alt=Het draaginsigne|miniatuur Het Draaginsigne Gewonden (DIG) is een Nederlandse onderscheiding voor oorlogsgewonden. De onderscheiding is vastgesteld in 1990.
Geschiedenis De eerste gewondeninsignes en onderscheidingen in Europese landen dateren van rond de Eerste Wereldoorlog, evenals het Amerikaanse Purple Heart.
Buiten de medische context dateert de eerst bekende systematische Nederlandse aandacht voor verwondingen uit de periode van de Belgische Revolutie in 1830, in een rubriek Gedane Veldtogten, bekomen wonden, uitstekende daden.
De eerste Nederlandse onderscheiding was de Gewondenstreep uit 1944, die terugkomt in de staande balk van het DIG. Dit was een bies van 4×40 millimeter aan de linkermouw van het dagelijks uniform en het vrij tenue, die toegekend werd door de korpscommandant. Uitreiking door de Koninklijke Marine werd uitdrukkelijk uitgesloten. Deze onderscheiding was vrijwel onbekend, werd weinig gebruikt en wordt niet meer toegekend, maar is nooit officieel afgeschaft. Het Comité Draaginsigne Gewonden (CODIG) stelde vast dat de Gewondenstreep niet goed functioneerde als onderscheiding.
Van 1994 tot 2002 zijn er ruim 4500 insignes uitgereikt. Ze zijn zo bekend en geliefd bij verzamelaars dat er vervalsingen gemaakt zijn.
Toekenning en uitreiking De onderscheiding is bestemd voor alle Nederlandse militairen en veteranen die het Koninkrijk dienen of hebben gediend onder oorlogsomstandigheden, of daarmee overeenkomende situaties, inclusief internationale vredesmissies binnen en buiten het verband van de Verenigde Naties. Ook leden van het voormalige Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger komen voor het insigne in aanmerking, evenals de vaarplichtige zeelieden in oorlogstijd; de Nederlandse koopvaardij heeft in de Tweede Wereldoorlog zware verliezen geleden.
Het draaginsigne is onder andere uitgereikt voor wonden opgelopen in de Tweede Wereldoorlog, bij de politionele acties in Nederlands-Indië, de Korea-oorlog en de militaire acties in het kader van de vredesmissies van de Verenigde Naties, zoals in Libanon, Cambodja, Irak en voormalig Joegoslavië.
Men kan na lichamelijke verwondingen en psychisch letsel het insigne uitgereikt krijgen. De aanvraag wordt gedaan door de persoon zelf, of de commandant, of de zorgcoördinator van het Veteranenloket. Toekenning kan ten hoogste één keer en uitsluitend bij leven van de rechthebbende.
De toekenning geschiedde tot 1 januari 1994 door het Comité Draaginsigne Gewonden (CODIG) en sindsdien door de verantwoordelijke minister, die normaal gesproken het advies van de Commissie van Advies Draaginsigne Gewonden (CADIG) volgt. Voor de koopvaardij besliste gewoonlijk de minister van Verkeer en Waterstaat en later de minister van Infrastructuur en Waterstaat, voor militairen beslist de minister van Defensie. Tegen de beslissing is beroep tot aan de Centrale Raad van Beroep mogelijk.
Het insigne wordt niet toegekend aan "degene die zich onwaardig heeft gedragen". Vormen van onwaardig gedrag zijn volgens het in 2017 aangepaste besluit collaboratie, oorlogsmisdaden en opzettelijke zelfverwonding. Verder kunnen militaire misdrijven zoals sabotage, desertie en het niet opvolgen van een dienstbevel onder deze uitsluitingsgrond vallen als ze in relatie staan met het letsel.
De uitreiking kan onder andere gedaan worden door de burgemeester, iemand van de eigen eenheid of iemand van het Veteraneninstituut. In Caribisch Nederland of het buitenland wordt de uitreiking gedaan door de militaire autoriteit. In alle gevallen wordt de wens van de ontvanger zoveel mogelijk gerespecteerd.
Uitvoering en draagwijze Bij het insigne worden ook een miniatuurversie en een op naam gestelde oorkonde uitgereikt. Het miniatuur, een reversspeld, mag alleen op de burgerkleding gedragen worden. Het insigne zelf kan zowel op het uniform als op de burgerkleding worden gedragen, maar er zijn geen eenduidige instructies; de Landmacht draagt het rechts op het uniform, de Marine links.
Het kruis, naar ontwerp van F. Smits, is zilverkleurig en meet 45×45 millimeter. De armen zijn 6 mm breed, bij het miniatuur 2 mm. De verticale balk stelt de eerdere Gewondenstreep voor, met een lauwertak eromheen. Uit de oksels van het kruis ontspringen ‘vier leeuwen op blok’. Deze symboliseren de vaandels en standaarden van de krijgsmacht. De Latijnse tekst "VULNERATUS NEC VICTUS" wordt uitgelegd als gewond, maar niet verslagen.De hoofdbetekenis van het Latijnse is noch, wat de interpretatie noch gewond, noch verslagen toelaat.
Zie ook Nederlandse onderscheidingen voor dapperheid Ridderorden en onderscheidingen in Nederland
Externe link Het besluit in het Handboek Onderscheidingen, p. 106-107. Dit is een archiefversie van het handboek dat van 2014 tot 2026 geldig was. Het Ministerie van Defensie kondigt voor 2027 een nieuwe versie aan.
Categorie:Militaire onderscheiding in Nederland Categorie:Verwondingsdecoratie