300px|thumb|De tempel van Yeha uit circa de 8e eeuw v.Chr. en mogelijk een van de oudste gebouwen van Ethiopië Ethiopië is het oudste onafhankelijke land van Afrika, met zowat de langste opgetekende geschiedenis ter wereld. Tot aan de Tweede Wereldoorlog stond Ethiopië bekend onder de naam "Abessinië", hoewel het Keizerrijk Ethiopië reeds voor die tijd de officiële naam was van het land.

Prehistorie

De prehistorie van Ethiopië gaat terug tot het begin van de mensheid en het ontstaan van de anatomisch moderne mens. Archeologische ontdekkingen hebben fossiel bewijs opgeleverd van vroege menselijke successie, waaronder de mensachtigen Australopithecus afarensis (3,2 miljoen BP) en Ardipithecus ramidus (4,4 miljoen BP).

Oudheid Volgens de legendes zou de mensheid in Ethiopië zijn ontstaan. Samen met Eritrea en het zuidoostelijke deel van de kust van de Rode Zee die behoort aan Soedan, wordt dit beschouwd als de meest waarschijnlijke locatie van het land Poent, dat vernoemd werd in de Egyptische cultuur en voor het eerst vermeld werd in de 25e eeuw v.Chr.. Het begin van een staat in dit gebied kwam er in 980 v.Chr., wat ook gebruikt wordt als de legendarische stichtingsdatum van het land.

Volgens overlevering waren de vroegste heersers afstammelingen van Bijbelse koning Salomo, die een romance zou hebben gehad met de koningin van Sheba (Sheba ligt in Jemen, maar had een kolonie in Ethiopië). De uit deze relatie geboren Menelik was tussen 204 en 179 v.Chr. de heerser over het Koninkrijk Aksum. Oude Ethiopische kronieken vertellen uitvoerig over de affaire tussen Salomo en de koningin van Sheba.

In Het leven van Apollonius van Tyana van Philostratus (ca. 170 - ca. 247) staat, dat de Ethiopiërs uit India kwamen, nadat koning Ganga was gedood en ze moesten vluchten.Philostratus, Het leven van Apollonius van Tyana, Nederlandse vertaling S. Mooij-Valk, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2013, III,20, p. 116: 'Er was een tijd, moet je weten,' zei hij Iarchas, 'waarin de Ethiopiërs hier [in India] woonden als Indische stam, en Ethiopië nog niet bestond. De grenzen van Egypte lagen voorbij Meroë en de cataracten, en het land zelf omvatte aan de ene kant de bronnen van de Nijl en eindigde aan de andere kant bij de mondingen van de rivier. In de tijd dan dat de Ethiopiërs hier woonden, waren ze onderdanen van koning Ganges.' VI,11, p.222: 'Over deze wijsheid waren jullie Ethiopiërs het zelf ook eens met Pythagoras, in de tijd dat jullie de Indische levenswijze aanhingen, want van oudsher, lang geleden, zijn jullie Indiërs. Maar toen jullie uit schaamte over de reden waarom jullie hierheen zijn gekomen, omdat de aarde vertoornd was, liever geen Ethiopïers wilden lijken die uit India waren gekomen, hebben jullie daar alles aan gedaan (..) en hebben jullie besloten de goden liever te vereren op de Egyptische manier dan op die van jullie zelf (..).' Volgens Isis Ontsluierd (1877) van de theosofe Blavatsky kwamen 'Oost-Ethiopiërs' (Indiërs) via Iran en Arabië naar Misra (Caïro) en was hun leider Manu Vena dezelfde als Menes, de eerste menselijke farao van Egypte.

Zagwedynastie De geschiedenis van het onafhankelijke Abessinië begint met de dood van de laatste koning van Aksum, rond 1137. De Zagwedynastie nam toen tijdelijk de macht in handen. Hun macht reikte echter nooit verder dan de eigen etnische kern en in 1270 werd de Zagwedynastie omver geworpen door de keizer Yekuno Amlak die beweerde af te stammen van de koningen van Aksum. De door hem gestichte Salomonsdynastie regeerde tot in de late twintigste eeuw en het is onder deze dynastie dat de meeste modern geschiedenis van Ethiopië gevormd werd. Tijdens deze periode veroverde het rijk zo goed als wat nu het moderne Ethiopië en Eritrea is. Ze versloegen met succes de Arabische en Turkse legers die hen aanvielen en hadden goede relaties met sommige Europese grootmachten.

