Kammin of Cammin (Pools: Kamień Pomorski) was een tot de Opper-Saksische Kreits behorend prinsbisdom, later vorstendom binnen het Heilige Roomse Rijk.
Omstreeks 1176 werd te Kammin een dom gebouwd die de residentie werd van de sinds 1148 in Wollin (Wolin) zetelende bisschop. Het bisdom was niet bij een kerkprovincie ingedeeld, maar stond direct onder de paus. In 1255 verplaatste de bisschop zijn zetel naar Kolberg (Kołobrzeg) en het bestuur van het prinsbisdom ging naar Köslin (Koszalin).
In 1276 kwam het aan het keurvorstendom Brandenburg. Sinds de dertiende eeuw maakte het deel uit van het hertogdom Pommeren binnen het Heilige Roomse Rijk. Het bisdom werd daar als rijksvrij beschouwd. Diverse verdragen met Pommeren maakten later vrijwel een einde aan de zelfstandigheid.
Na de Reformatie in 1530 functioneerden er tot 1556 protestantse titulaire bisschoppen.
Bij de Vrede van Osnabrück in 1648 werd het bisdom Kammin aan het keurvorstendom Brandenburg toegewezen.
Het protestantse domkapittel werd in 1810 opgeheven.
Regenten 1140-1160: Adalbert 1160-1186: Koenraad I 1186-1191: Siegfried I 1191-1219: Siegwin 1219-1223: Koenraad II 1223-1241: Koenraad III van Salzwedel 1244-1251: Willem 1251-1288: Herman van Gleichen 1289-1293: Jaromir van Rügen 1294-1296: Wizlaw 1296-1299: Petrus 1302-1317: Hendrik van Wachholz 1317-1324: Koenraad IV 1324-1330: Arnold van Eltz 1330-1343: Frederik van Eichstätt 1343-1370: Johan I van Saksen-Lauenburg 1370-1385: Philipp van Rehberg 1385-1386: Johannes Willekini 1386-1394: Johannes Brunonis 1394-1398: Johan II van Oppeln 1398-1410: Nikolaas Bock, genaamd Schippenbeil 1398-1410: Nikolaas (tegenbisschop onder Rome) 1410-1424: Magnus van Saksen-Lauenburg (1424-1452: bisschop van Hildesheim) 1415-1418: Johan van Gudensberg (tegenbisschop onder Rome) 1424-1446: Siegfried II van Bock (Buch) 1446-1468: Henning Iwen 1469-1469: Henning Kossebade 1471-1478: Nikolaas van Thüngen 1472-1480: Lodewijk van Eberstein 1478-1482: Marinus van Fregeno 1486-1488: Nikolaas Westphal (katholiek administrator) 1482-1485: Angelus, bisschop van Sessa 1485-1498: Benediktus van Waldstein 1498-1521: Martin Carith 1521-1544: Erasmus van Manteuffel (laatste katholieke bisschop) 1544-1549: Bartholmäus Swawe (evangelisch administrator) 1549-1556: Martin II van Weiher 1556-1574: Johan Frederik van Pommeren (1569-1600: hertog van Pommeren-Stettin) 1574-1602: Kasimir VII van Pommeren 1602-1618: Frans van Pommeren (1618-1620: hertog van Pommeren) 1618-1622: Ulrich van Pommeren 1623-1637: Bogislaw XIV van Pommeren (1620-1637: hertog van Pommeren) 1637-1650: Ernst Bogislaw van Croÿ
Cammin Cammin Categorie:Geschiedenis van Pommeren Categorie:Historisch land in Polen