300px|thumb|Engelse overzetting van een Russische kaart van Kamtsjatka uit het boek van Stepan Krasjeninnikov (1764)

Dit artikel behandelt de geschiedenis van Kamtsjatka. Het schiereiland Kamtsjatka wordt reeds duizenden jaren bewoond door de Itelmenen. Aan het einde van de 17e eeuw bereikten de eerste Siberische Kozakken het gebied, waarmee de Russische kolonisatie werd ingezet, mede als gevolg van de grote aanwezigheid van sabelmarters. Lange tijd bleef de Russische bewoning beperkt tot enkele forten en de plaats Petropavlovsk rond de Avatsjabaai, vanwaaruit de Itelmenen werden onderworpen aan de jasak. In de tweede helft van de 19e eeuw werd de kolonisatie mede als gevolg van de Krimoorlog een tijdlang stilgelegd. Begin 20e eeuw werd de aanwezigheid van de Russen weer doorgezet en na een korte periode van wisselend Japans en Russisch bestuur in de Russische Burgeroorlog is het schiereiland stevig in Russische handen. In de sovjetperiode werd het een gesloten gebied voor buitenstaanders, waar de bevolking zich met name rond de Avatsjabaai concentreerde. De militaire aanwezigheid werd in die tijd versterkt met onder andere een onderzeebootbasis, een testgebied voor ballistische raketten en de aanwezigheid van de Russische Ruimtestrijdkrachten. Sinds de val van de Sovjet-Unie is de bevolking, mede als gevolg van de gestegen kosten en gedaalde lonen met een derde afgenomen. Het toerisme is sinds de openstelling begin jaren 90 van grotere betekenis geworden, maar is mede vanwege de afstand nog steeds zeer klein te noemen.

Periode voor de komst van de Russen De eerste mensen kwamen rond 4000 tot 3000 v. Chr. naar Kamtsjatka. Tegen de 17e eeuw, toen de Kozakken het gebied bereikten, woonden de Itelmenen verspreid over met name het zuidelijk en westelijk deel, de Korjaken (die op ongeveer 11.000 personen werden geschat) in het noordelijk en westelijk deel (aan beide zijden van de Penzjinabaai), de Aljoetoren in het noordoostelijk deel rond het district Oljoetorski, de Tsjoektsjen in het uiterste noordoostelijke districten Oljoetorski en Penzjinski en de Evenen (toen Lamoeten genoemd) in kleine groepen in de huidige districten Bystrinski, Penzjinski en Oljoetorski. De Komandorski-eilanden, die vaak ook tot Kamtsjatka worden gerekend waren toen onbewoond. Mogelijk woonden er tot 50.000 Itelmenen, 11.000 Korjaken en 2000 Tsjoektsjen, maar dit aantal is onzeker. In de periode daarop zou hun gebied en aantal sterk worden ingeperkt. Deze volkeren werden in de eerste eeuwen door de Russen, die ze als "inorodtsy" beschouwden, vaak aangeduid onder de verzamelnaam Kamtsjadalen.

Eerste Russische ontdekkingstochten De eerste informatie over het schiereiland bereikte Rusland in het midden van de 15e eeuw, maar toen was de kolonisatie van Siberië nog niet begonnen. De eerste Kozak die het gebied bereikte was bonthandelaar Fedot Aleksejev in 1648. Hij was net als veel andere Kozakken op zoek geweest naar een Noordoostelijke Doorvaart en had daarvoor samen met Semjon Dezjnjov de Beringstraat doorgezeild, maar zijn schip was in een storm terechtgekomen en afgedreven naar het zuiden, naar het tot dan toe onbekende Kamtsjatka. Hij maakte met zijn kotsj een landing op de kust van Kamtsjatka en overwinterde er, maar kwam nooit weer terug. Dat hij werkelijk landde blijkt uit informatie die Vitus Bering (zie verder) verzamelde en uit de overblijfselen van twee winterhutten aan de oevers van een rivier in Kamtsjatka, die pas veel later werden gevonden. In 1650 was het Michail Stadoechin die als eerste de rivier de Penzjina bereikte, gevolgd door Ivan Kamtsjaty tussen 1658 en 1661, die vanaf de Penzjina naar de rivier de Lesnaja trok aan de westkust en vervolgens naar de rivier de Karaga aan de oostkust. Vandaar uit bereikte hij de rivier die de Itelmenen 'Uikoal' noemden; de Kamtsjatkarivier. Ten slotte trok Ivan Roebets vanuit Anadyrsk naar het schiereiland. Geen van allen stichtte er daadwerkelijk plaatsen, maar de verhalen die ze mee terug namen over een land van vuur, dat rijk was aan vis en met name het gewilde sabel, wist de aandacht te trekken.

