thumb|Twee P-90 elementen in dog ear-stijl thumb|Een P-90 element in soapbar-stijl P-90 is de naam van een single-coil gitaarelement dat Gibson vanaf 1946 produceerde. Het werd ontworpen door Walt Fuller, hoofd-electronica bij Gibson en volgde het Charlie Christian- en het P-13-element op. Vanaf 1957 schakelde Gibson voor veel van zijn elektrische gitaren over naar dubbelspoels-elementen, bekend als humbucker of PAF.
Sinds de eeuwwisseling won de P-90 omwille van zijn bijzondere karakteristieken terug aan populariteit. Een elektrische gitaar met een P-90 element geeft een droger geluid dan een gitaar met een humbucker en biedt een combinatie van hoge output en vaak een bijtende treble respons. Een P-90 element geeft met distortion een wat gruiziger of ruiger geluid dan een Fender single-coil element. Zonder oversturing, op het cleane kanaal van een versterker, klinkt het zuiverder en dunner dan een humbucker. Dit element is zoals alle single-coils gevoelig voor brom die door het magnetisch veld van het stroomnet wordt veroorzaakt. Die bromgevoeligheid is groter dan bij fenderstijl enkelspoelselementen. Om die reden worden gitaren met p90’s vaak afgeraden voor beginnende gitaristen die het werken met die brom nog niet beheersen.
Er zijn in twee type behuizingen voor P90’s. De dog ears (hondenoren) en de soapbar (stuk zeep). Bij de dog ear zitten aan weerszijden platte driehoeken die met enige fantasie op de oren van honden lijken. Daarin zitten de gaten waardoor de bevestigingsschroeven gaan. De soapbar is rechthoekig en was origineel crèmekleurig waardoor deze op een stukje zeep lijken. De bevestigingsgaten zitten tussen de magneetpooltjes in.
Anders dan bij andere enkelspoelselementen zijn de pooltjes van zichzelf niet magnetisch. Het magnetisch veld wordt door twee platte magneten aan de onderkant van de spoel veroorzaakt en de ijzeren pooltjes worden daardoor gemagnetiseerd.
Andere beroemde single coil-elementen zijn de elementen die op een Fender Stratocaster zitten of op een Fender Telecaster. Die zitten technisch anders in elkaar en klinken daardoor dus ook anders.
Net als bij andere typen elementen zijn er meerdere type p90’s met verschillende klankeigenschappen verkrijgbaar. Sommige zijn ontworpen voor jazz en klinken dik en rond bijna humbucker achtig terwijl andere p90’s zijn ontworpen om bijtender te klinken. Toch zit er over het algemeen een overeenkomst in de klank en hebben ze meestal het typerende rauwe ongepolijste karakter waar p90’s bekend om staan. De verschillen kunnen in het aantal windingen en het type magneten zitten. Hoe meer windingen, des temeer signaal word uit gestuurd, maar meer windingen verlegt ook de focus van de hogere frequenties naar de midden frequenties wat voor een vollere klank zorgt. De termen underwound, medium/normal wound en overwound worden door producenten van p-90-elementen vaak gebezigd.
P90’s waren veel te horen bij the Beatles. Lennon, McCartney en Harrison bezaten alle drie een Epiphone Casino, een gitaartype met twee P90-elementen. Met name John Lennon gebruikte de zijne vanaf 1965 veel. Ook de gitaar die McCartney voor de bijtende gitaarsolo van Taxman gebruikte was een Epiphone Casino. Ook de Gibson Les Paul Special’s van Bob Marley en John Lennon (tijdens zijn solo carrière) waren met P-90’s uitgerust.
Net als bij Fender-stijl enkelspoelselementen zijn er van de P-90 ook gestapelde dubbelspoelselementen gemaakt. Hierbij zijn anders dan bij normale dubbelspoelselement de twee spoelen niet naast elkaar, maar boven elkaar geplaatst. Ze zijn ontworpen om de klank van een P-90 zo dicht mogelijk te benaderen maar dan zonder de brom die erbij hoort. Gibson’s eigen P-100 is een voorbeeld hiervan. Helemaal precies als een enkelspoelselement zal dit echter nooit klinken.
Staple pickup miniatuur|1954 Les Paul Custom met P-90 bij de brug en Staple Pickup bij de hals Voor hun duurste gitaren ontwierp Gibson een variant op de P-90 die officieel Gibson AlNiCo V Pickup heet maar onder gitaristen bekend staat als de Staple pickups omdat de pooltjes er van afstand als stevige nieten uitzien. Deze wijkt technisch aanzienlijk af van de P-90 maar heeft hetzelfde formaat. Dit element had in plaats van twee lange magneten onder de spoel zes kortere rechthoekige AlNiCo V-magneten in het midden van de spoel die net als bij Fender-elementen gelijk ook als pooltjes dienden. Deze magneten zijn net als bij DeArmond 2000-elementen (alias Gretsch Dynasonic) met schroeven in hoogte verstelbaar. Doordat zowel de hoogte van de spoel als de hoogte van de magneten variabel is, is de klankkleur behoorlijk aan te passen. De klank is over het algemeen beduidend helderder dan van een P-90.
Het staple-element was tot de introductie van de PAF-humbucker te vinden op de Gibson L5 en als hals-element op de Gibson Les Paul Custom tussen 1953 en 1957.
Er worden tegenwoordig door meerdere elementfabrikanten ook Staple-elementen gemaakt waarvan de magneten niet verstelbaar zijn. De verstelbare magneten zijn namelijk een stuk langer en steken dieper in de gitaar. Hierdoor passen ze niet in de holtes die voor P-90’s zijn uitgefreesd. Met kortere vaste magneten past dit wel.
Categorie:Elektrische gitaar Categorie:Elektronica Categorie:Muziekinstrumentonderdeel