De Chevrolet Caprice was een automodel van het Amerikaanse merk Chevrolet. De Caprice werd tussen 1964-1996 en tussen 2000-2017 gebouwd. De Chevrolet Caprice was tussen 1960 en 1970 het populairste automodel in de Verenigde Staten.
Nadat de productie van de Caprice in 1996 beëndigde, keerde het model in 2009 terug naar Noord-Amerika, als politieauto. Tussen 1999 en 2007 produceerde het Australische Holden de Caprice. De Holden Caprice werd in Oceanië en in het Midden-Oosten verkocht.
Geschiedenis Over de oorsprong van de naam Caprice zijn er twee meningen. Een is dat Bob Lund, de verkoopmanager van General Motors, de Chevrolet Caprice vernoemde naar een restaurant dat hij vaak bezocht in New York. De andere is dat het voertuig vernoemd is naar de dochter van autoverkoper James P. Chapman's, Caprice Chapman.
De naam Caprice werd in 1965 geïntroduceerd als Caprice Custom Sedan, een speciale vierdeurs hardtopversie van de Chevrolet Impala. De speciale versie bevatte een zwaarder uitgevoerd frame, betere vering, een zwarte grille, speciale naamplaatjes en decoratie op de deuren. In 1966 werd de 'echte' Chevrolet Caprice uitgebracht.
De Caprice kreeg concurrentie van de Ford LTD, Playmouth VIP en de AMC Ambassador.
Eerste generatie (1966-1970)
1966 De Chevrolet Caprice werd in 1966 geïntroduceerd als topklasse full-size sedan. De Caprice kon ook als stationwagen of coupé geleverd worden. Deze modellen werden op de markt gebracht als Caprice Custom
De Caprice Custom Estate (stationwagen) was de eerste auto met een houtframe sinds de Chevrolet Woody Wagon uit 1954. De stationwagens werden met vinyl bekleed en hadden twee rijen met driepersoonsbanken en een optie voor een derde rij. De Caprice werden standaard geleverd met een 4.6 L V8 motor, die 325 PK leverde. De Chevrolet Caprice werd uitgerust met een automatische versnellingsbak, stuurbekrachtiging, witte banden en een vinyl-dak. Extra opties waren een airco, elektrische ramen, cruise control, automatische stoelen en een stereo.
De sedans en coupes kregen luxe bekleding en vinyl stoelen met armsteunen. Tevens konden de twee armsteunen van de voorstoelen neer geklapt worden, waardoor er een extra passagier meekon.
1967-1968 In 1967 werd het model lichtjes aangepast. Zo kreeg het voertuig wat meer rondere vormen ten opzichte van het model van 1966, een nieuwe grille, nieuwe achterlichten en een ander instrumentenpaneel inclusief nieuw stuur. Ook kreeg de Caprice dubbele cilinderremmen. Nieuwe opties waren een cassettespeler, elektrische sloten en een glasvezel-alarmsysteem.
De Chevrolet Caprice had de eer om als 100 miljoenste model van General Motors geproduceerd te worden. Het model rolde op 12 april 1967 de fabriek te Janesville, Wisconsin uit.
In 1968 kreeg de Caprice een kleine facelift, met nieuwe achterlichten en koplampen achter de grille. De Caprice Coupés werden standaard geleverd met een ventilatiesysteem. Door een nieuw wet in de VS, werden er ook markeringslampen op de Caprice gemonteerd. Ook kreeg de Caprice een nieuw instrumentenpaneel met een horizontale snelheidsmeter en een nieuwe brandstofmeter.
miniatuur|230x230px|1969 Chevrolet Caprice. 1969-1970 In 1969 kreeg het model opnieuw een facelift, met een voorbumper die om de grille werd gebouwd. De stationwagen werd een apart model en kreeg de naam Chevrolet Kingswood Estate. Verder kregen de voorstoelen een hoofdsteun, werd het contact van het dashboard naar achter het stuur verplaatst en kwam er een stuurslot als de sleutel niet in het contact zat. Dit moest gedaan worden om aan de opkomende Federale Wet te voldoen.
De 1969 Caprice kreeg stuurbekrachtig en nieuwe motoren. Er kon gekozen worden tussen een 5.4L, 5,7L, 6,4L of een 7L V8 motor.
De 1970 Caprice kreeg een kleine facelift waarbij er weer een normale voorbumper geïnstalleerd werd, de koplampen weer zichtbaar werden en nieuwe, verticale achterlichten kwamen. De voorwielen kregen standaard schijfremmen en er kwamen banden met een fiber beschermlaag (witte banden).
