De Vandaalse Oorlog of de Vandalenoorlog () was een conflict in Noord-Afrika (vooral in het moderne Tunesië) tussen de legers van het Byzantijnse of Oost-Romeinse Rijk en het Vandaalse Rijk, in 533-534. Het was de eerste van de heroveringen van Justinianus I van het West-Romeinse Rijk.
De Vandalen hadden het Romeinse Noord-Afrika bezet in de vroege 5de eeuw, en stichtten daar een onafhankelijk koninkrijk. Onder hun eerste koning Geiserik, hield de ontzagwekkende Vandaalse vloot piratenaanvallen in de Middellandse Zee, plunderden Rome en stopten een enorme Romeinse invasie in 468. Na de dood van Geiserik verbeterde de relatie met het overgebleven Oost-Romeinse Rijk weer, hoewel spanningen soms de kop opstaken door de militante aantrekking tot het Arianisme van de Vandalen en hun vervolging van de Chalcedoniërs in Noord-Afrika. In 530 werd de pro-Romeinse koning Hilderik ten val gebracht door een staatsgreep en vervangen door zijn neef Gelimer. De Oost-Romeinse keizer Justinianus I gebruikte dit als voorwendsel om zich in te laten met de Vandalen in Noord-Afrika. Nadat hij de oostelijke grens beveiligd had tegen de Sassaniden in 532, stuurde hij een expeditieleger naar Noord-Afrika onder leiding van generaal Belisarius, wiens secretaris Procopius een verslag over deze oorlog schreef. Justinianus haalde zijn voordeel uit de opstanden in de Vandaalse provincies van Sardinië en Tripolitanië, of had deze misschien zelf aangespoord. Dit leidde Gelimer niet alleen af van de voorbereidingen van de keizer, maar verzwakte de Vandaalse verdedigingen ook door het zenden van het grootste deel van de Vandaalse vloot en een groot deel van hun leger onder Gelimers broer Tzazon naar Sardinië.
Het Romeinse expeditieleger voer uit bij Constantinopel laat in juni van het jaar 533, en landde vroeg in september, na een zeereis langs de kusten van Griekenland en Zuid-Italië op de Afrikaanse kust bij Caputvada, tot Gelimers volledige verrassing. De Vandalenkoning verzamelde zijn legers en vocht met het Romeinse leger in de Slag bij Ad Decimum, bij Carthago, op 13 september. Gelimers plan om het Romeinse leger te omsingelen en te vernietigen was bijna gelukt, maar Belisarius kon het Vandalenleger op de vlucht drijven en veroverde Carthago. Gelimer trok zich terug naar Bulla Regia, waar hij de rest van zijn leger verzamelde, waaronder het leger van Tzazon, dat terugkeerde van Sardinië. In december ging Gelimer naar Carthago en vocht opnieuw met de Romeinen in de Slag bij Tricameron. De slag resulteerde in een Romeinse overwinning en de dood van Tzazon. Gelimer vluchtte naar een afgelegen bergfort, waar hij werd belegerd tot hij zich overgaf in de lente.
Belisarius keerde terug naar Constantinopel met de schatkist van de Vandalen en de gevangengenomen Gelimer om een triomftocht te houden, waarna Afrika hersteld werd tot de Prefectuur Africa. De controle reikte niet verder dan de grenzen van het oude Vandaalse Rijk, terwijl de Moorse stammen in het binnenland de keizerlijke heerschappij niet accepteerden en openlijk rebelleerden. Het duurde uitendelijk tot 548 voor de vrede hersteld werd en de Romeinse heerschappij opnieuw stevig gevestigd was.
Achtergrond links|miniatuur|503x503px|Zestiende-eeuwse perceptie van de Vandalen, geïllustreerd in het kostuumboek "Théâtre de tous les peuples et nations de la terre avec leurs habits et ornemens divers, tant anciens que modernes, diligemment depeints au naturel". Gemaakt door Lucas d'Heere in de 2e helft van de 16e eeuw. Bewaard in de Universiteitsbibliotheek Gent.
Stichting van het Vandaalse Rijk In de loop van de Val van het West-Romeinse Rijk in de vroege 5de eeuw had de Germaanse stam van de Vandalen, die geallieerd was met de Alanen, zich gevestigd op het Iberische Schiereiland.
