Het prinsbisdom Bamberg was een tot de Frankische Kreits behorend prinsbisdom binnen het Heilige Roomse Rijk. Centrum was de stad Bamberg.
Geschiedenis In 1007 stichtte koning Hendrik II het bisdom Bamberg. Het bisdom werd onder het verzet van de oude bisdommen Würzburg en Eichstätt gesticht en weldadig van bezittingen voorzien. Zo verwierf het bisdom in Karinthië Villach met Tarvis en Pontafel, Wolfsburg en Bleiburg.
Na 1220 was het bisdom niet meer bij de kerkprovincie Mainz ingedeeld, maar stond het direct onder het gezag van de paus.
Na het uitsterven in 1248 van de graven Andechs-Meranien, die de voogdij over het bisdom uitoefenden, konden de bisschoppen hun wereldlijke macht sterk vergroten. In 1248 werd ook het keizerlijke landgerecht in Bamberg met Lichtenfels verworven.
Tussen 1612 en 1630 was Bamberg het centrum van heksenprocessen. Daarbij speelde wijbisschop Friedrich Förner een grote rol. 35 heksenpreken van bisschop Förner werden verzameld in de bundel Panoplia armaturae dei.
Tijdens de Dertigjarige Oorlog werd het bisdom in 1631 door Zweedse troepen veroverd en bij een nieuw gevormd hertogdom Franken gevoegd. De Westfaalse Vrede van 1648 herstelde de oude situatie. In 1760 werden de gebieden in Karinthië aan Oostenrijk afgestaan.
Paragraaf 2 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 voegde het bisdom Bamberg bij het keurvorstendom Beieren.
Op 30 juni 1803 sloten Beieren en Pruisen een ruilverdrag om te komen tot betere onderlinge grenzen. Van het prinsbisdom kwamen daardoor de volgende bezittingen aan het Pruissische vorstendom Bayreuth: ambt Enchenreuth (uitgezonderd Enchenreuth, Bärnau, Bischofsmühle, Brumberg en Bückenreuth) ambt Marktschorgast ambt Oberscheinfeld hoofdambt Kupferberg de districten tussen de rivieren de Regnitz en de Aurach van Bingarten over Neuhaus en Grub, Hemhofen, in de voorste Mark naar Reichenbach en Hausen. dorpen Oberhöchstädt en Tragel Höchstädt dorpen die gemeenschappelijke waren met het vorstendom Opper-Palts, namelijk Forth, Lindenhof, Lindenmühl, Ingensdorf, Mitteldorf, Kemnaten, Almoos, Benzensteiner, Hüll, Weidensees, Schöferitz, Weinberg en Großenohr.
Regenten 1007-1040: Eberhard I 1040-1046: Suidgar van Moorsleben (1047-1047: paus Clemens II) 1047-1054: Hartwig (van Bogen?) 1054-1057: Adalbert van Karinthië (Eppstein) 1057-1065: Günther 1066-1075: Herman I (van Formbach?) 1076-1102: Rudbrecht 1102-1139: Otto I (de heilige) van Mistelbach 1139-1146: Egilbert 1146-1172: Eberhard II van Reiffenberg 1172-1177: Hermann II van Aurach 1177-1196: Otto II van Andechs (1165-1170: bisschop van Brixen) 1196-1202: Thiemo 1202-1203: Koenraad I van Silezië 1203-1237: Egbert van Andechs-Meranien 1237-1238: Siegfried van Oettingen 1238-1242: Poppo van Andechs 1242-1258: Hendrik van Schmiedefeld (rijksvorst) 1258-1285: Berchtold van Leiningen 1285-1285: (Mangold van Neuenburg) 1286-1296: Arnold van Solms 1296-1303: Leopold I van Grundlach 1304-1319: Wulfing van Stubenberg 1319-1322: Koenraad II van Giech 1319-1322: Ulrich van Schlüsselfeld 1322-1324: Johan van Güttingen (1306-1321:bisschop van Brixen; 1323-1324: bisschop van Freising) 1324-1328: Hendrik II van Sternberg 1328-1335: Werntho, Schenk van Reicheneck 1335-1343: Leopold II van Egloffstein 1344-1352: Frederik I van Hohenlohe 1353-1363: Leopold III van Bebenburg 1363-1366: Frederik II van Truhendingen 1366-1373: Lodewijk van Meissen 1374-1398: Lambert van Brunn (1364-1371: bisschop van Spiers; 1371-1374: bisschop van Straatsburg) 1398-1421: Albrecht van Wertheim 1421-1431: Frederik III van Aufseß 1431-1459: Anton van Rotenhan 1459-1475: Georg I van Schaumberg 1475-1487: Philips van Henneberg 1487-1501: Hendrik III Groß van Trockau 1501-1503: Vitus I Truchsess van Pommersfelden 1503-1505: Georg II Marschall van Ebnet 1505-1522: Georg III Schenk van Limpurg 1522-1556: Weingand van Redwitz 1556-1561: Georg IV Fuchs van Rügheim 1561-1577: Vitus II van Würzburg 1577-1580: Johan Georg I Zobel van Giebelstadt 1580-1583: Martin I van Eyb 1583-1591: Ernst van Mengersdorf 1591-1598: Neidhard van Thüngen 1599-1609: Johan Philips van Gebsattel 1609-1622: Johan Gotfried van Aschhausen (1617: bisschop van Würzburg) 1623-1633: Johan Georg II Fuchs van Dornheim 1633-1642: Frans van Hatzfeld (1631: bisschop van Würzburg) 1642-1653: Melchior Otto Voit van Salzburg 1653-1672: Philips Valentijn Voit van Rieneck 1672-1683: Peter Philips van Dernbach (1675: bisschop van Würzburg) 1683-1693: Markwart Sebastiaan Schenk van Stauffenberg 1693-1729: Lotharius Frans van Schönborn 1729-1746: Frederik Karel van Schönborn 1746-1753: Johan Philips Anton van Frankenstein 1753-1757: Frans Koenraad van Stadion 1757-1779: Adam Frederik van Seinsheim (1755: bisschop van Würzburg) 1779-1795: Frans Lodewijk van Erthal (1779: bisschop van Würzburg) 1795-1803: Christof Frans van Buseck
Bamberg Categorie:Geschiedenis van Beieren
Bamberg Categorie:Bamberg