Tweede generatie (1971-1976)
1971-1972 In 1971 werd de Chevrolet Caprice volledig hernieuwd. Zo werd de wielbasis verlengd, en kwamen er verzonken deurhendels. Verder kwamen er aanpassingen aan het frame en wielophanging om het rijgedrag te verbeteren en de geluidsoverlast te verminderen. De vernieuwde Caprice werd als coupé, hardtop, sedan en stationwagen geleverd.
Het interieur ontving ook enkele aanpassingen, zo werd er een nieuw stuur geïnstalleerd, kwam er een stoffen-vinyl bekleding en het dashboard, stuur en deurpanelen werden met hout afgewerkt. De sedans kregen een armsteun tussen de voorstoelen.
De Caprice werd standaard uitgerust met schijfremmen en een 225 pk 400 cubic-inch Turbo Fire V8 motor. Deze motor is ontworpen voor gelode, ongelode en loodvrije benzine ( E91 of hoger). General Motors was de eerste van de Big Three (General Motors, Ford Motor Company & Chrysler) die dit toepaste op hun modellen om zo te voldoen aan de (toekomstige) strenge emissie-eisen te voldoen.
In 1972 kreeg de Caprice een facelift waarbij er een nieuwe voorbumper kwam, die de veiligheid verhoogde bij aanrijdingen.
1973-1974 Alle Chevrolet Caprice-modellen werden in 1973 omgedoopt tot Caprice Classic. De stationwagen werd omgedoopt tot Caprice Estate. En er werd een cabriolet-variant van de Caprice geïntroduceerd. miniatuur|links|222x222px|1973 Caprice Classic Cabriolet De variant uit 1973 bevatte een nieuwe grille, een nieuwe voorbumper en nieuwe, vierkante achterlichten. De nieuwe emissienormen zorgden ervoor dat het aantal pk's verlaagd moest worden en een uitlaatgasrecirculatie toegevoegd werd. Een nieuwe optie voor de sedans en coupés was een 50/50-achterbank. Het interieur en instrumentenpaneel kon in verschillende kleuren geleverd worden om meer in het interieur te passen. Ook kwam er een nieuw stuur met meer grip. Verder werden de voorstoelen verplaatst om meer ruimte te bieden aan lange bestuurders. miniatuur|links|221x221px|1974 Caprice Classic Coupé In 1974 werd de Caprice Coupé aangepast, waarbij de dakstijlen verwijderd werden. De overige varianten kregen geen aanpassingen aan het design. Het model van 1974 kreeg ook volwaardige gordels (voorheen waren het alleen gordels die om het middel van de inzittenden werd gedaan). Een nieuwe optie was elektrisch verstelbare spiegels.
1975-1976 Het model uit 1975 kreeg een facelift en de Caprice Classic Sedan Sport kreeg een ovaal raam in de D-stijlen. Het dashboard, radio en de climate control werden vernieuwd. Ook kwam er een nieuwe snelheidsmeter die tot de 100 m/u (160 km/u) ging. De Caprice cabriolet werd in 1975 stopgezet wegens lage verkoopkosten.
Door de Oliecrisis van 1973 was Chevrolet gedwongen om de Caprice van een kleinere motor te voorzien. Alle Caprice-modellen, behalve de stationwagens, kregen een 5.7L V8 motor met een tweeloops carburateur, die 145 pk leverde. In Californië was er ook een vierloopscarburateur V8-motor te verkrijgen die 155 pk leverde. Verder waren er alleen maar een 6.6L V8-motor (kwam standaard op de stationwagens) en een 7,4L V8-motor te verkrijgen. Alle motoren, behalve de 7.4L motor, hadden een enkele uitlaat met een katalysator. De stationwagens die de 7.4L-motor hadden, kregen een dubbele uitlaat.
Ook introduceerde GM dat jaar een elektrische ontstekingssysteem en radiaalbanden in het kader van het nieuwe "Chevrolet's New Efficiency System." Verder kwamen er in 1975 twee nieuwe optiepakketten beschikbaar in het thema van zuinigheid. Het eerste pakket heette het Ecominder pakket en bevatte o.a. een eco-modus. Het tweede pakket bevatte een systeem dat de bestuurder waarschuwt als het rijgedrag veranderd, waardoor de motor meer verbruikt.
In 1975 kwam er ook een 'Landau''' editie van de Caprice op de markt. Deze editie bleef tot 1976 op de markt en omvatte speciale kleurschema's, sportieve buitenspiegels (incl. besturing), een vinyl-dak en pinstriping. Het interieur kreeg gekleurde gordels en automatten.
