De Zilverberg in Amsterdam-Noord (Buikslotermeer) was een studentenflat van de Universiteit van Amsterdam.De informatie in dit lemma is onder meer ontleend aan archiefstukken van de bewonersvereniging, de StAR en de SSZ. Het archief van de SSZ omvat de jaren 1970-1988 en is gedeponeerd bij het IISG. Zie ARCH03203 Stichting Studentenhuis Zilverberg voor een korte beschrijving. De flat stond in de gelijknamige straat naast de IJdoornlaan, tegenover het winkelcentrum Boven 't Y. De bouw vond plaats tussen 1968 en 1970. Het ontwerpZie de tekst bij een door Cary Markerink gemaakte foto van de Zilverberg in het Fotoarchief van het Rijksmuseum. In een brief van 11 juli 1967 aan de directeur van de SSH schrijft een ambtenaar van het ministerie over het ontwerp: "Over smaak valt niet te twisten, zodat mijn indruk dat hier beter kan worden gesproken van een woonmuur dan een studentenflat, niet relevant is." was van de architect Charles van Heelsbergen.De Telegraaf, 31 oktober 1978: Charles (Karel) van Heelsbergen (Utrecht, 1915-Torremolinos, 1978). Bij de opening in augustus 1970 telde de flat 646 woningen: 607 eenkamerwoningen, 38 gehuwdenwoningen en de woning van de huismeester. De eenkamerwoningen bestonden uit een kamer van 12 m², een natte cel (douche, toilet en wastafel) en een kleine hal met kastruimte.De woningen waren voorzien van een bureau met stoel, een ledikant met matras en een halfhoog staand metalen boekenrek. Elke woning had ook een antenne- en telefoonaansluiting. In de jaren zeventig kwam het vrijwel niet voor dat bewoners hun eigen telefoon hadden. Alle afdelingen hadden een gemeenschappelijke telefoon, waarvan de abonnementskosten collectief gedeeld werden. Aan deze telefoon was een teller bevestigd, die met "tikken" de duur van de gesprekken registreerde. Eind augustus 1990 is de Zilverberg gesloopt.
De Zilverberg was het eerste grootschalige huisvestingsproject voor studenten in Nederland. Tot dit huisvestingsproject behoorde ook een studentenflat aan de nabijgelegen H. Cleyndertweg, die in 1972 is geopend. De exploitatie en het beheer van de gebouwen waren tot 1979 in handen van de universitaire Dienst Studentenhuisvesting (DSH). In 1979 nam de gemeentelijke Stichting Studentenhuisvesting Amsterdam (SSH-A) deze taken over.De Dienst Studentenhuisvesting (DSH) was het uitvoerend orgaan van de universitaire Stichting Studentenhuisvesting (SSH). Aan het eind van de jaren zeventig zijn deze DSH en SSH opgegaan in de gemeentelijke Stichting Studentenhuisvesting (SSH-A). Wanneer de naamsverandering precies heeft plaatsgevonden, is niet helemaal duidelijk. In de stukken van Het Staatsarchief wordt tot en met 1978 consequent van DSH gesproken en vanaf 1979 van SSH. In gemeentelijke stukken uit de jaren tachtig is de benaming steeds SSH-A of SSHA. Na 1982 is de bewoning van de flat ook opengesteld voor niet-studenten.
Gebouw De Zilverberg had tien woonlagen. Met uitzondering van de begane grond bestond elke woonlaag uit drie afdelingen. De afdelingen aan de noord- en de zuidkant hadden ieder 22 woningen: twintig eenkamerwoningen en twee zogeheten gehuwdenwoningen (appartementen voor gehuwden en samenwonenden) aan het eind van de gang. Ook hadden deze afdelingen een grote gemeenschappelijke keuken direct bij de entree. Deze keuken bestond uit drie segmenten die om de liftkokers heen waren gebouwd: het achterste segment was de feitelijke keuken, de twee andere segmenten werden gebruikt als gemeenschappelijke woonkamer. De gehuwdenwoningen hadden een eigen keukenblok en sanitair. De gehuwdenwoningen aan de oostkant hadden een aparte slaapkamer.
