Jubal Anderson Early (Franklin County, Virginia, 3 november 1816 – Lynchburg, 2 maart 1894) was een advocaat, politicus en Amerikaans militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog vocht hij voor de Geconfedereerde Staten van Amerika. Hij kreeg zijn opleiding aan de United States Military Academy in West Point. Na de Tweede Seminole oorlog nam hij ontslag uit het leger. Hij nam opnieuw dienst voor de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog en nam opnieuw ontslag na het einde van deze oorlog. In beide gevallen was dit om een politieke en juridische loopbaan uit te bouwen. Bij het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog nam hij dienst in het Confederate States Army. Hij vocht tijdens de volledige oorlog aan het oostelijke front. Hij had het bevel over een divisie onder generaal-majoor Stonewall Jackson en generaal-majoor Richard S. Ewell. Later zou hij een eigen korps toevertrouwd krijgen.
Hij speelde de sleutelrol in de Zuidelijke verdediging van de Shenandoahvallei tijdens de Veldtochten in de Shenandoahvallei in 1864. Hij voerde gedurfde raids uit naar Washington D.C. en rukte op tot in York in Pennsylvania. Hij werd uiteindelijk verdreven door de tegenaanvallen van generaal-majoor Philip Sheridan waarbij hij de helft van de manschappen verloor. Na de oorlog vluchtte Early naar Mexico, Cuba en Canada. Toen hij terugkeerde naar de Verenigde Staten bleef hij een grote aanhanger van de Zuidelijke zaak. Hij was stichtend lid van de Lost Cause of the Confederacy en de Southern Historical Society.J. Tracy Power, "Jubal A. Early (1816–1894)"
Zijn vroege jaren en zijn familie thumb|left|Zijn geboortehuis in het noordoosten van Franklin County
Early werd geboren op 3 november 1816 in de Red Valley in het noordoosten van Franklin County, Virginia. Hij was het derde van tien kinderen van Ruth Hairston (1794-1832) en Joab Early (1791-1870). Zijn familie behoorde tot de Eerste families van Virginia. Zijn overgrootvader, kolonel Jeremiah Early (1730-1779) kocht samen met zijn schoonzoon kolonel James Calloway een smeltoven in Rocky Mount (het latere Franklin County). Kort daarna overleed kolonel Early en liet hij zijn erfenis na aan zijn zonen Joseph, John en Jubal Early (de grootvader van Jubal A. Early). Enkel John Early zou een lang en welvarend leven leiden. Hij verkocht de smeltoven en investeerde in de plantage van zijn schoonvader in Albemarle County in Virginia. Jubal Early, waarna baby Jubal zou vernoemd worden, stierf enkele jaren na zijn huwelijk. Zijn zonen Joab (vader van) en Henry zouden beide een politieke loopbaan hebben.
Joab Early huwde met Ruth Hariston. Tussen 1824 en 1826 was hij lid van het Virginia House of Delegates. Hij diende ook in de lokale militie en was sheriff van Franklin County. Ondertussen beheerde hij zijn uitgebreide tabaksplantage waar verschillende slaven werkzaam waren. Hun oudste zoon, Samuel Henry Early (1813-1874) werd een belangrijke producent van zout in de Kanawhavallei en diende later in het Confederate States Army. Samuel huwde met Henrian Cablell (1822-1890). Hun dochter; Ruth Early (1849-1928) zou later een bekende auteur worden. De jongere broer van Jubal Early (1818-1882) zou ook dienen in het Zuidelijke leger en verhuisde later naar Missouri.
