De 18 Leipziger koralen (BWV 651-668) of Choräle von verschiedener Art (vrij vertaald: diverse soorten koralen) is de naam die is gegeven aan een manuscript van Johann Sebastian Bach met een verzameling van achttien koralen, gecomponeerd door Bach in de jaren veertig van de 18e eeuw, en waarschijnlijk bestemd om te worden gepubliceerd.

Het manuscript van de Leipziger koralen Het manuscript van de Leipziger koralen bevindt zich in de Staatsbibliothek zu Berlin. en is door Bach voor het grootste deel zelf uitgewerkt. Bachs leerling Johann Christoph Altnickol, en latere schoonzoon,hij huwde Bachs dochter Elisabeth Juliane Friedericia was verantwoordelijk voor de schoonschriftversies van BWV 666 en 667. Het laatste werk (BWV 668) dat in deze bron gescheiden is van voorgaande zeventien, is van een anonieme hand. Mogelijk van Gottfried Siegmund Heesemans, een verre verwant van Anna Magdalena Bach en in Bachs laatste levensfase diens privé-secretaris. Het manuscript omvat ook, in schoonschrift, de zes orgelsonates (BWV 525-530) en een late versie van de vijf canonische 'veranderingen' van het kerstlied 'Vom Himmel hoch da komm ich her' (BWV 769a).

De 18 Leipziger koralen thumb|325px thumb|Nun komm, der Heiden Heiland, BWV 659, Transkription Ferruccio Busoni (1866-1924)

Komm, Heiliger Geist, Herre Gott, BWV 651 Komm, Heiliger Geist, Herre Gott, BWV 652 An Wasserflüssen Babylon, BWV 653 Schmücke dich, o liebe Seele, BWV 654 Herr Jesu Christ, dich zu uns wend, BWV 655 O Lamm Gottes, unschuldig, BWV 656 Nun danket alle Gott, BWV 657 Von Gott will ich nich lassen, BWV 658 Nun komm, der Heiden Heiland, BWV 659 Nun komm, der Heiden Heiland, BWV 660 Nun komm, der Heiden Heiland, BWV 661 Allein Gott in der Höh sei Ehr, BWV 662 Allein Gott in der Höh sei Ehr, BWV 663 Allein Gott in der Höh sei Ehr, BWV 664 Jesus Christus, unser Heiland, BWV 665 Jesus Christus, unser Heiland, BWV 666 Komm, Gott Schöpfer, Heiliger Geist, BWV 667 Vor deinen Thron tret ich hiermit, BWV 668

De Leipziger koralen zijn grootschalige werken, met een scheiding tussen de stemmen van het koraal en de rest (behalve in BWV 656).Humphreys 'Eighteen Chorales' De individuele stukken met een toonzetting op hetzelfde koraal zijn bij elkaar geplaatst.

De verzameling opent met het pinksterkoraal Komm, heiliger Geist, Herre Gott. De eerste toonzetting plaatst het koraal in de pedaalpartij, terwijl de bovenstemmen op de eerste lijn van het koraal variëren. In de tweede toonzetting wordt elke muzikale lijn uitgewerkt als een fugato, met imiterende figuren. Ook de drie toonzettingen van Nun komm, der Heiden Heiland zijn verschillend. De eerste zetting is in een zwierige stijl ('coloriert'), met versierende inleidingen voor elke muzikale lijn. De tweede zetting is een trio en de derde een fuga waarin de manualen een subject uitwerken gebaseerd op de eerste.

De Leipziger koralen zijn, na het Wohltemperierte Klavier, de meest gevarieerde verzameling van stukken die Bach schreef.Stinson, p.3 De diversiteit – vernieuwende werken naast tamelijk conservatieve - is mogelijk ook uitgangspunt geweest van de collectie.