In het oorspronkelijke ontwerp hadden de afdelingen in het middengedeelte 24 eenkamerwoningen en geen keuken. Wel was er een vertrek aan de zuidkant van de gang, dat bedoeld was als hobbyruimte voor de hele etage. Tijdens de bouw van de flat heeft men dit ontwerp herzien. Nog vóór de opening zijn de hobbyruimtes als keuken ingericht. Ten tijde van de opening is ook de eerste eenkamerwoning aan de andere kant van de middengang tot keuken verbouwd.Bij het ontwerp van de Zilverberg was men ervan uitgegaan, dat de meeste studenten hun dagen op hun instituut zouden doorbrengen en voor hun warme maaltijd naar de mensa zouden gaan. Op basis hiervan was becijferd, dat twee keukens, één hobbyruimte en één telefoon per etage van 68 woningen voldoende zouden zijn. Op advies van de huismeester is dit weinig realistische ontwerp op de valreep nog enigszins bijgesteld. In de eindfase van de bouw zijn de hobbyruimte en kamer 1 op de middengangen tot kleine keuken omgebouwd. Later zijn er sloten op de toegangsdeuren van de gangen geplaatst. Op de zijgangen hebben de bewoners zelf ervoor gezorgd, dat hun afdeling een gemeenschappelijke telefoon kreeg. Om te voorzien in de behoefte aan een gemeenschappelijke woonkamer, heeft de DSH aan het eind van de jaren zeventig op de middengangen een tweede eenkamerwoning aan de woonbestemming onttrokken.
Aan weerszijden van het middengedeelte waren de twee hoofdingangen en de liften van de flat. Verder waren er vier trappenhuizen: twee aan de oostzijde (naast de hoofdingangen) en twee aan de westzijde (aan de kopse kanten van het gebouw). In de entreehal aan de zuidzijde was het kantoor van de huismeester. Deze was in dienst van de DSH en had met zijn gezin een eigen woning in het pand.
In het middengedeelte op de begane grond bevonden zich aan de straatkant een studie- annex vergaderzaal en een grote algemene ruimte met een studentencafé.De algemene ruimte was de ontmoetingsplaats van de studenten. Aan de noordzijde was de bar van het studentencafé. Aan de zuidzijde hebben periodiek een tafeltennistafel of een tafelvoetbalspel gestaan. De rest van de ruimte was ingericht met stoelen, tafels en zithoeken, die met schotten en plantenbakken van elkaar waren gescheiden. Halverwege de jaren zeventig is er enige tijd een mensa in de algemene ruimte geweest, die door vrijwilligers werd gerund. Aan de achterkant waren er diverse kleinere ruimtes die gebruikt werden als spreekkamer, muziekkamer en doka. Op het plantsoen achter het gebouw stonden de fietsenstalling van de flat en een kleuterschool. In de jaren tachtig verdween de kleuterschool en kwam er een sportschool in het gebouwtje. Naast de noordingang was een openbaar café dat particulier verhuurd werd.In het ontwerp van het gebouw was een zogeheten "commerciële ruimte" opgenomen, waarvan de bestemming in overleg met de studenten bepaald werd. In 1971 werd de ruimte betrokken door een café met broodjeszaak. Toen die al snel weer waren verdwenen, is overwogen om er een wasserette te huisvesten. Rond 1973 is er opnieuw een café gekomen, dat de naam Nieuwe Noord droeg. Aan het begin van de jaren tachtig is dit café opgeheven. In 1983 werd de leegstaande ruimte gekraakt door een groep jongeren uit Amsterdam-Noord, die zich "de Silvies" noemden.
Met de in 1969 door het Gemeentevervoerbedrijf ingestelde bus 33 en nachtbus 77 hadden de bewoners van de Zilverberg gedurende het hele etmaal een relatief snelle busverbinding met het Centraal Station.
Bewonersvereniging In de beginjaren van de flat waren er tien etagebeheerders, die een toezichthoudende rol hadden en de flat naar buiten vertegenwoordigden. Toen bleek dat dit niet goed werkte, is het toezicht kleinschaliger gemaakt: tussen 1972 en 1976 zijn er 29 afdelingsbeheerders in de plaats van de etagebeheerders gekomen. De beheerders waren studenten, die door de bewoners van hun wooneenheid werden gekozen. Zij kregen voor hun werk een vergoeding van de DSH, bij wie zij formeel in loondienst waren.Dankzij die loondienst waren de beheerders opgenomen in het ziekenfonds. De vergoeding bestond uit een basisloon van ƒ 65,00 plus ƒ 1,50 per bewoner. De afdelingsbeheerders werden tot 1976 "assistent-beheerder" genoemd.
