De Geschiedenis van de Yuan of Yuanshi is een van de boeken uit de Vierentwintig Geschiedenissen, de verzameling officiële geschiedenissen van Chinese keizerlijke dynastieën. Het werk is tot stand gekomen in 1370, beschrijft in 210 delen (juan) de geschiedenis van de Yuan-dynastie en beslaat de periode 1206-1369.
Ontstaansgeschiedenis Eerste onderzoeksgroep thumb|Song Lian 宋濂 (1310-1381). In 1369 kregen Song Lian (宋濂, 1310-1381, lid van de Hanlin-academie) en Wang Yi (王禕, 1321-1372, opsteller van keizerlijke edicten) van de Hongwu-keizer (r.1368-1398) opdracht om een geschiedenis samen te stellen van de voorafgaande Yuan-dynastie. Zij gaven leiding aan een groep ambtenaar-literaten die bestond uit Wang Kekuan (汪克寬, 1301-1372), Hu Han (胡翰, 1307-1381), Song Xi (宋僖), Tao Kai (陶凱, 1304-1376), Chen Ji (陳基), Zeng Lu (曾魯, 1319-1372), Gao Qi (高啟, 1336–1374), Zhao Fang (趙汸, 1319-1369), Zhang Wenhai (張文海, ?-?), Xu Zunsheng (徐尊生, ?-?), Huang Chi (黃篪), Fu Shu (傅恕, ?-?), Wang Qi (王錡, 1433-1499), Fu Zhe (傅著) en Xie Hui (謝徽, ?-?). Zij kregen hun opdracht in januari 1369 en hadden hun werk in 188 dagen voltooid. Zij waren gekomen tot het jaar 1333, het begin van de regering van Toghan-Temür (r.1333–1369), de laatste Yuan-keizer. Het gepresenteerde werk bestond op dat moment uit 159 juan verdeeld over vier hoofdonderdelen: 37 juan met keizerlijke annalen, 53 juan met verhandelingen, 6 juan met tabellen en 63 juan met biografieën. De samenstellers verklaarden te zijn gestopt bij 1333, omdat het bronnenmateriaal over de laatste keizer voor de samenstellers op dat moment onbereikbaar was. Dat bevond zich in de oude hoofdstad Dudu (het huidige Beijing), terwijl samenstelling plaatsvond in Nanjing, dat toen de hoofdstad van het Ming-rijk was.
Tweede onderzoeksgroep De keizer keurde het werk echter niet goed en stelde een nieuwe onderzoeksgroep in, opnieuw onder leiding van Song Lian en Wang Yi. Deze groep bestond uit Zhao Xun (趙壎, ?-?), Zhu You (朱右, 1314-1376), Bei Qiong (貝瓊, 1314-1379), Zhu Shilian (朱世廉), Wang Lian (王廉), Wang Yi (王彝, †1374), Zhang Yujian (張盂兼, 1338-1377), Gao Xunzhi (高遜志, ?-?), Li Mao (李懋), Zhang Xuan (張宣, 1341-1373), Li Wen (李汶), Zhang Jian (張簡), Du Yin (杜寅, †1375), Yu Yin (俞寅) en Yin Bi (殷弼). Zij vonden nieuw materiaal waarmee keizerlijke annalen voor Toghan-Temür en nieuwe biografieën konden worden samengesteld. Dit leidde na 143 dagen tot een vervolgwerk van 53 juan, waarvan tien juan voor de annalen van Toghan-Temür, vijf juan aan verhandelingen, twee juan aan tabellen en 36 juan aan nieuwe biografieën. Deze aanvullingen werden samengevoegd met het reeds bestaande werk van 159 juan tot een totaal van 212 juan. Het geheel ontving in juli 1370 keizerlijke goedkeuring. Ondanks de vertraging was het boek sneller samengesteld dan enige andere officiële dynastieke geschiedenis.
Resultaat Uiteindelijk bestond het werk niet uit 212, maar uit 210 juan, verdeeld over 47 keizerlijke annalen, 58 verhandelingen, 8 tabellen en 97 biografieën. Het verschil van de twee biografieën kan niet eenduidig worden verklaard. Waarschijnlijk zijn twee juan uit de aanvullingen op een of andere manier samengevoegd met de 159 juan van de oorspronkelijke reeks.
Gebruikte bronnen Gezien de snelheid waarmee de samenstellers hebben gewerkt, moeten zij bij aanvang al over een groot aantal werken hebben kunnen beschikken. Omdat bij de verhandelingen een bibliografisch hoofdstuk (yiwen zhi, 藝文志) ontbreekt, zijn die echter niet meer te achterhalen. Desondanks hebben in 1999 de Chinese historici Luo Zhuyun (雒竹筠) en Li Xinqian (李新乾) met hun Yuanshi Yiwen zhi jiben (元史艺文志辑本, Verzameling van bibliografische verhandelingen uit "Yuanshi") geprobeerd een reconstructie van dat hoofdstuk te maken.
