thumb|Steden van de Filistijnse pentapolis De Filistijnen waren een zeevarend volk dat zich aan het eind van het 2e millennium v.Chr. op de kuststrook in het zuiden van Kanaän vestigde en intensieve contacten lijkt te hebben onderhouden met Alashia (Cyprus), Myceens Griekenland en Minoïsch Kreta., The Philistines and Acculturation: Culture Change and Ethnic Continuity in the Iron Age, in BASOR 298 (1995), pp. 8, 13, , The Philistines in Transition: A History from ca. 1000-730 B.C.E., Leiden, 1996, p. 11. De Filistijnen stichtten vijf onafhankelijke stadstaten, die een soort stedenbond vormden (pentapolis). Gedurende de 12e en 11e eeuw v.Chr. hadden de Filistijnen de hegemonie in het gebied, maar in de eeuwen daarna zagen ze hun macht tanen. Tijdens de neo-Assyrische periode (ca. 800-626 v.Chr.) beleefden de Filistijnse steden opnieuw een periode van bloei. Na de verovering door de Babyloniërs in 604 v.Chr. zijn de Filistijnen geleidelijk opgegaan in omliggende volken.
Dankzij opgravingen in Filistijnse plaatsen wordt er almaar meer bekend over de Filistijnse cultuur. Van belang is met name het Filistijns aardewerk, dat zich door kunstige patronen onderscheidt van Kanaänitisch aardewerk uit deze periode en dat vaak wordt gebruikt om Filistijnse archeologische vondsten te dateren. Uit de archeologische gegevens blijkt dat de cultuur van de Filistijnen zich in de 12e en 11e eeuw duidelijk onderscheidt van die van de andere volken in de Levant, maar dat er vanaf de 10e eeuw sprake is van culturele assimilatie aan omliggende culturen. Dat blijkt op gebieden als voeding, taal en schrift, maar ook op het gebied van de godsdienst. Aanvankelijk vereerden de Filistijnen een godin. Later namen zij ook Kanaänitische en Egyptische goden op in hun pantheon.
In de Hebreeuwse Bijbel worden de Filistijnen vaak genoemd als tegenstanders van de Israëlieten. Daarnaast worden de Filistijnen vermeld in Egyptische, Assyrische en Babylonische bronnen. Ook uit enkele meer recent gevonden Filistijnse inscripties kunnen gegevens worden afgeleid met betrekking tot de Filistijnen.
Etymologie Het begrip 'Filistijnen' komt, evenals de aanduidingen voor dit volk in andere moderne Europese talen, via het Latijn (Philistinus) en het Grieks ( / Philistínoi),Deze Griekse spelling wordt gehanteerd door Flavius Josephus. Ook andere Griekse spellingen komen voor: / Phylistieím (in de Septuaginta-vertaling van de pentateuch en Jozua); / Philisteím (Jesaja 9:11 in de vertalingen van Aquila, Symmachus en Theodotion); / Palaistinoi en / Palaistíum (Herodotus en soms bij Josephus). van het Hebreeuwse פלשתים (pəlištîm), de aanduiding van het volk in de Hebreeuwse Bijbel.The name Palestine or Philistia in the Bible Abarim Publications, 19-4-2006 t/m 21-11-2017, bezocht 18-1-2019. Gearchiveerd op 21 juli 2022. Pəlištîm wordt gewoonlijk geïnterpreteerd als 'inwoners van pəlišet''', de zuidwestkust van Kanaän., Hebräisches und Aramäisches Handwörterbuch über das Alte Testament, Berlijn, 191517 (= 1962), s.v. פלשת. , art. Philistines - Archaeology, in (ed.), Anchor Bible Dictionary, V, New York, 1992, p. 329.
Omdat in gelijktijdige of eerdere historische bronnen verwante aanduidingen worden gebruikt (Oudegyptisch Prst, Peleset; Assyrisch-Akkadisch Palastu en Pilistu),, art. Philistines - Archaeology, in (ed.), Anchor Bible Dictionary, V, New York, 1992, p. 329. is het aannemelijk dat de Hebreeuwse, Egyptische en Assyrische schrijfwijze een transliteratie vormen van de naam waarmee de Filistijnen zelf hun volk aanduidden.Etymology Online, s.v. Philistines. Vergelijk ook de Arabische aanduiding van de Filistijnen (فلسطينيون / filasṭīnīun), waarvan de etymologie niet via het Latijn loopt.
