Beelddenken is het denken en leren in beelden. Het verschijnsel en de ermee verbonden theorie zijn wetenschappelijk omstreden.(https://onderzoekonderwijs.net/2014/10/20/de-wankele-basis-van-beelddenken/). Gearchiveerd op 5 april 2023. Beelddenken wordt wel door onderwijzers gebruikt. Verwante termen zijn visueel leersysteem en in het Engels visuospatial memory, visuospatial thinking en visuospatial learning.
Oorsprong In het Nederlandse taalgebied is het begrip geïntroduceerd door de logopedist Maria Krabbe in 1951. Zij werkte met kinderen met leerproblemen, zoals dyslexie, stotteren en schrijfproblemen. Deze kinderen bleken volgens haar te denken in beelden en zij noemde hen beelddenkers. Haar theorie is dat het lezen van woorden bij deze mensen eerst in beelden omgezet zal worden en ook het uitleggen van de eigen denkbeelden in taal zal veelal een beknopte uitleg zijn. Nel OjemannNel Ojemann en Maria J. Krabbe heeft beelddenken in 1987 nader beschreven als een vorm van denken die iedereen gebruikt zolang men jong is. Volgens Ojemann gaat het om denken in beelden en handelingen, een beweeglijk omgaan met de werkelijkheid, dat de meeste mensen rond hun vijfde, zesde jaar loslaten ten gunste van het begripsdenken of woorddenken. Beelddenkers laten dit volgens haar echter niet los en maken er juist gebruik van.
Theorie Beelddenken plaatst zichzelf tegenover taaldenken of woorddenken, een vorm van denken in taal, maar ook tegenover begripsdenken en abstractie. Er zouden mensen zijn die voornamelijk en primair in beelden denken. Dat wil zeggen dat bij hen nieuwe informatie in beeld wordt opgeslagen en verwerkt. Begripsdenkers (woordelijk redenerende denkers) maken volgens de theorie meer gebruik van het bewust denken (bewuste gedachtegangen) en beelddenkers maken meer gebruik van intuïtief denken via het onbewuste. Het onbewuste verwerkt, en maakt (voor)bewust, met veel grotere snelheid dan het bewuste denken. Beelden, gevoelens, bewegingen, verhoudingen en eerdere ervaringen kunnen dan achtereenvolgens door het hoofd flitsen, al dan niet met woorden (auditief denkend). Veelal zijn het gedachtegangen die onderdeel zijn van een geheel en als zodanig de beelden ondersteunen. K.N. Ochsner, S. M. Kosslyn: The Oxford Handbook of Cognitive Neuroscience, Volume 1.Priti Shah & Akira Miyake: Cambridge Handbook of visuospatial thinking. Dat alles gebeurt binnen honderdsten van seconden (door het onbewuste). Doordat het bewuste minder wordt gebruikt, kan het ook eerder overbelast raken. Er kan dan behoefte aan een rustmoment ontstaan, waarin vaak voor zich uit gestaard wordt en er achtereenvolgens allerlei waarnemingen tot het bewuste komen, die worden verwerkt binnen het denkbeeld. Beelddenken kan ook begrijpend denken (niet te verwarren met begripsdenken) genoemd worden, waarbij alle denkbeelden worden begrepen (zo is het) of juist niet. De denkbeelden passen dan wél, of juist niet in het denkbeeld (perspectief) als geheel. Vanwege die begrijpende manier van denken kan iemand zeer stellig zijn. In een discussie tussen een woorddenker en een beelddenker treedt vaak onderling onbegrip op. Veelal is er bij beelddenken ook sprake van een fotografisch geheugen. Zo kunnen vanuit het niets antwoorden of oplossingen opkomen zoals bij de wiskundigen/theoretische natuurkundigen Carl Friedrich Gauss, Hermann von Helmholtz en Henri Poincaré.J.S. Hadamard: "A mathematician's mind, testimonial for an essay on the psychology of invention in the mathematical field (in Idea's and Opinions) Ook maakt het grote ruimtelijk inzicht het mogelijk om al lopend (door straten), een plattegrond voor zich te zien (van boven). Zelfs kunnen beelden twee- of driedimensionaal zijn, bijvoorbeeld de binnenkant van een woning, ook als ze nog gebouwd moet worden (architect, aannemer, timmerman). Ook in het academisch denken is ruimte voor de beelddenker. Van Albert Einstein is bekend dat hij een grote mate van visueel ruimtelijk inzicht had. Een beelddenker kan een rijke verbeelding hebben, waardoor deze sneller, associatief en divergent (een snelle manier van verbanden leggen) tot inzichten kan komen. Ondanks de verrichte studies buitenK. N. Ochsner and S. M. Kosslyn: The Oxford Handbook of Neuroscience, Volume 1, Oxford University Press,Priti Shah en Akira Miyake, Cambridge Handbook of visuospatial thinking, Cambridge University Press en binnen NederlandK. J. Vicente; Hayes, B. C.; Williges, R. C. (1987). "Assaying and isolating individual differences in searching a hierarchical file system"K.J. Vicente; The Human Factor: Revolutionizing the Way People Live with Technology; Routledge,Taylor & Francis Group. is de benadering omstreden en de invloed in de wetenschap en het onderwijs niet groot.
