De Sint-Pauluskathedraal, ook wel Kathedraal van Luik (Frans: cathédrale Saint-Paul of cathédrale de Liège), is de hoofdkerk van het bisdom Luik in de Belgische stad Luik. Het kerkgebouw in rijke Maasgotische stijl behoort tot het uitzonderlijk onroerend erfgoed van de regio Wallonië.

Geschiedenis Bouwgeschiedenis

De kerk werd volgens de overlevering in 966 door de Luikse bisschop Heraclius († 971) gesticht op de plaats van een oudere kerk of kapel, gewijd aan Sint-Germanus. De locatie bevond zich destijds op een eiland in de Maas. De opvolger van Heraclius, Notger (930-1008), zou de kerk hebben voltooid. Over het uiterlijk van deze eerste kerk is niets met zekerheid bekend; waarschijnlijk betrof het een bescheiden bouwwerk in vroegromaanse (Ottoonse) stijl. 'Histoire de la construction', op cathedraledeliege.be, geraadpleegd op 15 december 2023.

Het huidige kerkgebouw in gotische stijl ontstond van de dertiende tot de vijftiende eeuw. De eerste bouwfase begon in 1240 en omvatte het koor (nog zonder apsis en met een vlakke vloer), het transept en de onderste delen van de eerste twee traveeën van het schip. Deze bouwfase is nog traceerbaar bij de zuilen en kapitelen in dit kerkdeel. Vervolgens werden na 1251 de eerste twee traveeën overwelfd, waarbij ook het triforium werd aangebracht. De wijding van de kerk vond plaats op 11 april 1289.

Kort na 1333-1334 werd de rest van het schip gebouwd, inclusief de lichtbeuken en het noorderportaal. Daarna volgden de kapellen grenzend aan de noordelijke zijbeuk. Rond dezelfde tijd werd de vijfhoekige apsis gebouwd en de twee apsiskapellen, die de oostelijke beëindiging van de zijbeuken vormen. Ten slotte volgden de kapellen aan de zuidbeuk, die de plaats innamen van de noordelijke kloostergang van de kruisgang. De bouw van de nieuwe toren begon rond 1390. De voltooiing van de kerk vond plaats in de periode 1417-1430.

De kruisgang is laatgotisch en dateert uit de vijftiende en zestiende eeuw. Het aan de kruisgang grenzende westportaal dateert eveneens uit de 16e eeuw.

In de loop van de negentiende eeuw werd de kerk ingrijpend gerestaureerd. De nooit afgebouwde toren werd in 1812 verhoogd met een extra travee (de verdieping met de spitsboogvensters) en een nieuwe torenspits (met erkertorentjes). Het carillon van de oude kathedraal kreeg een plaats in de klokkentoren van de nieuwe kathedraal. Bij de restauratie van circa 1850-1875 onder leiding van architect Jean-Charles Delsaux werd het koor verbreed met dubbele zijbeuken. De met pinakels overladen borstwering van de noordgevel dateert eveneens uit die tijd.

Van kapittelkerk naar kathedraal De Sint-Pauluskerk was vanaf de tiende eeuw tot aan de Franse Revolutie een van de zeven kapittelkerken van Luik (het kathedraalkapittel niet meegerekend). Aan het kapittel waren dertig kanunniken verbonden. Hun voornaamste taak was het koorgebed, waarvoor ze meerdere keren per dag samenkwamen in het koor van de kerk, waar ze plaats namen in het koorgestoelte. Het koor was door middel van een koorhek of doksaal fysiek afgescheiden van de rest van de kerk.

Na de komst van de Fransen (1792, daarna opnieuw in 1794) werden alle kloosters en kapittels in Luik opgeheven en hun bezittingen geconfisqueerd. In 1796 werd ook het Sint-Pauluskapittel opgeheven. De kerk werd door de Franse overheid in beslag genomen en alle kostbaarheden werden verwijderd en verkocht. De kerk deed daarna dienst als slachthuis voor het garnizoen, waarbij de kloostergangen als stallen fungeerden.

Als gevolg van het Concordaat van 1801 tussen Napoleon en de paus werd het bisdom Luik opnieuw opgericht. Aangezien de oude Sint-Lambertuskathedraal tijdens de Luikse Revolutie (1789-1795) en in de jaren van de Franse bezetting (1794-1814) was afgebroken, werd de Sint-Pauluskerk verheven tot de nieuwe kathedraal van het bisdom.

