right|200px|thumb|Het Groningse taalgebied Het Gronings is een van de hoofdvariëteiten van het Nedersaksisch, en wordt gesproken in de provincie Groningen en in de grensgebieden van Drenthe en Friesland. In vroegere tijden is de provincie voor een groot gedeelte Friestalig geweest, waardoor de taal een grote Friese invloed ondergaan heeft en dus ook kan worden aangeduid als Friso-Saksisch. Dit heeft ten gevolge dat het Gronings nogal verschilt van de andere Nedersaksische streektalen. Een streektaal die wel sterk met het Gronings overeenkomt is het Oostfries in het Duitse Oost-Friesland, dat een groot gedeelte van zijn geschiedenis en cultuur met Groningen deelt.
De taalkundige kenmerken van het Gronings zijn dan ook zowel Fries als Saksisch getint en zorgen ervoor dat het Gronings, na het Limburgs en het Frans-Vlaams, het verst van het Nederlands af staat van alle streektalen in Nederland en Vlaanderen. De kenmerken van het Gronings die van het Nederlands en het Nedersaksisch verschillen, worden hieronder besproken.
Uitspraak en letters Het Gronings kenmerkt zich door bepaalde klanken en de aparte uitspraak van bepaalde letters. Deze kenmerken worden door niet-sprekers over het algemeen als "boers" ervaren, terwijl ze veel overeenkomsten hebben met de Duitse en Deense uitspraak. Bij de voorbeelden wordt sterk verwezen naar het IPA, het International Phonetic Alphabet. Enkele van de meest voorkomende tekens zijn ˢ en ʰ: deze geven aan dat de voorafgaande klank wordt uitgesproken met respectievelijk een lichte s-klank (zoals ook voorkomt in het Duits en het Deens) en een uitstoot van extra lucht, zoals bij de beginklanken van de Engelse woorden park, car, tip. Het teken ː geeft aan dat de voorafgaande klinker lang wordt aangehouden. De gecombineerde tekens n̩, m̩, ŋ̩ worden gebruikt om klanken aan te geven die een zelfstandige lettergreep vormen ondanks de afwezigheid van een klinker. Om nauwelijks hoorbare klanken weer te geven worden de tekens d̥ en b̥ gebruikt.
Letters In het Gronings komen verschillende lettercombinaties en accentstreepjes voor die niet in het Nederlands voorkomen of die anders worden gebruikt. Deze worden hieronder behandeld. De letters q en c worden niet gebruikt in het Gronings. De c kan echter wel voorkomen in de combinatie ch, ook al bestaat voor veel Groningssprekers deze combinatie enkel voor de sier; voor velen is er geen hoorbaar verschil tussen ch en g.