Jubal Early volgde les aan verschillende private scholen in Franklin County en ging later naar middelbare scholen in Lynchburg en Danville. Hij werd erg aangegrepen door het overlijden van zijn moeder in 1832. Het jaar daarop slaagden zijn vader en congreslid Nathaniel Claiborne erin om Early een plaats te geven aan de United States Military Academy in West Point. Ze benadrukten Early’s aanleg voor wetenschappen en wiskunde. Hij was de eerste jongen uit Franklin County die toegelaten werd tot de prestigieuze academie.Benjamin Franklin Cooling III, Jubal Early: Robert E. Lee's "Bad Old Man" (Rowman and Littlefield, 2014) p. 2 Early studeerde af in 1837 als 18de uit een klas van 50. Early, Ruth Hairston. The Family of Early: Which Settled Upon the Eastern Shore of Virginia and Its Connection with Other Families, Brown-Morrison, 1920, pp. 107–108. Tijdens zijn studententijd kwam hij in aanvaring met Lewis Armistead die een bord op zijn hoofd sloeg. Dit leidde tot het vervroegd vertrek van Armistead. Later zou hij ook toetreden tot het Zuidelijke leger.Resignation of Lewis A. Armistead, January 1836, RG 77, E18, National Archives. Andere toekomstige generaals in de klas van 1837 waren Joseph Hooker, John Sedgwick en William H. French die voor de Noordelijken zouden vechten en Braxton Bragg, John C. Pemberton, Arnold Elzey en William H. T. Walker. Ook zou hij tijdens zijn opleiding in West Point kennis maken met P.G.T. Beauregard, Richard Ewell, Edward "Allegheny" Johnson, Irwin McDowell en George Meade.Cooling pp. 2–3
Vroege juridische, politieke en militaire loopbaan Na zijn studies in West Point kreeg Early een commissie als Tweede luitenant bij het 3rd U.S. Artillery regiment. Hij werd naar Florida gestuurd om te vechten tegen de Seminole. Tot zijn grote teleurstelling speelde hij geen actieve rol in deze oorlog. Zijn oudere broer Samuel gaf hem de raad om zijn diensttijd te voltooien en daarna terug te keren naar een burgerlijk bestaan. Early nam in 1838 ontslag. Later zei hij dat hij misschien geen ontslag zou genomen hebben mocht de brief met zijn bevordering hem eerder bereikt hebben.Cooling p. 4
Early studeerde daarna rechten bij Norborne M. Taliaferro en werd in 1840 toegelaten tot de balie in Virginia. In 1841 werd hij verkozen voor de termijn van 1 jaar in het Virginia House of Delegates. Hij was een Whig.Cynthia Miller Leonard, Virginia General Assembly 1619–1978 (Richmond: Virginia State Library 1978) p. 400 Een herindeling van verkiezingdistricten zorgde ervoor dat Franklin County een kleiner kiezerspubliek had. Zijn mentor Norborne M. Taliaferro die opkwam voor de Democratische partij, werd zijn opvolger en zou herverkozen worden tot in 1854. Catalogue of Officers and Alumni of Washington & Lee University, p. 75, beschikbaar op https://books.google.com/books?id=SS_PAAAAMAAJ&pg=PA75&lpg Early zou dan weer de plaats innemen van Talliaferro als openbaar aanklager in Franklin en Floyd County tot in 1852.
Toen de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog uitbrak, nam Early opnieuw dienst in het leger. Hij kreeg de rang van majoor in het 1st Virginia Volunteers Regiment. Hoewel zijn regiment te laat arriveerde om veel actie te zien, diende Early in 1847 en 1848 in het leger voornamelijk in logistieke functies. Hij werd ook benoemd tot inspecteur-generaal in de staf van kolonel John F. Hamtramck en luitenant-kolonel Thomas B. Randolph. Ook zou hij het tijdelijk bestuur van Monterrey op zich nemen. Hij ontmoette kolonel Jefferson Davis van de 1st Mississippi Volunteers. Tijdens de winter kreeg hij ernstige aanvallen van artritis, iets waar hij de rest van zijn leven problemen zou mee hebben. Hij werd zelfs op ziekteverlof gestuurd ten gevolge van deze aanvallen.Cooling pp. 6–7 Toen de oorlog gewonnen was, keerde Early terug en werd hij opnieuw advocaat. Hij pleitte voornamelijk echtscheidingszaken en rechtszaken in verband met slaven. Uit de census van 1850 en 1860 blijkt dat hij geen eigendom had en voornamelijk in tavernes of hotels woonde, zoals veel advocaten en handelaren in zijn tijd.1850 U.S. Federal Census for Franklin County, dwelling no. 5; 1860 U.S. Federal Census for Franklin County, South Western district, dwelling 157. Early had een relatie met Julia McNealy die hem vier kinderen schonk. Allemaal werden ze erkend door Early. In 1871 zou ze huwen met een andere man.Cooling pp. 7–8
Early stelde zich verkiesbaar voor de Virginia Constitutional Convention van 1850 maar werd niet verkozen. Samen met Peter Saunders, een kleine landeigenaar, werden ze wel verkozen als afgevaardigden voor de Virginia Secession Convention van 1861.Leonard p. 475 Early was een sterke voorstander voor het behouden van de unie. Hij was ervan overtuigd dat er via een degelijk compromis een oplossing zou gevonden worden voor het houden van slaven. Tijdens de twee stemrondes stemde Early tegen de afscheiding van de Unie.