Keizerlijke annalen thumb|Acht Mongoolse heersers, 1e rij van links naar rechts: Dzjengis Khan (r.1206–1227), Ögedei Khan (r.1229-1241), Koeblai Khan (r1260-1294), Temür Khan (r1294-1307), 2e rij van links naar rechts: Buyantu Khan (r.1311-1320), Külüq Khan (r.1307-1311), Jayaatu Khan Tugh Temür (r.1328-1332), Rinchinbal Khan (r.1332) De belangrijkste bron voor de keizerlijke annalen van de periode 1206-1332 vormden de Ware optekeningen van de dertien keizers die in die periode regeerden. In 1264 vestigde Koeblai Khan op advies van ambtenaar-literaat Wang E (王鶚, 1190-1273) een Historisch Bureau. Dat moest de Ware optekeningen van nieuwe keizers gaan voorbereiden en die van de voorafgaande vier keizers alsnog gaan samenstellen. Bij Mongolen bestond weerstand om hun geschiedenis met derden te delen, waardoor het gevaar bestond dat directe historische kennis over die vier heersers na verloop van tijd zou verdwijnen. In 1288 werden aan Koeblai Khan de Ware optekeningen van Dzjengis Khan (r.1206-1227), Ögedei Khan (r.1229-1241), Güyük Khan (r.1246-1248) en Möngke Khan (r.1251-1259) aangeboden. Hiermee werden die heersers in de historische traditie van Chinese keizers geplaatst, iets wat zij beslist niet waren. Het is zelfs onwaarschijnlijk dat door hen Dagboeken van activiteit en rust waren bijgehouden, die volgens de traditionele historiografie aan de basis dienden te staan van Ware optekeningen. In 1369 verscheen van de Ware optekeningen van Dzjengis Khan (en van een deel van die van Ögedei Khan) een Chinese vertaling, Shengwu qinzheng lu (聖武親征錄, Overzicht van de veroveringsoorlogen van Shengwu). Dit werk is bewaard gebleven en door de Franse sinoloog Paul Pelliot (1878-1945) vertaald als Histoire des campagnes de Gengis Khan. Van Koeblai Khan en de daarop volgende acht keizers zijn ook Ware optekeningen samengesteld. Ze waren net als die van de eerste vier heersers beschikbaar voor de samenstellers van Yuanshi, maar zijn daarna verloren geraakt. Het is dan ook onduidelijk waar die dertien Ware optekeningen op waren gebaseerd. Opvallend is verder dat de samenstellers geen gebruik hebben gemaakt van De geheime geschiedenis van de Mongolen, een overzicht uit 1228 van de (mythische) afkomst, het leven en de veldtochten van Dzjengis Khan.
Bronnen voor de keizerlijke annalen van de laatste Yuan-keizer, Toghan-Temür (r.1333–1370), kwamen pas na het aanvullende onderzoek beschikbaar. Van hem bestonden geen Ware optekeningen. Door de val van de dynastie was er geen instantie meer die die kon samenstellen. Desondanks zijn de in de Geschiedenis van de Yuan onder zijn naam opgenomen keizerlijke annalen zeer uitgebreid. Zij omvatten 10 van de 47 juan en zijn voorzien van ongewoon veel details. Het blijft echter onduidelijk waar die op zijn gebaseerd.
Verhandelingen Voor de verhandelingen is vooral gebruik gemaakt van Huangchao jingshi dadian (皇朝經世大典, Grote verordeningen over staatszaken door de Verheven dynastie), een in 1331 verschenen overzicht van de institutionele geschiedenis van de Yuan-dynastie. Dit werk, oorspronkelijk samengesteld door Zhao Shiyan (趙世延, 1260-1336) en Yu Ji (虞集, 1272-1348) werd niet gedrukt. Het manuscript raakte onder de Ming-dynastie verloren, maar onder de late Qing-dynastie werd eerst door Xu Song (徐松, 1781-1848) en daarna door Wen Tingshi (文廷式, 1856-1904) een reconstructie gemaakt aan de hand van bewaard gebleven fragmenten. Omdat er in de verhandelingen van Yuanshi nauwelijks is geschreven over institutionele ontwikkelingen na 1330, is het aannemelijk dat die verhandelingen samenvattingen waren van de betreffende onderdelen uit Huangchao jingshi dadian.