De reguliere manier van lesgeven zou volgens de aanhangers van het beelddenken-concept te veel zijn gericht op kinderen die in woorden denken. De informatieverwerking in het hoofd van een beelddenker zou op een andere manier verlopen. Dit levert problemen bij toetsen op. Het kind moet onder woorden brengen wat het in het hoofd ziet. Deze kinderen zouden meer behoefte aan beweging hebben en/of door leerkrachten als dromerig worden gezien. Door dit gedrag kunnen prestatieresultaten achterblijven en kan het door de onderwijzer als minder intelligent en moeilijk worden beschouwd, of als een minder theoretisch, praktisch ingesteld kind. Hoogbegaafden en getalenteerden zouden een voorkeur voor beelddenken hebben. De beelddenker zou een samenwerking van het snelle beelddenken en de zintuigen hebben, waardoor ze bijvoorbeeld verfijnd en meer waarnemen. Een beelddenker ziet in het hoofd ongeveer 32 beelden per seconde, wat niet lukt met 'het bewuste waarnemen', maar alleen door middel van het onderbewustzijn.J D van der Ploeg, R de Groot (2005), Andere wegen: in jeugdzorg en onderwijs, p.209-210. Een woorddenker denkt in twee woorden per seconde.
Toepassing in onderwijs Vanwege gebrek aan wetenschappelijk bewijs is er in Nederland en België in het onderwijs veel discussie over beelddenken. In Nederland organiseert het nationaal expertisecentrum Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) congressen over beelddenken. Voor deze bijeenkomsten worden beelddenk-experts uit binnen- en buitenland uitgenodigd.Op het YouTube kanaal van National Talent Centre of The Netherlands (Samenwerking CBO Talent Development, Radboud Universiteit en SLO) zijn diverse registraties van deze congressen en seminars te vinden In opdracht van het Nederlandse ministerie van OCW heeft de SLO een kernleerplan opgesteld. Dit kernleerplan bevat volgens de organisatie een richtinggevend kader om bestaande onderwijsmaterialen en -werkvormen te beoordelen en nieuwe te ontwikkelen. De term beelddenken komt er echter niet voor.bron: SLO. Ook op lerarenopleidingen is nauwelijks aandacht voor beelddenken. De meeste leraren zijn niet in staat een beelddenkend kind te herkennen.
Voorstanders van het Beelddenken-concept menen dat kinderen die op een andere manier (via beelden) denken daardoor erkenning missen en vast kunnen lopen. Hen wordt zo een andere, betere onderwijsvorm (meer top-down) onthouden.Upside-Down Brilliance - The visual spatial learner, L.K. Kreger Silverman De meest ideale manier om het visueel-ruimtelijke leerstijl bij een kind vast te stellen, is gebruik te maken van de subtest blokpatronen van de WISC-III (Wechsler Intelligence Scale for Children). Er zijn testen beschikbaar die beelddenken kunnen vaststellen, zoals de The Abstract Visual Reasoning,The Abstract Visual Reasoningvan de Stanford Binet Fourth Edition The Raven's Progressive Matrices, en in Nederland het Wereldspel van Nel Ojemann. Erkende bureaus verstrekken beelddenk-verklaringen waardoor kinderen aangepast top-down onderwijs kunnen krijgen.
