thumb|Een fragment van de eed van Hippocrates op papyrus (derde-eeuws, Papyrus Oxyrhynchus 2547).

De eed van Hippocrates is een eed waarin artsen zichzelf verplichten bepaalde beroepsregels te zullen handhaven. De eed is opgesteld in het Oudgrieks en is vernoemd naar de Griekse arts Hippocrates, die omstreeks 400 v.Chr. zijn leerlingen van het Asklepieion op het eiland Kos deze belofte liet afleggen.

De joodse arts Maimonides schreef een vergelijkbare artseneed.

Tekst en Nederlandse vertaling

Hieronder is de originele tekst van de eed in Oudgrieks, met daarbij de Nederlandse vertaling door Anton van Hooff en Manfred Horstmanshoff zoals opgenomen in de Nederlandse Artseneed van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst:

Origineel VertalingIk zweer bij Apollo de Genezer, bij Asklepios, Hygieia en Panakeia, en bij alle goden en godinnen, en ik roep hen als getuigen aan, dat ik deze eed en deze verbintenis naar beste weten en vermogen zal nakomen.

Ik zal hem die mij deze kunst heeft geleerd gelijk stellen aan mijn ouders, hem laten delen in mijn levensonderhoud en hem, als hij in behoeftige omstandigheden mocht komen te verkeren, steun verlenen. Zijn nakomelingen zal ik beschouwen als mijn broers. Ik zal hun die kunst onderwijzen, als zij die willen leren, zonder beloning en zonder schuldbewijs. Tot de voorschriften, voordrachten en heel mijn verder onderwijs zal ik toelaten mijn zonen en die van mijn leermeester, en de leerlingen die zich bij mij hebben ingeschreven en zich onder ede verbonden hebben aan de medische code, maar niemand anders.

Ik zal dieetregels naar beste weten en vermogen aanwenden ten bate van de zieken, maar van hen weren wat kan leiden tot verderf en onrecht.

En ook niet zal ik iemand, daarom gevraagd, een dodelijk medicijn geven en ik zal ook geen advies geven van deze aard. En evenmin zal ik ook aan een vrouw een verderfelijke tampon geven.

Rein en vroom zal ik mijn leven leiden en mijn vak uitoefenen.

Ik zal niet snijden, zelfs geen steenlijders, maar ik zal dat werk overlaten aan degenen die daarin deskundig zijn.

In welk huis ik ook binnenga, ik zal er binnengaan ten bate van de zieken, mij onthoudend van elk opzettelijk onrecht en verderfelijke handeling in het algemeen, in het bijzonder van seksuele omgang met de lichamen van mannen of vrouwen, vrijen of slaven.

Wat ik ook bij de behandeling, of ook buiten de praktijk, over het leven van mensen zal zien of horen aan dingen die nooit mogen worden rondverteld, zal ik verzwijgen, ervan uitgaande dat zulke dingen geheim zijn.

Moge het mij, als ik deze eed in acht neem en niet breek, goed gaan in mijn leven en in mijn vak en moge ik altijd aanzien genieten bij alle mensen, maar als ik hem overtreed en meinedig word, moge dan het tegendeel daarvan mij overkomen.

Interpretaties Met name door de zin "" meestal vertaald als "Nooit zal ik, om iemand te gerieven, een dodelijk middel voorschrijven of een raad geven, die, als hij wordt gevolgd, de dood tot gevolg heeft" is de eed van Hippocrates tegenwoordig omstreden. Uit het woord - om iemand te gerieven, of meer letterlijk: wanneer gevraagd – blijkt dat een arts, die deze eed heeft afgelegd, een mens niet moedwillig mag vergiftigen of doden, ook niet wanneer iemand daarom vraagt. Om deze reden wordt tegenwoordig vaak een andere artseneed afgelegd (zie hieronder).

Door hun specifieke medische kennis zijn artsen bij uitstek in staat om ook adviezen over zelfdoding of over het toedienen van gif te geven. Volgens de eed van Hippocrates mocht een arts zijn kennis echter niet als gifmenger of handlanger van een moordenaar gebruiken, ook niet wanneer iemand – de patiënt of iemand anders – daarom vroeg. Dat wil niet zeggen dat artsen zich daar in het verleden ook nooit toe hebben geleend. Op verzoek van hun patiënten werkten artsen soms wél mee aan zelfdoding door hen gif toe te dienen of hun aderen te openen. Zo waren er artsen betrokken bij de zelfgekozen dood van Seneca; ze openden voor deze voluntaria mors (Latijn voor zelfgekozen dood) zijn aderen in armen en benen.Anton van Hooff; Nero & Seneca 2000 Een dergelijk verzoek werd echter niet altijd opgevolgd; toen de aan een zware hartkwaal lijdende Hadrianus om hulp bij zijn zelfgekozen dood vroeg, weigerden zijn artsen dat.Beschrijving in de Historia Augusta De wil van de arts was in de oudheid vaak onderworpen aan die van zijn patiënt. Artsen waren vaak als lijfarts bij hun patiënt in dienst of zij waren zelfs slaven; ze werden verondersteld te helpen zonder daarbij vragen te stellen.

In België De artseneed, zoals weergeven op de officiële website van de Orde der artsen van België, werd voor het laatst aangepast in 2021:Eed van Hippocrates (aangepaste versie) - Orde der artsen - Ordomedic

In Nederland In 1878 werd er in Nederland een artseneed ingevoerd, die was gebaseerd op de eed van Hippocrates. Deze artseneed werd door de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) en de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Universiteiten in Nederland) in 2003 vervangen door een andere eed, die in 2010 nog op enkele punten is aangepast. Nederlandse artseneed, KNMG, maart 2010 (bestand 0,5 MB) Nog steeds leggen medisch studenten een eed of gelofte af op het moment dat zij hun artsbevoegdheid krijgen. Dit heeft op zich geen juridische betekenis.

Er bestaan verschillende vormen van de artseneed van de grondlegger van de westerse geneeskunde. De huidige eed van de KNMG lijkt – naar de letter van de tekst genomen – weinig meer op de oorspronkelijke versie van de eed van Hippocrates. Het verbod op euthanasie en abortus provocatus is niet meer in de nieuwe eed opgenomen. Uit de nieuwe eed blijkt respect van de medicus voor het leven, inclusief de dood, die naar de huidige maatstaven voor een arts eveneens deel uitmaakt van het menselijk bestaan.

In Nederland werken de artsen van het kleinere Nederlands Artsenverbond nog wel steeds op basis van de oorspronkelijke eed van Hippocrates.

Nederlands Artsenverbond De artseneed van het Nederlands Artsenverbond, een vertaling van de eed van Hippocrates door W.G.M. Witkam:Informatie NAV (archiefpagina)

KNMG en VSNU De artseneed van de KNMG en de VSNU van 2003:

Een vernieuwing die met de KNMG-eed van 2003 wordt beoogd is dat de arts ook belooft geen misbruik te maken van zijn medische kennis, ook niet onder druk. Dit is toegevoegd met het oog op de Rechten van de Mens uit 1948, met als doel misbruik van medische kennis, zoals dat tijdens de Tweede Wereldoorlog optrad, te voorkomen. Dezelfde zinsnede is echter ook van toepassing op misbruik van kennis door commerciële druk vanuit de farmaceutische industrie.

Zie ook Medische ethiek Verklaring van Helsinki De eed

Categorie:Griekse oudheid Categorie:Medische ethiek Categorie:Geschiedenis van de geneeskunde