Het stads- en streekvervoer in Noord-Brabant geeft een overzicht van alle buslijnen die gereden worden in de provincie Noord-Brabant, die verdeeld is over drie concessiegebieden. De concessies West- en Oost-Brabant zijn gegund aan Arriva, de concessie Zuidoost-Brabant is gegund aan Hermes. Alle drie de concessies rijden onder de naam Bravo. De Lijn exploiteert enkele grensoverschrijdende verbindingen uit België. Het gaat hier om de lijnen die zich in de provincie begeven, maar ook lijnen die de provincie doorkruisen.

De schuingedrukte plaatsnamen bevinden zich buiten de provincie Noord-Brabant. Bij lijnen die horen bij concessies die niet uit Noord-Brabant komen is tevens de opdrachtgevende OV-autoriteit vermeld.

Historie Stoomtrams Het eerste moderne openbaar vervoer in Noord-Brabant stamt uit de jaren 80 van de 19e eeuw. Vanaf 1880 reden er stoomtrams. Het eerste stoomtrambedrijf was de Zuider Stoomtramweg-Maatschappij (ZSM), welke vanaf 1880 een tramlijn exploiteerde van Breda naar Oosterhout. Ze werd gevolgd door de Stoomtramweg-Maatschappij 's-Bosch-Helmond ('sBH) (later de Stoomtram 's-Hertogenbosch-Helmond-Veghel-Oss (HHVO) welke vanaf 1881 in drie fasen een traject aanlegde van 's-Hertogenbosch via Veghel naar Helmond. Enkele jaren kwam er vanaf Veghel een tak naar Oss via Uden. De vier andere grote maatschappijen waren Stoomtramweg-Maatschappij Antwerpen - Bergen op Zoom - Tholen (ABT), Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij (ZNSM), Hollandsche Buurtspoorwegen (HB) en Tramweg-Maatschappij De Meijerij (TM).

Verbindingen met België De tramlijnen in Noord-Brabant zijn aangelegd met de minder gebruikelijke kaapspoor spoorwijdte. Om zich hierbij aan te sluiten werden in buurtspoorweglijnen in de Belgische aangrenzende provincie Antwerpen ook aangelegd met kaapspoor in afwijking van de Belgische meterspoor standaard voor buurtspoorweglijnen. Vier grensoverschrijdende verbindingen werden aangelegd: Antwerpen - Zandvliet - Bergen op Zoom (ABT) Antwerpen - Wuustwezel - Breda (ZNSM) Hoogstraten - Meersel - Rijsbergen (De Belgische buurtspoorwegen, sluit aan op de Antwerpen - Breda lijn) Turnhout - Poppel - Esbeek - Tilburg (HB) Turnhout - Arendonk - Reusel - Eindhoven (TM) Doorgaande reizigerstrams werden op die lijnen ingezet met aangepaste rijtuigen daar het Nederlandse omgrenzingsprofiel kleiner is dan de Belgische.

Kort na de Eerste Wereldoorlog werden alle buurtspoorwegen in de provincie Antwerpen omgespoord naar de Belgische meterspoor standaard. Hierdoor waren er geen doorgaande trams van en naar België meer mogelijk, maar moesten de reizigers altijd overstappen en de goederen overgeladen worden. Aan Nederlandse zijde werden de tramlijnen in de jaren dertig van de twintigste eeuw opgeheven en vervangen door busverbindingen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn doorgaande busverbindingen met België opgezet. De busverbinding van Antwerpen naar Bergen op Zoom is verplaatst naar de route via Kapellen en Putte. Eerst in aansluiting op de elektrische tramlijnen naar Antwerpen in Putte (tot 1961) en Wuustwezel (tot 1966), maar later doorrijdend tot in Antwerpen.

Een bijzondere buslijn is buslijn 19 (Hulst-Roosendaal). Bij de Watersnoodramp van 1953 was de spoorlijn Roosendaal - Vlissingen onbruikbaar en was Zeeuws-Vlaanderen alleen bereikbaar via België. In de tijd dat er nog volop grensformaliteiten tussen België en Nederland waren, werden noodbusdiensten ingesteld om Zeeuws-Vlaanderen te verbinden met Nederland. De buslijn 19 reed oorspronkelijk niet naar Roosendaal, maar naar Breda, waar de lijn langs Antwerpen reed zonder te stoppen in België. Tussen 1994 en 29 juni 2024 werd een stop in Antwerpen ingevoerd en werden internationale reizigers toegelaten.

