Het mandaatgebied Palestina, of Brits Mandaat Palestina, was een A-mandaat van de Volkenbond dat toevertrouwd werd aan het Verenigd Koninkrijk, gecreëerd na de Eerste Wereldoorlog toen het Ottomaanse Rijk in 1920 gesplitst werd bij de Vrede van Sèvres. In Klein-Azië werden vier mandaatgebieden gevormd. De Britten beheersten de mandaatgebieden Palestina en Mesopotamië (het huidige Irak), de Fransen Libanon en Syrië. Het Mandaat eindigde op 15 mei 1948.

Geschiedenis In november 1917, tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog, gaf het Verenigd Koninkrijk de Balfour-verklaring uit. Hierin zegden de Britten steun toe voor de vestiging van een Joods nationaal tehuis in het Britse mandaatgebied Palestina.Balfour declaration 2 november 1917

In 1918 versloeg generaal Edmund Allenby de Ottomaanse troepen in het gebied Palestina en vestigden de Britten er hun gezag. Op 3 januari 1919 werd de zogenaamde Faisal-Weizmann-overeenkomst ondertekend door Faisal I die in 1920 voor een korte tijd koning van het Arabische Koninkrijk Syrië was, en Chaim Weizmann (die later de eerste president van Israël zou worden) als onderdeel van de Vredesconferentie van Parijs.

Als gevolg van de Britse steun nam in de periode 1919-1923 de immigratie van Joden naar het Britse mandaatgebied Palestina toe. Zo'n 40.000 Joden vestigden zich in deze periode in het gebied.Immigration to Israel: The Third Aliyah (1919 - 1923), Jewish Virtual Library. Gearchiveerd op 6 april 2023. De immigratie van Joodse bevolking leidde tot gewelddadige protesten van de Arabische bevolking. In 1920 ontstonden tijdens het islamitische Nabi Musa-feest schermutselingen tussen de Arabieren en Joden,Urban Violence in the Middle East: Changing Cityscapes in the Transition, p.188 bekend als het Nabi Moesa-oproer. Hierbij vielen 5 doden en 211 gewonden. Bij tussenkomst van Britse troepen werden nog vier Arabieren vermoord en 21 gewond.UNSCOP, A survey of Palestine, 1946, p. 17 Tijdens grootschalige onlusten in Jaffa op 1 mei 1921 werden 47 Joden vermoord en 146 verwond, merendeels door Arabisch geweld. De Britten vermoorden 48 Arabieren in ruil daarvoor en 73 gewonden.UNSCOP, A survey of Palestine, 1946, p. 18Tom Segev: One Palestine Complete, pg. 173 - 202 Als reactie op het Nabi Musa-oproer en de aanvallen van gewapende Arabische bendes op de in Noord-Galilea gestichte Joodse nederzettingen Tel Hai en Metula werd in 1920 de Joodse paramilitaire organisatie Hagana opgericht.Bowden, Tom (1976) Army in the Service of the State University Publishing Projects, pg. 4

thumb|300px|Kaart VN Verdelingsplan voor Palestina, (1947) Joodse staat: 56,4% Arabische staat: 42,9% Jeruzalem: 0,7%

Op 24 juli 1922 werd door de Volkenbond het mandaat over Palestina officieel aan de Britten gegeven. Op dat moment waren de grenzen van het mandaat, met name de grenzen tussen de Franse en Britse mandaten, nog niet definitief bepaald. Het mandaatgebied Palestina omvatte op dat moment ook Transjordanië. In artikel 2 van het mandaat werd vastgelegd dat het Verenigd Koninkrijk verantwoordelijk was voor het scheppen van condities voor de ontwikkeling van een Joods nationaal tehuis en ook voor de bescherming van de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht ras of godsdienst. In artikel 25 werd vastgelegd dat de mandataris de bepalingen van het mandaat met betrekking tot deze rechten in het gebied ten oosten van de Jordaan niet hoefde toe te passen als de lokale omstandigheden dit niet toelieten, zolang echter daarbij artikelen 15, 16 en 18 niet geschonden werden.

In september 1922 presenteerde het Verenigd Koninkrijk een memorandum aan de Volkenbond waarin werd voorgesteld het gebied ten oosten van de Jordaan uit te sluiten van Joodse immigratie. Op 23 september stemde de Volkenbond daarmee in.

