thumb|Cornelis Matelieff de Jonge, geschilderd na zijn dood door Pieter van der Werff Cornelis Matelieff de Jonge (Rotterdam, 1570 – aldaar, 17 oktober 1632) was een zoon van een welvarend schipper en koopman uit een gegoede Rotterdamse familie. Hij was koopman en lid van de vroedschap, schepen en twee jaar burgemeester van Rotterdam. Zijn benoeming tot lid van de Staten-Generaal in 1625 was slechts van korte duur.

Biografie Matelieff was net als zijn vader actief in de handel en de scheepvaart en voer onder andere op de Spaanse en Portugese kust. Ook met kooplieden in Danzig deed hij zaken. Vanaf 1602 behoorde hij tot de eerste groep van bewindvoerders van de Kamer van de VOC in Rotterdam, zoals ook Johan van der Veeken, een van de oprichters. In mei 1605 vertrok Matelieff uit Zeeland met elf schepen en 1400 koppen, waaronder Jacques l'Hermite naar Johor om tegen de Portugezen te vechten. De vloot bestond uit de schepen Oranje, Amsterdam, Grote Zon, Mauritius, Nassau, Zwarte Leeuw en Witte Leeuw van de Kamer Amsterdam, de Kleine Zon en de Middelburg van de Kamer Zeeland, en de Erasmus en de Geünieerde Provinciën van de Kamers Rotterdam en Delft. De laatste twee vertrokken wat later en voegden zich pas bij de vloot op 4 juli tijdens de belegering van Malakka. Dit was de tweede grote operatie van de VOC met als instructie om niet alleen te zoeken naar handelsmogelijkheden maar indien mogelijk ook militaire acties te ondernemen tegen de Portugezen en de Spanjaarden.

Op 25 augustus werd de evenaar gepasseerd, waarna het eiland Annobon werd aangedaan. 1 januari 1606 kwam de vloot aan op Mauritius, waar men een maand verbleef om te ravitailleren. Matelieff schreef als eerste en meer uitvoerig over het eiland Mauritius, en beschreef de bomen, het fruit en de dieren, waaronder de zwarte rat, de makaak en de dodo.Potomitan.info. De vloot ontmoette hier ook Steven van der Hagen, die op terugreis was met twee van zijn schepen (zijn vlaggenschip de Geünieerde Provinciën en de Hoorn). Daarna ging het via de Nicobaren naar Johor en Malakka.

Het beleg van Malakka miniatuur|De vloot bij Malakka Op 17 mei 1606 sloot Matelieff namens de Staten-Generaal een aanvalsverdrag met de sultan van Johor, Alauddin Riayat Sjah III. De sultan werd door de Nederlanders Jan du Patuan genoemd, een verbastering van zijn koninklijke titel: yang di-pertuan (hij die groot gemaakt heer is). Hij was overigens meestal te dronken om zaken mee te doen,'Een persoon van weynichs bedrijffs, gewoon tot bij de middach te slapen, dan te eeten en te wassen, ende voorts droncke te drincken soodat nae de middach met hem niet en is te handelen, want men moet al mede met hem drincken ende dronckemansdinge doen’. dus de onderhandelingen vonden plaats met zijn broer, Raya Zabrang (ook wel Raya Bonsu), de latere sultan Abdullah Hammayat Sjah.'discreet, langmoedich, niet colerijck ende verresiende...In somma: waerdich coninck van Johor ende Malacca te wesen'. Deze had ook met Jacob van Heemskerck samengewerkt in de kaping van de Santa Catarina in 1603. Van Heemskerck had toen gezanten uit Johor meegenomen naar prins Maurits in Den Haag. Deze kwamen nu met Matelieff terug in Johor. Het verdrag hield in dat men zou samenwerken om ‘de Portugesen ende Spanjarden, haerer beyder vijanden, alle mogelijcke affbreucke te doen’ en dat na een geslaagde verovering van Malakka de Nederlanders de door de Portugezen gebouwde ommuurde stad zouden krijgen en de sultan van Johor het omliggende land. Ook al het in de stad aangetroffen geschut zou voor de sultan zijn. Van koopwaren en geld zou ieder de helft ontvangen. miniatuur|Portugese schepen in brand De bijdrage van de troepen van de sultan aan het beleg van Malakka was uiteindelijk zeer gering. Het bleken voornamelijk slaven te zijn, die met het wagen van hun leven niets te winnen hadden. Matelieff stelde voor om hen als beloning de vrijheid in het vooruitzicht te stellen maar daar voelden de sultan en zijn edellieden niets voor. Matelieffs eigen scheepsvolk protesteerde dat men wel bereid was op zee te vechten maar niet in dienst was genomen om op land te vechten. Met enige moeite en een toezegging op het meedelen in eventuele buit kon Matelieff hen daar toch toe overhalen. Begonnen werd met het in brand steken van vier Portugese koopvaarders die vast zaten in het modderige water voor de stad. Daarna ging hij met zo'n 600 man aan land.

