Met modaliteit wordt in de taalkunde de verhouding tussen de werkelijkheid en de beschrijving van de werkelijkheid bedoeld. Taalelementen die vooral worden gebruikt om deze verhouding uit te drukken zijn bijwoorden (zoals modale partikels), modale werkwoorden en bepaalde tempora (met name de verleden tijd).
Op het gebied van modaliteit is veel onderzoek verricht door John Lyons en Émile Benveniste.
Soorten / indeling De volgende hoofdsoorten modaliteit worden onderscheiden: vermoeden: Ik denk dat ze er is / Ze zou er nou toch moeten zijn! bevel/ (dringend) verzoek: Kom nou toch eens/ Kom alsjeblieft! niet-werkelijkheid (zie ook irrealis): Dit zou al lang gebeurd zijn, als niet... mogelijkheid: Ik kan/ Ik zou dit (eventueel) kunnen doen. citaat (zie ook indirecte rede): Hij zei dat hij klaar was.
Modaliteit is in 2001 door Frank R. Palmer opnieuw zo ingedeeld: Propositionele modaliteit Epistemische modaliteit Evidentialiteit Gebeurtenismodaliteit Deontische modaliteit Dynamische modaliteit
Modaliteit in het NederlandsHiel, Q. (2018). Modaliteit in het Nederlands. Geraadpleegd van https://web.archive.org/web/20180831002414/https://limo.libis.be/primo-explore/search?query=any,contains,modaliteit%20in%20het%20nederlands&tab=all_content_tab&search_scope=ALL_CONTENT&vid=KULeuven_UX&lang=en_US&offset=0 Inleiding Modaliteit slaat in de taalkunde op ‘de subjectieve houding of beoordeling van de taalgebruiker ten opzichte van de inhoud van een (deel van een) zin’.Van Dale, J.H. (2015). Groot woordenboek van de Nederlandse taal (Vijftiende, herziene ed.). Utrecht: Van Dale Uitgevers. Het is een complex begrip dat kan omschreven worden als de houding van de spreker ten opzichte van het gebeuren. Modaliteit kan worden uitgelegd door het onderscheid te maken tussen de inhoud van wat de spreker zegt, die voorgesteld wordt als een pure representatie of stand van zaken enerzijds, en de houding van de spreker ten opzichte van de inhoud anderzijds.Smedts, W., & Van Belle, W. (2011). Taalboek Nederlands (6e ed.). Kalmthout: Pelckmans Uitgeverij.
Modaliteit kan omschreven worden als de houding van de spreker ten opzichte van wat hij zegt, namelijk zijn oordeel, en hoe dat in relatie staat tot de werkelijkheid. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de inhoud van de taalhandeling die niets meer is dan een stand van zaken en anderzijds de houding van de spreker ten opzichte van die inhoud. De spreker kan zijn houding ten opzichte van die inhoud uitdrukken aan de hand van twee soorten modaliteiten: de gevoels- en werkelijkheidsmodaliteit. De gevoelsmodaliteit kan niet worden uitgedrukt door modale hulpwerkwoorden, maar wel door bijvoorbeeld modale bijwoorden, modale partikels of modale uitdrukkingen. De werkelijkheidsmodaliteit drukt (on)zekerheid uit en geeft weer of de spreker de inhoud (on)mogelijk of (on)waarschijnlijk acht. Deze modaliteit kan wel door modale hulpwerkwoorden worden uitgedrukt, die dan uitdrukken of het om epistemische, deontische of dynamische modaliteit gaat. Werkelijkheidsmodaliteit kan ook worden uitgedrukt door modale bijwoorden, modale partikels, de werkwoordstijden of in mindere mate door de conjunctief of door de imperatief.
Modaliteit en de uitdrukking ervan kan niet streng worden afgebakend. Zo kan een spreker in één taalhandeling twee soorten modaliteit uitdrukken met één modaal element. In veel gevallen zeggen de modale elementen namelijk niet alleen iets over de houding van de spreker ten opzichte van de inhoud van de zin, maar ook iets over de wijze waarop deze inhoud gepresenteerd wordt ten opzichte van de werkelijkheid. Dat geldt ook voor de manier waarop modaliteit wordt uitgedrukt. Zo is het niet alleen mogelijk om met meerdere modale elementen één soort modaliteit uit te drukken, maar is het ook mogelijk om met meerdere modale elementen een combinatie van verschillende modaliteiten uit te drukken.