letteruitspraakvoorbeeld uitspraakaeen klank tussen è en aa in. Wordt voor l verder achter in de mond uitgesproken. IPA: a, aː, ɑdat [datˢ], kare [kʰaːrə] (kar), geval [ɣəvɑɫ]aaeen langere klank tussen è en aa in: aː, ɑːnaacht [naːxt] (nacht), aal [ɑːɫ] (wel)aiai of oi. Monoftongiseert voor veel sprekers tot donkere a voor l: ai, ɑi, ɑnait [naitˢ, nɑitˢ] (niet), akkenail [aɡəˈnɑɫ] (dakkapel)aaide lang aangehouden variant van ai. Monoftongiseert voor l: aːi, ɑːi, ɑːaainglieks [ˈaːiŋ̩liks] (eigenlijk), zaail [zɑːɫ] (zeil)aauween lang vastgehouden versie van Nl. ou, au, maar verder voor in de mond uitgesproken: aːublaauw [blaːu] (blauw)eAls Nl. korte of lange e; lange e zoals in blèren of een sjwa. De lange e is altijd een diftong. Klinkt voor een l richting korte o: ɛ, ɛː, eːi, ə, ɐt westen [tˢʰ ͡ ʋ̥ɛsn̩] (het westen), doe bis west [du bɪz ͡ ʋ̥ɛːst] (jij bent geweest), bèr [bɛːr] (bed), toavel [tˢʰʊːvɐɫ] (tafel)eeNl. ee, maar nooit uitgesproken als monoftong: einee [nei]euNl. eu, maar altijd als diftong: ʏyscheuvellopen [ˈsxʏyvɐˌɫoub̥m̩] (schaatsen)eurGemonoftongiseerde versie van eu: ʏːrdeur [dʏːr]goorspronkelijk stemhebbend, steeds vaker als "harde" ch: ɣ, x, χGrunnen [ˈɣrʏn̩, χ(r)ʏn̩], ofgeven [ˈɔːfˌxeːb̥m̩] (afgeven)ìee zoals in Nl. peer, maar nasaal: ɪ̃ːt ìnd [tˢʰɪ̃ː(n)tˢ] (het einde)ieals Nl, of als ee in Eng. to need: i, iːmie [mi] (mij), kiend [kʰiːntˢ] (kind)ijals (ouder) Nl. ei, ij, maar langer aangehouden.: ɛːitwij [tʰˢʋ̥ɛːi] (twee)ksterk geaspireerd, behalve wanneer geplaatst naast s of een nasaal. Klinkt tussen klinkers en naast stemhebbende plosieven als Eng. g als in girl: kʰ, k, ɡkeren [ˈkʰɪː(r)n̩], skoren [skʊː(r)n̩], (scoren) ik bin [ɪɡ ͡ ˈbẽn] (ik ben)lals in Nl., maar gevelariseerd ("donker") naast klinkers die achter in de mond worden uitgesproken en in de lettergreepauslaut.: l, ɫliest [ˈliːst] (lijst), laif [laif] (lief), bellen [ˈbɛːɫn̩, ]nals Nl. n. Omdat in de veelvoorkomende uitgang -en de klinker wegvalt, wordt de n vaak uitgesproken als een opzichzelfstaande lettergreep. Bijkomstig past de nasaal zich aan aan de voorafgaande medeklinker: alveolair na een alveolair, labiaal na een labiaal, enzovoort: n, n̩, m̩, ŋ̩noeit [nuːitˢ] (nooit), katten [ˈkʰad̥n̩], hebben [ˈɦɛb̥m̩], vangen (ˈvaŋ̩)o (ò)als Nl. korte of lange o, of als lange o in corps. Omdat deze klinker contrasteert met o/ó (hieronder beschreven) wordt zij soms geschreven als ò om verwarring te voorkomen.: ɔ, ɔː, oustok, (stòk) [stɔkʰ], potje, (pòtje) [pʰɔdjə], holt [ɦɔːɫtˢ] (hout)oonooit een monoftong, als in sommige versies van Nl.: ourood [routˢ,]o (ó)de korte variant van Gr. oa (hieronder beschreven), en wordt soms om verwarring te voorkomen geschreven als ó.: ʊstok, stók [stʊkʰ] (stuk), pótje [pʰʊdjə] (zuigeling)oaoo als in Nl. oor: ʊːdoar [dʊːr] (daar)öongeveer zoals in de Nederlandse uitspraak van shirt en freule. Wordt lang vastgehouden voor een r, die vervolgens vaak wegvalt: œ, œːröt [rœtˢ] (verrot; rat), börg [bœː(r)x] (burcht)pkan net als k sterk worden geaspireerd. Wordt