Wegens geopolitieke afwegingen bestond er onenigheid tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk over waar de grens tussen Palestina en Libanon precies moest komen te liggen. Hierbij speelde de topografische ligging van Iraakse olieleidingen en de water- en spoorinfrastructuur een rol. Uiteindelijk werd in 1923 de Vrede van Lausanne (1923) ondertekend en kwamen de grenzen vast te liggen.

Dit had ook betrekking op de grens met Transjordanië. Op 25 mei 1923 werd het mandaatgebied door het Verenigd Koninkrijk bestuurlijk gesplitst en werd Abdoellah I van Jordanië benoemd tot emir van Transjordanië, het gebied ten oosten van de rivier de Jordaan. Op 25 mei 1946 werd Transjordanië onafhankelijk.

Tot 1929 bleef het relatief rustig, maar in augustus 1929 laaide het geweld weer op vanwege spanningen rond de Klaagmuur.Report of the Commission on the Palestine disturbances of August, 1929 Shaw, p.163-164. Gearchiveerd op 22 april 2022. Hierbij vielen aan Joodse kant 133 doden en 339 gewonden. Aan Arabische kant vielen, merendeels door ingrijpen van politie en militairen, 116 doden en 232 gewonden.UNSCOP, A survey of Palestine, 1946, p. 24

Arabische opstand (1936-1939) Na Hitlers machtsovername van 1933 in Duitsland nam de Joodse immigratie zeer sterk toe. In 1936 brak de grote Arabisch-Palestijnse opstand uit tegen het Britse gezag en tegen de Joodse immigratie. Deze gewapende opstand werd geleid door het Arabisch Hoge Comité, voorgezeten door Amin al-Hoesseini. Om te voorkomen dat de Arabieren steun kregen vanuit Syrië en Libanon werd de Tegart's Wall gebouwd. Bedenker Charles Tegart was een Britse terreurdeskundige. Een muur van prikkeldraad werd gespannen in twee stevige dichte netten over evenwijdige rijen ijzeren palen, van de Middellandse Zee langs de grens met Libanon en Syrië. Er werden bomaanslagen gepleegd op de oliepijpleiding van Kirkoek naar Haifa en op spoorlijnen en treinen. Ook werden Joodse nederzettingen en Joods burgers aangevallen. In deze periode verlieten 20.000 - 30.000 Arabieren het Britse mandaatgebied Palestina, op de vlucht voor het ook onderlinge Arabische geweld, waarmee een aanzienlijk deel van de Arabische elite verdween. De Britten werkten inofficieel samen met de Hagana en vormden de Jewish Settlement Police, de Jewish Auxiliary Forces en de Special Night Squads. De Joodse organisatie Irgoen (ook bekend als Etsel) koos als reactie ook voor een tactiek van terreur en vergelding: zij pleegden aanslagen op een Arabische bus en op de markt van Haifa en in Jaffa en Jeruzalem. De Arabische opstand werd financieel ondersteund door nazi-Duitsland.Mallmann, Klaus-Michael en Cüppers, Martin (2006), Halbmond und Hakenkreuz. Das Dritte Reich, die Araber und Palästina, Darmstadt, Wissenschaftliche Buchgesellschaft, p. 61 Aan het eind van de opstand in maart 1939 waren meer dan 5.000 Arabieren, 400 Joden en 200 Britten om het leven gekomen.Aljazeera: The history of Palestinian revolts

Op 17 mei 1939 publiceerde het Verenigd Koninkrijk het Witboek van MacDonald, met daarin de volgende punten: Binnen 10 jaar zou een Arabisch-Joodse eenheidsstaat in het Britse mandaatgebied Palestina moeten worden gesticht. Het Witboek sprak uit dat het concept van het Joods Nationaal Tehuis, dat ten grondslag lag aan het Britse mandaat al voldoende verwezenlijkt was. De Joodse immigratie werd beperkt tot 25.000 ineens en 10.000 per jaar over een periode van 5 jaar. Verdere immigratie na die periode van vijf jaar wordt afhankelijk gemaakt van toestemming van de Arabische gemeenschap. Dit Witboek vormde de basis van het Britse beleid tot 1948.

