Teken (Ixodida) vormen een orde van geleedpotige parasieten die behoren tot de klasse der spinachtigen. Samen met de mijten vormen zij de onderklasse der Acari. Teken zijn nauw verwant aan mijten, maar de precieze relatie is onduidelijk.
Teken leven van het bloed van gewervelde dieren; ze bijten zich vast in de huid en laten zich na een bloedmaaltijd, die enige uren tot dagen duurt, weer vallen. Het dier waarop de teek leeft, wordt de gastheer genoemd. Bekende gastheren van teken zijn vogels, reptielen en verschillende zoogdieren.
Teken kunnen verschillende ziekten overbrengen en worden daarom vectoren genoemd. Na de steekmuggen zijn teken de belangrijkste verspreiders van pathogenen. De bekendste Europese teek, die tevens een overbrenger is van lymeziekte, FSME en het alfa-galsyndroom, is de schapenteek (Ixodes ricinus).
Kenmerken Teken onderscheiden zich van de meeste spinachtigen, zoals de echte spinnen, met name doordat er geen duidelijke scheiding tussen kopborststuk en achterlijf bestaat. De meeste soorten hebben onopvallende kleuren als bruin en zwart. Voor de determinatie zijn onder andere het aantal en de vorm van de schilden en de aanwezigheid van sporen (uitsteeksels) op de basis van de poten van belang. Teken kunnen maar met weinig dieren worden verward, een uitzondering vormen de luisvliegen. Deze apart gebouwde bloedzuigende vliegen zijn nagenoeg vleugelloos en kunnen net als een teek het lichaamsvolume sterk vergroten tijdens een maaltijd.
Lichaam Het lichaam van een teek is in normale toestand slechts een paar millimeter groot. Het heeft van boven een ronde tot ovale vorm en is, van opzij gezien, plat. In volgezogen toestand ziet een teek er bijna bolrond uit en kan meer dan een centimeter groot zijn. Dit is mogelijk dankzij de extreem rekbare huid. Hierdoor kan een volwassen vrouwtje tien keer het eigen lichaamsgewicht aan bloed opzuigen. Van de soort Hyalomma asiaticum is beschreven dat de teek zo'n 600 maal het eigen gewicht aan bloed kan opnemen. Vooral de vrouwtjes nemen veel bloed op, omdat ze proteïnen nodig hebben voor de ontwikkeling van het grote aantal eitjes; mannetjesteken hebben veel minder voedsel nodig.
De anus, de daaromheen gelegen anale groeve en de plaats en vorm van de geslachtsopening zijn bij een aantal soorten de belangrijkste soort-onderscheidende kenmerken die bij de determinatie van belang zijn. Bij de harde teken, die ongeveer 80 procent van het aantal soorten uitmaken, bevindt zich op de achterkant en de voorkant van het lichaam een enkelvoudig of een samengesteld schild (scutum). Het scutum is niet rekbaar en heeft daardoor altijd dezelfde vorm.
Poten miniatuur|De larve heeft maar drie paar pootjes Net als alle spinachtigen hebben teken acht poten, waarmee ze zich onderscheiden van de insecten. Tekenlarven hebben echter tot hun eerste vervelling zes poten, ze zijn hieraan makkelijk te onderscheiden van de nimfen, die ook nog in een juveniel stadium verkeren, maar al acht poten hebben. De poten van een teek zijn, vergeleken met die van andere spinachtigen, klein. Op de voorpoten (poot I) bevindt zich op de laatste geleding het orgaan van Haller; dit is een complexe structuur bestaande uit een putje dat een aantal zintuigharen bevat en bij het lokaliseren van de gastheer wordt gebruikt. Met het orgaan kan de teek veranderingen in temperatuur en vochtigheid waarnemen, evenals stijging van kooldioxide door menselijke of dierlijke ademhaling. De precieze werking van dit zintuiglijk belangrijke en complexe orgaan is echter niet bekend.
Kop miniatuur|Kop van de schapenteek (Ixodes ricinus) De kop van een teek wordt 'Gnathosoma' of 'capitulum' genoemd. Het capitulum is zeer klein, gefuseerd met het borststuk en nauwelijks zichtbaar. De kop draagt verschillende monddelen, de gepaarde delen aan weerszijden worden palpen genoemd. In het midden is een zuigsnuit of hypostoom aanwezig, die doet denken aan een tong en bestaat uit een met weerhaken getand steekorgaan. Het hypostoom wordt beschermd door twee cheliceren die helpen bij de doorboring van de huid. In het speeksel van een teek zit zowel een verdovende stof als een stof die de bloedstolling tegengaat. Harde teken scheiden, na zich in de huid te hebben geboord, een aparte lijmstof uit waarmee ze zich zeer goed vasthechten.
