thumb|Kaart van het oude Egypte met alle grote steden en plaatsen uit de dynastieke periodes (ca. 3150-30 v.Chr.). Het Oude Egypte was een beschaving die rond 3300 v.Chr. is ontstaan langs de Nijl, bijna 3.000 jaar heeft bestaan en daarmee een van de langst durende beschavingen ooit is geweest. De essentiële factor in het succes van de beschaving was de irrigatie van de landbouwgebieden rond de Nijl. De jaarlijkse overstroming van de Nijl voorzag het gebied steeds van een vruchtbare laag slib en leverde een voorspelbare oogst. De rivier diende tevens als handelsroute. De nadruk lag bij de Egyptenaren op het cyclische karakter van het leven en niet op het lineaire zoals in Sumer. De dood speelde een belangrijke rol en het hiernamaals werd niet gevreesd. In de drieduizend jaar van haar bestaan kende het Oude Egypte perioden van hoogtij en van verval. Zo is het rijk meerdere malen opgesplitst geweest (vaak in een Opper-Egypte en Neder-Egypte) of door volkeren van buitenaf veroverd. De drie grote perioden van stabiliteit worden als het Oude Rijk, Middenrijk en Nieuwe Rijk aangeduid.
Ook de Egyptische mythologie heeft zich in de loop van de millennia ontwikkeld met een uitbreidend pantheon aan goden en zelfs een korte periode van licht monotheïsme. Het land werd geregeerd door een farao die zelf ook als god werd gezien. Er zijn in haar bestaan vele farao's geweest, afkomstig uit 31 dynastieën. Hoe gestructureerd de maatschappij was, wordt duidelijk door de tempels, mastaba's en piramides die deze grootse beschaving naliet. De Grote Piramide van Gizeh, het graf van farao Choefoe (die ook onder de Griekse naam Cheops bekendstaat), is het enige overgebleven monument van zeven wereldwonderen van de antieke wereld. Deze beschaving eindigde, afhankelijk van welke definitie gehanteerd wordt, ofwel in 332 v.Chr. na de verovering door Alexander de Grote ofwel in 30 v.Chr. met de inlijving door het Romeinse Rijk.
Geschiedenis
De officiële geschiedenis van het oude Egypte begon toen Egypte een verenigde staat werd, ergens rond 3300 v.Chr. Archeologisch bewijsmateriaal wijst er niettemin op dat er in het Nijldal al veel eerder ontwikkelde stadstaten bestonden.
Klimaatverandering speelde een belangrijke rol in het ontstaan van de Egyptische beschaving. Rond het 8e millennium v.Chr. begon in Noord-Afrika een langzame verwoestijning. Er is bewijsmateriaal dat er rond het 7e millennium v.Chr. een landbouwcultuur in de oostelijke Sahara bestond. Bewijzen van menselijke beschaving in de zuidwestelijke hoek van Egypte, dicht bij de grens met Soedan, dateren ook uit de periode voor 8000 v.Chr. Deze gebieden werden langzaam moeilijker te bewonen en rond 25e eeuw v.Chr. vormde zich een woestijn, de Sahara., Simulation of an abrupt change in Saharan vegetation in the mid-Holocene, in Geophysical Research Letters 26.14 (1999), pp. 2037-2040. De stammen van Noord-Afrika migreerden naar elke plek waar nog rivieren aanwezig waren. Zo werden ook de gebieden langs de Nijl bevolkt en ontwikkelde zich hier een landbouweconomie. Als gevolg hiervan werd de maatschappij meer gecentraliseerd. De nakomelingen van deze culturen kunnen ten grondslag liggen aan de Egyptische beschaving in de Nijlvallei. Ook verbindt een recente genetische studie de traditionele bevolking van Boven-Egypte met oostelijk Afrika.
Oude Rijk
miniatuur|Het Narmerpalet herdenkt de vereniging van Opper- en Neder-Egypte onder één heerser, Narmer miniatuur|De Sfinx van Gizeh, met op de achtergrond de piramide van Chefren Waarschijnlijk was Narmer de eerste farao die over heel Egypte heerste. Hij wist als heerser van Opper-Egypte, door verovering en mogelijk huwelijksdiplomatie de controle over Neder-Egypte te krijgen en met hem begon de eerste dynastie. Rond 2639 v.Chr. begon de periode die het Oude Rijk wordt genoemd. Veel van de Egyptische piramides zijn tijdens het Oude Rijk gebouwd. Zo ook de piramides van Gizeh (dicht bij Caïro), die tijdens de vierde dynastie werden gebouwd. Deze getuigen van de macht en de efficiëntie van de faraonische staat en ideologie. De bouw van de piramides en andere grote monumenten tijdens het Oude Rijk werd naar alle waarschijnlijkheid niet uitgevoerd door slaven, maar door boeren die tijdens het overstromingsseizoen geen werk te doen hadden op het land. De zonnereligie werd in deze periode dominant. De zonnegod Ra was ooit een regionale god maar werd langzaamaan de belangrijkste. De farao's gingen zich zoon van Ra noemen, om daarmee hun band met de zonnegod Ra te onderstrepen.