Buiten Nederland en België is ook aandacht voor beelddenken in het onderwijs. Het Mind Research Institute in de Verenigde Staten heeft een nieuwe manier van visueel rekenonderwijs ontwikkeld. Het Mind Research Institute doet onderzoek en werkt samen met meer dan dertien universiteiten in de Verenigde Staten en daarbuiten, zoals Harvard University, Johns Hopkins University, University of Montreal, UCLA, East China Normal University, University of Victoria, UC Irvine, Medical University of South Carolina, North Carolina State University, University of Pittsburgh, University of California en University of Victoria. De methode ST Math, kenmerkt zich door rekenonderwijs zonder woorden. De ST staat voor Spatial Temporal Reasoning, kwantitatief redeneren in tijd en ruimte, dit wordt gevonden in het hogere denken. De methode is gebaseerd op toegepast neurologisch onderzoek en maakt gebruik van software. De software maakt gebruik van bewegende beelden, waarbij de leerling interactief gevraagd wordt rekenkundige vragen op te lossen. Inmiddels maken 1.285.000 leerlingen en studenten gebruik van deze methode. ST Math is op 5000 scholen (55000 onderwijzers maken gebruik van St. Math) in 48 staten ingevoerd. Samen met onderzoeksbureau WestED (Non-profit)Onderwijsonderzoekers: Staci Wendt, Joyce Rice,Jonathan Nakamoto. WestED, 4665 Lampson Avenue, Los Alamos CA 90720) werd onderzocht wat de schoolresultaten van de scholen waren na invoering van St. Math. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de scholen met de St Math methode aanzienlijk beter scoorden op rekengebied dan de scholen die de standaard rekenmethoden hanteerden. Het onderzoek werd geëvalueerd door SRI Education.Jared Boyce, Xin Wei, Sam Wang. SRI Education. Silicon Valley, 333 Ravenswood Avenue, CA94025
Wetenschappelijke kritiek Op veel universiteiten en onderzoeksinstituten wordt beelddenken onderzocht, het is echter niet stevig verankerd in de empirisch onderzoek.(https://pedrodebruyckere.blog/2014/11/03/de-wankele-basis-van-beelddenken/). Gearchiveerd op 6 april 2023. De meeste wetenschappers menen dat denken in beelden niet mogelijk is.Braams, T. (2011): Beelddenken: aantrekkelijk om in te geloven... T. Braams (kinder- en jeugdpsycholoog) zegt hierover: Hoewel het zeker zo is dat de ene persoon sterker visueel is ingesteld dan de andere, is het voor wetenschappers onmogelijk zich een volkomen niet-talige vorm van denken voor te stellen. En: De taal is een enorm krachtig gereedschap om ingewikkelde zaken te overdenken. In de vorm van beelden is dat helemaal niet mogelijk.
Er zijn wetenschappers die denken dat er geen beeldende manier van denken bestaat – dat zijn voornamelijk wetenschappers vanuit linguïstische hoek –Steven Pinker, Language, Cognition and Human Nature, Oxford University Press maar er zijn ook wetenschappers die deze linguïstische mening niet delen. Met name uit neuro-wetenschappelijke hoek is al sinds de vorige eeuw bekend, dat denken in beelden en top-down denken en redeneren bestaat. Ieder mens maakt gebruik van top-down en bottom-up-processing, maar sommige mensen maken juist meer gebruik van top-down denken dan van bottom-up denken. Dat taal een krachtig gereedschap is om ingewikkelde zaken te overdenken, is nog steeds twijfelachtig. Taal kan een krachtig wapen zijn om ingewikkelde zaken te overdenken, maar dat hoeft niet. Onderzoek naar taal en cognitie wordt op toonaangevende universiteiten en instituten gedaan, in Nederland op het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen. Over het algemeen wordt er vanuit gegaan dat beelddenken een theorie is die op aannames berust en dat onderzoekers, universiteiten en andere instituten zich niet met beelddenken bezighouden. In de onderwijskunde wordt aangenomen dat beelddenken een pseudo-wetenschap is, een mythe. Het wordt aangenomen dat beelddenken niet bestaat.