De F-16 Fighting Falcon is een eenmotorige multifunctionele straaljager die sinds 1979 veel gebruikt wordt. In onder andere Nederland en België is hij de opvolger van de F-104 Starfighter. In België kwam de F-16 ook in de plaats van de Mirage 5. In Nederland werd tevens de F-5 door de F-16 vervangen. Het toestel is ontworpen door General Dynamics. De fabriek van General Dynamics is overgenomen door Lockheed Martin.

Hoewel de F-16 officieel is gedoopt als de "Fighting Falcon", wordt er door piloten en grondpersoneel gesproken over de "Viper". Een minder vaak voorkomende bijnaam is Electric Jet, doordat de F-16 het eerste fly-by-wire-gevechtsvliegtuig is.F-16 Fighting Falcon, F16, or Viper?

De huidige Nederlandse en Belgische uitvoering van de F-16 is de F-16A/B MLU (Mid-Life Update). Dit is de oorspronkelijke versie uit 1979, die door upgrades naar een hogere standaard werd gebracht waardoor tevens de inzetbaarheid enige jaren langer gegarandeerd werd.

In zowel Nederland als in België is de F-16 vervangen door de F-35. De laatste 24 Nederlandse operationele F-16 toestellen zijn tussen 2023 en mei 2025 gedoneerd aan Oekraïne.

Beschrijving miniatuur|Twee F-16's van de Koninklijke Luchtmacht (Uit dienst) De F-16 was in veel opzichten een vernieuwend toestel. Zo was de F-16 het eerste toestel met een computergestuurd besturingssysteem op basis van fly-by-wire. Dit was nodig doordat het toestel ook het eerste was dat een negatieve statische stabiliteit had. Sherman, Robert. 2005, 1 december. Federation of American Scientists - "F-16 Fighting Falcon". Het had dus de neiging om van een rechte baan af te wijken. Soortgelijke technologie is toegepast bij de F-117 Nighthawk omdat dit toestel ook instabiel was. Om deze instabiliteit te benutten is het toestel sterk genoeg gemaakt om met een volle tank nog met 9 g te kunnen manoeuvreren. Verder valt het toestel ook op doordat het cockpitscherm uit één stuk bestaat, hierdoor heeft de piloot een beter zicht.

Ook in een ander opzicht was de F-16 uniek toen deze uitkwam. Het frame was namelijk voor 80% van aluminium gemaakt om de kosten laag te houden. Het constructieproces hiervan was om deze reden vrij simpel, er werd gewoon plaataluminium gebruikt. Mede door de lage kosten en de aanwezigheid van de vernieuwingen, is de F-16 een van de meest geproduceerde westerse toestellen sinds de Tweede Wereldoorlog geworden.

Romp

De vleugels van de F-16 gaan vloeiend over in de romp waardoor de romp bijdraagt aan de liftkracht van het toestel. Deze overgang wordt ook wel de "strake" genoemd. Door deze overgang is de topsnelheid wat lager dan te verwachten valt, maar is het toestel wendbaarder. Vooraan de vleugels bevindt zich een verlenging die reikt tot aan de cockpit om het liftoppervlak verder te vergroten en de stabiliteit van het vliegtuig verder te verbeteren.

De staartvlakken bestaan voor het grootste deel uit koolstof-composieten. Van het stabilo, dat iets onder een hoek is gemonteerd, is alleen het bevestigingspunt van metaal. Hierdoor is de F-16 wat moeilijker zichtbaar op radar. Ook bevinden zich hier de remkleppen en aan de onderkant van de staart twee kleine stabilisatoren. De F-16 heeft een vanghaak om vangkabels mee op te pikken; niet voor landingen op vliegdekschepen maar voor noodlandingen op gewone vliegvelden.

Motor De originele motor voor de F-16, de Pratt & Whitney F100-PW-200, was afgeleid van de motor voor de F-15 en leverde 25% meer stuwkracht dan vergelijkbare motoren uit die periode. Darling, Kev. 2003. F-16 Fighting Falcon, p. 49-51. . Een enkele motor was toen vernieuwend: de meeste straaljagers hadden twee motoren om bij uitval van een motor nog te kunnen vliegen met de andere motor. Een enkele motor spaart massa en volume. Verder had de motor meerdere compressietrappen. Om metaalmoeheid tegen te gaan en te zorgen voor een betere warmteafvoer werden de onderdelen gemaakt door middel van poedermetallurgie. Hierdoor kon de motor veilig werken bij de hogere gebruikstemperatuur. Vanaf ongeveer 1990 werden de F-16's geleverd met een vernieuwde motor, de 220. Deze had onder andere een digitaal regelsysteem. Een aantal motoren van de oude versie werd later gemodificeerd en kreeg typenummer 220E. De F100-PW-220E wordt ongeveer 1400 °C terwijl oudere motoren veilig gebruikt konden worden tot ongeveer 980 °C.

