Het prinsbisdom Regensburg was een tot de Beierse Kreits behorend bisdom of sticht binnen het Heilige Roomse Rijk. Het wereldlijk gebied van de bisschoppen van Regensburg lag stroomafwaarts aan de linkeroever van de Donau; de stad zelf hoorde er niet bij; die had zich losgewerkt tot de vrije rijksstad Regensburg. Het prinsbisdom had een oppervlakte van 330 km² (2004): From Reich to Revolution, Palgrave Macmillan, Basingstoke, blz. 365.

Sinds de eerste decennia van de zevende eeuw waren er landsbisschoppen voor Beieren te Regensburg. Bonifatius vernieuwde het bisdom in 739. In 768 werd het bisdom bij de kerkprovincie Salzburg gevoegd. Het prinsbisdom was het kleinste in Beieren en stond tot 1148 onder voogdij van de graven van Bogen.

In de stad behoorde alleen het domdistrict tot het prinsbisdom. Buiten de stad behoorden de heerlijkheden Wörth en Donaustauf tot het vorstendom. In 1248 werd Hohenburg auf dem Nordgau verworven via het testament van de graaf van Hohenburg.

De heerlijkheid Wörth was van 1347 tot 1433 verpand aan het hertogdom Beieren. De heerlijkheid Donaustauf was van 1385 tot 1424 verpand aan de rijksstad Regensburg en van 1481 tot 1714 aan het hertogdom Beieren.

Paragraaf 25 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 kende het prinsbisdom toe aan de voormalige keurvorst van Mainz. Als onderdeel van het nieuwe vorstendom Regensburg ging het deel uitmaken van het keurvorstendom van de aartskanselier.

Artikel 4 van de Rijnbondakte van 12 juli 1806 wijzigde de titel van de aartskanselier in vorst-primaat.

Op 16 december 1810 sloot de vorst-primaat een verdrag met Frankrijk, waarbij hij het vorstendom Regensburg aan Frankrijk afstond in ruil voor andere gebieden. Vervolgens stond Frankrijk het gebied af aan het koninkrijk Beieren.

Regenten 739- 761: Gaubald 762- 767: Sigrich 768- 791: Simpert 791- 817: Adalwin 817- 847: Baderich/Baturich 847- 864: Erchanfried 864- 891: Embricho/Emrich/Ambricho 891- 893: Asbert/Isbert 893- 930: Tuto 930- 941: Isengrin 941- 941: Günther 941- 972: Micheal 972 -994: Wolfgang van Pfullingen (St) 994-1023: Gebhard I van Zwaben 1023-1036: Gebhard II van Hohenwart 1036-1060: Gebhard III van Franken (halfbroer van keizer Koenraad II) 1060-1089: Otto van Riedenburg 1089-1106: Gebhard IV van Hohenlohe (van Raabs) 1106-1126: Hartwig I van Ortenburg-Karinthië ( 1126-1132: Koenraad I 1132-1155: Hendrik I van Wolfrathshausen 1155-1164: Hartwig II van Ortenburg-Karinthië 1164-1167: Eberhard 1167-1185: Koenraad II van Reitenbach 1185-1186: Godfried 1186-1204: Koenraad III van Loichling 1204-1227: Koenraad IV van Taispach-Frontenhausen 1227-1246: Sigfried 1246-1260: Albrecht I van Pietengau 1260-1262: Albrecht II Magnus Bottstädt/Bollstädt 1262-1277: Leo de Thundorfer 1277-1296: Hendrik II van Rotteneck 1296-1313: Koenraad V van Lupperg 1313-1340: Nikolaas van Stachowitz 1340-1345: Hendrik III van Stein 1345-1368: Frederik I van Zollern 1365-1368: vakant 1368-1381: Koenraad VI van Heimberg 1381-1383: Dietrich van Abendsberg 1384-1409: Johan I van Moosburg 1409-1421: Albrecht III Stauf van Stauffenberg 1421-1428: Johan II van Streitberg 1428-1437: Koenraad VII Soest 1437-1450: Frederik II van Parsberg 1450-1457: Frederik III van Blankenfels 1457-1465: Ruprecht I van Palts-Moosbach 1465-1492: Hendrik IV van Absberg 1492-1507: Ruprecht II van Palts-Simmern 1507-1538: Johan III van de Palts (administrator) 1538-1548: Pankratius Sinzenhofer 1548-1563; Georg van Pappenheim 1563-1567: Veit van Frauenberg 1567-1579: David Kölderer 1579-1598: Philips van Beieren 1598-1600: Sigmund Fugger 1600-1613: Wolfgang II van Hausen 1614-1649: Albrecht IV van Törring 1649-1661: Frans Willem van Wartenberg 1661-1663: Johan Georg van Herberstein 1663-1666: Adam Lorenz van Törring 1666-1668: Guidobald van Thun (1654-1668: aartsbisschop van Salzburg) 1668-1685: Albert Sigismund van Beieren 1685-1716: Jozef Clemens van Beieren 1716-1719: Clemens August van Beieren 1719-1763: Johan Theodoor van Beieren 1763-1768: Clemens Wenceslaus van Saksen 1769-1787: Anton Ignatius Fugger (1756-1787: proost van Ellwangen) 1787-1789: Maximiliaan Procop van Törring (1788: bisschop van Freising) 1790-1803: Josef Koenrad van Schroffenberg (bisschop van Freising; proost van Berchtesgaden)

Bronnen

Categorie:Geschiedenis van Beieren Categorie:Geschiedenis van Regensburg Regensburg Regensburg