Hélène Jégado (Plouhinec, 17 juni 1803 – Rennes, 26 februari 1852) was een Franse seriemoordenares, die in de jaren '50 van de 19e eeuw ten minste vijf mensen vermoordde door middel van rattengif.

Levensloop Toen Jégado zeven jaar oud was, overleed haar moeder. Ze werd toevertrouwd aan de zorg van haar tantes. Ze kwam in dienst van de pastoor van Bubry. In de volgende achttienjarige had ze dienstbetrekkingen in een twintigtal huizen, bij priesters en leden van de burgerij. In 1833 was ze in dienst van de pastoor van Guern, waar ze haar zus Anna verving als dienstmeid. Kort na elkaar overleden beide ouders van de pastoor, zijn zevenjarige nicht, de pastoor zelf en twee dienstboden. Ook haar zus Anna, die de uitvaartdienst van de pastoor had bijgewoond, overleed. Er werd een autopsie uitgevoerd op het lichaam van de pastoor, maar niets wees op een verdacht overlijden.

In 1850 ging Jégado bij Théophile Bidart de la Noë werken, een advocaat en hoogleraar rechten aan de Universiteit van Rennes. Een van de andere dienstmeiden van Bidard overleed terwijl ze door Jégado verzorgd werd. Een andere dienstmeid werd ook ziek, maar hersteld nadat ze het huis had verlaten. Het jaar daarop, in 1851, werd dienstmeid Rosalie Sarrazin ook ziek. In juli van dat jaar overleed ze, na geleden te hebben onder ondraaglijke pijnen.

Bidart de la Noë en de bijgeroepen artsen geloofden niet in een natuurlijk overlijden en tijdens de autopsieën op beide lichamen werden sporen van arsenicum gevonden. Toen drie agenten langskwamen om Hélène te ondervragen, beweerde ze dat ze onschuldig was. Zij deed dit echter al nog voordat de agenten maar één woord gezegd hadden. Ze werd ervan verdacht in totaal 95 personen te hebben vergiftigd waarvan er 60 overleden.

Jégado stond terecht in december 1851 voor het Hof van Assisen in Rennes voor vijf moorden die nog niet verjaard waren, voor moordpoging en voor diefstal. Ze werd schuldig bevonden en werd veroordeeld tot de guillotine. De avond voor de terechtstelling bekende ze de moorden aan haar biechtvader. Het vonnis werd voltrokken op 26 februari 1852. , 1938: le poison, l'arme des femmes, Soir Mag, 4818, 23 januari 2019, p. 62 Haar dodenmasker wordt bewaard in de Universiteit van Rennes.

Naslagwerken J.H.H. Gaute and Robin Odell, Beruchte Moordzaken, 1996, Harrap Books, Londen Arthur Griffiths, Mysteries of Police and Crime, 1898, Londen French Crime in the Romantic Age, 1970, Londen Lascelles Wraxall, Criminal Celebrities, 1863, Londen

Categorie:Frans seriemoordenaar Categorie:Vrouwelijke seriemoordenaar