De Green Party of England and Wales (GPEW) (Welsh: Plaid Werdd Cymru a Lloegr) is de voornaamste groene politieke partij in Engeland en Wales. De partij is met vijf zetels vertegenwoordigd in het Lagerhuis, heeft een life peer die zitting heeft in het Hogerhuis en leden werden verkozen voor het Europees Parlement, de London Assembly en in plaatselijke besturen.

De partij is aangesloten bij de Global Greens en de Europese Groene Partij. De Green Party of England and Wales onderhoudt ook goede relaties met de Scottish Green Party en de Green Party of Northern Ireland.

Geschiedenis PEOPLE, 1973-1975 Een interview met Paul Ralph Ehrlich, expert op het vlak van overbevolking, in Playboy Magazine inspireerde Tony Whittacker, een ex-lid van de Conservative Party en activist uit Coventry, de Club of Thirteen bijeen te roepen met zijn vrouw Lesley en anderen. Hoewel velen van de Club op hun hoede waren voor de oprichting van een politieke partij, werd er in Coventry in de loop van 1973 een van de eerste groene partijen van de wereld gevormd onder de naam PEOPLE. De eerste editie van de Manifesto for a Sustainable Society gold als beleidsverklaring en was geïnspireerd door Blueprint for Survival (uitgegeven door het Britse tijdschrift The Ecologist). De hoofdredacteur van The Ecologist, Edward Goldsmith, deed zijn Movement for Survival samensmelten met PEOPLE. Goldsmith werd de leider van de nieuwe partij in de jaren zeventig.Wall, Derek, Weaving a Bower Against Endless Night: An Illustrated History of the Green Party, 1994

Derek Wall, politicus en lid van de partij, beweert in zijn geschiedenis van de Green Party dat de nieuwe politieke beweging zich aanvankelijk concentreerde op het thema overleving dat de bleak evolution van de opkomende partij vorm gaf tijdens de jaren zeventig. Bovendien zou het effect van de revolutie qua waarden en normen tijdens de jaren zestig pas later een invloed uitoefenen op de partij. Volgens Walls visie leed de partij aan een gebrek aan media-aandacht. Het verzet van vele milieubeschermers dat een tegenstelling vormde met de ondervindingen van andere opkomende groene partijen, zoals de in Duitsland Die Grünen, zou volgens Derek Wall ook roet in het eten hebben gegooid. PEOPLE investeerde niettemin veel van haar middelen in verbintenissen met de onverschillige milieubescherming. Die zet noemde Wall een tactical mistake.

Het ledental van de partij steeg niettemin en de partij voerde verkiezingsstrijd voor de parlementsverkiezingen in 1974. PEOPLE haalde 4.576 stemmen. Na de verkiezingen bewandelde een instroom van linkse kiezers een meer uitgesproken linkse koers. Die evolutie veroorzaakte een zekere breuk in de partij. De Whittackers en veel stichtende leden verlieten de partij na verdere interne debatten. Voordat zij inactief werd, stelde Lesley Whittacker nog voor om de naam van de partij te veranderen in de Ecology Party om meer herkenning te verwerven als bewogen partij op vlak van milieu.

The Ecology Party, 1975-1985 De partij veranderde haar naam in de Ecology Party in 1975. De partij dreigde echter ineen te storten. De gemeenteraadsverkiezingen van 1976 en 1977 zouden echter het wel en wee van de partij verbeteren. De partij verkreeg drie raadsleden. Op het partijcongres in 1977 in Birmingham, werden de eerste partijstatuten geratificeerd. Jonathon Porritt werd er ook gekozen voor het Ecology Party National Executive Committee (NEC). Porritt zou de belangrijkste publieksfiguur van de partij worden. Hij zou samenwerken met David Fleming om 'de partij een aantrekkelijk imago en een doeltreffende organisatie te bezorgen'.