De studenten die op de flat woonden, waren verenigd in een bewonersvereniging. Het bestuur van deze vereniging werd gevormd door de afdelingsbeheerders. Deze kozen uit hun midden ieder jaar een dagelijks bestuur, dat verantwoordelijk was voor de externe contacten (met universiteit, politie en buurt), het beheer van de algemene ruimte en het studentencafé, de bemiddeling bij afdelingsoverschrijdende conflicten en dergelijke.
De studentencafés in de Zilverberg en de H. Cleyndertweg werden geëxploiteerd door de Stichting Algemene Ruimten (StAR). Deze stichting is in 1972 opgericht. Als zelfstandige rechtspersoon had zij de juridische bevoegdheid om contracten met brouwerijen en andere leveranciers af te sluiten. Op de Zilverberg zijn de StAR en de bewonersvereniging in 1976 opgegaan in de nieuw opgerichte Stichting Studentenhuis Zilverberg (SSZ).
De Noorderzon was het huisorgaan van de Zilverberg en de H. Cleyndertweg. Het blad had een onafhankelijke redactie en werd met wisselende frequentie onder de bewoners verspreid. De kosten van het door de universiteit gesubsidieerde blad werden voor een deel gedekt door advertenties en reclame van de plaatselijke middenstand.
Imago en leefklimaat De grootschalige opzet, de slechte kwaliteit van het gebouw en de ligging boven het IJ hebben de Zilverberg vanaf het begin een slechte naam bezorgd. Onder studenten is de flat dan ook nooit bijzonder populair geweest. Het uiterlijk van het gebouw, de massaliteit van de afdelingen, de locatie in een nieuwbouwwijk en de als groot ervaren afstand tot het centrum waren voor veel studenten een schrikbeeld. Door de kwalitatief slechte bouw kreeg de flat bovendien al snel te kampen met lekkages, verzakkingen en scheuren in de muren.
Het meest in trek was de Zilverberg bij eerstejaarsstudenten van buiten de stad. Zij konden er aan het begin van het studiejaar gemakkelijk een kamer krijgen, van waaruit zij dan rustig op zoek konden gaan naar betere huisvesting dichter bij het centrum. Het gevolg was, dat de flat ieder jaar in september nagenoeg vol zat en na januari weer voor een deel leegstroomde. De blijvers waren meestal studenten die het met hun afdeling hadden getroffen en die de reis naar het centrum niet bezwaarlijk vonden.Die reis maakte de flat bijvoorbeeld minder aantrekkelijk voor medische studenten toen het Binnengasthuis en het Wilhelminagasthuis tussen 1979 en 1983 opgingen in het nieuwe Academisch Medisch Centrum in Amsterdam-Zuidoost.
Jaren zeventig Wat het imago van de flat ook niet ten goede kwam, waren de verhalen die al snel de ronde deden over de criminaliteit in en rond het gebouw. Op de Zilverberg woonden vaak niet-studenten in onderhuur. Dit waren nogal eens gekende drugsdealers uit Amsterdam-Noord en de stad. Tevens was in de jaren zeventig het openbare café een tijd lang het trefpunt van bendes uit Amsterdam-Noord en omgeving. De caféruzies en de vechtpartijen die dat met zich meebracht, hebben diverse malen tot optreden van de politie geleid.
Op 17 juni 1974 heeft de politie de hele Zilverberg afgezet en doorzocht, omdat de daders van een bankoverval in het naburige winkelcentrum de flat in gerend zouden zijn. De zoekactie leverde niets op, maar werd wel breed uitgemeten in de landelijke pers.Het betrof het filiaal van de Nederlandsche Middenstandsbank op het Buikslotermeerplein. De buit was ƒ 30.000. Onder studenten werd later gekscherend verteld, dat de politie bij de zoekactie alleen een van de universiteit gestolen typemachine in beslag had genomen. Zie Het Parool (Zaterdagbijlage) van 4 augustus 1990. In de fotocollectie van het Nationaal Archief staat een foto van de overvallen bank. De overlast van niet-flatbewoners heeft er in datzelfde jaar toe geleid, dat de StAR het studentencafé heeft gesloten. Toen de DSH liet weten dat men de middelen niet had om op te treden tegen de onderhuur en de overlast van buitenaf, zijn de bewonersvereniging en de StAR in overleg getreden met de politie van het bureau Mosplein en met de Afdeling Bijzondere Wetten. In 1975 kon het studentencafé weer worden geopend, nadat het toelatingsbeleid was verscherpt. Er werd daarna ook een portier aangesteld.