De Gotische Oorlog (535 – 554) was een meerjarige oorlog tussen de Byzantijnen (Romeinen) en de Ostrogoten die voornamelijk in Italië werd uitgevochten, maar ook in omringende gebieden zoals Dalmatië, Sardinië en Corsica. De oorlog kan in twee periodes verdeeld worden. De eerste (535-540) eindigde met de inname van Ravenna en de vrijwel totale herovering van Italië door de Byzantijnen. De tweede periode ving aan in 541 en duurde tot 553 door een opstand van de Goten onder leiding van Totila. De oorlog eindigde pas na een bittere en langdurige strijd waarin de Goten uiteindelijk werden verslagen door de Byzantijnse generaal Narses, die ook de Frankische-Alemannische invasie van 554 had teruggeslagen. Enkele steden in het noorden van Italië hielden het echter nog vol tot in de vroege jaren 560.
De oorlog was begonnen met een poging van Justinianus I om Italië te veroveren. Vanwege de langdurigheid van het conflict was Italië tegen het einde verwoest en ontvolkt en was de Byzantijnse schatkist zo goed als leeg. Deze overwinning van de Byzantijnen werd weer grotendeels tenietgedaan toen de Longobarden in 568 Italië binnenvielen.
Achtergrond Ostrogotische heerschappij over Italië
Het West-Romeinse Rijk was in 476 gevallen toen Odoaker Romulus Augustulus van de troon stootte en zichzelf uitriep tot rex Italiae (Koning van Italië). Hoewel hij formeel de heerschappij van de Byzantijnse keizer Zeno erkende, maakten zijn onafhankelijke optreden en toenemende macht de Byzantijnen nerveus. Ondertussen bevonden de Ostrogoten, onder leiding van Theodorik de Grote, zich als foederati in het westen van de Balkan en werden onrustig. Zeno besloot ‘twee vliegen in een klap te slaan’ en zond de Ostrogoten naar Italië om Odoaker af te zetten, officieel als afgevaardigden van de Byzantijnen. Theodorik en de Goten wisten Odoaker te verslaan en Italië kwam onder Gotische heerschappij te staan. In naam stonden het gebied en de bevolking echter onder Byzantijns heerschappij en had Theodorik ‘slechts’ de rol van gouverneur en legeraanvoerder (magister militum).Bury (1923), Vol. II, Ch. XIII, p.453-454 Deze regeling werd zorgvuldig in de gaten gehouden door Theodorik: zo bleef het bestuur in zijn oude vorm bestaan en werd het exclusief door Romeinen geregeld; de wetgeving bleef in handen van de keizerBury (1923), Vol. II, Ch. XIII, p.454-455, terwijl het leger onder de Goten viel die hun eigen leiders hadden.Bury (1923), Vol. II, Ch. XIII, p.456-457 De twee bevolkingsgroepen werden ook nog eens gescheiden door een verschil in religie: de Romeinen waren Chalcedonisch, terwijl de Goten ariaans waren. Er bestond echter wel een grote mate van godsdienstvrijheid, dit in tegenstelling tot de gebieden waar de Vandalen en de Visigoten heersten.Bury (1923), Vol. II, Ch. XIII, p.459 Dit complexe tweeledige systeem was effectief onder het sterke leiderschap van Theodorik, die wist hoe hij zijn eigen beleid kon voeren zonder van de Romeinse aristocratie te vervreemden, maar in zijn latere jaren verloor het systeem effectiviteit en onder zijn opvolgers zakte het helemaal in elkaar.