Later werden ook andere motoren ontwikkeld voor de F-16. Pratt & Whitney heeft de F100 verbeterd en General Electric ontwikkelde de J79-GE-119 en de F101 DFE (Derivative Fighter Engine). De J79, oorspronkelijk de motor van de F-4 Phantom II, werd wel getest, maar is nooit in productie gegaan. De F101 is sinds block 30 de alternatieve motor en kwam voort uit een initiatief om een tweede motor te ontwikkelen voor de F-14 Tomcat.

Avionica De avionica van de F-16 (A/B) is globaal in te delen in een aantal groepen:

Het eerder genoemde vluchtbesturingssysteem heeft centraal een analoge computer, die aan de hand van de door de vlieger gegeven stuuropdrachten en gegevens van verschillende sensoren (luchtdruk, versnellingsmeters) de stuurvlakken van de F-16 beweegt. De vlieger geeft zijn stuuropdracht via een rechts geplaatste vaste stuurknuppel (side stick). De stuurvlakken bewegen door hydraulische cilinders (actuatoren) die elektronisch aangestuurd worden (fly-by-wire). Bijna het gehele systeem is meervoudig uitgevoerd om de bedrijfszekerheid en de veiligheid te vergroten. Latere uitvoeringen van de F-16 hebben een digitale computer voor het vluchtbesturingssysteem. De primaire taak van het vuurleidingssysteem is het ondersteunen van de vlieger bij het op het doel nauwkeurig afleveren van de bewapening. Centraal hierbij is een digitale computer. Initieel was dit een 64 kilobyte-computer met kerngeheugen (Fire Control Computer, FCC). De belangrijkste sensor van het vuurleidingssysteem is de radar, die informatie geeft over zowel lucht- als oppervlaktedoelen. Deze relatief kleine radar (Westinghouse AN/APG-66) weegt 134 kg en neemt 0,1 m³ in beslag. Darling (2003) p. 53. Ondanks kleine afmetingen van de phased array-antenne kunnen doelen ter grootte van een straaljager zonder stealth op ongeveer 56 km gedetecteerd worden. Ook kan met de radar het zeeoppervlak afgezocht worden naar schepen. Hiervoor heeft de radar twee werkingsmodi. Mode 1 zoekt met een brede straal en kan gebruikt worden tot zeegang 4, terwijl mode 2 zoekt met een smallere straal tijdens hogere zeegangen. De Oekraïense woordvoerster Oleksandra Oestinova acht de Russische Irbis-E of N110M Bars-M radar beter dan de AN/APG-66.

Daarnaast ontvangt de vuurleidingscomputer informatie van onder andere het navigatiesysteem en de elektronische hoogtemeter. De verwerkte informatie wordt aan de vlieger gepresenteerd op onder andere de head-up display (HUD). Ook worden in deze computer de berekeningen uitgevoerd om op het juiste moment de bewapening af te werpen. Voor ongeleide bommen beschikt het vuurleidingssysteem bijvoorbeeld over een modus die continu het ideale moment om de bom te laten vallen herberekent, afhankelijk van onder andere snelheid, hoogte, wind en vliegrichting. Deze functie wordt Continuously Computed Release Point (CCRP) genoemd. Ook wordt op de HUD dynamische richtinformatie gegeven voor het gebruik van het boordkanon. Geïntegreerd in het vuurleidingssysteem is het navigatiesysteem. Initieel was dit een traagheidsnavigatiesysteem. Dit werd later vervangen door een navigatiesysteem met optische gyroscopen en aangevuld met een gps en een zogenoemde Digital Terrain System (DTS, plaatsbepaling door correlatie met terreinhoogte). Dit systeem geeft locatie- en routeinformatie maar geeft ook informatie over de driedimensionale stand en beweging van het toestel aan het vuurleidingssysteem.