Oorsprong van de naam van Kamtsjatka De eerste kaart met de naam Kamtsjatka was waarschijnlijk de Kaart van het land Siberië, die in 1667 in Tobolsk werd gedrukt, maar werd hier gebruikt voor een rivier die naar de Grote Oceaan stroomt. De meest genoemde oorsprong van het woord Kamtsjatka werd gegeven de Duitser Gerhard Friedrich Müller en zijn student Stepan Krasjeninnikov (zie verder), die verklaarde dat het woord ontstond doordat de Kozakken de Korjaken gebruikten als vertalers bij hun ontdekkingstochten. De Korjaken zouden hun zuiderburen de Itelmenen "Krontsjalo" hebben genoemd en waarschijnlijk werd het woord "Kamtsjadalen" en "Kamtsjatka" hiervan afgeleid. http://www.geocities.ws/kirianov/textenglish.htm KAMCHATKA, Vladimir Kiryanov Of dit werkelijk correct was is onwaarschijnlijk. De Kamtsjatkaanse wetenschapper Boris Polevoj (1918-2002) schrijft in zijn boek Novoje ob otkrytii Kamtsjatki ("Nieuws over de ontdekking van Kamtsjatka") uit 1997 dat er meer dan twintig versies van de oorsprong van de naam bestaan, maar dat de meeste verre van de waarheid zijn. Hij noemt hiervoor drie feiten. Ten eerste werd de rivier Kamtsjatka reeds rond 1665 ingetekend, terwijl het schiereiland pas rond 1695 zo werd aangeduid. Ten tweede werden de Itelmenen in het zuiden van Kamtsjatka eerst foutief als Korjaken bestempeld, terwijl pas rond 1690 het woord Katsjatsjen in de mode kwam (naar de rivier), waarna door Atlasov (zie verder) het woord 'Kamtsjadalen' werd geïntroduceerd. De naam Kamtsjatka zou volgens hem in plaats daarvan haar oorsprong hebben in kleren die vanuit China naar Rusland kwamen; kleren met de naam 'Kama-chan', zoals de Chinese keizer werd aangeduid, die een tijdlang Kamachan werden genoemd. Mogelijk zou de naam zijn gegeven door iemand die Ivan Kamtsjaty kende.

Kolonisatie en onderwerping van de bevolking Russische steunpunten (selectie) 1697 - Verchnekamtsjatsk 1701 - Nizjnekamtsjatsk 1703 - Bolsjeretsk 1740 - Petropavlovsk 1752 - Tigil (fort)

Dertig jaar later was het Vladimir Atlasov die in 1697 als eerste Kozak met 120 man (waaronder een aantal Joekagieren) vanaf Anadyrsk naar Kamtsjatka kwam, het binnenland introk en een houten kruis oprichtte aan de bovenloop van de Kamtsjatka, waarop hij de ostrog (houten fort) Verchnekamtsjatsk stichtte en begon met de onderwerping van de bevolking, door hen de jasak (huidenbelasting) op te leggen. Net als in andere delen van Siberië werd dit gedaan door het in gijzeling nemen van vooraanstaande leden van de bevolking (amanat) om de bevolking zo te dwingen om het jaarlijkse opgelegde aantal huiden naar de ostrog te laten brengen, die vooral van sabelmarters, vossen en zeeotters (kalani) afkomstig waren, waarvan de eerste met name in groten getale voorkwamen op het schiereiland. Wie weigerde de jasak te betalen werd onherroepelijk gedood en zijn nederzetting platgebrand. Met de activiteiten van Atlasov begon de daadwerkelijke Russische kolonisatie van het schiereiland. Atlasov kwam op Kamtsjatka een Japanse man tegen, Dembei genoemd, een visser uit Osaka, die tijdens een storm terecht was gekomen op Kamtsjatka. Atalsov besloot hem mee terug te nemen naar Sint-Petersburg. Hij was de eerste Japanner waarmee de Russen kennismaakten en werd later onderwijzer Japans in Sint-Petersburg. Nadat Atlasov het nieuws had gemeld in Sint-Petersburg, keerde hij weer terug. Onderweg vond hij het echter nodig om een Russische karavaan te beroven in Midden-Siberië, waarop hij gevangen werd gezet, tot er in 1706 een opstand uitbrak onder de inwoners van Kamtsjatka. De Kozakken hielden op zo'n manier huis onder de bevolking, dat Atlasov uit de gevangenis werd gehaald en door het bestuur in Jakoetsk, dat toen verantwoordelijk was voor het bestuur over het helle Russische Verre Oosten, naar Kamtsjatka werd gestuurd om de situatie te herstellen. Atlasov keerde daarop terug en sloeg de opstand met harde hand neer, waarbij hij ook de Kozakken niet ontzag. Deze waren echter zeer machtig geworden en pleegden muiterij tegen hem, waarop hij vluchtte naar de in 1703 opgerichte ostrog Nizjnekamtsjatsk aan de middenloop van de Kamtsjatka. De muitende Kozakken kwamen hem echter achterna en in 1711 werd Nizjnekamtsjatsk belegerd en ingenomen, waarop Atlasov en zijn officieren door de Kozakken onder leiding van Danilo Antsyferov en Ivan Kozyrevski ter dood werd gebracht. Atlasov werd later door Poesjkin "Kamtsjatse Jermak" (Kamtsjatskim Jermakom) genoemd. Daarop bestuurden deze Kozakken, die tegen 1713 ongeveer 500 man telden op het schiereiland, het schiereiland zelf met minimale bemoeienis van Jakoetsk.