Vaak wordt de volksaanduiding in verband gebracht met de Semitische woordstam p-l-š '(zich) wentelen, (met stof of as) bedekken',, Hebräisches und Aramäisches Handwörterbuch über das Alte Testament, Berlijn, 191517 (= 1962), s.v. פלש. (edd.), The Brown, Driver, Briggs Hebrew and English lexicon: with an appendix containing the Biblical Aramaic, Peabody, 1996, s.v. פלש. Zie voor een Ugaritische parallel ook (edd.), Die Keilalphabetischen Texte aus Ugarit, Kevelaer - Neukirchen-Vluyn, 1976 (KTU), 1.5 vi 15-16. dat ook wel met 'migrant' in verband wordt gebracht. (edd.), The American Heritage Dictionary of the English Language, Boston, 20004, s.v. plš..
Op grond van de lang vermeende Europese herkomst van de Filistijnen trachten sommigen de etymologie van de volksaanduiding af te leiden uit de Indo-Europese talen. Allen Jones stelde dat de naam 'Filistijnen' een verbastering was van het Oudgriekse (phylè histía, met de Ionische spelling / histía voor / hestía), dat zich laat vertalen als 'stam van de haard'., The Philistines and the Hearth: Their Journey to the Levant, in Journal of Near Eastern Studies 31 (1972), pp. 343-350. Hij meende dat het de Filistijnen waren die het gebruik van haarden introduceerden in de Levant. Hij deed deze suggestie nog voordat bij opgravingen in Tel Qasile en Ekron inderdaad haarden zijn aangetroffen in Filistijnse tempels en openbare gebouwen.
Geschiedenis Oorsprong thumb|Filistijns oorlogsschip, op de dodentempel van Ramses III in Medinet Haboe. De Filistijnen behoren tot de "zeevolken"., Geschichte des Volkes Israel, II, Gotha, 1922, pp. 86-87, , Minoans, Philistines and Greek, B.C. 1400-900, Londen, 1930, pp. 145-165. Vgl. , The Philistine City-states, in (ed.), A comparative study of thirty city-state cultures: an investigation conducted by the Copenhagen Polis Centre, Kopenhagen, 2000, pp. 129-130. Ze worden gewoonlijk gelijkgesteld met de plst (peleset) die in Egyptische bronnen genoemd worden, maar er is ook wel geopperd dat het woord "Filistijnen" door de Israëlieten werd gebruikt om alle zogenaamde "Zeevolken" mee aan te duiden,, Capthor/Keftiu: A new Investigation, Leiden, 1980, p. 165. waartoe dan in ieder geval ook de Sherden en de Tjekker gerekend moeten worden, die in het onomasticon van Amenope (ca. 1100) samen met de prst genoemd worden in verband met Ashkelon, Ashdod en Gaza.
De Filistijnen (plst) worden in Egyptische bronnen genoemd vanaf het eind van de 13e eeuw, maar over de vraag waar zij oorspronkelijk vandaan komen zijn de historici het niet eens.Voor een overzicht, zie: , De Filistijnen I. De herkomst van de Filistijnen, bga.nl (1999). De verschillende volkeren die zijn voorgesteld, zijn: de Myceners, de Minoërs, de Pelasgen en de Hettieten.
De Hebreeuwse Bijbel noemt als plaats van herkomst van de Filistijnen Kafthor,Jeremia 47:4, Amos 9:7. Merk op dat in de meest recente Bijbelvertalingen Kafthor wordt vertaald als Kreta. dat vaak wordt gelijkgesteld aan het Egyptische woord Keftiu. Meestal neemt men aan dat hiermee Kreta is bedoeld,Dit is echter recentelijk in twijfel getrokken, zie: , Keftiu: a cautionary note, in Oxford Journal of Archaeology 22 (2003), pp. 209-212.. hoewel anderen het identificeren als Cyprus.
