De Burgeroorlog tussen Pompeius en Caesar was een van de laatste politiek-militaire conflicten in de Romeinse Republiek vóór de stichting van het Romeinse Keizerrijk. Het begon als een reeks van politieke en militaire confrontaties, tussen Julius Caesar, zijn politieke volgelingen (de populares), en zijn legioenen, tegen de optimates, de politiek conservatieve, en maatschappelijk gezien de traditionalistische factie van de Romeinse Senaat, die gesteund werden door Pompeius en zijn legioenen.

Na een vier jaar lange politiek-militaire strijd, die uitgevochten werd in Italië, Griekenland, Egypte, Africa en Hispania, versloeg Caesar de laatste optimates in de Slag bij Munda en werd Dictator perpetuus (Dictator voor het leven) van Rome. De wijzigingen in de Romeinse regering die gelijktijdig gebeurden met de oorlog elimineerden grotendeels de politieke tradities van de Romeinse Republiek en dit leidde tot het ontstaan van het Romeinse Keizerrijk.

Wat voorafging

De gebroeders Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus probeerden aan het einde van de 2e eeuw v.Chr. landhervormingen te bewerkstelligen en de macht van de grootgrondbezitters te verminderen ten gunste van het volk. Beiden werden uiteindelijk gedood, maar hun optreden leidde echter tot de vorming van de belangengroeperingen der optimates, die het conservatieve senaatsbewind steunden, en populares, die op ingrijpende politieke hervormingen aanstuurden. Deze groeperingen zouden in het begin van de 1e eeuw v.Chr. lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Na de bondgenotenoorlog (bellum sociorum) van 91 - 88 v.Chr. groeide de macht van de optimates en tijdens de dictatuur van Sulla (82 - 79 v.Chr.) bereikte ze haar hoogtepunt. Nadat deze was afgetreden nam de invloed van de conservatieven af ten gunste van de hervormers.

Triumviraat complotteert tegen Senaat In 60 v.Chr. vormden Caesar, Pompeius en Crassus een bondgenootschap (eerste triumviraat, ofwel driemanschap) om de macht van de senaat aan banden te leggen.Florus, Epitome II 4.2 (Engelse vertaling). Met steun van Crassus en Pompeius werd Caesar in 59 v.Chr. benoemd tot consul (naast Bibulus) en datzelfde jaar trouwde Pompeius met Caesars dochter Julia om het bondgenootschap te bezegelen.Cicero, Ad Atticum II 17 (Engelse vertaling). Met de steun van Pompeius en Piso werd Caesar daarna benoemd tot proconsul van Illyrië en Gallia Narbonensis voor een periode van vijf jaar.Plutarchus, Caesar 14.10. In 58 v.Chr. begon Caesar met de verovering van Gallië; het begin van de Gallische Oorlog.Cassius Dio, XXXVIII 31 (Engelse vertaling). Rond die tijd zorgde de door Clodius veroorzaakte onrust in Rome voor een bekoeling van de relatie tussen Crassus en Pompeius. Caesar, Pompeius en Crassus kwamen in 56 v.Chr. samen in Luca,Plutarchus, Caesar 21.5. waar ze hun bondgenootschap vernieuwden en Caesar voor nog eens vijf jaar tot proconsul van Gallië werd benoemd, terwijl Pompeius en Crassus in 55, net als in 70 v.C., opnieuw consul werden.Suetonius, Caesar 24 (Engelse vertaling).

Dood Crassus ; rivaliteit Pompeius – Caesar Na hun consulschap werden Crassus en Pompeius proconsul van respectievelijk Syria en Hispania Citerior en Ulterior. In 54 v.Chr. vertrok Crassus als proconsul naar Syria en in 53 v.Chr. viel hij het rijk der Parthen binnen. In de slag bij Carrhae in datzelfde jaar werden de Romeinen vernietigend verslagen. Crassus werd door de Parthen gevangengenomen en geëxecuteerd, waarna het driemanschap ophield te bestaan.Plutarchus, Caesar 28.1.