Wedloop om Afrika 300px|thumb|Kaart van Abbesinië uit de 19e eeuw De jaren 1880 werden gemarkeerd door de wedloop om Afrika en de modernisering van Ethiopië. Conflicten met Italië resulteerden in de Slag bij Adwa in 1896, waarbij de Ethiopiërs de westerse wereld verrasten door de koloniale macht te verslaan en hun onafhankelijkheid te vrijwaren, dit onder de heerschappij van Menelik II. Deze slag was de eerste oorlog waarbij een Europese legermacht verloor van een Afrikaans leger. Italië en Ethiopië tekenden een voorlopig vredesverdrag op 26 oktober 1896.

In 1913 overleed keizer Menelik II. Zijn opvolger werd in 1916 afgezet, waarna prinses Zauditu de troon besteeg. De werkelijke macht kwam echter in handen te liggen van de edelman Haile Selassie, oftewel Ras Tafari, een neef van de keizerin en zoon van de hoge edelman Ras Makonnen. Ras in de Ethiopische militaire orde is soortgelijk aan die van generaal in de Westerse traditie. Ras Tafari werd regent. Keizerin Zauditu legde zich vooral toe op het herstel van kerken en monumenten en was zeer devoot maar ook vrij conservatief. Hoewel conservatief, wilde zij zich bevrijden van het regentschap en zelf regeren. Pas in 1928 wist keizerin Zauditu de macht naar zich toe te trekken. Ras Tafari ging hier niet mee akkoord, maar de keizerin benoemde hem tot negus (koning).

In 1930 probeerde de echtgenoot van de keizerin, prins Gugsa Welle, via een opstand ervoor te zorgen dat zijn vrouw de alleenheerschappij zou krijgen. Deze opstand werd echter door Tafari's troepen onderdrukt; de soldaten waren loyaal aan Tafari omdat deze het leger had gemoderniseerd. Gugsa Welle kwam om in de strijd en de keizerin overleed een dag later aan diabetesSommige historici menen dat ze is overleden van verdriet over haar overleden man, anderen menen dat ze vergiftigd zou zijn door Tafari, maar later onderzoek wees uit dat ze diabetes had in een vergevorderd stadium. Negus Tafari werd hierna gekroond als Nagusa Negast (koning der koningen, oftewel keizer) Haile Selassie van Ethiopië. Haile Selassie bouwde goede relaties op met Italië en reeds onder zijn regentschap wist Haile Selassie er met Italiaanse hulp voor te zorgen dat Ethiopië tot de Volkenbond toe trad.

Italiaanse periode In 1935 veranderde de verhouding tussen het Italië van Mussolini en het Ethiopië van Haile Selassie aanzienlijk. In 1935 viel Italië Ethiopië aan tijdens de Tweede Italiaans-Ethiopische Oorlog en wist het het Ethiopische leger in 1936 te verslaan. De Italianen gebruikten grootschalig mosterdgas in aanvallen op de burgerbevolking. Omdat zowel Italië als Ethiopië lid waren van de Volkenbond werd Italië geconfronteerd met beperkte economische sancties. Hieronder vielen echter niet voor oorlogsvoering essentiële producten als olie. De grote steden in Ethiopië werden door Italië bezet, maar het kwam niet tot een echte kolonisatie. Na zijn vlucht uit het land verbleef keizer Haile Selassie in ballingschap in Londen. In 1941, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd Ethiopië door de Britten op Italië veroverd. Zij ontvingen steun van een expeditieleger uit Belgisch-Congo dat op 8 juni 1941 de garnizoenstad Saio nabij de grens met het toenmalige Soedan innam.David Van Reybrouck, Congo: een geschiedenis, De Bezige Bij, Amsterdam 2010.

Ethiopiërs zien de Italiaanse periode als een bezetting van enkele jaren, veel te kort om een koloniaal bestuur te organiseren.

Na de hernieuwde onafhankelijkheid thumb|300px|Haile Selassie in 1942 Ethiopië kreeg in 1941 zijn soevereiniteit weer terug en keizer Haile Selassie keerde terug en zette zijn moderniseringsbeleid voort.