Biografieën thumb|100px|Guochao mingchen shilüe (國朝名臣事略, Korte biografieën van voortreffelijke functionarissen van onze dynastie) uit 1329 Voor de 905 biografieën in Yuanshi was Guochao mingchen shilüe (國朝名臣事略, Korte biografieën van voortreffelijke functionarissen van onze dynastie) uit 1329 een belangrijke bron. Het boek is samengesteld door Su Tianjue (蘇天爵, 1294-1352) en bevat biografische overzichten van 47 personen, twaalf Mongolen en niet-Chinese vreemdelingen (semuren, 色目人) en 35 noord-Chinezen (hanren, 漢人). Het is bewaard gebleven onder de aangepaste titel Yuanchao mingchen shilüe (元朝名臣事略, Korte biografieën van voortreffelijke functionarissen van de Yuan-dynastie). Verder is gebruik gemaakt van Guochao wenlei (國朝文類 Literatuur uit onze dynastie onderverdeeld in genres) uit 1334 en eveneens samengesteld door Su Tianjue. Hij beschrijft ruim 800 literaire werken uit de tijd van Ögedei Khan (r.1229-1241) tot en met keizer Renzong (r.1311-1320). Ook dit werk is bewaard gebleven onder een aangepaste titel, Yuan wenlei (元文類, Literatuur uit de Yuan-dynastie onderverdeeld in genres). Vergeleken met het grote aantal biografieën van Han-Chinezen zijn er in de Geschiedenis van de Yuan relatief weinig biografieën opgenomen van hooggeplaatste Mongolen. Dit ondanks hun vaak belangrijke maatschappelijke positie. Door de afwezigheid of onbereikbaarheid van Mongoolse archiefstukken weken de samenstellers uit naar toegankelijkere bronnen, zoals inscripties op grafstenen. Die waren meestal van Han-Chinezen.
Reacties na verschijnen Kritiek Ondanks de literaire kwaliteiten van samensteller Song Lian werd de gepresenteerde Yuanshi door latere generaties als onvolledig en onnauwkeurig beschouwd. De tijd die aan de samenstelling van Yuanshi was besteed was eigenlijk te kort. Zo kregen dezelfde personen onder verschillende namen aparte biografieën, alsof het om verschillende personen ging. De biografie van generaal Subedei (1175-1248) staat bijvoorbeeld onder de naam 速不台 (Subutai) in juan 121 en tegelijkertijd onder 雪不台 (Xuebutai) in juan 122. De biografie van minister Ölǰeitü (1240-1298) staat onder de naam 完者都 (Wanzhedou) in juan 131 en als Ölǰeitü Baatar onder de naam 完者都拔都 (Wanzhedou badou) in juan 133. De samenstellers van Yuanshi kenden geen Mongools, maar waren afhankelijk van vertalingen, die door de haast niet eenduidig en soms zelfs foutief waren. Zo werd de naam van de boeddhistische geleerde Phagspa (1235-1280) in juan 202 vertaald als 八思巴 (Basiba), 巴思八 (Basiba), 八合思八 (Bahesiba) en 八合斯巴 (Bahesiba). De eigennaam van keizer Arigaba (r.1328) werd vertaald als 阿速吉八 (Asujiba) in plaats van het correcte 阿剌吉八 (Alajiba). Ook speelde de afkeer die de samenstellers hadden van de Mongolen een rol. In tegenstelling tot andere officiële dynastieke geschiedenissen staan er in Yuanshi geen loftuitingen.
Desondanks vormt Yuanshi nog steeds een belangrijke bron voor de bestudering van de geschiedenis van de Yuan-dynastie. Veel van de gebruikte documenten zijn door de samenstellers niet bewerkt en hebben hun oorspronkelijke vorm behouden. Nu worden juist die onbewerkte documenten als belangrijke bronnen gezien voor de geschiedenis van de Yuan, omdat ze nog niet zijn beïnvloed door een latere (Confucianistische) kijk op het verleden.
Latere aanvullingen en correcties De vele tekortkomingen hebben geleid tot een groot aantal aanvullingen en correcties op Yuanshi.
Onder de Ming Uit de vroege Ming-tijd stammen twee pogingen tot het aanbrengen van correcties, Yuanshi shiyi (元史拾遺, Aanvullingen van de geschiedenis van de Yuan) door Zhu You 朱右 (1314–1376) en Yuanshi zhengwu (元史正誤, Correcties en fouten in de geschiedenis van de Yuan) door Xie Jin 解縉 (1369–1415).
Hu Cuizhong 胡粹中 (c.1400) wilde met zijn Yuanshi xubian (元史續編, Voortzetting van de Geschiedenis van de Yuan) de oorspronkelijke Yuanshi aanvullen. Hij vond dat te veel nadruk lag op de oorlogen aan het begin van de dynastie en te weinig op de volgens hem vreedzame periode na de dood van Koeblai Khan (r.1279-1294). Zijn aanvullingen begonnen in 1286 en liepen door tot in de regering van Toghan-Temür (r.1333–1369), de laatste Yuan-keizer. Zij zijn samengesteld in de vorm van biannianti (annalen).