Met Porritt die steeds meer op de voorgrond kwam en een verkiezingsmanifest genaamd The Real Alternative schoof de Ecology Party 53 kandidaten naar voren voor de parlementsverkiezingen van 1979. Dat aantal gaf hen het recht op verkiezinguitzendingen op radio en televisie. Hoewel velen de tactiek als een gok beschouwden werkte het plan: de partij kreeg 39.918 stemmen (een gemiddelde van 1,5%) en haar ledental vermenigvuldigde van 500 naar 5.000 en meer. Die score betekende, zoals Derek Wall opmerkt, dat de Ecology Party de vierde partij van de politiek in het Verenigd Koninkrijk werd, voor de the National Front en Socialist Unity.

Na dit electorale succes voerde de partij een jaarlijks lentecongres in om de herfstcongressen te vergezellen. Er ontstond ook geleidelijk een omvangrijk beleidsdocument dat zijn toppunt bereikte in het Manifesto for a Sustainable Society van vandaag (dat ongeveer 124.520 woorden bevat). Volgens Derek Wall begon op datzelfde moment de Post-1968 generation zich aan te sluiten bij de partij. Die generatie werd sterker binnen de partij, wat er toe leidde dat het partijcongres de leiding van de partij haar macht ontnam en de verkiezing van een enkele leider afwees. De nieuwe generatie was zichtbaar aanwezig op de eerste Summer Green Gathering in juli 1980. Ze hield acties zoals de Ecology Party Campaign for Nuclear Disarmament (later Green CND) en de Greenham Common Campaign, genoemd naar een vliegkamp in Berkshire. De partij werd ook meer en meer feministisch.

Door de recessie werden groene kwesties genegeerd. Roy Jenkins verliet de Labour Party om de Social Democratic Party op te richten. Mede doordat de Ecology Party niet in staat was om het snelstijgende ledental op te nemen, waren de vroege jaren tachtig een bijzonder lastige periode voor de partij. De partij bereidde zicht echter goed voor op de parlementsverkiezingen van 1983, aangespoord door het succes van Die Grünen in Duitsland. Bij de verkiezingen van 1983 had ze meer dan 100 kandidaten en behaalde de partij 54.299 stemmen.

Green Party (UK), 1985-1990s De partij werd officieel de Green Party op het partijcongres in Dover in 1985 nadat John Abineri, voorheen een acteur in de BBC serie Survivors, had voorgesteld de groene kleur aan de naam toe te voegen om gelijk te richten met andere milieupartijen in Europa.

In 1986 ontstond er een nieuw intern meningsverschil in de partij. Een groepering die zichzelf de Party Organisation Working Group (POWG) noemde, stelde amendementen van de partijstatuten voor, om een gestroomlijnde structuur in twee lagen te maken om de interne werking van de partij te regelen. Decentralisten stemden de voorstellen weg. Paul Ekins en Jonathan Tyler, prominente partijactivisten en leidende leden van de POWG, vormden hierop een groep van semi-bekeerlingen genaamd Maingreen. De persoonlijke commentaren suggereerden voor velen, toen ze uitlekten, dat de leden van Maingreen de leiding en controle over de partij in handen wilden nemen. Tyler en Ekins namen hun ontslag en verlieten de partij. Derek Wall beschrijft hoe de wonden die de Maingreen Affair achterliet voort kwijnden in verhitte interne debatten in de late jaren tachtig.

Ondertussen kreeg de partij meer electorale invloed. Bij de parlementsverkiezingen van 1987 versierden de 133 groene die kandidaat waren voor een zetel 87.753 stemmen (gemiddeld 1,3%), een verbetering ten opzichte van 1983. De partij kreeg de twee daarop volgende jaren een stijgend ledental en toenemende media-aandacht. De ontwikkelingen vielen samen met de groeiende bezorgdheid over het milieu die volgde na de kernramp van Tsjernobyl in 1986 en bezorgdheid over halogeenalkanen.