Eerste Tussenperiode
Met de heerschappij van Pepi II 2150 v.Chr. eindigde het Oude Rijk en begon een periode waarbij verschillende steden, Memphis, Heracleopolis Magna en Thebe streden om de macht. Af en toe was er centraal gezag maar vaak van korte tijd. Mogelijk speelde langdurige droogte een rol in het ontstaan van deze situatie. Het plots verdwijnen van optekeningen en afbeeldingen van de leidinggevende vrouwen viel samen met een opvallende daling van het aantal gezaghebbende functies die voor vrouwen openstonden, waaruit volgens Tyldeslay valt af te leiden dat men met opzet hun inbreng in het publieke leven trachtte te beperken.Tyldesley, (1994): p. 181.
Middenrijk
Rond 2040 v.Chr. verenigt Mentoehotep Nebhetepre het rijk opnieuw en begint een tweede bloeitijd die aangeduid wordt als het Middenrijk. In deze periode is de enige koningin die nog enige inbreng in de geschiedenis had Neferoesobek. Het Middenrijk kende een sterke uitbreiding. Er waren handelscontacten met Syrië, Palestina, Mesopotamië, Kreta en Poent. De Sinaï werd geëxploiteerd voor turquoise en kostbare gesteenten. De controle over Koesj werd versterkt door militaire expedities. Toch bleef Egypte vrij geïsoleerd. Dit veranderde rond 1640 v.Chr. toen de Hyksos in Egypte kwamen. De Hyksos stichtten een rijk in het noorden, maar het zuiden bleef onafhankelijk. Vanuit het zuiden werd een heroveringsoorlog begonnen die eindigde rond 1550 v.Chr.
Nieuwe Rijk
miniatuur|Pilaren in het tempelcomplex van Karnak Het Nieuwe Rijk ving aan met de overwinning van Kamose op de Hyksos en betekende een nieuw hoogtepunt voor de Egyptische beschaving. De soevereine dames treden uit hun achtergrondpositie en accentueren hun macht als individu en als goddelijke vertegenwoordigsters. De 18e dynastie van Egypte onderscheidt zich door een opvallende terugkeer naar de oude traditie. Zij verzekerden hun invloed door prestigieuze titels, vaak weer geassocieerd met de godin Hathor, waaraan hun privileges waren verbonden en die hun positie versterkten. Zich baserend op de hypothese van een matriarchale origine van de Egyptische samenleving waren de eerste Egyptologen geneigd om de overheersende rol van de vrouwen van de 18e dynastie als teken van een matrilineair koningschap te zien.Tyldesley, (1994): p. 183 "Deze theorie van de erfprinses had het voordeel de relatief complexe organisatie van het koningschap onder de 18e dynastie te vereenvoudigen.". , Daughters of Isis: Women of Ancient Egypt, Londen - e.a., 1994, p. 197.
Achnaton veranderde de Egyptische religie. Hij voegde de goden Ra en Horus samen tot Ra-Horus die hij tot belangrijkste god bestempelde om zo een vorm van monotheïsme te introduceren. Ook liet hij een nieuwe hoofdstad bouwen, Achetaton. Het leidde tot veel verzet en zijn zoon Toetanchamon zou deze beslissingen weer snel ongedaan maken. Latere farao's breidden hun rijk verder uit in het zuiden, westen (Libië) en het oosten (onder Thoetmosis III tot aan de Eufraat) en met name de Ramsessidische koningen Ramses II en Seti I brachten de macht van Egypte tot op een hoogtepunt en zij heersten over grote gebieden langs de Middellandse Zeekust. Er werden grote bouwprojecten uitgevoerd zoals in Karnak en Thebe.
