Een auto of automobiel ('zelfbewegend', namelijk rijtuig zonder trekdier) (automobiel uit Grieks auto- 'zelf' en Latijn mobile 'bewegend') is een zelfstandig voortbewegend, rijdend vervoermiddel.

Voor de aandrijving worden hoofdzakelijk verbrandingsmotoren toegepast die gebaseerd zijn op de verbranding van fossiele brandstoffen. Andere aandrijvingen zijn de hybride aandrijving, en de elektrische aandrijving (elektromotor) met accu’s of een brandstofcel als energiebron.

In de loop der jaren zijn er talloze automerken en nog meer modellen op de markt verschenen. Door het aantal auto’s en het intensief gebruik daarvan, doen er zich files voor, voornamelijk bij zogenoemde knooppunten.

In Nederland dienen motorvoertuigen regelmatig een algemene periodieke keuring (apk) te ondergaan om aan het verkeer te mogen deelnemen. In België gaat het om de automobielinspectie.

Daar de auto ontwikkeld is uit onder andere het rijtuig, werden vroeger de carrosserieën van auto's gemaakt van hout, leder en riet (voor zover bekend alleen de Hanomag 2/10 PS, ook wel Kommissbrot genoemd, de Beacon en de Bisacar). Later werd metaal of kunststof gekozen voor de carrosserie. Een personenauto heeft meestal vier wielen die voorzien zijn van luchtbanden (radiaalbanden om precies te zijn). Een enkele keer komen drie, zes of acht wielen voor.

Geschiedenis

thumb|Stoomauto van Cugnot uit 1771, Musée des Arts et Métiers, Parijs thumb|De eerste auto met een benzinemotor werd door Benz ontwikkeld in 1885 thumb|Carl Benz' "Velo"-model uit 1894 Het woord automobiel is een Frans leenwoord en komt van automobile. Dit komt weer uit het Grieks en Latijn. Het eerste deel van het woord (auto) komt van het Griekse αυτος en betekent zelf. Het tweede deel van het woord (mobile, mobiel) komt van het Latijnse movere en betekent bewegen. De automobiel zoals wij hem nu kennen ontstond geleidelijk uit de door paarden getrokken rijtuigen en de fiets. De allereerste voorloper van de auto's waren wellicht de zeilwagens, die in de 18e eeuw in Europa onder gunstige omstandigheden reeds een zeer behoorlijke snelheid konden bereiken. Er zijn zelfs bronnen, die aangeven dat er onder de Egyptische farao Amenemhat III, in het tweede millennium vóór Christus, al zeilwagens bestonden. Voordat de moderne verbrandingsmotor werd toegepast, gebruikte men eerst nog stoommachines. Een van de bekendste ontwerpers van de stoomauto is Nicolas Joseph Cugnot (1725-1804). Deze officier gebruikte zijn stoomauto voor opdrachten binnen het leger. Ook Gurney ontwierp een stoomauto in 1832 voor de verbinding tussen Gloucester en Cheltenham in Engeland. De gangbare snelheid was toen ongeveer 25 kilometer per uur. Eenzelfde ontwikkeling was te zien in Nederland waar Sibrandus Stratingh uit Groningen in 1834 een (succesvol) experiment deed met een stoomauto. Tot aan de uitvinding van de verbrandingsmotor ontwikkelde de stoomauto zich geleidelijk, maar hij kon niet op tegen de verbrandingsmotor. De voordelen van deze motor waren voornamelijk een veel lager gewicht en minder brandstofverbruik voor meer vermogen. Hiermee was de opmars van dit type motor niet meer te stuiten. François Isaac de Rivaz, een Zwitserse uitvinder, ontwierp de eerste verbrandingsmotor met waterstofgas als brandstof in 1806. In 1862 bouwde de Belg Etienne Lenoir zijn eerste auto, de hippomobile, met een waterstofverbrandingsmotor. Pas toen de Duitser Nicolaus Otto in 1878 verbeteringen aanbracht werd de gasmotor van Lenoir een commercieel succes. Verdere grote aanpassingen werden gedaan door zijn landgenoot Gottlieb Daimler met zijn patent op de eerste succesvolle hogesnelheidsverbrandingsmotor (1885). De grootste verbeteringen aan de zware oliemotor zijn gedaan door Rudolf Diesel, eveneens uit Duitsland, die zijn eerste patenten kreeg in 1892. Tegen het einde van de 19e eeuw was de verbrandingsmotor de grote concurrent van de stoommachine in industrie en transport. Carl Benz bouwde in 1885 de (driewiel)auto uitgerust met een benzinemotor. Dit voertuig was de start voor de ontwikkeling en doorbraak van dit type verbrandingsmotoren. De eerste in België gebouwde auto was de Vincke en de eerste in Nederland gebouwde auto de Eysink. Welk merk auto de eerste personenauto in Nederland was is niet bekend, maar wel bekend is dat de industrieel Jos Bogaers de auto had gekocht en op 19 december 1895 zou hebben bereden.De eerste automobilist in Nederland is Jos Bogaers in 1895, geraadpleegd op 2024-09-02.

