thumb|250px|Een hardloper vertrekt vanuit de startblokken. Een startblok is een hulpmiddel dat door sporters in het atletiek en het wedstrijdzwemmen gebruikt wordt om een snelle start te maken.

Atletiek In de atletiek worden startblokken op de sprintafstanden (alle afstanden tot en met 400 meter (horden)) gebruikt. Ze staan opgesteld achter de startlijn en atleten nemen erin plaats door hun voeten op de beide blokken te plaatsen. Op die manier kunnen ze zich na het startschot afzetten en sneller vertrekken.

Uitvinder van dit startblok is de Australische atleet Charlie Booth die het in 1929 introduceerde. De bonden weerden het startblok in eerste instantie nog en verklaarden dat het een mechanisch hulpmiddel was. In 1937 stond de vrouwenbond het startblok uiteindelijk toe. In 1940 vroeg Booth in Australië een patent op het ontwerp aan. Een wereldwijd patent kon hij zich niet veroorloven.

Bij officiële wedstrijden van ⁠Atletiek Vlaanderen is het gebruik van startblokken verplicht voor alle categorieën vanaf U14 (vroeger cadetten) en ouder op de sprintafstanden. In Nederland is het gebruik niet verplicht bij U12 en jonger (voorheen pupillen), noch bij masters.

Zwemmen thumb|left|350px|Wedstrijdzwemmers starten vanaf een startblok (1952).thumb|250px|Wedstrijdzwemmers starten vanaf een modern startblok (2007). Ook bij het wedstrijdzwemmen kent men het startblok. Hier is het een stabiele verhoging op de rand van het zwembad. Vanaf deze verhoging kan de zwemmer goed afzetten voor een snelle start. Elke uitgezette baan in het bad heeft zijn eigen startblok. Voor het rugslagen wordt het startblok gebruikt door de zwemmer om bij de start iets vanuit het water op te kunnen trekken en op deze wijze goed af te zetten. Hiervoor zijn of de startblokken zelf of de rand onder de startblokken voorzien van speciale beugels.

Uitdrukking De uitdrukking "in de startblokken staan" betekent dat je ergens helemaal klaar voor bent en op het punt staat om eraan te beginnen.

Categorie:Sportterminologie