Modaliteit: betekenis Modaliteit kan in twee delen worden gesplitst, omdat modaliteit zowel betrekking kan hebben op de verhouding tussen de houding van (onder meer) de spreker en de werkelijkheid (gevoelsmodaliteit) als op de verhouding tussen de beschrijving (door de spreker) en de werkelijkheid beschreven in zijn taaluiting (werkelijkheidsmodaliteit).van der Wouden, A. (1998). Dat had niet zo gehoeven: Modaliteit en negatie in de nieuwe ANS. Nederlandse Taalkunde, 3, 237-252. Een spreker kan dus enerzijds door middel van subjectieve commentaar duidelijk maken wat hij van en hoe hij over een situatie denkt, maar ook hoe hij de verhouding tussen de beschrijving en de werkelijkheid ervaart.van Sterkenburg, P. (1996). Van Dale: Handwoordenboek van hedendaags Nederlands. Utrecht: Van Dale Lexicografie.
Een taal drukt twee soorten situaties uitdrukt, namelijk de ongemarkeerde en de gemarkeerde situatie. De zin Thomas gaat weg is ongemarkeerd, omdat de situatie als vanzelfsprekend en werkelijk wordt beschouwd.Dirven, R. (1999). Cognitieve inleiding tot taal en taalwetenschap. Leuven: ACCO.
Daarom kan de indicatief als de uitdrukking van de basismodaliteit worden beschouwd. Iedere zin bevat dus een aanduiding van modaliteit, ook al bevat de zin geen expliciet modaal element. Modaliteit is eigen aan taalgebruik en dat is niet verwonderlijk, aangezien de verhouding tussen de taalhandeling en de werkelijkheid op de een of andere manier moet worden uitgedrukt.Duinhoven, A.M. (1994). Over modaliteit gesproken. De Nieuwe Taalgids, 87, 30-52.
Het gaat bij modaliteit niet om de vaststelling van algemeen geldige wetmatigheden, maar om de manier waarop de taalgebruiker de relatie tussen de situatie en de beschrijving ziet en weergeeft. Modaliteit berust dus op een persoonlijke, subjectieve uitspraak waardoor de ‘waarheid’ geen rol speelt. Die ‘waarheid’ wordt niet gecontroleerd of getoetst aan wat algemeen als geldig wordt beschouwd. Een zin als Thomas kan weggaan betekent in de natuurlijke taal dus niet per se dat Thomas effectief ooit zal weggaan. De situatie wordt geïnterpreteerd, maar die interpretatie is daarom nog niet gelijk aan de waarheid.
Modaliteit geeft geen directe informatie over wat er precies in de werkelijkheid gebeurt. De modaliteit geeft enkel informatie over de vraag of en in welke mate de beschrijving door de spreker overeenstemt met de werkelijkheid.
Modaliteit kan een taalhandeling beschrijven als onzeker, mogelijk of irreëel. De ‘realiteitswaarde’ van de taalhandeling wordt ontkend, ter discussie gesteld of bevestigd. Modaliteit is dus niet-feitelijk, want de beoordeling door de spreker zelf zorgt ervoor dat de beschreven situatie niet als een feit kan worden voorgesteld. De spreker beoordeelt en interpreteert de beschreven situatie, maar stelt die dus niet voor als een feit. Modaliteit drukt in het Nederlands de gemarkeerde potentiële situatie uit en is maar een van de twee mogelijke houdingen van een spreker ten opzichte van een gebeuren. De andere houding is de ongemarkeerde situatie waarin de situatie wordt beschouwd als vanzelfsprekend en werkelijk. Modaliteit drukt een potentieel en dus geen werkelijk gebeuren uit. De spreker levert steeds een persoonlijke commentaar op de noodzakelijkheid of de mogelijkheid van de waarheid of de werkelijkheid van een situatie.Depraetere, I., & Reed, S. (2006). Mood and Modality in English. In B. Aarts & A. McMahon (Eds.), The Handbook of English Linguistics, 269–290. Malden, MA: Blackwell Publishing.