Met de troonsbestijging van Justinus I, het einde van het Acaciaans schisma en de terugkeer van de ecclesialogische eenheid met het Oosten, wilde een aantal leden van de Italiaanse Senaat hechtere banden met Constantinopel om de macht van de Goten in te perken. Het afzetten en executeren van de magister officiorum Boëthius en zijn schoonvader in 524 was een teken van het langzaam maar zeker vervreemden van de twee bevolkingsgroepen onder het Gotische regime. Athalarik volgde zijn grootvader Theodorik op na diens dood in augustus 526. Aangezien hij nog maar een kind was ten tijde van zijn troonsbestijging lag de werkelijke macht in de handen van zijn moeder, Amalasuntha. Zij had een Romeinse opleiding gevolgd en probeerde de betrekkingen met de Senaat en de Byzantijnen te verbeteren.Bury (1923), Vol. II, Ch. XVIII, p. 159 Dit beleid en haar pogingen om Athalarik op een Romeinse manier te onderwijzen, stelden de Goten ontevreden en ze probeerden haar om te brengen. Nadat ze hierachter was gekomen liet ze de drie hoofdsamenzweerders executeren, terwijl ze tegelijkertijd een brief schreef aan de nieuwe keizer, Justinianus I, waarin ze vroeg om bescherming mocht ze genoodzaakt zijn Italië te ontvluchten.Bury (1923), Vol. II, Ch. XVIII, p. 160-161 Amalasuntha bleef echter in Italië, zelfs na de dood van haar zoon in 534. Ze zocht hulp bij haar neef Theodahad aan wie ze het koningschap schonk. Een fatale zet, Theodahad maakte al snel zijn werkelijke bedoelingen duidelijk en samen met de familie van de drie geëxecuteerden liet hij haar arresteren en vermoordde haar aanhangers. Amalasuntha werd opgesloten en gedwongen een brief te schrijven naar Justinianus dat ze goed werd verzorgd. In een reactie hierop maakte Justinianus duidelijk dat zij zijn bescherming had en dat hij bereid was haar te hulp te schieten. Amalasuntha werd in 535 echter vermoord - gewurgd, zoals werd verteld, in badBury (1923), Vol. II, Ch. XVIII, p. 164 - door de familieleden van de samenzweerders die ze had laten executeren. Theodahad ontkende enige betrokkenheid.Procopius, De Bello Gothico I.IV
Justinianus' voorbereiding thumb|150px|Mozaïekafbeelding van Justinianus in de Basiliek van San Vitale, Ravenna.In 533 had Justinianus al gebruikgemaakt van een opvolgingskwestie bij de Vandalen om zijn Byzantijnse Rijk uit te breiden. Hij zond zijn meest getalenteerde generaal, Belisarius, naar Noord-Afrika die de Vandaalse oorlog verrassend gemakkelijk wist te winnen. Dit snelle succes moet Justinianus zeker moed hebben gegeven in zijn ambitie om de rest van de verloren westelijke provincies te heroveren. Gedurende deze oorlog had Amalasuntha de Byzantijnse vloot toestemming gegeven om de havens op Sicilië te gebruiken als uitvalsbasis. Via zijn vertegenwoordigers had Justinianus vergeefs geprobeerd Amalasuntha's leven te redden. Haar dood gaf hem in ieder geval een perfect excuus voor oorlog. Zoals Procopius schreef:
Theodahad zond gezanten naar Constantinopel in de hoop de vrede te kunnen bewaren. Justinianus stelde als eis dat Theodahad zou aftreden, anders zou het tot een oorlog komen. Ondertussen waren de voorbereidingen voor de oorlog al in volle gang. Justinianus ging echter heel anders te werk dan bij de voorbereidingen tegen de Vandalen. Hij liet toen de hele wereld weten dat hij van plan was om Africa weer in zijn macht te krijgen. De invasie van Italië werd echter in het diepste geheim gepland, waarschijnlijk wachtte Justinianus de gebeurtenissen aldaar af en dat Theodahad, die militair slecht opgewassen was tegen de Byzantijnen, bij de eerste nederlagen alle eisen tegemoet zou komen.Bury (1923), Vol. II, Ch. XVIII, p. 169 Justinianus zorgde er ook voor dat de neutraliteit van de Franken werd gewaarborgd door middel van geschenken van goud.Bury (1923), Vol. II, Ch. XVIII, p. 170-171 De strategie die zou worden gevolgd was om eerst Dalmatia en Sicilië in te nemen. Dalmatia was goed bereikbaar over land en Sicilië was makkelijk via zee aan te vallen. Vanuit hier zou de werkelijke invasie van Italië plaatsvinden.