stemhebbend tussen klinkers en bijna onhoorbaar naast een lettergreepvormende nasaal: pʰ, p, b, b̥peerd [pʰɪː(r)tˢ] (paard), spoaren [ˈspʊː(r)n̩] (sparen), dopen [ˈdoub̥m̩]ruitspraak verschilt sterk per spreker: sommigen gebruiken een tongpunttril-r, anderen een brouw-r, weer anderen een gerolde uvulaire r als in het Duits. Kan tussen een lange klinker en een medeklinker wegvallen: r, ʀ, ʁraand [raːntˢ] (rand), steert [stɪː(r)tˢ] (staart)sjVoor oudere sprekers nog een combinatie van twee klanken s en j, maar voor veel sprekers een enkele klank zoals in het Engels: sj, ʃ, ɕsjomp [ʃʊmp] (armoedzaaier)taffricatiseert onder alle omstandigheden naar ts, tenzij omsloten door andere medeklinkers of aan het eind van een woord naast s. Wordt sterk geaspireerd uitgesproken onder dezelfde omstandigheden als k en p, en wordt onder bepaalde omstandigheden net als die twee fonemen stemhebbend of nauwelijks hoorbaar: tˢʰ, tˢ, t, d, d̥toes [tˢʰuːs] (thuis), aacht [aːxtˢ] (acht), stoan [stʊːn] (staan), katten [ˈkʰad̥n̩]tjals een combinatie van twee klanken of als een enkele palataal: tj, cTjoop [coupʰ] (een minachtenswaardig persoon genaamd Joop), tjoenke [cuːŋɡə] (van toenke met het tj-voorvoegsel: een slecht tuintje, of een vergelijkbaar afwijzende uitspraak)uilanger vastgehouden dan in het Nl, en nooit diep uitgesproken (als aa-uu of aai) zoals in het Poldernederlands: əːybluien [ˈbləːyn̩] (bloeien)vIn de regel stemhebben, maar naast stemloze medeklinkers als f. Wordt voor een lettergreepvormende nasaal bilabiaal en bijna onhoorbaar: v, f, b̥vaarf [vaː(r)f] (verf), ofvaarfd [ˈɔːˌfaː(r)ftˢ] (afgeverfd), vaarven [ˈvaː(r)b̥m̩] (verven)wniet een labiodentale fricatief zoals in het Nl., maar uitgesproken zonder hoorbare wrijving: ʋ̥waark [ʋ̥aː(r)kʰ] (bezigheid)
Combinaties In het Gronings worden vaak klinkers "ingeslikt" of net even anders uitgesproken in een combinatie. Ondanks dit inslikken, wordt het woord wel voluit geschreven, dus niet loopm of loopn, maar gewoon lopen.
letteruitspraakvoorbeeld uitspraak -pen, -ben, -venb̥m̩lopen [ˈloub̥m̩] lopen, hebben [ˈɦɛb̥m̩] hebben, even [ˈeib̥m̩] even -menm̩nemen [ˈnẽm̩] nemen -ten, -dend̥n̩peerden [ˈpɪː(r)d̥n̩] paarden, proaten [ˈprʊːd̥n̩] spreken, praten -zenzn̩lezen [ˈleizn̩] lezen -nen, -ndenn̩runnen [ˈrʏn̩] rennen, landen [ˈlan̩] landen -kenɡŋ̩moaken [ˈmʊːɡŋ̩] maken -chtenxŋ̩wachten [ˈʋaxŋ̩] wachten -genŋmaggen [ˈmaŋ̩,̩] mogen -elnɐɫnkwedeln [ˈkʰʋ̥eidɐɫn, ˈkʰʋ̥eirɐɫn] kletsen -ernə(r)nvouern [ˈvɔu̯ə(r)n] voederen schr-sxr, sʁschrieven [ˈsxrib̥m̩, ˈsʁib̥m̩] schrijven
Gevolgd door een -e Als bepaalde medeklinkers gevolgd worden door een -e veranderen ze van klank. Ze worden dan stemhebbend. Dit verschijnsel komt vooral in het Veenkoloniaals voor.