Senaat veroordeelt Caesar Na binnenlandse onrusten werd Pompeius in 52 v.Chr. door de senaat benoemd als enkele consul (consul sine collega). Met harde hand herstelde hij de orde. In 50 v.Chr. liep Caesars tweede termijn als proconsul van Gallië af en werd hem door de senaat bevolen zijn legers te ontbinden en naar Rome terug te keren.Cassius Dio, XLI 3.4 (Engelse vertaling). Caesar liet de senaat weten dat hij bereid was afstand te doen van al zijn gebieden en strijdkrachten, behalve Gallia Cisalpina en twee legioenen, als zijn rivaal Pompeius hetzelfde zou doen, maar de senaat bleef erbij dat Caesar zonder legers naar Rome terug moest keren. Caesar vreesde in Rome zonder militaire steun te zullen worden opgepakt en sloeg de bevelen in de wind., art. Gaius Julius Caesar - Civil wars (51-47), Livius.org (2009). In januari 49 v.Chr. stond hij met het 13e legioen Gemina voor de Rubicon, de grensrivier tussen Gallia Cisalpina en het door de senaat bestuurde Italische thuisland. Hij stak, mét zijn legioen, de rivier over met de bekende woorden: "Alea iacta est" (de teerling is geworpen)Suetonius, Caesar 32, Plutarchus, Caesar 32.8., en met deze daad van agressie was de burgeroorlog een feit. Caesar werd daarop bij het senaatsbesluit over het verdedigen van de republiek (senatus consultum de re publica defendenda) tot vijand van de senaat (hostis senatus) uitgeroepen.Cicero, Ad familiares 16.11 (Engelse vertaling). De senaat benoemde Pompeius tot dictator om Rome te beschermen.

De burgeroorlog Caesar in Italië thumb|300px|Caesars campagnes vanaf de oversteek van de Rubicon (januari 49 v.Chr.) tot de slag bij Zela (mei 47 v.Chr.).

Labienus, Caesars belangrijkste onderbevelhebber (legatus) tijdens de Gallische Oorlog, liep over naar Pompeius en vertelde hem dat Caesar van plan was met zijn leger naar Rome te komen.Cassius Dio, XLI 4.2 (Engelse vertaling). Ariminum (Rimini) was de eerste stad die Caesar veroverde., Römische Geschichte, II, Berlijn, 18613, p. 374. Toen Pompeius hoorde dat de Noord-Italische steden zich aan Caesars zijde schaarden verliet hij de hoofdstad en trok naar Capua in het zuiden. Hij beval de leden van de senaat Rome te verlaten en verklaarde dat wie achterbleef daarmee aangaf tegen hem te zijn.Cassius Dio, XLI 6.2 (Engelse vertaling). Pompeius beval Domitius Ahenobarbus om zijn legers terug te trekken om ze samen tevoegen met zijn eigen legertroepen, maar Domitius weigerde en bleef in Corfinium. Caesar trok op naar Corfinium,Plutarchus, Caesar 34.6, Cassius Dio, XLI 10.2 (Engelse vertaling). waar hij op 14 februari in het jaar 49 v.C. aankwam., Caesar's movements, Jan. 21 to Feb. 14, 49 B.C., in CR 18 (1904), p. 349 (JSTOR-link). Hij belegerde de stad, die zich na een belegering van zeven dagen op 21 februari overgaf.Julius Caesar, Commentarii de bello civili I 16-23 (s:en:Commentaries on the Civil War/Book 1 Engelse vertaling). Pompeius trok zich verder naar het zuiden terug in Brundisium,Cassius Dio, XLI 11 (Engelse vertaling). waar de consuls en een groot deel van Pompeius' leger naar Dyrrhachium voeren.Plutarchus, Caesar 35.2. Pompeius bleef met 20 cohorten achter in afwachting van de terugkeer van de schepen. Intussen begon hij met de opbouw van zijn leger en de versterking van de stad. Caesar trok met zes legioenen naar het door Pompeius versterkte Brundisium. Hij wilde nog geen grootscheepse aanval doen in de hoop dat Pompeius zich met hem zou verzoenen, maar er waren wel wat kleinschalige confrontaties. Toen Caesar bijna klaar was met de voorbereidingen voor een aanval op de stad keerde de Romeinse vloot terug, waarmee Pompeius naar het oosten vluchtte.Cassius Dio, XLI 13 (Engelse vertaling). Brundisium kwam zonder gevecht in Caesars handen.Julius Caesar, Commentarii de bello civili I 25-27 (Engelse vertaling). Omdat Caesar zelf niet de beschikking over een vloot had, besloot hij Hispania te veroveren om Pompeius zijn thuisbasis te ontnemen.Suetonius, Caesar 34.2. Hij stelde Lepidus aan als praetor urbanus van Rome en Marcus Antonius als volkstribuun (tribunus plebis). Verder stuurde hij Quintus Valerius met een legioen naar Sardinië en Curio met drie legioenen naar Sicilië; de laatste moest nadat Sicilië was veroverd de oversteek naar Africa maken om de graantoevoer naar Rome zeker te stellen.Julius Caesar, Commentarii de bello civili I 30 (s:en:Commentaries on the Civil War/Book 1 Engelse vertaling).