Ontwikkeling thumb|Paring van de schapenteek (Ixodes ricinus) Net als alle ongewervelden kent de teek verschillende levensstadia, die afgesloten worden met een vervelling, totdat het stadium van volwassenheid is bereikt. De meeste geleedpotigen hebben óf een nimfstadium, óf een larvestadium, maar bij de opgroeiende teek komen beide stadia achtereenvolgens voor. Als de jonge teek uit het ei kruipt, wordt deze larve genoemd; die heeft nog zes poten in plaats van acht. Het extra potenpaar verschijnt na de eerste vervelling, de teek komt dan in het nimfstadium. Na een volgende vervelling is de teek meestal volwassen en kan zich voortplanten; het kan echter jaren duren voor de teek volledig is ontwikkeld. De ontwikkelingscyclus van Ixodes ricinus kan bijvoorbeeld, afhankelijk van de omstandigheden, tussen 1, 5 en 7 jaar duren.
De teek heeft in ieder stadium bloed nodig. Verreweg de meeste soorten teken vervellen twee keer op de grond en hebben daartoe drie gastheren, die niet altijd van dezelfde soort hoeven te zijn. Deze teken worden driegastherig genoemd en zijn potentieel de gevaarlijkste wat het overbrengen van ziektes betreft. Er zijn ook tweegastherige soorten; één vervelling vindt dan op de grond plaats. Een aantal teken is eengastherig: ze blijven hun hele leven op dezelfde gastheer parasiteren zonder deze te verlaten, of blijven in het nest van de gastheer. Alle vervellingen vinden dan plaats op of bij de gastheer. Sommige teken kunnen op verschillende gastheren leven, andere hebben een voorkeur voor een bepaald dier. Soorten uit het geslacht Amblyomma bijvoorbeeld leven op schildpadden.
thumb|links|300px|De levenscyclus van de teek; bij enkele soorten komen meerdere nimfstadia voor. De larven kruipen, nadat ze uit het ei zijn gekomen, op een grasspriet of plant op enige hoogte boven de grond. Als een mogelijke gastheer langskomt klampen ze zich vast en zuigen zich vol, waarna ze zich weer op de grond laten vallen en vervellen. Een teek in het larvestadium kan nog geen ziektes overbrengen, in tegenstelling tot nimfen of imagines. De meeste larven van soorten die meerdere gastheren nodig hebben, verhongeren voordat ze een gastheer tegenkomen. Dit is de reden dat een vrouwtjes-teek zeer veel eitjes produceert, tot wel enkele duizenden. Hierdoor is de kans groter dat een aantal larven zich kan ontwikkelen tot een volwassen teek. Na de vervelling van de larve zoekt de nimf naar een nieuwe gastheer, waarna het proces zich herhaalt: de teek klampt zich vast, zuigt bloed, laat zich op de bodem vallen en vervelt. Nu is de teek volwassen en wordt een derde maal een gastheer opgezocht. Ditmaal wordt niet alleen bloed opgezogen, maar ook naar een partner gezocht, waarna de paring plaatsvindt.
Het vrouwtje zet na haar laatste bloedmaaltijd een aanzienlijk percentage van haar lichaamsgewicht (50 procent of meer) in eieren om en produceert dan honderden tot enige duizenden eieren, voor zij sterft. Er is een waarneming bekend van een vrouwtje dat meer dan 23.000 eitjes afzette in een enkel legsel.
Levenswijze miniatuur|Een egel met meerdere teken Teken zitten in struikgewas, bomen en op grassprieten te wachten tot een gastheer langskomt. Ze gaan extreem zuinig met hun energie om en kunnen meer dan een jaar zonder voedsel, sommige soorten wel vijf jaar. Teken detecteren hun potentiële gastheer door de uitgestraalde lichaamswarmte, en wellicht ook door de geur. Een teek kan enige dagen tot enkele weken op dezelfde gastheer blijven zitten. Ze kunnen via de extremiteiten van de gastheer omhoog klimmen en nestelen zich bij voorkeur in huidplooien, maar ook wel gewoon op een been, arm of poot. Een teek loopt meestal enige minuten rond op zoek naar een geschikte plaats, alvorens zich in de huid vast te bijten.
