thumb|Pagina uit de Duitse editie van de Kroniek van Neurenberg waarin de val van Constantinopel in 1453 staat beschreven thumb|Het instorten van de Maasbrug in Maastricht tijdens een processie in 1275 thumb|De stad Bamberg thumb|De stad Lyon thumb|Kosmologie thumb|De zon en de Maan, volgens oudere toeschrijvingen bewerkt door Albrecht Dürer thumb|Sciapode: barbaar met een reuzenvoet die als parasol dient De Kroniek van Neurenberg (ook: Neurenbergkroniek) is een van de bekendste en best geïllustreerde incunabelen of wiegendrukken. Het boek is in loonopdracht geschreven in het Latijn door de Neurenbergse stadsarts en humanist Hartmann Schedel (1440-1514). Het verscheen op 12 juli 1493 zoals blijkt uit de colofon. Het is bekend als Die Schedelsche Weltchronik ('Wereldgeschiedenis van Schedel'), als Liber Chronicarum ('Boek der Kronieken'). Schedel zelf noemde zijn boek Opus de historiis etatum mundi. De formulering op het houtgesneden titelblad luidt voluit: Registrum huius operis libri cronicarum cum figuris et ymagibus ab inicio mundi, 'Register van dit werk, van het boek der kronieken vanaf het begin van de wereld met figuren en beelden'.Digitale weergave van Schedels eigen exemplaar in de Beierse Staatsbibliotheek. Een apart titelblad voor de tekst zelf had de eerste uitgaven van 1493 niet. De titelpagina zoals die nu in gebruik is kreeg zijn vaste vorm pas rond het jaar 1500.

Opdrachtgevers De vooraanstaande Neurenbergse zakenlieden Sebald Schreyer (1446-1520) en zijn schoonzoon Sebastian Kammermeister (1446-1503) financierden het project. Voor de grafiek die voor het boek moest uitgevoerd worden deden ze een beroep op Michael Wolgemut, de toenmalige leidende illustratiekunstenaar van Neurenberg, en zijn stiefzoon Wilhelm Pleydenwurff. De levering van de houtsneden was hun inbreng in het project en in ruil daarvoor hadden ze recht op de helft van de winst. Deze overeenkomst werd vastgelegd in een contract op 16 maart 1491. Aanwijzingen van vroegere activiteiten of overeenkomsten werden tot nu toe niet gevonden. De kunstenaars Michael Wolgemut en Wilhelm Pleydenwurff worden vermeld in het colofon van het boek. Het colofon bevat ook de naam van de drukker, Anton Koberger, en van de opdrachtgevers/ financiers Sebald Schreyer en Sebastian Kammermeister. De naam van de auteur is niet opgenomen.

Auteur Het boek werd geschreven in het Latijn door Hartmann Schedel, stadsdokter van Neurenberg. Het werk is een compilatie van vroegere kronieken maar baseerde zich vooral op het werk van Jacobus Philippus Foresti da Bergamo (1434-1520), wiens Supplementum Chronicarum, uitgegeven in Venetië in 1483, bijna woord voor woord werd overgeschrevenMichael Haitz, Hartmann Schedel's Weltchronik, München 1899. Deze studie is een algemeen onderzoek van de inhoud van de Latijnse versie.Catholic Encyclopedia. Voor de eigentijdse geschiedenis baseerde hij zich op de Historia Bohemica (Rome 1475 uitgegeven door Johannes Schurener de Bopardia, en Johannes Nicolai Hanheymer de Oppenheym) van Aneas Sylvius Piccolomini (de later Paus Pius II) van wie de annex Europa is overgeschreven,Christoph Reske, Schedelsche Weltchronik, in: Historisches Lexikon Bayerns, maar in dit geval vermeldt hij de auteur uitdrukkelijk in zijn boek. Kopiëren had trouwens in de middeleeuwen geen negatieve connotatie, het gros van de werken uit de middeleeuwen bestaat uit kopieën of vertalingen. Schedel zegt ten andere zelf in zijn colofon dat hij het materiaal verzamelde. Het boek is meer befaamd om zijn illustraties dan om zijn inhoud. De vertaling naar het Duits werd verzorgd door Georg Alt (ca.1450-1510), de stadsthesaurier van Neurenberg. De auteur van het boek wordt behalve in het schrijverscolofon nergens anders vermeld.