De Spaanse campagne

In maart 49 v.Chr. ging Caesar op weg naar Spanje. In april was hij bij Massilia, dat in handen was van Domitius Ahenobarbus, de nieuwe proconsul van Gallia Narbonensis. Massilia stond als enige stad in Gallië aan de zijde van Pompeius.Cassius Dio, XLI 19 (Engelse vertaling). Caesar stuurde Gaius Fabius met drie legioenen naar de Pyreneeën om de bergpassen te bezettenJulius Caesar, Commentarii de bello civili I 37 (Engelse vertaling). en begon zelf met de voorbereidingen voor de belegering van Massilia. Ook liet hij te Arelas (Arles) een aantal schepen bouwen om te voorkomen dat de stad vanuit zee bevoorraad werd. Nadat de belegeringswerken klaar waren liet Caesar het beleg van Massilia over aan zijn vertrouweling Trebonius, art. Trebonius (11), in (ed.), A Dictionary of Greek and Roman Biography and Mythology, III, Boston, 1867, p. 1171. en stelde hij Decimus Brutus aan het hoofd van zijn inderhaast gebouwde vloot. De laatste moest ervoor zorgen dat Domitius geen steun vanuit zee kreeg. Caesar zelf trok verder naar Hispania Citerior. In juni kwam het in Spanje tot een confrontatie in de slag bij Ilerda, heden Lerida genoemd. Na een aantal tactische manoeuvres wist Caesar uiteindelijk het leger van Lucius Afranius en Marcus Petreius te omsingelen, waarop de vijf legioenen zich overgaven.Julius Caesar, Commentarii de bello civili I 84 (Engelse vertaling). Caesar trok verder naar het zuiden, waar Varro, de praetor van Hispania Ulterior, zijn twee legioenen overgaf zonder gevecht. Nu Spanje was veroverd keerde Caesar terug naar het beleg van Massilia. Het zou bijna zes maanden duren voordat de stad zich in oktober eindelijk overgaf.Julius Caesar, Commentarii de bello civili II 22 (Engelse vertaling). Terug in Rome werd Caesar op voorspraak van Lepidus voor korte tijd als dictator aangesteld, totdat hij samen met Publius Servilius IsauricusJulius Caesar, Commentarii de bello civili III 1 (Engelse vertaling). tot consul was benoemd.Cassius Dio, XLI 36, 43 (Engelse vertaling). Daarna vertrok hij naar Brundisium.

Curio in Africa

Toen Caesars generaal Curio op Sicilië landde was Pompeius' medestander Cato reeds naar Africa gevlucht,Julius Caesar, Commentarii de bello civili I 31 (Engelse vertaling). zodat Sicilië zonder gevecht in handen van Caesar kwam. Curio voer vanuit Sicilië naar Noord-Afrika, waar hij in de buurt van Utica aan land ging. Hij versloeg hier in de slag bij Utica het leger van Attius Varus.Julius Caesar, Commentarii de bello civili II 26 (Engelse vertaling), Cassius Dio, XLI 41.2 (Engelse vertaling). De jonge en onervaren Curio viel daarna bij de Bagradas-rivier een detachement van het leger van Pompeius' bondgenoot Juba I van Numidië aan: de slag bij de Bagradas. Tijdens de aanvankelijk succesvolle aanval bleek het echter dat Juba zijn hoofdmacht in de buurt verborgen had gehouden, en uiteindelijk werd Curio's leger vrijwel geheel vernietigd. Curio zelf weigerde te vluchtenJulius Caesar, Commentarii de bello civili II 42 (Engelse vertaling). en sneuvelde tussen zijn manschappen.Cassius Dio, XLII 4 (Engelse vertaling).

Caesars oversteek naar Illyrië