Modaliteit is een manier om de toon van een boodschap te veranderen door te nuanceren of te versterken. Modaliteit expliciteert een ‘verzoek, of een bevel, een wens, suggestie, beschuldiging, veroordeling enz.’Van Coillie, J. (2010). Nederlands Taalbeheersing III B Gespreksvoering [cursustekst]. Brussel: KU Leuven campus Brussel..
Modaliteit kan dus duidelijk in twee delen worden verdeeld: de modaliteit in strikte zin en de modaliteit in persoonlijke commentaar. In strikte zin is de modaliteit een uitspraak over de verhouding tussen de beschrijving (door de spreker) en de werkelijkheid. De persoonlijke commentaar is de verhouding tussen de houding van (onder meer) de spreker ten opzichte van de mededeling. De commentaar zegt niets over de verhouding tussen de werkelijkheid en de mededeling en bevestigt hooguit de realiteitswaarde. Tabel 1: tweedeling van modaliteit Modaliteit in strikte zin: Uitspraak over de verhouding tussen de beschrijving van de situatie enerzijds en de werkelijkheid anderzijds.Modaliteit in persoonlijke commentaar: Houding van (onder meer) de spreker enerzijds ten opzichte van de mededeling anderzijds.
Modaliteit: vorm De spreker kan zijn houding tegenover datgene wat hij zegt uitdrukken met behulp van verschillende taalelementen, zoals modale hulpwerkwoorden, modale bijwoorden, bijwoordelijke bepalingen van modaliteit, modale partikels en de wijzen of modi van het werkwoord. Naast de wijs kan ook de werkwoordstijd een modale betekenis uitdrukken in het Nederlands. In het Nederlands kunnen zowel de verleden als de toekomende tijd modaliteit uitdrukken. Net zoals in het Engels wordt de conjunctief in het hedendaags Nederlands niet of nauwelijks nog gebruikt. De aanvoegende wijs komt enkel terug in versteende formele uitdrukkingen en in archaïsch taalgebruik.
Categorieën van modaliteit Er zijn twee soorten modaliteit die een modale zin kan uitdrukken: gevoelsmodaliteit en werkelijkheidsmodaliteit. Gevoelsmodaliteit Met gevoelsmodaliteit drukt de spreker een zeker gevoel uit over de inhoud van de zin. Deze modaliteit wordt nooit door hulpwerkwoorden uitgedrukt. Het is een subjectieve of psychologische modaliteit die de relatie weergeeft tussen de houding van de spreker en de inhoud van (een gedeelte van) de zin. Met deze subjectieve modaliteit kan de spreker een groot aantal verschillende gevoelens uitdrukken ten opzichte van wat beweerd wordt in de zin. Wat in de zin gezegd wordt, wordt voor waar aangenomen. Gevoelsmodaliteit drukt onder meer de zes basisemoties uit: afkeer, angst, blijheid, boosheid, verbazing en verdriet.Haeseryn, W., Romijn, K., Geerts, G., de Rooij, J., & van den Toorn, M.C. (1997). Algemene Nederlandse Spraakkunst (2e, geheel herziene druk). Groningen/Deurne: Martinus Nijhoff/Wolters Plantyn. Deze eerste soort modaliteit kan als een subjectieve modaliteit gezien worden, omdat een ‘nadrukkelijke overtuiging, verbazing, verwondering, schrik subjectief zouden zijn’. De spreker levert ‘commentaar’ die gebaseerd kan zijn op een verstandelijke overweging, op een onberedeneerd idee of op een gevoel.
Binnen de gevoelsmodaliteiten kunnen de zogenaamde voorzichtigheidsmodaliteiten worden onderscheiden.
Gevoelsmodaliteit kan worden gezien als een soort modaal bijwoord dat weglaatbaar is. De gevoelsmodaliteit kan een (uitbreidende) commentaar-bepaling worden genoemd: ‘Dit persoonlijke commentaar is aan de totale hoofdmededeling ondergeschikt. De commentaar-bepaling is wel in de uitspraak toegepast, maar staat toch los van de beschrijving en zegt ook niets over de realiteitswaarde van de werking’.
Uit de persoonlijke commentaar van de spreker kan worden afgeleid dat de spreker overtuigd is van wat in de beschrijving wordt gezegd. Gevoelsmodaliteit en de commentaar-bepaling worden echter niet door iedereen als onderdeel van modaliteit beschouwd.
Werkelijkheidsmodaliteit Globale indeling