De partij genoot van nog meer succes. De 'Campaign for Real Democracy' die de partij lanceerde, maakte het mogelijk om een rol te spelen in de campagne tegen de poll tax. Het grootste succes van de partij ooit kwam er in 1989 bij de Europese Parlementsverkiezingen. De Green Party haalde 2.292.695 stemmen en ontving 15% van het totaal aantal stemmen. De Europese Verkiezingen in Groot-Brittannië werden gehouden volgens het meerderheidsstelsel. Terwijl de partij drie zetels kreeg in Noord-Ierland door enkelvoudige overdraagbare stem, haalde ze in Groot-Brittannië geen enkele zetel. Volgens Derek Wall zou de partij 12 zetels hebben gehaald als de partij aan de verkiezingen had deelgenomen in een ander Europees land, waar evenredige vertegenwoordiging als kiessysteem gold. Wall schreef deze doorbraak toe aan een combinatie van de afnemende populariteit van Margaret Thatcher, de reactie tegen de poll tax, het verzet van de Conservative Party tegen de Europese Unie, ondoeltreffende campagnes van de Labour Party en de Liberal Democrats en een goed voorbereide campagne van de eigen partij. Het feit dat milieukwesties op dat moment zeer prominent aanwezig waren in het politieke reilen en zeilen van het Verenigd Koninkrijk kan aan die lijst worden toegevoegd. Nooit tevoren en nadien hebben groene kwesties de kiezers van het Verenigd Koninkrijk zo beziggehouden als verkiezingsbeslissing.

Als resultaat van het succes van de partij traden Sara Parkin en David Icke meer op de voorgrond in de media van het Verenigd Koninkrijk. Vooral Parkin was in trek als groene woordvoerster. De partij als een geheel kon echter slecht overweg met de nieuwe media-aandacht. In de aanloop naar het partijcongres van 1989 stuitte de partij op heel wat kritiek omdat ze bevolkingsverminderingen bepleitte,'Greens propose 20 million cut in population', The Guardian, 18 september 1989 voorstellen die daarna werden verworpen. De voornaamste politieke partijen waren echter verontrust door de electorale prestatie van de groene partij en namen groene beleidsplannen over om de bedreiging een tegenstoot toe te dienen.

Green Party of England and Wales, 1990-1997 In de jaren negentig besloten de Schotse en Noord-Ierse vleugels van de Green Party in het Verenigd Koninkrijk om vriendschappelijk te splitsen van de partij in Engeland en Wales. Ze vormden de Scottish Green Party en de Green Party in Northern Ireland. De Wales Green Party werd een autonome partij en bleef binnen de nieuwe Green Party of England and Wales.

In 1991 bezorgde partijwoordvoerder en TV sportverslaggever David Icke de partij flinke schaamte wanneer hij zijn extreem spirituele overtuigingen openbaarde. Hij verkondigde dat hij zichzelf als een zoon van God beschouwde, dat Brittannië door apocalyptische aardbevingen en vloedgolven zou worden getroffen en dat de armageddon naderde.Ronson, Jon. "David Icke, the Lizards, and the Jews" (video), Channel 4 Television, informatie ontsloten 22 mei 2006. Gearchiveerd op 18 juli 2023. Hij zou vervolgens worden gedwongen de partij te verlaten.

De interne verdeeldheid over de koers van de partij in de vroege jaren negentig betekende ook dat de Green Party niet meer in de publiciteit kwam en faalde haar electorale drijfkracht te behouden. In 1991 werden pogingen voorgesteld om de partijstatuten glad te doen verlopen door een groep die Green 2000 heette. Het doel van deze groep was de partij te moderniseren en te veranderen in een electorale strijdkracht die in staat was om tegen het jaar 2000 de leidende partij in het Verenigd Koninkrijk te worden. Nadat de partijstatuten van Green 2000 waren goedgekeurd, kwam er een nieuw bestuur dat zich bezighield met de dagelijkse karweien van de partij. Veel leden van Green 2000 werden verkozen in 1991 voor het nieuwe bestuur maar tegen 1992 bleven er nog maar twee over. Anderen namen ontslag of werden teruggeroepen en verplicht op te stappen. Deze twisten over de partijstatuten en de negatieve verklaringen van zowel Green 2000 als decentralisten die een campagne voerde voor terugtrekking, belemmerden de prestaties van de partij voor de parlementsverkiezingen van 1992 aanzienlijk. De 253 groene kandidaten voor die verkiezingen kregen slechts 1,3% van de stemmen. Parkin en Porritt zegden hun actieve inzet voor de partij op waardoor de Green Party van haar twee meest charismatische en ambitieuze persoonlijkheden werd beroofd.