Overzicht van de koralenStinson, p.26-27 en 75-105; Duitse Wikipedia Nr. BWV titel van het deel titel volgens de autograaf Soort koraal maatsoort toonaard vroege vormen   1 BWV 651 Fantasia super: Komm heiliger Geist, Herre Gott J.J. Fantasia sup[er] Kom heiliger Geist. canto fermo in Pedal. di J S Bach./In Organo pleno koraalfantasie, cantus firmus in het pedaal c F BWV 651a   2 BWV 652 Komm heiliger Geist, Herre Gott Komm heiliger Geist. alio modo. à 2 Clav. et Ped. di J.S. Bach. koraalaria 3/4 G BWV 652a   3 BWV 653 An Wasserflüssen Babylon Am Waßer/Flüßen/Babylon/a 2 Clav./et/Pedal di/J.S. Bach koraalaria 3/4 G BWV 653a, 653b   4 BWV 654 Schmücke dich, o liebe Seele Schmücke/dich, o liebe/Seele./a 2 Clav. et/Pedal/di J.S. Bach koraalaria 3/4 Es   5 BWV 655 Trio super: Herr Jesu Christ, dich zu uns wend Trio sup[er]/Herr Jesu Xst,/dich zu uns wend./a 2 Clav. et/Pedal di/J.S. Bach koraaltrio c g BWV 655a, 655b, 655c   6 BWV 656 O Lamm Gottes unschuldig (3 Versus) O Lam Gottes/unschuldig./3 Versus./di/J.S. Bach/I Versus. manualiter koraalvariaties 3/2 – 3/2 – 9/4 – 3/2 A BWV 656a   7 BWV 657 Nun danket alle Gott Nun dancket alle Gott. a 2 Clav. et Ped. canto fermo in Soprano. di J.S. Bach koraalaria c G   8 BWV 658 Von Gott will ich nicht lassen Von Gott will ich [nicht] laßen. canto fermo in pedal. di J.S. Bach koraalaria c f BWV 658a   9 BWV 659 Nun komm' der Heiden Heiland Nun kom/der Heÿ/den Heÿ=/land./a 2Clav./et Ped./di/J.S. Bach koraalaria c g BWV 659a 10 BWV 660 Trio super: Nun komm' der Heiden Heiland Trio, sup[er]/NUn kom der/Heyden Heÿland/a due Bassi/è canto fermo/di/J.S. Bach koraaltrio in ariavorm c g BWV 660a, 660b 11 BWV 661 Nun komm' der Heiden Heiland Nun kom der/Heyden Heÿland./in Organo/pleno, canto/fermo in/Pedal/di/J.S. Bach koraalfantasie, cantus firmus in het pedaal c g BWV 661a 12 BWV 662 Allein Gott in der Höh' sei Ehr Allein Gott in der Höh seÿ Ehr. a 2 Clav. et Ped. canto fermo in Sopr. di J S Bach/Adagio koraalaria c A 13 BWV 663 Allein Gott in der Höh' sei Ehr Allein Gott in/der Höh seÿ/Ehr./a 2 Clav. et Ped./canto fermo in Tenore/di JU.S.Bach/Cantabile koraalaria 3/2 G BWV 663a 14 BWV 664 Trio super: Allein Gott in der Höh' sei Ehr Trio sup[er]/Allein Gott/in der Höh/seÿ Ehr./a 2 Clav. et/Ped. di J.S. Bach koraaltrio c A BWV 664a 15 BWV 665 Jesus Christus, unser Heiland Jesus Christus unser Heyland. sub Comunione. pedaliter di J.S. Bach vrije koraalbewerking c e BWV 665a 16 BWV 666 Jesus Christus, unser Heiland - Alio modo Jesus Christus unser p./alio modo/di/J.S. Bach vrije koraalbewerking 12/8 e 17 BWV 667 Komm, Gott Schöpfer, heiliger Geist Kom Gott Schöpfer Heiliger Geist. in Organo plno con Pedale/obigato d[i] J.S. Bach koraalfantasie c 12/8 G Orgelbüchlein, BWV 631 18 BWV 668 Vor deinen Thron tret' ich hiermit Vor deinen Thron tret ich pp koraalmotet c G Orgelbüchlein, BWV 641

Vorm Een orgelkoraal is een orgelwerk gebaseerd op de melodie van een kerklied of koraal. Een koraal is een strofisch gezang uit de Lutherse kerk. Tegen het eind van de 16e eeuw speelden organisten op basis van die koralen, zowel geïmproviseerd als vanuit genoteerde muziek. Toen Bach geboren werd waren er duizenden van die koralen. Bach zelf schreef ca. 200 orgelkoralen, waarvan een vijftigtal al voor 1707 (het jaar dat hij organist in Mühlhausen werd).