Communicatiesysteem en navigatiesysteem. De F-16 heeft een UHF- en een VHF-radio waarmee op de zogenaamde ‘militaire en burgerradiobanden’ gecommuniceerd kan worden met grondstations en andere vliegtuigen. Later werd de UHF-radio voorzien van de mogelijkheid om ook gecodeerde (scrambled) communicatie te kunnen voeren (HAVE QUICK). Uiteraard was ook een systeem aanwezig om op de grond met het grondpersoneel te kunnen communiceren of in een tweezitter (F-16B) met de andere vlieger. Voor de routenavigatie beschikt de F-16 over een zogenoemd TACAN-systeem en voor het kunnen landen (onder andere bij slecht zicht) kan gebruik worden gemaakt van ILS. Aanvankelijk werden de Nederlandse F-16's niet voorzien van de ILS-receiver. Door latere operaties werden echter steeds meer ILS-sets aangekocht en ingebouwd. Zelfbeschermingssysteem. De vlieger ontvangt waarschuwingen van een passief radarwaarschuwingssysteem voor vijandelijke op hem afgevuurde raketten of indien zijn toestel door een (grond)radar wordt aangestraald (lock-on). Zo gewenst kan hij naast uitwijkende vliegbewegingen tegenmaatregelen nemen door radarreflectiestroken (chaff) of vuur-/lichtballen (flares) uit te werpen. Het systeem is passief omdat het zelf geen signalen uitstraalt. Ad hoc bestaat de mogelijkheid dat de F-16 uitgerust wordt met externe avionicasystemen (onder de vleugels of de romp of naast de luchtinlaat) zoals een luchtfotoverkenningssysteem, actieve storingsapparatuur of zogenoemde targeting pods. Informatie ontvangen van deze systemen kan worden geïntegreerd in de berekeningen van het vuurleidingssysteem of wordt gepresenteerd aan de vlieger via de verschillende monitoren of displays. Ook kan een systeem extern meegevoerd worden om plaats- en bewegingsinformatie van het toestel op te nemen of gelijktijdig (realtime) door te zenden naar een grondstation. Met deze informatie kunnen trainingsvluchten nauwkeurig worden gecontroleerd, bestudeerd en geanalyseerd. De Nederlandse F-16's beschikken overigens over een intern systeem voor het vastleggen van de vluchtgegevens voor trainingsdoeleinden (tevens te gebruiken als een flightdatarecorder). Naast de bovengenoemde groepen van systemen bezit de F-16 een aantal 'losse' avionicasystemen. Om de structurele integriteit van de romp en de vleugels (airframe) te kunnen bewaken, bezaten een aantal F-16's een recorder met een aantal sensoren, zoals rekstrookjes. Hiermee werden de diverse mechanische spanningen op het vliegtuig gemeten, zodat gericht onderhoud aan de romp en vleugels kon worden uitgevoerd. Later werd dit systeem vervangen door een meer geavanceerd systeem. Dit systeem was voor de Nederlandse F-16's ook de basis voor een intern vliegertrainings-/debriefingssysteem. Om zich te kunnen identificeren bezit de F-16 over een transponder (Identification friend or foe, IFF). Zodra de F-16 aangestraald wordt door een ondervragende radar, kon hij zich door het terugzenden van de juiste code identificeren. Ook kon in de F-16 een videorecorder worden geïnstalleerd voor het opnemen van videobeelden genomen door de HUD. miniatuur|Cockpit van de F-16

Doordat een groot gedeelte van het digitale vuurleidingssysteem aangestuurd wordt door software zijn in de loop van de jaren veel softwarewijzigingen doorgevoerd die de functionaliteit hebben uitgebreid, de veiligheid en effectiviteit hebben verhoogd en tevens de werklast van de vlieger hebben verminderd. Eveneens kenmerkend voor het vuurleidingssysteem is dat de verschillende deelsystemen via een netwerk (mux-bus, MIL-STD-1553) met elkaar verbonden zijn.

Door gebruik van het F-16 MLU-programma werd de avionica ingrijpend vernieuwd (met uitzondering van het fly-by-wire-systeem). Zie hiervoor de beschrijving verder.

Hoewel de grens tussen elektrische en elektronische systemen in de loop van de tijd vervaagt vallen de elektrische systemen (o.a. benodigd voor de elektrische energievoorziening aan boord met generatoren en batterijen) niet onder de verzamelnaam van avionica.

Bewapening miniatuur|Boordkanon van de F-16