Vijf Dynastieën en Tien Koninkrijken is de in de Chinese historiografie gebruikelijke naam voor de periode tussen 907, het einde van de Tang-dynastie, en 960, begin van de Song-dynastie. Het was een periode van politieke verdeeldheid.
Dit bood niet-Chinese volkeren de mogelijkheid eigen staten te vormen. In het noordoosten stichtten de Kitan, invallers uit het huidige Mantsjoerije in 947 hun eigen Liao-dynastie. Het zuidelijk deel van dat buitenlandse rijk lag op traditioneel Chinees grondgebied, de Zestien Prefecturen.
In het zuidwestelijke Yunnan vestigden inheemse stammen het koninkrijk Dali, opvolgingsstaat van Nan Chao. In het zuiden maakte Vietnam zich onafhankelijk. Economisch verschoof het zwaartepunt steeds duidelijker van het gebied ten noorden van de Yangtze naar de meer zuidelijk gelegen gebieden. In tegenstelling tot het noorden kenden die gebieden in deze periode juist een versnelde economische ontwikkeling.
Vijf Dynastieën Nadat Houliang Taizu (852-912) een einde aan de Tang-dynastie had gemaakt, volgden in het gebied ten noorden van Jangtsekiang vijf heersershuizen elkaar in snel tempo op. Hun hoofdstad was het huidige Kaifeng. Het gebied dat zij beheersten werd voortdurend geteisterd door oorlogen. Zij werden in de traditionele geschiedschrijving beschouwd als de legitieme opvolgers van de Tang-dynastie en kregen daarom de naam Vijf Dynastieën. Dat waren:
Latere Liang, 907-923 heersers: Houliang Taizu 後梁太祖 (Zhu Wen 朱溫), r. 907-912 Zhu Yougui (朱友珪), r. 912-913Deze heerser werd als usurpator beschouwd en kreeg daarom geen postume titel in de canon van de Vierentwintig Geschiedenissen|vierentwintig dynastieke geschiedenissen Houliang Modi 後梁末帝 (Zhu Youzhen 朱友貞), r. 913-923
Latere Tang, 923-936 heersers: Houtang Zhuangzong 後唐莊宗 (Li Cunxu 李存勖), r. 923-925 Houtang Mingzong 後唐明宗 (Li Dan 李亶), r. 926-933 Houtang Minzong 後唐閔宗 (Li Conghou 李從厚), r. 933-934 Houtang Modi 後唐末帝 (Li Congke 李從珂), r. 934-936
Latere Jin, 936-947 heersers: Houjin Gaozu 後晉高祖 (Shi Jingtang 石敬瑭), r. 936-942 Houjin Chudi 後晉出帝 (Shi Chonggui 石重貴), r. 942-946
Latere Han, 947-951 heersers: Houhan Gaozu 後漢高祖 (Liu Zhiyuan 劉知遠), r. 947-948 Houhan Yindi 後漢隱帝 (Liu Chengyou 劉承祐), r. 948-951
Latere Zhou, 951-960 heersers: Houzhou Taizu 後周太祖 (Guo Wei 郭威), r. 951-954 Houzhou Shizong 後周世宗 (Chai Rong 柴榮), r. 954-959 Houzhou Gongdi 後周恭帝 (Chai Zongxun 柴宗訓), r. 959-960
r. regeringsperiode
Tien Koninkrijken thumb|Situatie in 923, het gebied van de Latere Liang, de eerste van de Vijf Dynastieën, is geel aangegeven. De andere staten behoren tot de Tien Koninkrijken.
Vanaf de tweede helft van de achtste eeuw konden de regionale militaire bevelhebbers (Jiedushi) zich steeds onafhankelijker opstellen ten opzichte van het centrale gezag. Uiteindelijk verklaarden de commandanten ten zuiden van de Jangtsekiang hun gebieden onafhankelijk, eerst als koninkrijk en na de val van de Tang-dynastie in 907 ook als keizerrijk.
In de traditionele historiografie worden in totaal tien staten onderscheiden, de Tien Koninkrijken. Zij worden als niet-legitiem beschouwd, zodat ze in de geschiedschrijving worden aangeduid als 'staten' (guo) en niet als 'dynastieën' (dai). In tegenstelling tot het noorden, kenden de staten ten zuiden van de Jangtsekiang een grote binnenlandse stabiliteit. Zij hadden vaak natuurlijke grenzen en konden dankzij hun onafhankelijkheid de economische voordelen van hun geografische ligging volledig voor zichzelf benutten. Belastingen hoefden niet meer te worden afgedragen aan een centrale overheid, maar konden worden geïnvesteerd in de eigen regio. Zo kon Guangzhou, het centrum van het koninkrijk van de Zuidelijke Han en vaak Kanton genoemd, zich in deze periode ontwikkelen tot belangrijke handelsstad.
In Fujian, het koninkrijk Min, werd de basis gelegd voor de ontwikkeling van Fuzhou en Quanzhou tot belangrijke havensteden. Sichuan, het koninkrijk Shu, ontwikkelde zich economisch ook, onder andere door de export van thee. Op deze manier ontwikkelde zich in de zuidelijke staten een sterk regionalisme. Het militaire initiatief tot eenwording kwam daarom ook uit het noorden.
De Tien Koninkrijken waren:
Yang Wu 907–937 Wuyue 907–978 Min 909–945 Chu 907–951 Zuidelijke Han 917–971 Vroegere Shu 907–925 Latere Shu 934–965 Jingnan 924–963 Zuidelijke Tang 937–975 Noordelijke Han 951–979
Literatuur Clark, Hugh R., 'The Southern Kingdoms between the T’ang and the Sung, 907–979' in: The Cambridge History of China, deel 5 (The Sung Dynasty and its Precursors, 907–1279), Cambridge (Cambridge University Press) 2009, , pp. 133-205. Gernet, Jacques, A History of Chinese Civilization, Cambridge (Cambridge University Press) 1996 (2e herziene druk), , pp. 266-272. Standen, Naomi, 'The Five Dynasties' in: The Cambridge History of China, deel 5 (The Sung Dynasty and its Precursors, 907–1279), Cambridge (Cambridge University Press) 2009, , pp. 38-132.
VD