Naast de doorgaande buslijn 19 zijn er veelal overstapverbindingen met België: Overstap in Putte (Bergen-op-Zoom - Antwerpen) Wuustwezel is niet meer bereikbaar vanuit Nederland In Baarle-Hertog is mogelijk over te stappen van de Nederlandse buslijn Breda - Tilburg op De Lijn bussen naar Turnhout. Een doorgaande De Lijn bus Turnhout - Tilburg Een De Lijn bus Turnhout - Reusel, vanwaar overgestapt kan worden op Nederlandse bussen.

Opkomst van de bus In de jaren 20 begon een wildgroei aan busconcurrentie voor de stoomtram. De exploitatie van de stoomtrams werd door hoge kosten ook steeds moeilijker en de stoomtrammaatschappijen zetten zelf ook bussen om te kunnen concurreren. Uiteindelijk fuseerden de zes grote bedrijven tot één bedrijf, de Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten (BBA) welke tot 2001 een zelfstandig bedrijf zou blijven. BBA maakte korte metten met de stoomtrams en ging over op volledige autobusexploitatie.

Een andere grote speler was de Nederlandse Spoorwegen welke zelf een busonderneming opzette, de Algemeene Transport Onderneming (ATO) die ten doel had de groeiende concurrentie van busbedrijven ten opzichte van de spoorwegen te bestrijden. ATO probeerde in 1927 een busdienst rond Breda op te zetten, maar verdween hier al spoedig ten gunste van BBA. Rond Uden en Boxmeer hanteerde ATO een andere aanpak. Ze sleepte concessies binnen door te beloven een netwerk van bussen op te zetten waarbij rendabele lijnen (in dit geval vooral de lijn Nijmegen-Grave-Uden-Eindhoven) het verlies van minder rendabelere lijnen zouden opvangen. ATO hief echter spoedig de minder rendabele lijnen op. Hierop werd de vergunning voor de 'vette' lijn van Nijmegen naar Eindhoven ingetrokken. Deze ging in 1931 naar Van de Rijdt, welke vanaf 1923 reeds het traject Nijmegen-Grave exploiteerde. Van de Rijdt nam alle doorgaande lijnen van ATO over en werd hiermee een grotere vervoerder in de provincie en exploiteerde bussen van Nijmegen via Grave naar Eindhoven, 's-Hertogenbosch, Mill, Boxmeer, Venray en Helmond. Veel van deze lijnen zouden later nog bij Hermes steeds geëxploiteerd worden.

In 1924 werd in Moergestel een andere onderneming opgericht die via haar opvolger een grote stempel op het busvervoer zou drukken, de Autobusonderneming Vitesse. Aanvankelijk reed Vitesse van Eindhoven naar Tilburg, later kwamen daar door overnames meer trajecten in de driehoek Eindhoven, 's-Hertogenbosch en Tilburg bij.

