Het vorstendom Halberstadt was een tot de Neder-Saksische Kreits behorend prinsbisdom, later vorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk.
Omstreeks 827 werd in Halberstadt het gelijknamige bisdom gesticht met als doel de missionering van het zuidelijk deel van Saksen. Het bisdom behoorde tot de kerkprovincie Mainz.
In 996 verwierf het bisdom de markt, de tol en de ban van Halberstadt. Van keizer Hendrik III kreeg het bisdom grafelijke rechten (1052 het graafschap in de Harzgouw). Hieruit ontstond een bescheiden territorium.
Van 1479 tot 1566 was het bisdom met het aartsbisdom Maagdenburg verbonden. In die periode werd in 1541 de Reformatie ingevoerd.
Paragraaf 1 van artikel 11 van de Vrede van Osnabrück van 1648 kende het bisdom Halberstadt als rijksleen toe aan het keurvorstendom Brandenburg. Dit als compensatie voor de afstand van de rechten op Voor-Pommeren en Rügen. Het artikel verplichtte Brandenburg de geestelijke heerlijkheden en het domkapittel te laten voortbestaan.
Bezit Kreis Halberstadt met de stad Halberstadt, de ambten Halberstadt, Gröningen, Kloster-Gröningen en Schlanstedt, het graafschap Regenstein en acht adellijke gerechten. Kreis Ascherleben met de stad Ascherleben, de gerechten Gatersleben, Hausneindorf, Ermsleben en Konradsburg, het domkapittelambt Schneidlingen en de ambten Wieningen en Freckenstein. Kreis Oschersleben-Weferlingen met de ambten Oschersleben, Krottorf, Emmeringen en Weferlingen Kreis Osterwieck-Hornburg met de stad Osterwieck, het domkapittelambt Zilly en de ambten Hornburg, Wülperode, Stötterlingen en Dardesheim. Heerlijkheid Derenburg.
Regenten 809- 827: Hildegrim I 827- 840: Thiatgrim 840- 853: Haymo van Halberstadt 853- 886: Hildegrim II 886- 894: Agiulf 894- 923: Sigismund 926- 968: Bernhard 968- 996: Hildeward 996-1023: Arnulf 1023-1059: Burchard I 1059-1088: Burchard II 1085 : Hamezo (tegenbisschop) 1089-1089: Dietmar 1090-1102: Herrand 1090-1106: Frederik (tegenbisschop) 1107-1123: Reinhard van Blankenburg 1123-1135: Otto (van Kuditz?) 1136-1149: Rudolf 1149-1160: Ulrich (eerste maal) 1160-1177: Gero van Schochwitz 1177-1181: Ulrich (tweede maal) 1181-1193: Dietrich van Krosigk 1193-1201: Gardolf van Harbke 1201-1208: Koenraad van Krosigk 1209-1236: Frederik van Kirchberg 1236-1241: Ludolf van Schladen 1241-1252: Meinhard van Kranichfeld 1253-1255: Ludolf II van Schladen (door de paus niet erkend) 1255-1296: Volrad van Kranichfeld 1296-1304: Herman van Blankenburg 1304-1324: Albrecht I van Anhalt 1324-1358: Albrecht II van Brunswijk-Lüneburg 1324-1343: Giselbrecht van Holstein (tegenbisschop) 1346-1356: Albrecht van Mansfeld 1357-1366: Lodewijk van Meissen 1366-1390: Albrecht III van Rikmersdorf (Berge) 1390-1399: Ernst I van Honstein 1401-1406: Rudolf van Anhalt 1407-1411: Hendrik van Warberg 1411-1419: Albrecht van Wernigerode 1419-1437: Johannes van Hoym 1437-1458: Burchard van Warberg 1458-1479: Gebhard van Hoym 1480-1513: Ernst II van Saksen (katholiek administrator) 1513-1545: Albrecht van Brandenburg 1545-1550: Johan Albrecht VI van Brandenburg 1550-1552: Frederik van Brandenburg 1552-1566: Sigismund II van Brandenburg 1566-1613: Hendrik Julius van Brunswijk (evangelisch administrator 1613-1616: Rudolf van Brunswijk (evangelisch administrator) 1616-1623: Christiaan van Brunswijk (evangelisch administrator) 1624-1628: Christiaan Willem van Brandenburg (evangelisch administrator) 1628-1648: Leopold Willem van Oostenrijk (katholiek)
Zie ook Lijst van bisschoppen van Halberstadt Bisdom Halberstadt
Halb Halberstadt Categorie:Geschiedenis van Saksen-Anhalt Categorie:Halberstadt