Chronologie 966: stichting van de kerk door bisschop Heraclius. 1240: aanvang bouw gotische kerk. 1289, 11 april: inzegening van de gotische kerk. 1374, 28 januari: overstroming van de Maas, waarbij de kerk alleen per boot kon worden bereikt. 1408, 28 januari: overstroming van de Maas, waarbij boeken, oorkonden en ornamenten in de schatkamer werden beschadigd. 1445, 6 juni: eerstesteenlegging door Daniël van Blochem van de gotische kruisgang. 1456, 6 april: brand in de kamer van de rector van de kapittelschool. De brand breidde zich niet verder uit. 1464: overstroming van de Maas. 1530: installatie van gebrandschilderd raam in het noordertransept, geschonken door kanunnik Léon d'Oultres. 1560: deken Jean Stouten van het Sint-Pauluskapittel laat door Gautier Morberius een getijdenboek drukken, het oudste in Luik gedrukte boek (thans in museum Grand Curtius). 1556-1564: bouw van het westportaal, naast de toren. 1557, 1558: installatie van gebrandschilderde ramen in het schip. 1571, 7 februari: overstroming van de Maas. Op een pilaar achter in de kerk is een chronogram gegraveerd met een lijn die de hoogte van het water aangeeft. 1643, 15 januari: overstroming van de Maas, die de Pont des Arches wegvaagde en enorme schade veroorzaakte op het Maaseiland. In de Sint-Pauluskerk steeg het water van de Maas 1,35 meter boven het huidige trottoir. Ook nu werd een chronogram aangebracht op een pijler van het oksaal. thumb|235px|Het kerkinterieur met de nieuwe preekstoel (Victor-Jules Génisson, 1860) 1755, december: aardbeving in Luik, een naschok van de verwoestende aardbeving in Lissabon. Er worden processies gehouden en enkele kerken, waaronder de Sint-Pauluskerk, blijven negen dagen achter elkaar geopend. 1790: na de afbraak van de verdedigingstoren op de Pont des Arches, wordt de Christus van Jean Del Cour die sinds 1663 op deze toren stond, overgebracht naar de Sint-Pauluskerk. 1796: het kapittel wordt opgeheven. De kerk is in gebruik als paardenstal. 1802: de voormalige kapittelkerk wordt kathedraal van het bisdom Luik. 1803: de kerkschat van de oude kathedraal keert vanuit Hamburg terug naar Luik. 1812: de toren wordt verhoogd. 1843: de neogotische preekstoel van Willem en Jozef Geefs wordt geplaatst. Enkele marmeren beelden volgen later; het laatste, Satan, in 1848. 1867: eerste historische studie over de kathedraal: Essai historique sur l'église de Saint Paul door O.J. Thimister. 1926: overstroming van de Maas (ook elders in het Maasdal, onder andere in Maastricht). Bij het noorderportaal bevindt zich een metalen plaquette, die de hoogte van het water aangeeft. 1996: begin van de restauratie van de kloostergang. 2018: voltooiing van de restauratie van de kloostergang en vernieuwing van de schatkamer. 2016: begin van de restauratie van het dak en het schoonmaken van de gevels van de kathedraal. Tevens herplaatsing van het gerestaureerde, door Léon d'Oultres geschonken renaissanceraam, dat sinds 1990 uit veiligheidsoverwegingen was opgeslagen. 2021: installatie en opening van de nieuwe deuren van het noordportaal. Tevens het (voorlopig) einde van de kerkrestauratie.

Beschrijving Kerk, exterieur De Sint-Pauluskathedraal is een gotische kruisbasiliek met een koor met vijfhoekige apsis, een transept, een driedelig schip met zijkapellen, en een westtoren. Het gebouw is opgetrokken uit tufsteen en grijze kalksteen. De toren met een hoge torenspits is grotendeels neogotisch. Het noordportaal is waarschijnlijk veertiende-eeuws. De bovendorpel draagt een inscriptie die vroeger op het zegel van de stad prijkte: Sancta Legia Ecclesiae Romanae Filia ("Heilig Luik, dochter van de Kerk van Rome"). In 2021 werden de neogotische deuren van het noordportaal vervangen door nieuwe, goudkleurige. De ontwerper, Jacques Dieudonné, ontwierp ook het glas-in-loodraam erboven. , 'Double inauguration pour la cathédrale Saint-Paul de Liège', in: La Libre Belgique, 15 september 2021, geraadpleegd op 17 december 2023. Het westportaal naast de kerktoren biedt zowel toegang tot de kerk als de kruisgang. Het werd gebouwd tussen 1556 en 1564. Het fronton is versierd met de wapens van de prins-bisschoppen Cornelis van Bergen (bisschop) en Robert van Bergen.