Orgelkoralen zijn in de volgende categorieën te verdelen:Stinson, p.4-27

koraalmotet De melodie van het koraal wordt duidelijk geïntroduceerd en vervolgens wordt van hieruit het orgelkoraal uitgewerkt met gebruikmaking van hetzelfde basisritme voor elke imitatie. Dit kan tot monotonie leiden, zeker bij lange melodieën; vandaar waarschijnlijk dat Bach weinig koralen, met name jeugdwerken, in deze vorm heeft geschreven. In de Leipziger koralen komen drie koraalmotetten voor (de twee zettingen van Jesus Christus, under Heiland en de tweede bewerking van Komm, Heiliger Geist, Herre Gott) koraalpartita of koraalvariaties Een koraalpartita is een reeks variaties gegeven over de koraalmelodie. Typisch voor de koraalpartita is dat elke variatie de volledige koraalmelodie bevat en de variaties als zelfstandige delen optreden. koraalfantasie thumb|300px|Kastens-orgel uit 1724-44 in de Garnizoenskerk te Kopenhagen; duidelijk zichtbaar is het rugpositief tegen de balustrade In een koraalfantasie wordt de volledige melodie van het lied in één stem, meestal de sopraan, gegeven, met uitvoerige versieringen. De koraalfantasie heeft zijn oorsprong in Noord-Duitsland, het geesteskind van Sweelincks leerling Heinrich Scheidemann. Met name Dietrich Buxtehude werkte de vorm verder uit. Omdat het rugpositief het meest 'gericht' is op de gemeente, werd door componisten in die eerste zettingen aangegeven dat de versierde koraalmelodie gespeeld moest worden op het rugpositief, wat een standaardvoorziening is op de Noord-Duitse orgels. Zeven van de Leipziger koralen zijn koraalfantasieën en daarmee de meest gebruikte koraalvorm in de verzameling (de tweede zetting van Komm, Heiliger Geist, de eerste van de drie bewerkingen van Allein Gott in der Höh sei Ehr, Nun komm, der Heiden Heiland, Schmücke dich, o liebe Seele en An Wasserflüssen BabylonStinson, p.8) Van invloed op Bach in het gebruik van Franse dansmuziek (met name de sarabande) was het werk van Georg Böhm, de meest productieve componist van op dansritmes gebaseerde koraalbewerkingen vóór Bach. Maar in Nun komm, der Heiden Heiland introduceert Bach een pedaalpartij die nog niet eerder was gebruikt, de lopende bas, een constante stapsgewijze beweging in een nootwaarde die de helft is van de slag. De lopende bas is ook een uiting van Bachs interesse voor Italiaanse muziek, en dan met name de sonates en concerten met lopende bassen van de laat-17e-eeuwse Italiaanse vioolschool, meer speciaal die van Arcangelo Corelli en Giuseppe Torelli. In Schmücke dich, o liebe Seele gebruikt Bach de ritornello-vorm, de vaste vorm in de laat-barok voor aria's en concertdelen. Kenmerkend voor de ritornello is het terugkerend thema (het ritornello) gespeeld door het begeleidende orkest aan het begin van het deel, voordat de solist inzet, tijdens het deel als de solist zwijgt en aan het eind, na de laatste bijdrage van de solist. In een koraal-ritornello hebben de afzonderlijke frases van de liedmelodie de rol van de solist in een concerto, waarbij de frases worden gescheiden door het ritornello. Böhm was de eerste componist die koraal-ritornelli schreef en daarmee mogelijk ook Bachs voorbeeld. In An Wasserflüssen Babylon wordt de versierde liedmelodie niet in de sopraan, maar in de tenor gespeeld op een afzonderlijk manuaal. Deze dispositie en de versieringen en de betrekkelijk langzame ritmes in de begeleidende stemmen geven het koraal het karakter van een Tierce en Taille (d.i. terts in de tenor), een standaardonderdeel in de Franse barokorgelmuziek. Het koraal is waarschijnlijk geschreven tussen 1712 en 1714, de tijd dat Bach Nicholas de Grigny's Premier livre de orgue kopieerde, waarvan de Tierce en Taille de meest vooraanstaande is uit het repertoire.Stinson, p.15 thumb|Antonio Vivaldi cantus firmuskoraal In een cantus firmus koraal is het hele lied opgenomen in lange noten (zoals in de Frans-Vlaamse polyfone missen uit de late Middeleeuwen). Het koraallied is doorgaans genoteerd in halve noten, terwijl de begeleidende figuratie in achtste en zestiende noten is genoteerd. Het lied klinkt in de sopraan of in de bas, met weinig of geen versieringen. Sweelinck en diens leerling Scheidt gebruikten deze stijl in hun koraalpartita's; Johann Pachelbel gebruikte het als eerste in werken met slechts één deel, in totaal in 50 driestemmige werken. Rond 1700 was het cantus firmuskoraal de standaard koraalvorm in centraal Duitsland.Stinson, p.16 Vijf Leipiger koralen zijn cantus firmuskoralen (Nun danket alle Gott, Vor deinen Thron tret ich hiermit, Komm, Heiliger Geist, Herre Gott, de derde zetting van Nun komm, der Heiden Heiland en Von Gott will ich nicht lassen). Het ritornellogebruik en de voortdurende stuwing van 16-en in Nun danket alle Gott en Komm, Heiliger Geist, Herre Gott – beide rond 1714 gecomponeerd - kwamen tot stand door de invloed van Antonio Vivaldi, muziek waarmee Bach in aanraking kwam na 1713, toen Prins Johann Ernst van Weimar tijdens zijn verblijf in Amsterdam een grote partij muziek naar huis stuurde. In die verzameling zaten waarschijnlijk ook Vivaldi's L'Estro Armonico concerten; Bach bewerkte in de daaropvolgende jaren een aantal van deze concerten (BWV 593, 594 en 596) en assimileerde Vivaldi's stijl in zijn eigen vocale en instrumentale werken.Stinson, p.18 koraaltrio