Typen auto's thumb|Van boven naar beneden: Sedan, Stationwagen, Hatchback Er zijn verschillende typen auto's. Behalve vrachtauto's, bestelauto's, campers en bussen zijn er verschillen in de personenauto's. Sedan; is een carrosserievorm met twee of vier portieren en een kofferdeksel waarbij de bagageruimte meestal niet via het bestuurdersgedeelte bereikt kan worden. Aan de buitenkant te herkennen aan drie "compartimenten", vooraan laag waar de motor zit, in het midden hoog waar de passagiers zitten, aan de achterkant weer laag waar zich (meestal) de kofferbak bevindt. Sportsedan; een auto-type met krachtige motoren dat de prestaties levert van een sportwagen, maar de carrosserie en afmetingen heeft van een sedan. Hatchback; een auto waarbij het bestuurdersgedeelte via de bagageruimte/kofferbak bereikt kan worden. De bagageruimte is geen afzonderlijk afgesloten kofferruimte. Ook wel aangeduid als drie- of vijfdeurs. Herkenbaar aan twee "compartimenten", 1 voor de motor en een hogere voor de passagiers. Stationwagen; ook wel (station)wagon, stationcar, combi, estate, break: een auto die wat grootte betreft vaak even lang als de sedanuitvoering is en wat vorm betreft een verlengde hatchback. Terreinauto; een auto die door middel van vierwielaandrijving, sperdifferentieel alswel hoge en lage gearing geschikt is om off-road te rijden. SUV; ook wel sports utility vehicle: een terreinauto waarbij rijeigenschappen en comfort zijn geoptimaliseerd voor gebruik op het asfalt. MPV; ook wel Multi-Purpose Vehicle: een auto geschikt voor meerdere personen en doeleinden. Bagage wordt in het gedeelte van de inzittenden geplaatst. Coupé; een (meestal op een sedan gebaseerde sportieve) uitvoering van een auto, met een daklijn die achter de voorstoelen begint af te lopen richting kofferbak. Cabriolet; een auto waarvan het dak verwijderd kan worden zodat een open auto ontstaat. Enkel een variant met een stoffen dak heet cabriolet. Modellen met een stalen vouwdak heten coupé-cabriolet (vaak CC genoemd, zoals de 207CC), feitelijk een soort cross-over. Sportwagen; een meestal op een raceauto gebaseerde straatauto met veel vermogen. Cross-over; zo worden uitvoeringen genoemd die niet een in hokje te plaatsen zijn en een mix van verschillende modellen zijn, bijvoorbeeld de Nissan Qashqai (kruising MPV en SUV). Feitelijk is de MPV een crossover tussen stationwagon en SUV, maar dit werd zo'n populair model dat het een eigen benaming kreeg. Er zijn steeds meer mengelmoesjes van stijlen op de markt, zoals SSUV (Super Sports Utility Vehicle), MAV (Multi Activity Vehicle) of CUV (Crossover Utility Vehicle). Vaak is dit marketingjargon. Mule dit is een type auto dat niet te koop is. Het is namelijk een voorloper van een nieuw model, maar met een 'oude' koets eroverheen. Prototype, een meestal handgemaakt eerste model, soms om meningen te peilen, voor een nieuw te maken model auto.

Segmenten Afhankelijk van grootte, inzetbaarheid en doelgroep wordt een personenauto in een bepaald segment ingedeeld. Hierdoor kunnen prijzen en prestaties van auto's van verschillende merken, maar ingedeeld in hetzelfde segment, onderling beter vergeleken worden. Ook is het mogelijk de verkoopcijfers van verschillende merken te vergelijken en gerichte marketingacties te ondernemen naar de verschillende doelgroepen.