De meest aanvaarde theorie onder archeologen is tegenwoordig dat de Filistijnen afkomstig zijn uit de Myceense beschaving in Griekenland en via Cyprus aan het eind van de 13e eeuw v.Chr. naar Egypte en Kanaän kwamen., art. Philister, WiBiLex.de (2007), , art. Philistines - Archaeology, in (ed.), Anchor Bible Dictionary, V, New York, 1992, p. 329. Gearchiveerd op 9 december 2022. Omstreeks deze tijd ontstonden allerlei volksverhuizingen waarin volkeren zuidwaarts trokken, mogelijk na een catastrofe (een aardbeving, brand, hongersnood of de inval van een ander volk), een periode die wel de brandcatastrofe aan het einde van de bronstijd genoemd is., Archaeology of the Land of the Bible, 10.000-586 B.C.E., New York, pp. 307-308. Vgl. , De Filistijnen I. De herkomst van de Filistijnen, bga.nl (1999). Voor een herkomst uit Myceens Griekenland en een verband met Cyprus pleiten archeologische vondsten, waaronder aardewerk, architectuur en inscripties. Dit sluit echter een oorspronkelijke herkomst uit het Minoïsch Kreta, die met name in oudere literatuur genoemd wordt, niet uit, aangezien de Minoïsche beschaving vaak beschouwd wordt als de voorloper van de Myceense beschaving.
Sommigen vermoeden dat de Filistijnen Myceense strijders waren, op drift na de Val van Troje, waarna ze over zee Egypte en Judea bereikten., When Canaanites and Philistines ruled Ashkelon, in Biblical Archaeological Review 17 (1991), pp. 40-42. De meesten die uitgaan van een Myceense herkomst van de Filistijnen zijn echter minder specifiek in hun aanduiding.
Een afkomst van de Pelasgen is ook voorgesteld op basis van de naamsverwantschap tussen Pelasgen en Kafthor en Keftiu., A Colony of Cretan Mercenaries on the Coast of the Negeb, in Journal of the Palestine Oriental Society 1 (1920-1921), p. 193.
Enkelen zoeken de afkomst van de Filistijnen in zuidwestelijk Klein-Azië en menen dat de Filistijnen Hettieten zouden zijn., Die Herkunft der Philister, in Acta Antiqua 4 (1956), pp. 17-29. Als eerste argument haalt men aan dat in Bijbelvertalingen tot de 5e eeuw (Septuagint, Vulgata, Pesjitta, Targum) Kafthor wordt vertaald als Cappadocië, dat was gelegen in het Hettietenrijk., Die Herkunft der Philister, in Acta Antiqua 4 (1956), p. 20. De inwoners van Ashdod worden door Sargon II in 711 v.Chr. Hettieten genoemd. De Hettieten hadden een monopolie op ijzerbewerking, wat ook voor de Filistijnen zou gelden. De Hettieten hadden net als de Israëlieten ook richteren (tarawanas). De Hettitische oppergod Dagan-zipas en een andere Hettitische god Zababa of Ziparwa lijken dezelfde te zijn als de door de Filistijnen vereerde Dagan en Baäl-Zebub. Riemschneider, de verdediger van deze theorie, stelt ook dat het aardewerk dat als Filistijns wordt bestempeld in het hele oostelijk Middellandse Zeegebied wordt aangetroffen en dus niet als argument kan worden gebruikt.
De "Genesis-Filistijnen" (2e millennium v.Chr.) De Filistijnen worden enkele malen genoemd in Genesis (in de Hebreeuwse Bijbel) in verband met Abraham en Isaak.Genesis 21:32-34; 26:1-6; 26:8; 26:18. Daarmee wordt de term 'Filistijnen' gebruikt met betrekking tot een periode die veel eerder in het tweede millennium ligt dan de tijd dat de Filistijnen zich aan de zuidwestkust van Kanaän vestigden.
De meeste onderzoekers beschouwen de vermelding van de Filistijnen in deze gevallen als een anachronisme: Genesis gebruikt terminologie uit later tijd, waaraan niet te veel historische waarde gehecht moet worden., art. Philister, WiBiLex.de (2007). Gearchiveerd op 9 december 2022.
Anderen wijzen deze opvatting af en nemen aan dat gedoeld wordt op een eerdere invasie van zeevolken in het gebied, die vanwege de verwante afkomst door Genesis worden aangeduid als 'Filistijnen'.Bijvoorbeeld , The Book of Genesis, II, Grand Rapids, 1995, p. 94. Daarbij wordt soms verwezen naar archeologische vondsten die vóór de 12e eeuw gedateerd moeten worden en een Myceens karakter hebben, zoals een Myceens graf bij Tel Dan en een nederzetting van Shardana bij El-Ahwat., De Filistijnen (Studiebijbel van het Oude Testament), oogstpublicaties.nl, 2006, pp. 3-6. Beide vondsten kunnen niet goed verklaard worden vanuit handelscontacten (zoals wel het geval is bij de talrijke Myceense aardewerkvondsten die dateren van vóór de 12e eeuw).