Belisarius verplettert de Goten, 535-540 Val van Sicilië en Dalmatië 300px|thumb|Veldtochten gedurende de Gotische oorlog Belisarius werd aangesteld als legercommandant voor de expeditie tegen Italië met 8000 man.Bury (1923), Vol. II, Ch. XVIII, p. 170 De troepenmacht die Belisarius tot zijn beschikking kreeg was zeer gering vergeleken met de troepenmacht die hij tegen de Vandalen had gehad, hoewel die een veel zwakkere tegenstander waren geweest dan de Ostrogoten waartegen hij het nu moest opnemen. Belisarius vertrok richting Sicilië, maar het doel van de missie werd lange tijd geheimgehouden. De officiële bestemming was Carthago; Belisarius landde op Sicilië om te kijken of het eiland makkelijk in te nemen zou zijn. Als het aannemelijk was dat hij op hevig verzet zou stuiten, moest hij doorvaren naar het Romeinse Africa (het huidige noorden van Tunesië en Lybië, waar Carthago lag) en dat deed hij ook. Mundus, de magister militum per Illyricum, had ondertussen de opdracht gekregen om de Gotische provincie Dalmatia te bezetten.
Vanuit Carthago voer Belisarius terug naar Sicilië, dat strategisch gelegen was tussen Africa en Ostrogotisch Italië, waarvan de bevolking de Byzantijnen steunde. Belisarius ging bij Catania aan land en na deze stad bezet te hebben nam hij zonder tegenstand ook Syracuse in. Het eiland werd, tot de verbazing van Belisarius zelf,Bury (1923), Vol. II, Ch. XVIII, p. 171 snel veroverd. Panormus (het huidige Palermo) was de enige stad die echt weerstand bood. Panormus had goede versterkingen en het Gotische garnizoen, dat waarschijnlijk groter was dan in andere steden, weigerde zich over te geven. Na een aanval vanuit de onverdedigde haven gaven de Ostrogoten zich al vrij snel over. De complete verovering van het eiland was aan het eind van december een feit. Van daaruit bereidde Belisarius zich voor om Italië in te trekken.
Theodohad, geschrokken van de Byzantijnse successen, stuurde gezanten naar Justinianus om een vredesverdrag te tekenen. Hierin zou Theodohad de overmacht van Justinianus erkennen en Sicilië afstaan aan de Byzantijnen. Bang dat zijn voorstel zou worden afgewezen, besloot Theodohad zelfs dat wanneer het eerste voorstel inderdaad zou worden afgewezen hij heel Italië zou afstaan.Procopius, De Bello Gothico I.VIBury (1923), Vol. II, Ch. XVIII, p. 172-173 Het eerste voorstel werd inderdaad afgewezen, maar het tweede voorstel stelde Justinianus tevreden en hij ging akkoord.
Ondertussen hadden de Byzantijnen in Dalmatië wisselend succes. Mundus wist Dalmatië snel te bezetten en had de hoofdstad Salona ingenomen, maar een groot Gotisch leger was eropuit gestuurd om de provincie te heroveren; Mauricius, de zoon van Mundus, stierf bij een schermutseling. Woedend over het verlies van zijn zoon, trok Mundus op tegen het Gotische leger dat hij een zware nederlaag wist toe te brengen. In de haastige achtervolging raakte Mundus echter zelf dodelijk gewond. Zijn dood was een ernstige slag voor Byzantium, aangezien er geen geschikte kandidaten waren om hem te vervangen, met als gevolg dat het Byzantijnse leger zich terugtrok en heel Dalmatië, met Salona als uitzondering, achterliet voor de Goten.Bury (1923), Vol. II, Ch. XVIII, p. 174 De Goten hadden echter ook hun aanvoerder verloren en lieten Salona, met zijn pro-Byzantijnse bevolking, voor wat het was.
Dit was allemaal in maart 536 gebeurd en toen Theodahad van dit succes hoorde, werd hij overmoedig en weigerde hij nog langer zijn tweede voorstel te tekenen. De Gotische adel steunde hem in de afwijzing en hij liet zelfs de gezanten van Justinianus opsluiten. Alle mogelijkheden op een vreedzame afloop waren nu van de baan. Justinianus zond een nieuwe magister militum per Illyricum, Constantianus, naar Dalmatië en beval Belisarius om Italië in te trekken. Constantianus behaalde zijn doel snel en de Gotische generaal Gripas liet Salona achter, dat hij nog maar kort geleden had ingenomen, vanwege de slechte staat van de fortificaties en de pro-Byzantijnse houding van de bevolking. Constantianus bezette de stad en herbouwde de stadsmuren. Zeven dagen later verliet het Gotische leger Dalmatië richting Italië zodat tegen het eind van juni 536 Dalmatië weer in Byzantijnse handen was.Procopius, De Bello Gothico I.VII
Het beleg van Napels en de troonsbestijging van Witigis