Bij het beleg gaf de gouverneur van Malakka, Dom Andrea Furtado de Mendoça, opdracht de voorstad, Kampung Kling, in brand steken opdat de belegeraars er geen dekking zouden vinden. Matelieff liet bovengrondse loopgraven met houten schuttingen bouwen om over het moerassige land dichter bij bij de stadsmuren te komen. Dit was zwaar werk, waarbij de belegeraars gehinderd werden door de hitte, muggen, ziektes en het drinken van arak die door de Maleiers met prauwen werd aangevoerd.

De slag bij Kaap Rachado miniatuur|De troepen van Matelieff landen op Malakka in 1606.Drie maanden werd de stad belegerd, waarbij 6000 mensen omkwamen door de honger en het bombardement.Sabrizain.org. Toen in augustus in de Straat Malakka een lang verwachte Portugese armada uit Goa verscheen onder bevel van de Portugese onderkoning in Azië Martin d'Afonso de Castro hief Matelieff het beleg van de bijna uitgehongerde stad op om de armada te bevechten bij Kaap Rachardo. Er stond bijna geen wind, wat georganiseerde actie moeilijk maakte. Enkele schepen wisten elkaar te enteren om aan boord man-tegen-mangevechten te voeren. Toen daarbij brand ontstond konden ze niet meer loskomen en gingen alle in vlammen op. Twee Portugese schepen en twee Nederlandse schepen, de Nassau en de Middelburg, gingen zo ten onder.Alle vier de wrakken zijn in de jaren '90 door duikers gevonden. De Portugese schepen waren de San Salvador en een schip dat slechts bekend staat als het Galjoen van Dom Duarte de Guerra. Van de Nassau werden slechts 50 personen gered. Van de Middelburg 93, waaronder de fiscaal van de vloot Maerten Aep, en de schipper Simon Mau. Allen werden verdeeld over de andere schepen. Mau verving de op de Oranje gesneuvelde Dirck Mol. De verliezen aan Portugese kant waren veel groter. miniatuur|Zeeslag bij Rachado tussen Matelieffs vloot (Matlivij naves) en de Portugese armada (Lusitanicae naves) De 24e voer de Portugese vloot naar Malakka en ging Matelieff met zijn vloot naar Johor, waar hij op de rivier de schepen liet repareren en van aangroeisels ontdoen. Op 23 september werd een tweede verdrag met de sultan gesloten waarin het eerste verdrag werd bevestigd maar de verovering van Malakka werd uitgesteld. De Nederlanders kregen een plek in Johor om een huis te bouwen voor hun handelswaar, kooplieden en eventuele ambachtslieden. Matelieff overhandigde Raya Zabrang een brief van prins Maurits en kostbare wapens en harnassen ten geschenke. In oktober toog hij nogmaals naar Malakka en viel ondanks een gebrek aan kruit en kogels zeven op de rede liggende galjoenen aan. De meeste werden verbrand of tot zinken gebracht. Hij slaagde er zo in de Portugezen een zware slag toe te dienen.History of Holland - Chapter VI: The Beginnings of the Dutch Republic (by George Edmundson) Matelieffs oom Jacob Quakernaeck, kort daarvoor teruggekeerd uit Japan en tot schipper van de Erasmus benoemd, sneuvelde door een musketschot in zijn hoofd. De Santa Cruz explodeerde toen Nederlanders het ondanks waarschuwingen aan het plunderen waren, met 65 doden tot gevolg. Na deze zeeslag vond een gevangenenruil plaats waarbij een vijftal Nederlanders vrijkwamen, waaronder Lucas Antheunisz, die als onderkoopman op de Grote Zon werd geplaatst.