Kerk, interieur Het interieur van de kerk heeft een totale lengte van 82,75 m (inclusief de beide koren). De breedte van het middenschip en het oost- en westkoor bedraagt 11 m. De transepten zijn, gemeten van noord naar zuid, 33,5 m lang en 11,6 m breed. De maximale hoogte is 24 m. Bijzonder is dat zowel het oostkoor, de transepten, het middenschip en het westkoor (dat zich onderin de toren bevindt) dezelfde hoogte hebben. Het schip bestaat uit zeven traveeën en heeft een rijk gebeeldhouwd triforium. Het imposante gewelf rust op cilindrische zuilen met bladkapitelen. De kerkvloer bestaat uit plavuizen van zwart marmer uit Dinant en wit marmer uit Carrara. 'Visite de l'église', op cathedraledeliege.be, geraadpleegd op 16 december 2023.

Glas-in-loodramen In het zuidertransept bevindt zich een groot gebrandschilderd raam geschonken door kanunnik Leon d'Oultres in 1530. Dit renaissanceraam toont de kroning van de Maagd Maria, de bekering van Paulus en de knielende donor (Leon d'Oultres) bij een Sint-Paulusaltaar, in gezelschap van Sint-Lambertus. In de koorapsis bevinden zich eveneens gebrandschilderde ramen uit de zestiende eeuw. De andere glas-in-loodramen zijn twintigste-eeuws, waarvan er 23 uit de naoorlogse periode dateren. Zo zijn er ramen van de Fransman Max Ingrand (westkoor, noordertransept en noorderzijbeuk, jaren 1960), van Raymond Julin en Claudine Pirotte (koortravee, 1981-1982), van pater Kim En Joong (zuiderzijbeuk, 2011) en van de Zwitserse kunstenaar Gottfried Honegger (14 ramen in lichtbeuk, 2016). , 'La Cathédrale Saint Paul à Liège - Trésor', op chokier.com, geraadpleegd op 14 december 2023.

Schilderkunst thumb|Gewelfschilderingen uit 1557 De gotische gewelven van het middenschip en het transept zijn in de loop van de zestiende eeuw (1528, 1529, 1557) uitbundig beschilderd met bloemranken, vogels, putti en evangelistensymbolen. Ze werden in 1855 gerestaureerd. De beschildering van de overige gewelven is negentiende-eeuws. Interessant zijn de neogotische wandschilderingen van heiligen afkomstig uit het bisdom Luik door Adolphe Tassin (1852-1923) in het zuidertransept. Tassin schilderde zijn (gefingeerde) heiligenportretten tussen 1899 en 1902 binnen de blinde traceringen op de muur, zodat elke heilige als het ware een eigen nis heeft. In het noordertransept heeft Tassin het leven van de maagd Maria en Sint-Paulus in een quattrocento-achtige stijl geschilderd. Andere wandschilderingen zijn van Jules Helbig (1821-1906). De kerk bezit diverse schilderijen van Bertholet Flémal (1614-1675), die als belangrijkste schilder van de Luikse School geldt. Flémal was tevens kanunnik van Sint-Paulus. De meeste schilderijen bevinden zich in de schatkamer. In de kerk zelf hangt een Ontdekking van het Heilig Kruis door Sint-Helena uit 1674. Verder bezit de kerk schilderijen van Gerard Seghers (Kruisafneming), Erasmus Quellinus II (De vier evangelisten), Jean-Guillaume Carlier (De doop van Christus), Jean-Joseph Ansiaux (3 schilderijen), Gérard Douffet (1 schilderij), Otto van Veen (Kruisafneming) en Gerard de Lairesse (Tenhemelopneming van Maria). Laatstgenoemd schilderij maakte ooit deel uit van het hoofdaltaar van de Sint-Lambertuskathedraal. Het schilderij was in 1794 door de Fransen geconfisqueerd om tentoongesteld te worden in het Louvre, maar keerde omstreeks 1802 terug in Luik.

Beeldhouwkunst