In 429 riep de Romeinse gouverneur van Africa, Bonifatius, die had gerebelleerd tegen de West-Romeinse keizer Valentinianus III (regeerde van 425-455) en nu bedreigd werd door een invasie van keizerlijke troepen, de Vandaalse koning Geiserik om hulp. In mei 429 stak Geiserik de Straat van Gibraltar over met zijn volledige volk, ongeveer 80.000 man in totaal.Bury (1923), Vol. I, pp. 244–246Merrils & Miles (2010), pp. 47–54 Geiseriks Vandalen en Alanen hadden echter andere plannen, en hadden zichzelf het veroveren van de Afrikaanse provincies tot doel gesteld. Hun heerschappij over Mauretania Caesariensis, Mauretania Sitifensis en het grootste deel van Numidië werd in 435 erkend door het West-Romeinse hof, maar dit was slechts als een tijdelijk redmiddel. Er brak snel een oorlog uit, en in oktober 439 viel de hoofdstad van Africa, Carthago, in de handen van de Vandalen. In 442 kregen de Vandalen nog meer grondgebied: de rijke provincies Zeugitana en Byzacena, die de Vandalen nu niet meer kregen als Foederati van het rijk, maar ze kregen dit voor hun eigen bezit. Dit was het begin van het Vandalenrijk, want de Vandalen maakten van Carthago hun hoofdstad en vestigden zich erond.Bury (1923), Vol. I, pp. 247–249, 254–257Merrils & Miles (2010), pp. 54–55, 60–65 Hoewel de Vandalen nu de controle kregen over de Afrikaanse graanhandel met Italië deden ze plunderingen op de kusten van de Middellandse Zee, zelfs tot aan de Egeïsche Zee, en bereikten hun hoogtepunt met de plundering van Rome zelf, die twee weken duurde. Door zijn voordeel te halen uit de chaos die volgde na Valentinianus' dood in 455 kreeg Geiserik weer de controle over de Mauretanische provincies, en veroverde met zijn vloot Sardinië, Corsica en de Balearen. Sicilië kon maar net ditzelfde lot ontsnappen door de aanwezigheid van Ricimer daar.Bury (1923), Vol. I, pp. 257–258, 325–327Merrils & Miles (2010), pp. 65–66
In deze periode overleefden de Vandalen verschillende Romeinse pogingen tot een tegenaanval: de Oost-Romeinse generaal Aspar leidde een onsuccesvolle expeditie in 431, een expeditie van de West-Romeinse keizer Maiorianus (regeerde van 457-461) bij de kust van Spanje in 460 werd teruggedreven of gevangengenomen door de Vandalen voor ze kon vertrekken, en Geiserik versloeg uiteindelijk in 468 een enorm expeditieleger van zowel het West- als Oost-Romeinse Rijk onder leiding van Basiliscus.Bury (1923), Vol. I, pp. 331–337Diehl (1896), pp. 3–4 In de nasleep van deze nederlaag, en de daaropvolgende Vandaalse plunderingen op de kusten van Griekenland, sloot de Oost-Romeinse keizer Zeno (regeerde van 474-491) een "eeuwigdurende vrede" met Geiserik.Bury (1923), Vol. I, p. 390Diehl (1896), p. 4
Romeins–Vandaalse relaties tot 533 De Vandaalse staat was uniek in vele aspecten onder de Germaanse rijken die het West-Romeinse Rijk opvolgden: in plaats van de gevestigde Romeinse socio-politieke orde te behouden en te respecteren, vervingen ze het volledig met die van henzelf. Waar de koningen van West-Europa doorgingen met het betalen van geld aan de keizers en munten sloegen met hun afbeelding erop, beeldden de Vandaalse koningen zichzelf af als volledig onafhankelijke heersers. De Vandalen vervreemdden zich ook volledig van de Romeins-Afrikaanse inboorlingen door hun eigen taal en kleding te behouden, die de nadruk moesten leggen op hun sociale positie als de elite van het rijk. Daarbij vervolgden de Vandalen — die zoals de meesten van de Germanen de arianische strekking van het christendom volgden — de aanhangers van het Chalcedonische christelijke geloof, vooral tijdens de heerschappij van Hunerik (regeerde van 477-484) en die van Gunthamund (regeerde van 484-496).Hughes (2009), p. 70Merrils & Miles (2010), pp. 90–102 De keizers in Constantinopel protesteerden hiertegen, maar de vrede bleef bijna zestig jaar duren, en de relaties waren dikwijls vriendschappelijk, vooral tussen keizer Anastasius I (regeerde van 491-518) en Thrasamund (regeerde van 496-523), die de vervolgingen voor het grootste deel stopzette.Bury (1923), Vol. II, pp. 124–125