Beschrijving Het boek is uitzonderlijk groot, het mat origineel 325 × 480 mm.Deze afmetingen kunnen verschillen van exemplaar tot exemplaar door trimmen bij het herbinden. De bladspiegel van het boek is zeker niet homogeen, soms is er één kolom soms twee met 64 tekstlijnen en een titellijn. De kleinere afbeeldingen van personen en dergelijke staan meestal tussen de tekst zonder marge. Het boek bevat in de Latijnse versie 326 foliaDe bewaarde exemplaren kunnen een groter aantal folia bevatten door latere toevoegingen. Het exemplaar van de Bayerische Staatsbibliotheek bijvoorbeeld bevat 366 folia. Dit is trouwens het exemplaar dat aan Hartmann Schedel heeft toebehoord zoals blijkt uit de inscripties in het boek zelf. met 1804 afbeeldingen en in de Duitse versie 297 folia met 1803 afbeeldingen. In de Latijnse versie werden er 643 houtblokken gebruikt om de 1804 afbeeldingen af te drukken, in de Duitse versie gebruikte men 639 houtblokken. De meest gebruikte gravure werd op 17 verschillende plaatsen afgedrukt. In de Latijnse versie werd een Antiqua Rotunda lettertype gebruikt, in de Duitse versie een Bastarda Schwabacher.Voor meer informatie over de Bastarda Schwabacher zie Luc Devroye. . Gearchiveerd op 30 juni 2020.

Het boek is zeker niet zeldzaam, er zijn ongeveer 1287 Latijnse en 343 Duitse exemplaren bewaard gebleven.Christoph Reske, Der Holzschnitt bzw. Holzstock am Ende des 15. Jahrhunderts. Aspekte der Arbeitsteilung, Kosten und Auflagenhöhe, in: Gutenberg-Jahrbuch 84 (2009), 70-79. (Weltchronik-telling van Paul Needham) Men kan her en der aantallen van de originele oplage in het Latijn (1400 à 1500) en in het Duits (700 à 1000) terugvinden, maar men heeft hierover, tot nu toe, geen enkel document dat dit kan staven terug gevonden. Wel blijkt uit de eindafrekening van 1509Peter Zahn, Die Endabrechnung über den Druck der Schedelschen Weltchronik (1493) vom 22. Juni 1509. Text und Analyse, in: Gutenberg-Jahrbuch 66 (1991), 177–213. dat er toen nog voor 1400 gulden hetzij ongeveer 400 kronieken overbleven. In oktober 2011 werd een exemplaar van de Latijnse deditie verkocht bij Bonhams voor USD 56.250Verkoop door Bonhams (geraadpleegd op 12 februari 2012)., een ingekleurd exemplaar werd op 15 mei 2008 voor GBP 88.000 verkocht bij BloomsburryVerkoop door Bloomsburry (geraadpleegd op 12 februari 2012) en een ander niet ingekleurd exemplaar werd verkocht bij Christie's op 7 juli 2010 voor £67,250.Verkoop bij Christie's (geraadpleegd op 12 februari 2012)

Inhoud De Kroniek van Neurenberg is een geïllustreerde wereldgeschiedenis van de zeven tijdperken die de wereld gekend heeft (het zevende moet nog komen) en die in de middeleeuwen algemeen gangbaar waren. De compilator van het werk zegt zelf in zijn colofon: … operi de historijs etatum mundi … (een werk met de verhalen over de tijdperken van de wereld).

Eerste tijdperk: vanaf de Schepping tot de Zondvloed Tweede tijdperk: tot de geboorte van Abraham Derde tijdperk: tot koning David Vierde tijdperk: tot de Babylonische ballingschap Vijfde tijdperk: tot de geboorte van Jezus Christus Zesde tijdperk: tot het einde der tijden usque in finem saeculi om Augustinus zelf te citeren. In het boek stopt de zesde periode natuurlijk omstreeks 1490 gezien het werd uitgegeven in 1493.De drukker liet wel drie folia bij het einde van het zesde tijdperk onbedrukt zodat de lezer belangrijke gebeurtenissen van latere datum zelf kon bijvullen. Zevende tijdperk: het zevende tijdperk van Augustinus is wat problematisch, het wordt voorgesteld als een periode van rust voor de zielen van de rechtvaardigen voor de aanvang van de achtste periode: het hemelse koningrijk. Het zevende tijdperk wordt bij Hartmann Schedel het tijdperk van de Antichrist en het achtste tijdperk noemt Schedel het ultieme tijdperk dat aanvangt met de Dag des oordeels. Addendum: na het ultieme tijdperk volgt nog een addendum met de beschrijving van een aantal landen.

