Het vorstendom Ratzeburg was een vorstendom tot de Neder-Saksische Kreits van 1648 tot 1918 binnen het Heilige Roomse Rijk. Centrum was de stad Ratzeburg in Sleeswijk-Holstein. Het vorstendom kwam voort uit het bisdom Ratzeburg.

Door paragraaf 1 van artikel 12 van de Vrede van Osnabrück van 1648 kwam het bisdom als erfelijk vorstendom en rijksleen aan de hertog van Mecklenburg-Schwerin. De rechten van Saksen-Lauenburg en andere buurstaten bleven bestaan. De met het vorstendom verbonden zetels in de Rijksdag en de Neder-Saksische Kreits bleven bestaan. Mecklenburg-Schwerin nam het vorstendom in 1653 in bezit na de afstand door de laatste administrator, Gustaaf Adolf van Mecklenburg-Güstrow.

Bij de deling van het hertogdom Mecklenburg in 1701 kwam het vorstendom aan Mecklenburg-Strelitz. Het vorstendom werd geen deel van het hertogdom Mecklenburg, maar bleef in personele unie. In 1814 werd de hoofdstad verlegd naar Schönberg. Wettelijk kreeg het vorstendom in 1869 een eigen parlement, dat echter pas in 1906 voor het eerst bijeenkwam. In 1918 werd het gebied onderdeel van de vrijstaat Mecklenburg-Strelitz.

In 1937 werden de gemeenten Hammer, Mannhagen, Panten, Horst, Walksfelde en de Domhof in Ratzeburg, die exclaves vormden, in het kader van de Groot-Hamburgwet afgestaan aan het district Herzogtum Lauenburg.

Regenten 1154-1178: Sankt Evermod 1178-1204: Isfried de Heilige 1204-1215: Philipp 1215-1228: Hendrik I 1228-1228: Lambert van Barmstede 1229-1235: Godschalk 1236-1236: Peter 1236-1250: Ludolf I de Heilige 1250-1257: Frederik 1257-1284: Ulrich van Blücher 1284-1291: Koenraad 1291-1309: Herman van Blücher 1309-1335: Markquard van Jesow 1335-1355: Volrad van den Dorne 1355-1356: Otto van Gronow 1356-1367: Wipert van Blücher 1367-1388: Hendrik II van Wittorp 1388-1395: Gerhard Holtorp 1395-1419: Detlev van Parkentin 1419-1431: Johan I van Trempa 1431-1440: Pardam van den Knesebeck 1440-1454: Johan II Proel 1454-1461: Johan III van Preen 1461-1466: Ludolf II Roseborg (Raceborg) 1466-1479: Johan IV Stalkoper 1479-1511: Johan V van Parkentin 1511-1524: Hendrik III Bergmeier 1524-1550: Georg van Blumenthal (1523-1550: bisschop van Lebus) 1550-1554: Christof I van der Schulenburg 1554-1592: Christof II van Mecklenburg-Schwerin (katholiek administrator; 1563-1569: aartsbisschop Riga) 1592-1610: Karel van Mecklenburg-Schwerin (administrator) 1610-1636: August van Brunswijk-Lüneburg (evangelisch administrator; 1633-1636: hertog van Brunswijk) 1636-1648/53: Gustaaf Adolf van Mecklenburg-Güstrow (evangelisch administrator; 1654-1695: hertog van Mecklenburg-Güstrow)

Ratz Ratzeburg Categorie:Geschiedenis van Mecklenburg-Voor-Pommeren Categorie:Geschiedenis van Sleeswijk-Holstein