De Joods-zionistische beweging streefde naar een Joodse staat in het resterende mandaatgebied Palestina, het gebied ten westen van de Jordaan. Na de machtsovername door de nazi's in Duitsland was de emigratie sterk toegenomen en ook na de Tweede Wereldoorlog probeerden overlevenden van de naziconcentratiekampen massaal naar het Britse mandaatgebied Palestina te emigreren. Het Britse bestuur hield vast aan strikte immigratiequota, maar de diverse zionistische bewegingen, zoals de Jewish Agency for Palestine, organiseerden illegale immigratie en charterden voor de overlevenden van de concentratiekampen 66 schepen, die voor een groot deel door de Britse marine werden onderschept en naar interneringskampen in Haifa en Cyprus werden gestuurd. Het Britse bestuur werd bestreden met bomaanslagen, door de Hagana en Etsel, waaronder de bomaanslag op het Koning Davidhotel, het hoofdkwartier van het Britse Bestuur, door de Irgoen op 22 juli 1946, die aan 91 mensen het leven kostte en de aanslag door de Hagana op het schip "SS Ocean Vigour", waarmee de illegale Joodse immigranten naar Cyprus werden gedeporteerd.Halamish, Aviva:The Exodus Affair: Holocaust Survivors and the Struggle for Palestine Syracuse University Press (1998), p. 211

De landen van de Arabische Liga verwierpen de zionistische aanspraken op het Britse mandaatgebied Palestina.Quoted Richard H.S. Crossman, Palestine Mission: A Personal Record, NY, Harper & Brothers, 1947, pp. 109–110 Op 2 maart 1946 verwoordde de eerste secretaris-generaal van de Arabische Liga, Abdul Rahman Hassan Azzam, tijdens een hoorzitting in Caïro van de Anglo-Amerikaanse Commissie voor onderzoek naar de problemen van de Europese Joden in het het Britse mandaatgebied Palestina zeer duidelijk dat hun standpunt waarin zij die aanspraken beschouwden als imperialisme en kolonialisme, want "Het excuus is altijd geweest dat de mensen achtergebleven zijn en dat hij (de zionist) een humane missie heeft om ze vooruit te helpen".Volledige quote: "Onze broeder is naar Europa en het Westen gegaan, en is teruggekomen als iemand anders. Hij is teruggekomen met totaal andere opvattingen, westers en niet oosters. Dat betekent niet dat we het noodzakelijk oneens zijn met iedereen die uit het Westen komt. Maar de Jood, onze oude neef, komt terug met imperialistische ideeën, met materialistische ideeën, met reactionaire of revolutionaire ideeën en probeerde ze eerst uit te voeren via Britse druk en vervolgens via Amerikaanse druk, en vervolgens via hun terrorisme - hij is niet de oude neef en hem verwelkomen we niet. De zionist, de nieuwe Jood, wil domineren en hij pretendeert een bepaalde beschavende missie te hebben waarmee hij terugkeert naar een achtergebleven en gedegenereerd volk om de elementen van de vooruitgang binnen te brengen in een gebied dat geen vooruitgang heeft. Welnu, dat is de pretentie van elke macht die wilde koloniseren en overheersing nastreefde. Het excuus is altijd geweest dat de mensen achtergebleven zijn en dat hij een humane missie heeft om ze vooruit te helpen. De Arabieren zeggen daartegen eenvoudigweg NEEN. We zijn niet reactionair en we zijn niet achterlijk. Zelfs als we onwetend zijn, het verschil tussen onwetendheid en kennis is tien jaar in de school. We zijn een levende, vitaal sterke natie, we zijn in onze renaissance; we hebben net zo veel kinderen als elke natie in de wereld. We hebben nog steeds onze hersenen. We hebben een civiel en geestelijk erfgoed. We gaan onszelf niet toestaan dat we gecontroleerd zullen worden door grote naties of kleine naties of verspreide naties." A Calculated Risk, The U.S. Decision to Recognize Israel, 2007, het volledige citaat p.152-153

Verdelingsplan van de Verenigde Naties Het Verenigd Koninkrijk had aan de Verenigde Naties laten weten dat het zijn mandaat over Palestina wilden beëindigen. De Verenigde Naties stelden daarom op 15 mei 1947 een "United Nations Special Committee on Palestine" (UNSCOP) in. Op 3 september kwam deze commissie met een verslag, waarin het volgende verdelingsplan van het mandaatgebied Palestina was opgenomen:UNSCOP-rapport van 3 september 1947: CHAPTER 4: A COMMENTARY ON PARTITION

Gebied Arabische bevolkingincl. alle niet-Joodse inwoners % Arabisch Joodse bevolking % Joods Totale bevolkingArabische staat725.00099%10.0001%735.000 Joodse staat407.00045%498.00055%905.000Jeruzalem(Internationaal bestuur)105.00051%100.00049%205.000Totaal1.237.00067%608.00033%1.845.000