Deze indeling volgt de periodisering van de wereldgeschiedenis in aetates mundi (leeftijden van de wereld) door Sint Augustinus. Hij ontwikkelde het idee in zijn commentaar op het Bijbelboek Genesis De Genesi contra Manicheos.Het boek werd door Augustinus geschreven om de argumenten van het Manicheïsme tegen het boek Genesis te ontkrachten Augustinus verdeelt het tijdsverloop sinds de schepping in zes periodes naar analogie met de schepping die plaatsvond in zes dagen vooraleer God ging rusten. Het concept duikt ook op in andere werken van Augustinus onder meer in Hoofdstuk 22 van zijn “De civitate Dei.Svanhildur Óskarsdóttir, The World and its Ages in Sagas, saints and settlements dir. Gareth Williams en Paul Bibire, 2004, Brill NV, Leiden. De aetates mundi” worden een gemeenplaats in het historische werk in de middeleeuwen, annalen, kronieken en andere geschiedschrijvingen maken zeer frequent gebruik van deze tijdsindeling.

Alle hoofdstukken die in het boek voorkomen volgen ongeveer hetzelfde schema. De ruggengraat van het verhaal is de Bijbeltekst. Deze teksten worden regelmatig onderbroken om de stamboom van de behandelde personen op te geven. De stamboom van Christus loopt als een rode draad door het verhaal. Daarnaast wordt op geregelde tijdstippen het Bijbelse verhaal onderbroken om de geschiedenis van de omliggende volkeren, Egypte, Babylonië, Assyrië, maar ook de Latijnen, Grieken, Troje en dergelijke meer te behandelen voor die periodes die volgens Schedel en zijn bronnen overeenstemden met de tijd waarin hij de Bijbelse geschiedenis situeert die hij aan het behandelen was. Ook de beschrijving van steden en hun geschiedenis wordt er links en rechts tussen gegooid waar de auteur dacht hun ontstaan te kunnen situeren. Dit geeft soms, naar ons moderne gevoel althans, zeer vreemde combinaties. Het ontstaan van Parijs, Mainz, Napels en Venetië in hetzelfde tijdperk behandelen als de Trojaanse oorlogen lijkt ons vandaag zeer vreemd. Voor een moderne lezer komt dit zeer chaotisch over maar het was toen een normale manier van werken. Als we naar de Rijmbijbel van Jacob van Maerlant kijken, of de Historia Scholastica van Petrus Comestor zijn die op dezelfde manier opgebouwd, alleen ontbreken daar de beschrijvingen van steden en landen.

Voor een Engelse vertaling en een volledige inhoudslijst zie de externe links.

Publicatie Om competitief te zijn met het nog steeds populaire handschrift werd het boek uitbundig versierd en van een aantal exemplaren werden de afbeeldingen met de hand ingekleurd om zelfs de moeilijkste klanten tevreden te stellen.

De drukker was Anton Koberger (1440-1513), die sinds 1472 boeken drukte. Hij was de derde drukker die actief werd in Neurenberg en de belangrijkste tussen 1472 en ten minste 1504.Oscar von Hase, Die Koberger: Eine Darstellungdes buchhändlerischen Geschäftbetriebes in de Zeit des Überganges vom Mittelalter zur Neuzeit, Leipzig, 1885 Breitkopf & Hartel In 1476 had hij al een agent in Parijs en omstreeks 1480 was hij de belangrijkste uitgever-drukker in Duitsland.Janet Ing Freeman, Anton Koberger’s First Books: Paper Stocks and Sequence of Printing, in Princeton University Library Chronicle, vol. LV, 1993-1994 Hij specialiseerde zich in het soort boeken dat eerder voor het grote publiek bestemd was. Een voorbeeld hiervan is zijn Ehebüchlein, Ob einem Mann sei zu nehmen ein ehelich Weib oder nicht, van Albrecht von Eyb, waarvan negen edities werden gedrukt voor eind 1472. Hij werd spoedig een van de belangrijkste drukkers uit Duitsland en bezat uiteindelijk een der grootste uitgeverijen van Europa, in zijn atelier had hij 24 drukpersenJohann Neudörfer Nachrichten von den vornehmsten Künstlern und Werkleuten von Nürnberg, 1546. en stelde hij meer dan 100 mensen te werk.Walter Gebhardt in "Nürnberg macht Druck! Von der Medienhochburg zum Printzentrum. In: Marion Voigt (Hg.): Lust auf Bücher. Nürnberg für Leser. Nürnberg. 2005; p. 11–43" zegt dat het onmogelijk was om in Kobergers huis in Nurnberg 24 persen en 100 medewerkers onder te brengen, men moet die 24 drukpersen en honderd man personeel (cijfers afkomstig van een tijdegenoot) dan ook interpreteren als veel persen en veel volk.