In de jaren zestig werd Haile Selassie medeoprichter van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid. De keizer werd samen met de Ghanese president Kwame Nkrumah hét gezicht van het panafrikanisme. De jonge Afrikaanse staten baseerden hun nationale vlag veelal op de Ethiopische. Het aanzien dat de keizer in het buitenland verwierf, verwierf hij niet in het binnenland. Hoewel de keizer de eenheid van het land benadrukte, bevoordeelde hij de Amharen, de voornaamste en welvarendste bevolkingsgroep in Ethiopië. In 1960 pleegden leden van de keizerlijke lijfwacht een mislukte staatsgreep. Sindsdien waren er guerrillabewegingen actief tegen het keizerlijke bewind en streefde men naar een constitutionele monarchie.

Eritrea was ondertussen, begin jaren vijftig, bij Ethiopië gevoegd maar behield in eerste instantie een grote autonomie. In 1961 werd deze autonomie zonder raadpleging van de bevolking echter afgenomen. Dit leidde tot de Eritrese Onafhankelijkheidsoorlog, die tot 1991 zou duren en zou resulteren in een Ethiopische nederlaag. In 1993 werd Eritrea onafhankelijk en sindsdien heeft Ethiopië geen kustlijn meer.

Communistische periode In januari 1974 pleegden militairen een staatsgreep en installeerden een militaire raad, de Dergue of Derg. De nieuwe militaire machthebbers lieten de keizer een liberale premier benoemen. De meeste militairen binnen de Dergue waren aanhangers van een democratische monarchie en beschouwden de keizer nog steeds als staatshoofd. Radicale leden binnen de Dergue, zoals majoor Atnafu Abate en majoor Mengistu Haile Mariam pleegden op 12 september 1974 een staatsgreep en maakten een einde aan het bewind van kolonel Alem Zewd Tessema en sloten keizer Haile Selassie op in de gevangenis. Dergue-voorzitter, brigadegeneraal Tafari Benti, een gematigd man, werd waarnemend staatshoofd. Benti bleef contacten onderhouden met de keizer. In december 1974 schoven Abate en Mengistu brigadegeneraal Benti echter terzijde en kolonel Aman Mikael Andom werd waarnemend staatshoofd en Dergue-voorzitter. Op 21 maart 1975 werd de republiek uitgeroepen en werd Andom staatshoofd. Inmiddels was keizer Haile Selassie in de gevangenis (onder verdachte omstandigheden) overleden. Ook de Patriarch van de Ethiopisch-orthodoxe Kerk overleed, eveneens onder verdachte omstandigheden. Staatshoofd Andom (sinds 1975 tevens premier) kwam in februari 1977 om het leven tijdens een schietpartij. Kolonel Mengistu werd nu Dergue-voorzitter, premier en staatshoofd.

Kolonel Mengistu ontketende een "Rode Terreur" tegen de tegenstanders van het regime. Hij onderdrukte de monarchistische beweging en vervolgde de aanhangers van de socialistische Ethiopische Volksrevolutionaire Partij en de eveneens socialistische MEISON-beweging.

Mengistu voerde een communistisch bewind en werd gesteund door de Sovjet-Unie. In 1979 werd er door het regime een Ethiopische Arbeiderspartij in het leven geroepen, met Mengistu als voorzitter. Landhervormingen maakten een einde aan het grootgrondbezit. Kleine boeren en landlozen verkregen het vrijgekomen land, maar konden pas op overheidssteun rekenen wanneer zij zich in collectieven (de zgn. Verenigingen) verenigden. In de jaren tachtig was er sprake van een zeer ernstige hongersnood, waarbij enorm veel mensen om het leven kwamen.

Sinds 1977 was Ethiopië in oorlog met Somalië om het westen van Somalië (het Ogadengebied). Somalië ontving militaire steun van de Verenigde Staten en Ethiopië ontving militaire steun van de Sovjet-Unie en Cuba. Dankzij de militaire steun van communistische landen won Ethiopië de ogaden-oorlog en sloot het in 1988 vrede met Somalië. Sinds het begin van de jaren tachtig woedde er een burgeroorlog in Ethiopië. Het populaire Ethiopische Volksrevolutionaire Democratische Front (EPRDF) voerde een guerrilla tegen het communistische bewind in Addis Abeba. Ook was Ethiopië in oorlog met de Eritrese verzetsbewegingen die naar een onafhankelijk Eritrea streefden.

In 1987 werd de Democratische Volksrepubliek Ethiopië uitgeroepen met de Ethiopische Arbeiderspartij (EWP) als enige toegestane partij. Mengistu werd president en de Dergue werd opgeheven. Mengistu voerde een voorzichtige liberalisering van de economie door en zocht toenadering tot de kerkleiding en de moslimleiders.