Dwergauto's (oftewel microcars) behoren tot de categorie allerkleinste auto's. Het A-segment (de miniklasse oftewel 'stadsauto's') en B-segment (vaak aangeduid als de compacte klasse) zijn de kleinere auto's. De C- en D-segmenten zijn de gangbaarste types voor de middenklasse. Vanaf het E-segment zijn meestal de grotere en luxueuzere executive-type auto's, onder andere de topklasse. De J- tot en met L-segmenten zijn vaak de grotere MPV of minibussen, waarvan het L-segment vaak de SUV's en de 4x4 offroadvoertuigen zijn.

Deur of klep Bij de omschrijving van modellen van personenauto’s wordt naast het carrosserietype vaak gesproken over twee, drie, vier, of vijf deuren. Bij deze vorm van naamgeving is het belangrijk een onderscheiding te maken tussen klep en deur. Het verschil zit hem in het feit dat men zich met een deur toegang kan verschaffen tot het passagiersgedeelte van de auto. Ook kan men stellen dat als het raam mee opengaat met de opening er sprake is van een deur. Een auto heeft een 3e of 5e deur indien met het openen ervan het passagiersgedeelte wordt geopend. Wanneer aan de voor- of achterzijde van de auto toegang wordt verschaft aan een onafhankelijke ruimte spreekt men van een klep. Dit betreft dan de toegang tot de motorruimte of de kofferruimte.

Een sedan heeft vaak een motorklep (of -kap) aan de voorkant en een kofferklep aan de achterkant, maar daarop zijn uitzonderingen; er zijn namelijk ook automodellen waarbij de motor achter in de auto is geplaatst. Een bekend voorbeeld hiervan is de Volkswagen Kever die de kofferruimte aan de voorkant heeft en de motor achter in de auto.

Bediening Auto's zijn uitgerust met bedieningselementen voor handen en voeten om de auto te besturen en het comfort te regelen. Deze omvatten een stuur, pedalen om te remmen en gas te geven, en, bij een handmatige versnellingsbak, de koppeling te bedienen, een handrem en een versnellingspook. Daarnaast bevat een auto rondom het stuur een aantal hendels voor de richtingaanwijzers, koplamp, achterlicht, ruitenwissers en verwarming. Het dashboard geeft hierbij een overzicht van de status van de auto.

In de loop van tijd zijn enkele bedieningselementen door automatische regelingen vervangen zoals een startmechanisme, achteruitrijlicht en in sommige gevallen een automatische versnellingsbak. Een verdere ontwikkeling is Intelligent Speed Assistance (ISA), een systeem dat de bestuurder feedback geeft over de gekozen snelheid en de geldende maximumsnelheid. Bij auto's vanaf ongeveer 2010 zijn de meeste bedieningselementen niet mechanisch verbonden, maar zijn aangesloten op een elektronische CAN-bus en een boordcomputer die onder meer de remmen en de motor van de auto aanstuurt. Door deze elektronische aansturing is adaptive cruise control en een antiblokkeersysteem mogelijk. Bij een stuurbekrachtiging met servomotor is een lane keeping systeem mogelijk waarbij de auto zichzelf stuurt. Met de ontwikkeling van sensoren is hierdoor op den duur een zelfrijdende auto mogelijk waarbij de bediening zich kan beperken tot het ingeven van een eindpunt.

Motor De plaatsing van de motor in een auto is meestal voorin de auto, in uitzonderingsgevallen is de motor achter in de auto geplaatst zoals bij de Volkswagen Kever, de Porsche 911 en veel modellen van Smart. Het weggedrag van de auto wordt beïnvloed door het gewicht van de motor achter of voorin de auto. Meest ideaal is een middenmotor omdat een dergelijke auto het minst last heeft van onderstuur of overstuur.

Verschillende type motoren worden gebruikt voor de aandrijving van de auto.

Verbrandingsmotor

miniatuur|Verbrandingsmotor miniatuur|De Toyota Prius, een hybride auto miniatuur|Elektromotor in de Tesla model S thumb|Inventieve vervoersoplossingen voor de benzineschaarste tijdens de oliecrisis van 1973 Een auto wordt meestal aangedreven met behulp van een verbrandingsmotor. Een verbrandingsmotor ontleent zijn energie aan de (explosieve) verbranding van benzine, diesel, autogas (lpg) of een andere brandstof. Deze brandstoffen zijn onder andere te koop bij tankstations.