thumb|BPC De Krijgsmacht van de Servische Republiek (Servisch: Војска Републике Српске (ВРС); Servisch/Bosnisch/Kroatisch: Vojska Republike Srpske (VRS)), ook wel het Bosnisch-Servische Leger genoemd, was een krijgsmacht van het Servische deel van Bosnië en Herzegovina. Het leger was een van de hoofdrolspelers in de Bosnische Oorlog.
Het leger werd tussen 2003 en 2005 ontmanteld en samengevoegd met de Krijgsmacht van de Federatie van Bosnië en Herzegovina (gevormd uit de Krijgsmacht van de Republiek Bosnië en Herzegovina en de Kroatische Defensieraad) tot de Krijgsmacht van Bosnië en Herzegovina. In 2005 werd een volledig geïntegreerde unit van Serven, Bosniakken en Kroaten uitgezonden naar Irak, om de coalitiestrijdkrachten onder leiding van de Verenigde Staten te ondersteunen.
Tijdens de Bosnische oorlog maakte de Krijgsmacht van de Servische Republiek zich schuldig aan etnische zuiveringen. Met name in steden als Srebrenica en Prijedor werden Bosniakken en moslims door de Bosnische-Serviërs vermoord, verkracht en verdreven.
De volgende personen werden voor het Joegoslaviëtribunaal aangeklaagd:
Duško Tadić is een Bosnisch-Servisch politicus. Ten tijde van de Bosnische Burgeroorlog was hij een van de leiders van de Servische Democratische Partij (SDS). Tadić is de eerste veroordeelde oorlogsmisdadiger uit de Bosnische Oorlog (1992-1995). Het Joegoslavië-tribunaal veroordeelde de Bosnische Serviër op 14 juli 1997 tot 20 jaar gevangenisstraf wegens misdaden in onder andere kamp Omarska, kamp Trnopolje en het stadje Kozarac. De straf is bevestigd in beroep op 26 januari 2000. In 2008 werd hij vervroegd vrijgelaten, nadat hij meer dan twee derde van zijn straf had uitgezeten. Hij leeft sindsdien in Servië. Radovan Karadžić werd op 24 maart 2016 veroordeeld tot 40 jaar celstraf. Hij werd schuldig bevonden aan genocide in Srebrenica, misdaden tegen de menselijkheid in twintig Bosnische gemeentes, gijzeling van VN-vredessoldaten en verantwoordelijkheid voor de beschieting van Sarajevo. Op 20 maart 2019 werd hij in hoger beroep veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Generaal Radislav Krstić, de eerste persoon in de geschiedenis van het genocideverdrag die ook in hoger beroep veroordeeld is voor medeplichtigheid aan het plegen van genocide ('Krstić aided and abetted the commission of [genocide]').ICTY 19 juni 2004, IT-98-33-A Krstić, para. 237-238. Hij werd in april 2004 tot 35 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor zijn aandeel als generaal aan de moord op de meer dan 7000 mannen in Srebrenica. Krstić was als leider aanwezig en droeg commandoverantwoordelijkheid voor de moorden in Srebrenica.ICTY, 19 april 2004, IT-98-33-A Radislav Krstić. Gearchiveerd op 6 maart 2023. Mladen Markač was Assistent Minister van Binnenlandse Zaken, belast met speciale politiezaken, van Kroatië. Hij werd veroordeeld tot 18 jaar gevangenis, eveneens wegens vervolging, deportatie, plundering, moedwillige vernieling, twee gevallen van moord, onmenselijke handelingen en wrede behandeling. Milan Martić, werd op 12 juni 2007 tot een gevangenisstraf van 35 jaar veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Milan Martić, die diverse hoge functies bekleedde in de autonome Servische Republiek Krajina – die Serviërs in delen van Kroatië hadden uitgeroepen–, heeft zich tussen 1991 en 1995 schuldig gemaakt aan etnische zuiveringen, moord, plundering, deportaties, martelingen en het aanrichten van verwoestingen. Summary of judgement for Milan Martić, 12 juni 2007. Gearchiveerd op 10 augustus 2023. Ratko Mladić was opperbevelhebber van de Bosnisch-Servische troepen. Mladić werd op gearresteerd in Lazarevo, in de gemeente Zrenjanin op 26 mei 2011. Op 27 mei 2011 maakte een rechter van het Oorlogstribunaal in Belgrado bekend dat Mladić mocht worden overgedragen aan het Joegoslaviëtribunaal. Hij moest op 3 juni 2011 voorkomen en het proces begon op 16 mei 2012. Op 7 december 2016 werd levenslang tegen hem geëist en op 22 november 2017 werd hij veroordeeld. Dit vonnis werd op 8 juni 2021 door het hof bevestigd waardoor de veroordeling tot een levenslange gevangenisstraf definitief werd.Bosnisch-Servische oud-generaal Mladic definitief veroordeeld tot levenslang, nos.nl, 8 juni 2021 Milomir Stakić, oorlogsburgemeester van Prijedor, werd veroordeeld tot 40 jaar gevangenis wegens misdaden jegens de burgerbevolking van Prijedor, Kozarac en Ljubija in onder andere 3 detentiekampen, Trnopolje, Keraterm en Omarska. Zdravko Tolimir was hulpcommandant van het Bosnisch-Servische leger tijdens de Bosnische Oorlog. Op 12 december 2012 werd Tolimir door het Joegoslaviëtribunaal veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden gepleegd in 1995 na de val van de enclave Srebrenica en Zepa in Bosnië-Herzegovina.'Zdravko Tolimir sentenced to life imprisonment for Srebrenica and Žepa crimes', ICTY 12 december 2012, geraadpleegd op 12 december 2012. Ook in hoger beroep werd hij tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld.'Levenslang voor ex-generaal wegens volkerenmoord Srebrenica', Knack.be 8 april 2015, geraadpleegd op 9 april 2015. Biljana Plavšić, voormalig Bosnisch-Servische politica, meldde zich in 2001 vrijwillig bij het Joegoslaviëtribunaal en werd als gevolg van een akkoord met het tribunaal – ze verklaarde zichzelf schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid waarna de overige aanklachten vervielen – veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf. In 2009 werd ze vervroegd vrijgelaten. In januari 2009 werd door het tribunaal besloten dat de veroordeelde Pavle Strugar op 20 februari 2009 vervroegd moest worden vrijgelaten wegens zijn verslechterende gezondheidssituatie, nadat twee derde van zijn uiteindelijke gevangenisstraf van zeven en een half jaar was verstreken. Strugar was een generaal van het Joegoslavische Volksleger (JNA) tijdens de belegering van Dubrovnik in 1991 ten tijde van de oorlog in Kroatië. Hij was aanvankelijk veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens het plegen van oorlogsmisdaden, waaronder ongeoorloofde aanvallen op burgers en civiele doelen, bij het bombarderen van deze stad. Dit vonnis was reeds verminderd tot zeven en een half jaar in juli 2008 wegens zijn slechte gezondheid. Rechter Robinson overwoog dat Strugar zich tijdens zijn detentie goed had gedragen en ook dat hij zich in oktober 2001 vrijwillig bij het tribunaal had gemeld. Daaruit zou een zekere mate van rehabilitatie blijken.
Categorie:Geschiedenis van Bosnië en Herzegovina Categorie:Krijgsmacht in Bosnië en Herzegovina Categorie:Servische Republiek