Samenvoeging In 1934 fuseerden de Brabantse tramwegmaatschappijen tot BBA. BBA zou door overnames verder uitgroeien. ATO kwam terug in Noord-Brabant door het opkopen van Vitesse en Van de Rijdt in 1940. Beide bedrijven bleven als dochteronderneming van ATO bestaan, in tegenstelling tot vele kleine vervoerders die opgingen in ATO of dochterbedrijven. In 1941 werd Van de Rijdt bij Vitesse gevoegd en in 1942 werd Vitesse een rechtstreeks dochterbedrijf van NS. NS besloot om haar dochters Vitesse en MBS in 1949 te fuseren tot Zuidooster. Samen met BBA bepaalde Zuidooster tientallen jaren het beeld van het busvervoer in Noord-Brabant. De bedrijven gingen ook samenwerken op het gebied van stalling en onderhoud en door onderlinge lijnenruil ontstond er in 1977 een afgebakend vervoersgebied. De lijn Eindhoven-Veghel-Uden-Oss ging naar BBA en werd de grens van beide vervoerders. Ten oosten reed Zuidooster, ten westen reed BBA. Hiervoor stond BBA zijn opgerichte stadsdienst van Helmond af en de door Zuidooster opgezette stadsdienst van Oss ging naar BBA. Op enkele kleine vervoerders na hadden beide busbedrijven alle lijndiensten in hun gebied in de hand. De laatste zelfstandige ondernemers werden in de jaren 80 opgekocht. Door aankoop van het Eerste Meierijsche Autobedrijf (EMA) in de Kempen kreeg BBA vervolgens nog een gebied rond Eindhoven. In 1995 fuseerde Zuidooster met Verenigd Streekvervoer Limburg (VSL) en ging verder als de Hermes Groep. BBA werd in 2001 overgekocht door Connex (thans Veolia Transport). In 2001 besloot de provincie Noord-Brabant om de vergunning van Hermes voor Noordoost-Brabant te gunnen aan BBA na een openbare aanbesteding, waarmee BBA in het bezit kwam van alle vergunningen van de provincie Noord-Brabant.Onderzoek aanbestedingen Openbaar Vervoer in Noord-Brabant (Brabant.nl) Het gebied rond Eindhoven was toen onder de verantwoordelijkheid van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven. Enkele lijnen moesten daardoor geknipt worden omdat ze door verschillende bestuursgebieden reden (SRE, provincie Noord-Brabant en Stadsregio Arnhem Nijmegen (KAN)). In en rond Eindhoven reden Hermes en BBA.

Samenwerkingsverband Regio Eindhoven De busdiensten in het gebied van het SRE vallen onder de verantwoordelijkheid van het SRE. Tot 14 december 2008 reden de oorspronkelijke vervoerders Hermes en BBA die hier al tientallen jaren een vertrouwd gezicht waren. SRE had zijn gebied onderverdeeld in drie concessies: Stadsagglomeratie Eindhoven, de stadsdienst van Eindhoven een de streekdiensten van SRE/De Peel en SRE/De Kempen. Deze concessies waren geldig tot 14 december 2008. Op 12 december 2007 liep de deadline voor nieuwe inschrijvingen af. Hermes en Veolia Transport hadden zich ingeschreven.Hermes en Veolia in race voor busvervoer in Zuidoost-Brabant (Eindhovens Dagblad Op 28 januari 2008 werd bekend dat het vervoer in heel het SRE gebied gegund is aan Hermes. De drie aparte concessies werden aanbesteed als één concessie. Hermes had aangekondigd het aanbod te vergroten, dynamische reizigersinformatie aan te bieden op alle haltes in het concessiegebied en de complete busvloot te vervangen. Nieuwe bussen waren voorzien van een lage vloer, digitale reizigersinformatie en airconditioning.Hermes blijft de vervoerder voor de regio Eindhoven–Helmond! (Hermes)30% meer openbaar vervoer in Zuidoost Brabant - Hermes wint aanbesteding openbaar vervoer (SRE)

Sinds 1 december 2009 kunnen reizigers in Samenwerkingsverband Regio Eindhoven de OV-chipkaart gebruiken.

Sinds 11 december 2016 is de SRE-concessie overgegaan in de concessie Zuidoost-Brabant en is de provincie Noord-Brabant de ov-autoriteit.

Stadsagglomeratie Eindhoven thumb|Hermes 2246 (Den Oudsten B96) te Eindhoven Deze concessie omvatte de stadsdienst van Eindhoven. De vervoerder was Hermes. Deze concessie stamde nog uit het Zuidooster tijdperk en werd in 2008 opnieuw gegund. Hermes exploiteerde lijnen door de hele gemeente Eindhoven. De gemiddelde frequentie lag bij minimaal vier keer per uur overdag. Enkele routes kenden aparte lijnen voor de avond en zondagen. Station Eindhoven vormde het knooppunt voor alle busdiensten door Eindhoven. Tot december 2006 hadden de meeste stadslijnen het centraal station in Eindhoven als begin- of eindpunt. In de dienstregeling voor 2007 werden enkele lijnen met veel onderlinge overstappers aan elkaar gekoppeld waardoor het station een tussenliggende halte werd en het voor reizigers gemakkelijker werd om over te stappen. Deze koppeling werd met ingang van de dienstregeling van 14 december 2008 grotendeels ongedaan gemaakt. Verder kwamen veel streekbussen van SRE/De Peel en SRE/De Kempen en Oost-Brabant door Eindhoven met het centraal station als eindpunt.