De UÇK-M, Macedonische UÇK of Macedonisch Nationaal Bevrijdingsleger (Albanees: Ushtria Çlirimtare Kombëtare - UÇK) was een etnisch Albanese guerrillaorganisatie. Het streefde naar meer politieke rechten voor de belangrijke Albanese minderheid in de destijds Republiek Macedonië. Het Macedonisch conflict wordt beschouwd als de laate oorlog in de reeks Joegoslavische oorlogen (1991-2001).
Opstand De UÇK-M ontstond na langdurige spanningen tussen de regering en de belangrijke Albanese minderheid in destijds Macedonië. De Albanezen vormden ongeveer een kwart van de bevolking en hadden volgens veel Albanese politieke organisaties onvoldoende rechten. De spanningen werden bovendien beïnvloed door de recente Kosovo-oorlog en de aanwezigheid van voormalige UÇK-strijders in de regio.
Na het einde van de Kosovo-oorlog in 1999 bleef de situatie in de regio instabiel. Het Bevrijdingsleger van Kosovo (UÇK) werd officieel ontbonden, maar voormalige strijders en wapens bleven aanwezig in Kosovo en de omliggende gebieden. Sommige voormalige UÇK-strijders sloten zich later aan bij nieuwe Albanese gewapende groepen zoals tijdens de opstand in Preševo-vallei, Centraal-Servië.
Begin 2001 begonnen gewapende confrontaties in Macedonië. De UÇK-M voerde onder aanvoering van Ali Ahmeti aanvallen uit op Macedonische politie- en legerposten. De Macedonische regering reageerde met militaire operaties. Het geweld concentreerde zich vooral in het noordwesten van het land, waar relatief veel etnische Albanezen woonden. Het was geen echte burgeroorlog, maar er vonden gedurende meerdere maanden wel degelijk veldslagen plaats. Een van de belangrijkste gebieden was de omgeving van Tetovo. Ook rond Kumanovo en andere plaatsen vonden gevechten plaats. In sommige gevallen werden dorpen en gebieden tijdelijk door UÇK-M-strijders gecontroleerd. Het conflict leidde tot vluchtelingen en binnenlandse verdrijvingen. Duizenden mensen verlieten tijdelijk hun huizen vanwege de gevechten.
Ondanks de stempel 'terroristisch geweld' door het UÇK-M, hanteerde de VS een tweesporenbeleid. Onder druk van de Europese Unie en de Verenigde Staten tekende de Macedonische regering en de Albanese vertegenwoordigers op 13 augustus 2001 het Akkoord van Ohrid.
In dit akkoord werd afgesproken dat Macedonië één land bleef, maar dat de Albanese minderheid aanzienlijk meer rechten kreeg (zoals grotere politieke invloed en officiële erkenning van de Albanese taal).
Categorie:Geschiedenis van Noord-Macedonië