LetterHoogelandstersVeenkoloniaalskmok [mʊkʰ]mokke [ˈmʊɡə]pklomp [kʰlʊmpʰ]klombe [ˈkʰlʊmbə]sschaans [sxaːns]schaanze [ˈsxaːnzə]ttìnt [tˢʰɪ̃ː(n)tˢ]tìnde [ˈtˢʰɪ̃ː(n)də]fplof [pʰlɔf]plovve [ˈpʰlɔvə]
Zinsuitspraak Bij de uitspraak van zinnen worden veel letters vaak weggelaten en worden woorden aan elkaar geplakt. Groningers en Groningssprekende Drenten en Friezen spreken dan ook sneller dan sprekers van andere streektalen. Het West-Vlaams kent dit verschijnsel echter wel. Bijvoorbeeld:
Spelling: "Dat het hai aiglieks nait doan," zegt zien bruier Uitspraak: Daddedde ailieks nai doan, sètsien bröjr IPA: [dad ͡ ˈɛd ͡ ə ɑliks ˌnai ͡ ˈdʊːn sɛtˢ ͡ sin ˈbrəyər]
Spelling: Woarom schriefst doe heur nait woar of t is?" Uitspraak: Woarem sriefstoeheur naait woaroft is? IPA: [ʋʊːrəm ˈsriːfs ͡ tˢu ͡ ø̞r ˌnaid ͡ ʋʊːr ɔf ˈtˢ ͡ ɪs]
Spelling: Dij kerel staait doar nou al doagen laank te wachten Uitspraak: Dij kirrol staaitoar nouwaal doakhnglaank twach-chen IPA: [dɛi ˈkʰɪrɐɫ staːit ͡ tˢʊr nɔu ɑːɫ ˈdʊːŋ̩ ˌlaːŋkʰ tˢ ˈʋ̥axŋ̩]
Spelling: Maggen joe doar nait in? Uitspraak: Makhngjoe dernaidìn? IPA: [ˈmaŋ̩ ju dənaiˈdẽn]
Persoonlijke voornaamwoorden Naamvalsvormen NominatiefBezittelijkBezittelijk-zelfstandigVoorwerpsvorm (Datief & Acc.)ikmienmienentmiedoediendienentdiehai, zai, tzien, heurzienent, heurenthom, heurwieonsonzentonsie/joejoenjoenentjoezaiheurheurentheur
Doe In de eerste naamval kan, net zoals in het Fries, het woord doe (jij) vaak worden weggelaten. Voor elk woord dat voor doe staat, komt namelijk -s achter, waardoor men al weet dat doe erachter hoort. Wanneer doe wel gebruikt wordt, wordt de nadruk hierop gelegd. Bijvoorbeeld:
Mindergebruikt Gronings: Kinstoe bloumen nog even woater geven, ik docht datstoe dat al doan haarst. Meergebruikt Gronings: Kinst bloumen nog even woater geven, ik docht datst dat al doan haarst. Nederlands: Kun je de bloemen nog even water geven, ik dacht dat je dat al had gedaan.
Gronings: Hest dat doan? Nederlands: Heb je dat (even) gedaan? tegenover: Gronings: Hestoe dat doan?! Nederlands: Heb jij dat gedaan?!
In het Gronings is het onbeleefd om tegen onbekenden doe te zeggen, behalve als zij zelf aangeven dat je doe mag zeggen. Wanneer men elkaar voor de eerste keer aanspreekt gebruikt men altijd ie (u). In sommige gevallen hebben mensen ook liever dat zij ie genoemd worden. In tegenstelling tot in het Nederlands wordt in het Gronings het woord ie niet gelijk geassocieerd met ouderen of hogergeplaatsten, maar met een algemeen respect. Sommige mensen noemen zelfs hun ouders en schoonouders ie.
Ons In het Gronings kunnen de bezittelijke voornaamwoorden ons (ons of onze) en joen (uw of jullie) gebruikt worden om familie of andere dichtbij gerelateerde personen aan te duiden. Bijvoorbeeld:
Gronings: Ons Gesina is aaltied te loat. Nederlands: Gesina is altijd te laat.
Gesina is dan een naburig persoon van de spreker, waarschijnlijk een dochter of een zus. Het kan ook andersom: Joen Gesina is aaltied te loat. In dit geval is Gesina dus een naburig persoon van de ontvanger. Dit is alleen mogelijk met de meervoudsvormen; wanneer in het Nederlands gezegd wordt mijn moeder wordt dit ook vertaald met ons moe/ma/mou/mem. Men zegt dus nooit Mien/Dien Greta is aaltied te loat.
Werkwoorden Het Gronings kent een aantal kenmerken wat betreft werkwoorden die het Nederlands niet kent. Naast vertalingen zijn ook de vervoegingen, het voltooid deelwoord en bepaalde vormen van werkwoorden anders.
Regelmatige werkwoorden