De Amerikaanse Burgeroorlog Toen president Abraham Lincoln 75.000 vrijwilligers onder de wapens riep om de Zuidelijke opstand neer te slaan, was Early woest. Toen Virginia zich officieel had afgescheurd van de Unie nam Early dienst om te vechten tegen het Noordelijke leger. Hij kreeg een benoeming als brigadegeneraal in de militie van Virginia. Hij werd naar Lynchburg gestuurd om drie regimenten te rekruteren. Hij nam het bevel op zich van een van deze drie regimenten. Op 19 juni 1861 werd Early benoemd tot kolonel in het Confederate States Army en bevelhebber van het 24th Virginia Infantry waarin ook zijn neef Jack Hairston diende. According to Wiencek p. 144. Na de Eerste Slag bij Bull Run in juli 1861 werd Early bevorderd tot brigadegeneraal na zijn doortastend optreden bij Blackburn’s Ford.Wiencek, p. 148
Generaal Robert E. Lee, bevelhebber van het Army of Northern Virginia, noemde Early zijn "Bad Old Man" wegens zijn temperamentvol karakter en zijn gewoonte om veelvuldig te vloeken. Early werd gewaardeerd voor zijn agressieve manier van vechten. Hij kon zijn eenheden aanvoeren op een onafhankelijke en efficiënte manier. Zijn soldaten gaven hem de bijnaam "Old Jube" of "Old Jubilee". Old verwees naar zijn licht gebogen voorkomen die hij had door zijn reumatische aanvallen.Douglas Southall Freeman, Lee's Lieutenants (abridged 1-volume version edited by Stephen W. Sears) (Scribner 1998) p. 83 Zijn ondergeschikten hadden vaak te maken met Early’s klachten en opmerkingen over de kleinste details, maar hij kon geen kritiek verdragen van onderaf.Gallagher, Struggle for the Shenandoah, p. 21.
Diensttijd onder Stonewall Jackson In mei 1862 begonnen de Noordelijken met hun offensief in de Schiereilandveldtocht. Op 5 mei voerde Early een aanval uit op twee Noordelijke artilleriestellingen. Hij had geen verkenning laten uitvoeren en moest door een moeras en tarweveld oprukken om de Noordelijke stellingen te veroveren. Deze aanval, wat later de Slag bij Williamsburg zou gaan heten, mislukte volledig. Zijn 22-jarige neef Jack Hairston sneuvelde. De 24th Virginia verloor 180 gesneuvelden, gewonden en vermisten. Early zelf raakte gewond aan zijn schouder.Wiencek pp. 149–150 Pas op 6 juni, bij het begin van de Zevendagenslag, was Early voldoende hersteld om zich opnieuw aan het front te melden. Zijn brigade bestond niet langer. Door het hoge aantal slachtoffers na de aanval bij Williamsburg waren de resterende soldaten verdeeld over ander eenheden. Early kreeg niet onmiddellijk een nieuw commando. Volgens generaal Lee waren er voorlopig geen plaatsen vacant. Het zou nog tot 1 juli duren, net voor de Slag bij Malvern Hill, dat Early een nieuw commando kreeg. Hij verving brigadegeneraal Arnold Elzey die bij de Slag bij Gaines' Mill gewond was geraakt.Freeman, Lee's Lieutenants, p. 252
Tijdens de rest van 1862 maakten de eenheden van Early deel uit van het Second Corps van het Army of Northern Virginia onder generaal-majoor Stonewall Jackson. Tijdens de Veldtocht in noordelijk Virginia was generaal-majoor Richard S. Ewell zijn bevelhebber. Na de Slag bij Cedar Mountain kreeg hij lof van zijn overste. En tijdens de Tweede Slag bij Bull Run arriveerden zijn eenheden net op tijd om de linkervleugel van Jackson te versterken die onder leiding stond van generaal-majoor A.P. Hill.