Derde generatie (1977-1990)
In 1977 lanceerde Chevrolet een compleet nieuwe Caprice. Het nieuwe model was een stuk kleiner, lichter en hoekiger dan zijn voorganger. De vernieuwde Caprice bood meer hoofdruimte, beenruimte en kofferruimte. Deze restyling heette Project 77 en GM investeerde $600 miljoen (tegenwoordig $3.124.175.746,92 of €3.111.043.696,56) om de nieuwe Caprice te ontwikkelen. De nieuwe Caprice werd als coupé, sedan en stationwagen geleverd. De coupés werden 277 kg lichter, de sedans 289 kg lichter en de stationwagens 395 kg lichter dan hun voorgangers.
1977-1979 Het speciale glas dat op de coupés is gebruikt|miniatuur|links|187x187px De nieuwe coupés kregen een unieke achterruit, die uit drie kanten bestond. Dit glas werd speciaal omgebogen via een "hot-wire" buigproces. De Caprice Coupé kwam in twee varianten: de Sport Coupé en de Landau Coupé. De Landau Coupé was een luxere versie met een complete vinyl dak.
V8 motoren waren niet langer een optie voor Caprice (met uitzondering van de stationwagen die een kleine V8 motor kreeg. In plaats daarvan werd de Caprice aangeboden met een I6 of V6 motor. Alle motoren werden geleverd met een automaat.
Met deze nieuwe motoren en het lagere gewicht beloofde Chevrolet dat de 1977 modellen veel zuiniger waren dan de 1976 modellen en beter konden presteren. De nieuwe Caprice verbruikte 14 l/100 km in de stad en 11 l/100 km op de snelweg. Ook was de nieuwe Caprice een stuk sneller. Zo kon een Caprice van 1977 in 10,8-11,4 seconden (afhankelijk van de motor) van 0 naar 100 km/u accelereren, terwijl de modellen uit 1976 er 10,8-12,9 seconden over deden.
De Chevrolet Caprice van 1977 was immens populair en werd de best verkochte auto in de Verenigde Staten in 1977. De Caprice sedan was de best verkochte variant. Van 660.000 modellen die in 1976 geproduceerd werden, waren er 212.840 sedan. Tegen 1987 waren er al meer dan 1 miljoen Caprices. In 1977 werd de Chevrolet Caprice door Motor Trend uitgeroepen tot de auto van het jaar.
De Caprice van modeljaar 1978 kreeg kleine aanpassingen aan het front en de achterzijde. Een nieuwe optie was om een FM/AM radio te installeren.
De Caprice van modeljaar 1979 kreeg alleen wat aanpassingen aan de motor.
1980-1985 1984 Caprice Classic Sedan|miniatuur|links Het 1980 model kreeg voor het eerst sinds 1977 grote aanpassingen. Om het voertuig nog zuiniger te maken, werd de auto lichter gemaakt door veel aluminium toe te passen. Door de motorkap te verlagen en de achterkant te verhogen, werd de auto meer aerodynamisch.
Ook bevatte deze restyling een vergrote achterbak voor de coupés en sedans. Deze vergroting was nodig om plaats te bieden aan het reservewiel, die nu standaard bij de auto werd geleverd. Tevens kregen de coupés en sedans een nieuwe, zuinigere 3.8L V6-motor. In Californië kregen de coupés een 3,8L V6-motor. Dit was nodig doordat Californië strengere milieueisen had. De 1980 Caprice verbruikte 12L per 100 km in de stad en 8.1L per 100 km op de snelweg.
De stationwagens kregen (m.u.v. Californië) een 4.4L small block-motor die 115 pk leverde. Deze motor illegaal in Californië omdat het een dubbele carburateur had. Om dit probleem op te lossen kwam er een nieuwe 5.0L motor die vier carburateurs had en 155 pk kon leveren.
Het model uit 1981 kreeg weinig aanpassingen. De grille werd iets groter en er de voorremmen werden opnieuw ontworpen. Verder kwam er een slimme cruisecontrol. Ook kregen de motoren een Computer Command Control (CCC) systeem die aangesloten was op een elektrische carburateur. Dit was nodig vanwege de Californische eisen uit 1987. Ook werd de Oldsmobile V8-dieselmotor als optie toegevoegd aan de sedans en coupés.
Het model uit 1982 kreeg ook weinig aanpassingen. Er kwam een nieuwe viertrapsautomaat en de Landau Coupé niet meer geproduceerd.