Bantam miniatuur|De vloot voor Jacatra Matelieff gaf nu opdracht aan de viceadmiraal Olivier de Vivere om met de Amsterdam, de Witte Leeuw en de Grote Zon naar Atjeh te gaan om een lading peper te verkrijgen. De eerste twee schepen moesten daarmee naar Nederland gaan en de Grote Zon moest aan de Coromandelkust van India katoenen stoffen (lijwaten) kopen. Deze konden in Oost-Indië geruild worden voor specerijen. Met de andere zes schepen en een kleine 600 man voer Matelieff verder naar Bantam. Het scheepsvolk kon hier eindelijk passagieren maar ging zich zo erg te buiten aan arak dat het Matelieff veel moeite kostte om iedereen terug naar de schepen te krijgen. Zelf bracht hij een bezoek aan de sultan, een jongetje van 12 jaar, en overhandigde hem een brief en geschenken van prins Maurits. Matelieff vernam van opperkoopman Jan Willemsz. Verschoor dat hij kort tevoren door afgezanten van de sultan van Ternate om hulp was gevraagd tegen de Spanjaarden die vanaf Tidore een aanval voorbereidden.

Ambon miniatuur|Het fort op Ambon Op 7 februari 1607 voer Matelieff door naar Jacatra. Ook hier overhandigde hij geschenken aan de vorst. Een brief van Maurits had hij niet bij zich, wat de vorst verbaasde, want hij had in 1602 nog een brief voor Maurits meegegeven aan Wolfert Harmensz. Van Jacatra voer Matelieff naar Ambon, waar hij op 28 maart aankwam. Hier was kasteel Victoria met Frederik de Houtman als gouverneur. Deze ondersteunde het verzoek om hulp van de sultan van Ternate. Matelieff besloot de Zwarte Leeuw met een lading kruidnagels naar huis te sturen en de Geüniëerde Provinciën eerst naar Banda, om daar foelie en muskaatnoten in te kopen en dan ook naar huis te gaan. Opperkoopman Jasper Jansz. bleef achter in Ambon. Jacques l'Hermite werd met het jacht MedemblickDe Medemblick was een van de jachten die in 1605 door Steven van der Hagen in Azië waren achtergelaten. teruggezonden naar Bantam om daar Verschoor op te volgen.

Ternate miniatuur|Casteel Malaya op Ternate Op 3 mei vertrok Matelieff van Ambon met de Oranje, Mauritius, Erasmus en Kleine Zon, en nog de jachten Duyfken, Delft en Enckhuizen, die er in 1605 waren achtergelaten door Steven van der Hagen. Op 13 mei arriveerden de schepen bij Ternate. De Spanjaarden bleken vanuit Manilla versterkt te zijn en hadden in april 1606 het stadje Gammelamme op Ternate veroverd. Ze hadden daar een fort gebouwd. Matelieff liet op zijn beurt een versterking bouwen bij het dorp Malayo aan de noordkust, op de resten van oude muren die hij daar aantrof. Een aanval op de Spanjaarden in Tidore werd afgeblazen omdat een rif voor de wal een landing onmogelijk maakte.

Begin juni werd een Chinese jonk in dienst van de Spanjaarden gekaapt. Matelieff kwam met de eigenaar, ene Lipku, overeen dat hij en zijn 24 bemanningsleden mee zouden gaan naar China om de Nederlanders aan Chinese handelscontacten te helpen, in ruil voor het vergoeden van zijn verloren jonk en lading.

Op 11 juni werd in het met veel moeite voltooide fortje in Malayo (het latere Fort Oranje) een akkoord ondertekend met de sultan (net als die van Bantam een jongen van een jaar of 12, Mudafar Sjah IZijn vader Saidi Berkat was door de Spanjaarden naar Manilla ontvoerd.) en zijn raadslieden. Afgesproken werd de exclusieve levering van kruidnagels aan de VOC in ruil voor bescherming tegen de Spanjaarden op Tidore door enkele achter te blijven schepen. Matelieff stichtte ook een school, waar de kinderen onderwijs kregen in het Nederlands en het Onze Vader leerden bidden.DBNL.org. (De achterliggende gedachte was daarbij dat de Nederlanders op het eiland na verloop van tijd een geoorloofd huwelijk konden sluiten met een inlandse.) Het fortje in Malayo kreeg een garnizoen van 74 man onder leiding van de opperkoopman Gerrit Gerritsen als 'capiteyn van 't casteel' en Jan Lodewijksz. van Rosengeyn als 'capiteyn van der see'. Op 12 juni vertrok Matelieff volgens de instructies van de Heren XVII met de Oranje, de Erasmus en de Mauritius naar China. De jachten bleven op Ternate.

China miniatuur|Chinese tempel op Nanao