thumb|Kaart van het Oost-Romeinse Rijk en de Germaanse rijken in het westen van de Middellandse Zee in 526. In 523 besteeg Hilderik (regeerde van 523-530), de zoon van Hunerik, de Vandaalse troon. Hijzelf was een afstammeling van Valentinianus III, en hij veranderde zijn rijk en bracht het dichter bij het Romeinse Rijk. Volgens het verslag van Procopius (De Vandaalse Oorlog, I.9) was hij een niet erg op oorlog gestelde en vriendelijke man, die de vervolging van de Chalcedoniërs stopte, en giften en ambassades naar Justinianus I (regeerde van 527-565) stuurde, zelfs voor de troonsbestijging van deze laatste. Hij verving zelfs zijn eigen afbeelding op zijn munten met die van de keizer. Justinianus hoopte blijkbaar dat dit zou leiden tot een vredevolle opname van de Vandaalse staat in zijn rijk.Bury (1923), Vol. II, p. 125 Hilderiks pro-Romeinse beleid zorgde, samen met een nederlaag tegen de Moren in Byzacena, voor tegenstand onder de Vandaalse adel, die zorgde voor zijn val en gevangenneming in 530 door zijn neef, Gelimer (regeerde van 530-534). Justinianus nam Hilderiks tegenstanders gevangen en vroeg dat Hilderik opnieuw op de troon gezet zou worden, wat Gelimer natuurlijk weigerde om te doen. Justinianus vroeg toen Hilderiks vrijlating naar Constantinopel, dreigend met een oorlog. Geiserik wilde een wettige pretendent op de troon niet overgeven aan Justinianus, die hem zou kunnen gebruiken om problemen te veroorzaken in zijn rijk, en verwachtte misschien dat er sowieso oorlog zou komen, volgens J.B. Bury. Hij weigerde daarom Justinianus' eis, want hij zei dat dit een intern probleem van de Vandalen was.Bury (1923), Vol. II, pp. 125–126Diehl (1896), pp. 5–6Hughes (2009), pp. 71–72
Justinianus had nu zijn redenen om een oorlog te beginnen, en door het sluiten van een vredesverdrag bij zijn oostelijke grens met de Sassaniden in 532, kon hij een invasieleger beginnen te verzamelen.Bury (1923), Vol. II, p. 126 Volgens Procopius (De Vandaalse Oorlog, I.10) veroorzaakte Justinianus' beslissing om oorlog te voeren met de Vandalen grote ontsteltenis bij de elite van de hoofdstad, die de ramp van 468 nog niet vergeten was. De financiële ambtenaren namen hem de betrokken uitgaven kwalijk, terwijl het leger bang was voor een nieuwe Perzische oorlog en de Vandaalse zeemacht. De beslissing van de keizer kreeg vooral bijval van de Kerk, versterkt door de aankomst van slachtoffers van de hernieuwde vervolgingen in Afrika. Alleen de machtige minister Johannes de Cappadociër durfde echter openlijk zijn verzet tegen de expeditie te uiten, en Justinianus negeerde hem en ging door met zijn voorbereidingen.Bury (1923), Vol. II, pp. 126–127Diehl (1896), pp. 7–8
Diplomatische voorbereidingen en opstanden in Tripolitanië en Sardinië Kort na zijn troonsbestijging begon Gelimers binnenlandse politiek te verergeren, want hij vervolgde nu ook zijn politieke tegenstanders onder de Vandaalse adel door hun bezittingen te confisqueren en velen van hen te executeren.Hughes (2009), p. 72 Deze acties ondermijnden zijn toch al twijfelachtige aanspraak op de troon in de ogen van velen, en zorgde voor de uitbraak van twee opstanden in afgelegen provincies in het Vandaalse Rijk: in Sardinië, waar de lokale gouverneur, Godas, zichzelf onafhankelijk heerser verklaarde, en kort daarna in Tripolitanië, waar de bevolking rebelleerden tegen de Vandaalse heerschappij, geleid door een zekere Pudentius. Hoewel Procopius' vertellingen beide opstanden als 'toevallig' afschilderen, wijst Ian Hughes erop dat het feit dat beide rebellieën kort na de Romeinse expeditie tegen de Vandalen uitbraken, en dat zowel Godas en Pudentius onmiddellijk hulp aan Justinianus vroegen, als bewijs kan dienen voor actieve diplomatische betrokkenheid van de keizer tijdens zijn voorbereiding.Hughes (2009), pp. 72–73