap werden verstandelijk gehandicapten gezien als "Kinderen van God". Net als bij de eerste culturen werden geesteszieken soms beschouwd als boodschappers van god. In dit verband wordt genoemd Margery Kempe (Engeland, 1373 -1440), die in die tijd bekend was vanwege haar contact met de Maagd Maria, Jezus en God de Vader.Anoiksis, De geschiedenis van de psychiatrie In sommige kloosterorden werden geesteszieken opgenomen en verzorgd.
Rond 1200 ontstond in de steden de organisatie van zorg voor zieken. Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen zieken en bejaarde hulpbehoevenden en de lijders aan besmettelijke ziekten en (agressieve) geesteszieken. Voor de laatste categorie werden speciale gasthuizen gesticht: dolhuizen. Het eerste dolhuis in Europa is de Sint-Jan-ten-Dullen of Sint-Jan-in-de-Olie in Gent, opgericht in 1191.Rede en Waanzin, Een korte geschiedenis van de omgang met geesteszieken, Frederik De Preester, Antenne, Maart 2003 De eerste dolhuizen in Spanje verschenen in 1409 (Valencia en Sevilla). In 1442 werd in Den Bosch het Reijnier van Arkelhuis gesticht. In 1461 volgde de Willem Arntsz Stichting met een dolhuis in Utrecht. Hierbij werd gebruikgemaakt van de nalatenschap van Willem Arntsz. Amsterdam kreeg het eerste dolhuis aan Kloveniersburgwal op de hoek van de Spinhuissteeg in 1562. In deze dolhuizen werden geesteszieken met "zorg" verpleegd. Tijdens de middeleeuwen was de geneeskunst gebaseerd op twee principes: de theorieën van Hippocrates en volksgeneeskunde. Bij geesteszieken geloofde men dat door het schrikken de ziekte door de schrik zal verdwijnen. Men nam het niet erg nauw hoe dit schrikken plaats dienden te vinden. Het toepassen van geselingen kwam regelmatig voor. Om te voorkomen dat de zieken godslasteringen zou uiten werd geadviseerd de zieken te stikken in een kussen ("het smoren van de dollen").
De overheersende opvatting in de middeleeuwen was dat geesteszieken nutteloos waren. Toen aan Luther een verstandelijk en lichamelijk gehandicapte werd getoond noemde hij deze een 'massa carnis' (Bonk vlees). De Nederlandse Hugo de Groot had de mening dat mismaakte geborenen niet menselijk waren en bij de geboorte onmiddellijk gedood moesten worden.
De vervolging van ketters, inquisitieprocessen en heksenvervolging leidden tot het vervolgen van geesteszieken. Johannes Wier (1515 - 1588) streed hier tegen en beschouwde heksen als geestesziek. In zijn visie behoorden geesteszieken in de eerste plaats een medische behandeling nodig te hebben. Het bezeten zijn was in de eerste plaats een gevolg van lichamelijke zwakte of ziekte zoals melancholie. Daarmee kan Johannes Wier worden beschouwd als de eerste psychiater.
Vroeg moderne tijd 1500 - 1800 Felix Platter (1536 - 1614) was net als Johannes Wier van mening dat natuurlijke oorzaken geesteszieken tot gevolg kunnen hebben. Naar aanleiding van observaties beschreef hij een aantal ziektebeelden en hun symptomen. Op grond hiervan ontstond de eerste classificatie.
Tijdens deze periode werden de algemene omgangsvormen verfijnd. Mensen raken meer ontwikkeld. Gevolg is dat geesteszieken (en andere "afwijkende" mensen zoals misdadigers, wezen, bedelaars, gehandicapten en oproerkraaiers) binnen een dergelijke gemeenschap eerder opvallen en hierdoor een grotere kans hadden verstoten te worden uit de maatschappij, bijvoorbeeld door gedwongen opname in een dolhuis of pesthuis.
Net als in de middeleeuwen geloofde men in de renaissance dat geesteszieken bezeten waren door de duivel. Belangrijk verschil is de schuldvraag. In de middeleeuwen lag de schuld bij de bezetene omdat deze een pact zou hebben gesloten met de duivel. In de renaissance geloofde men dat de bezetene overmeesterd was door de duivel en dus hiervan te genezen waren door het verdrijven (Exorcisme) van de duivel.
In de zeventiende eeuw zorgde economische motieven voor een verschuiving van dolhuis naar tuchthuis. Binnen deze instellingen moest dwangarbeid worden verricht. Nuttelozen konden zich op deze manier alsnog economisch rendabel maken. Een bekend voorbeeld hiervan was het Hôpital Général in Parijs, opgericht in 1656. Dit gasthuis stond model voor vele andere gasthuizen in de rest van Europa. In eerste instantie was dit gasthuis bedoeld voor de opvang van iedereen die niet in eigen onderhoud kon voorzien. Verblijf was niet vanuit liefdadigheid. Opname was verplicht voor iedereen die zich buiten de maatschappelijke normen plaatsten, om wat voor reden (armoede, ziekte) dan ook. "Behandeling" bestond uit een strikt levensritme en het verrichten van dwangarbeid.Een psychiatrisch verleden. Uit de geschiedenis van de psychiatrie (Baarn: Ambo, 1982), J.M.W. Binneveld E.A. Dit alles om de inkomsten van de instelling te vergroten. Door deze ontwikkelingen was de diversiteit in opbouw van de populatie binnen deze instelling gering. In de volksmond werden alle instellingen samengevat in de term "Het gesticht". Tot in de negentiende eeuw was het bezoek aan gestichten volksvermaak ("aapjes kijken").
De Nederlander Balthasar Bekker (1634 - 1698) bestreed het bijgeloof bij geesteszieken. Hij kreeg echter weinig bijval. De vervolging, verbanning, foltering en verbranding van geesteszieken duurde voort tot de helft van de 18e eeuw. Daarna verdwijnt het geloof in bezetenheid en hekserij.
In de daaropvolgende periode ontstaat er een belangrijke maatschappelijke en filosofische omwenteling. De Franse Revolutie, industriële revolutie en tal van wetenschappelijke ontdekkingen in de loop van de 19e eeuw droegen bij tot het besef dat geesteszieken in de eerste plaats lichamelijk ziek waren en dus een specifieke medische verzorging nodig hebben. De band tussen religie (de geesteszieke als bezeten door de duivel) en psychiatrie werd hiermee definitief verbroken.