Rond 1200 v. Chr. vond de brandcatastrofe plaats. Het is niet helemaal duidelijk wat in deze tijd gebeurde maar de beschavingen rond de Middellandse Zee gingen ten onder. Mogelijk door invasie van de Zeevolken of door grote volksverhuizingen. Alleen de Egyptische beschaving wist zich staande te houden doordat Ramses III deze Zeevolken tot staan wist te brengen maar deze hielden wel de controle op zee. Hiermee zou het Nieuwe Rijk voorgoed zijn machtspositie in het Nabije Oosten verliezen.
Derde Tussenperiode
Na de brandcatastrofe begon een periode die de duistere eeuwen werden genoemd die ook voor de Egyptenaren grote maatschappelijke instabiliteit betekenden. Egypte werd verdeeld tussen de heersers van de Delta in Tanis (21e dynastie) en de Hogepriesters van Amon in Opper-Egypte: Thebe. Beide takken beweerden opvolgers te zijn van de Ramsessiden en trouwden met elkaar. Gedurende de helft van de 21e dynastie deden de Libiërs hun intrede. Met Osorkon de Oudere kwam er voor het eerst een Libische farao op de troon, zijn nakomelingen zouden heersen tijdens de 22e, 23e en 24e dynastie.
Late Periode
Egypte kende in de Late periode (712 - 332 v. Chr) nog een bloeiperiode van eenheid maar ook van buitenlandse overheersers. De farao's van de 25e dynastie, heersers van Nubië, grepen de macht en veroverde eerst Beneden-Nubië, daarna Opper-Egypte en vervolgens de Neder-Egypte waar verschillende farao's werden verslagen. Zij regeerden een tijd lang beide landen (Nubië en Egypte). Door de Assyrische steun wist Psammetichus I van Saïs zich uit te roepen als farao en de Nubische farao's te verslaan. Vanaf 525 v.Chr. werd Egypte een deel van het Perzische Rijk. Na 404 v.Chr. wisten de Egyptenaren met Griekse hulp, hun onafhankelijkheid te heroveren op de Perzen.Perry, pag. 29-30 De Achaemenidische Artaxerxes III wist echter in 343 v.Chr., met Griekse huurlingen, Egypte weer te heroveren.Bronnen Encarta Encyclopedie en Perry (zie lit.). Perry geeft als onjuist jaartal 334 v.Chr.
Ptolemeïsch Egypte
Alexander de Grote veroverde Egypte in 332 v.Chr. Na de dood van Alexander nam Ptolemaeus I Soter de macht over in het Nijlgebied en begon de heerschappij van de Griekse farao's. Alexandrië werd vanaf nu de nieuwe hoofdstad. Deze periode eindigde met de dood van Cleopatra VII in 30 v.Chr.. Hierna werd Egypte ingelijfd bij het Romeinse Rijk en werd keizer Augustus de eerste Romeinse farao en werd Egypte een Romeinse provincie.
Taal en schrift center|Oud-Egyptische hiërogliefen. thumb|Hiërogliefen op de obelisk van de Luxortempel. De namen van farao's werden omlijnd met een cartouche, een soort ovaal. De Egyptische taal werd als spreektaal waarschijnlijk al vanaf 3200 v. Chr. tot ver in de middeleeuwen gesproken. Het was een Afro-Aziatische taal die verwant is aan het Berber en aan de Semitische talen. De taal heeft zich in de loop van de eeuwen ontwikkeld waardoor de spreektaal langzaamaan veranderde. Het schrift is wel grotendeels hetzelfde gebleven. In het schrift werden twee soorten gehanteerd: De hiërogliefen vormen een pictografische schrift dat bestaat uit pictogrammen en ideogrammen waarmee elk teken een voorwerp, begrip of soms complete zin kan representeren. Ook kunnen klanken worden uitgebeeld waarbij het principe van een rebus werd gehanteerd. Dit schrift werd voor officiële documenten en op monumenten gebruikt. Voor alledaags gebruik werd het hiëratisch schrift en later het demotisch schrift gehanteerd. Vanaf het Middenrijk ontstond een eigen literatuur. Belangrijke werken zijn het Verhaal van Sinuhe, de Westcarpapyrus en De zinloze tochten van Wenamoen.
Het ontcijferen van de hiërogliefen en het demotisch schrift bleek bijzonder moeilijk totdat in 1799, tijdens de Franse expeditie naar Egypte onder leiding van Napoleon, de Steen van Rosetta werd gevonden. Deze bevat een tekst, opgesteld door Ptolemaeus V Epiphanes in 196 v.Chr., die in drie schriften was opgesteld. In hïerogliefen In het demotisch schrift In het Koinè-Grieks