Het zou niet de laatste keer zijn dat de Itelmenen en anderen in opstand kwamen tegen de Kozakken, die vaak zeer corrupt waren en in het verre Kamtsjatka -uit het zicht van de lange arm van de tsaren- zoveel bont eisten als ze maar wilden. Was het geleverde bont naar hun oordeel onvoldoende, dan werden in aanvulling daarop gedroogde vis, zeehondenolie, cedernoten en soms zelfs sledes of boten geconfisqueerd. Ook werd soms zelfs nog van al dode Itelemenen geëist dat er bont voor werd betaald. De Itelmenen kwamen tegen deze onrechtvaardige manier van handelen in opstand in 1706, 1711, 1731 en in 1741. Bij de opstand van 1731 trok vrijwel de gehele Itelmeense bevolking op tegen de Kozakken en brandde de nederzetting Nizjnekamtsjatsk af en vermoordden veel inwoners. Steeds waren ze echter geen partij tegen de veel krachtigere wapens van de Kozakken (geweren en kanonnen), die elke opstand uiteindelijk genadeloos neersloegen, de Itelemen verspreidden over het gebied en een aantal van hen deporteerden. Daarnaast introduceerden de Russen nieuwe ziekten als buiktyfus en pokken, waaraan duizenden stierven, waardoor de Itelmeense bevolking sterk gedecimeerd werd (het lot dat ook alle andere volken trof) en geleidelijk aan uit het oostelijk deel van Kamtsjatka verdween. De Itelmenen legden zich geleidelijk aan neer bij de situatie en namen Russische zaken over, zoals het gebruik van visnetten, ijzeren gereedschappen, kleren en andere zaken. Gemengde huwelijken traden zeer vaak op en leidden tot het ontstaan van een nieuwe definitie van 'Kamtsjadalen'.

Eiland of schiereiland In die tijd was nog onbekend wat Kamtsjatka eigenlijk was; een eiland of een schiereiland en het staat dan ook op verschillende wijzen ingetekend op kaarten uit het begin van de 18e eeuw. Semjon Remezov beeldde Kamtsjatka in zijn tekening van alle Siberische steden en territoria bijvoorbeeld uit als een eiland en tekende de rivier de Kamtsjatka in een continent ten oosten daarvan met de monding op de oceaan. Later maakte hij een nieuwe kaart, waarin het als een schiereiland staat afgebeeld, maar de omvang en vorm was toen nog onbekend. In de Germana-atlas uit 1725 staat Kamtsjatka direct ten westen van de Kaspische Zee afgebeeld. In die tijd werd door cartografen echter al wel aangenomen dat Amerika en Azië niet aan elkaar grensden, hetgeen nog wel het uitgangspunt was van tsaar Peter de Grote, die verantwoordelijk was voor de eerste van grote expedities naar het gebied in de jaren die volgden. Hij gaf het bevel tot de eerste expeditie in januari 1725, maar stierf twee dagen later, waarop zijn vrouw Catharina de expeditie doorzette.

Eerste Kamtsjatka-expeditie