Alle teken leven van bloed en lichaamsvloeistoffen van gewervelde dieren. Tot de prooidieren behoren onder andere: reptielen, vogels en zoogdieren als knaagdieren, hoefdieren, katachtigen, hondachtigen, vleermuizen en primaten, waaronder de mens.
Verspreiding Teken zijn kosmopoliet, ze komen wereldwijd voor. In Nederland en België kent men een tiental soorten teken, die deels zeer gespecialiseerd zijn in het bloed van bepaalde diersoorten, bijvoorbeeld vleermuizen, woelratten en oeverzwaluwen. Andere soorten hebben meer gastheren op hun menu staan. In beide landen komen teken vooral voor in landelijke gebieden met bossen en struikgewas, onder andere in Zeeland, Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Drenthe, Overijssel, Noordoost-Groningen, de Kempen en de Ardennen. Ixodes-teken zijn gevoelig voor uitdroging en komen het meest voor op plaatsen waar een wat vochtige bodem bestaat, bijvoorbeeld door een dikke strooisellaag.
Van de harde tekensoorten (Ixodidae) zijn de Rhipicephalus en de Dermacentor exotisch. Zij zijn uit het Middellandse Zeegebied bekend en worden weleens met huisdieren ingevoerd. Rhipicephalus sanguineus kan zich, als hij niet wordt bestreden, binnenshuis handhaven en van de Dermacentor-teek wordt vermoed, dat hij zich in sommige Nederlandse natuurgebieden aan het vestigen is. Enkele in de laatste jaren geconstateerde gevallen van tekenkoorts (babesiose) bij honden kunnen namelijk niet gemakkelijk door directe import uit het buitenland verklaard worden. Een andere soort die hier is gevonden kwam alleen op ingevoerde schildpadden voor.
Populatietoename De populatie van teken kent een golfbeweging als gevolg van wisselende weersomstandigheden. De larven en nimfen leven op kleine zoogdieren, zoals muizen. In jaren met veel eikels en/of beukennootjes, de mastjaren, neemt de populatiedichtheid van gastheren toe waardoor de tekenpopulatie groeit. Ook bij het uitblijven van strenge winters, een fenomeen dat met de opwarming van de Aarde steeds vaker voorkomt, groeit de populatie van teken.
Los van deze golfbeweging groeit de populatie van teken structureel, onder andere door de ontwikkeling van nieuwe natuurgebieden en de aanleg van het Natuurnetwerk Nederland. Hierdoor verspreiden gastheren als herten en wilde zwijnen zich beter en nemen ze in aantal toe. Metingen bevestigen de populatietoename: in Nederland worden vanaf 2007 op twaalf vaste tekenvanglocaties jaarlijks teken geteld. In 2015 werd voor het tweede achtereenvolgend jaar een recordaantal teken gevangen.
Toename door menselijk ingrijpen Het Pentagon heeft medio 2019 opdracht gekregen van het Huis van Afgevaardigden om te onderzoeken of het Amerikaanse ministerie van Defensie tussen 1950 en 1975 heeft geëxperimenteerd met teken als biologisch wapen.VS moet onderzoek doen naar de inzet van teken als biologisch wapen De Gelderlander, 17 juli 2019Verzoek van Chris Smith, een afgevaardigde van de staat New Jersey om onderzoek te starten
Tekenbeet miniatuur|Door teekslepen kan de aanwezigheid van teken onderzocht worden Tekenbeten kunnen bij de gastheer ziekten veroorzaken; bij de mens in ieder geval FSME, het alfa-galsyndroom en de meest voorkomende, de lymeziekte. Naar schatting krijgt een à twee procent van de mensen die een tekenbeet oplopen, deze laatste ziekte. De kans op besmetting is gering als de teek binnen 24 uur verwijderd wordt. Driekwart Signs and Symptoms of Lyme Disease. Center of Disease Control and Prevention. van de mensen die lymeziekte oplopen, krijgen een kenmerkende rode ring of vlek bij de plek van de tekenbeet, de zogenaamde erythema migrans. Zodra deze erythema migrans wordt waargenomen, moet de huisarts worden geraadpleegd. Omdat de rode verkleuring niet altijd optreedt, is het van groot belang om na elke tekenbeet alert te blijven op symptomen van lymeziekte.